Het jaar 1907 werd het drukste tot dan toe, maar liefst 33 zegels konden bijgeschreven worden en daarvan heb ik de helft, terwijl de andere helft dan weer niet tot de mogelijkheden behoort, vrees ik. Het totaal zou de 300 overschrijden. Even ter vergelijking: bij de inventarisatie ben ik in 1954 en heb er zo’n 6300 geteld, dus in 1907 zaten we tegen de 5 % van 1954.

Dienstzegels van Egypte, tweede uitgifte

In ieder geval geen probleem is zijn de dienstzegels van Egypte die dit jaar verschenen, die heb ik dan weer allemaal. Allemaal netjes overdrukt met O.H.H.S., oftewel On His Highness’ Service, waarmee de khedive werd bedoeld, in deze jaren Abbas II (1874-1944). Abbas regeerde van 1892 tot 1914, toen hij door de Britse regering afgezet werd en vervangen door een kandidaat die de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog wél zou steunen. Ze vonden Hoessein Kamel, oom van de afgezette Abbas, en die kreeg als eerste de eretitel sultan.

Dominica kwam met een heruitgave van de serie ‘Gezicht op Roseau’ van 1903, wederom 9 stuks, aangevuld met een hoogste waarde gewijd aan koning Edward VII. Ze hadden het nieuwe watermerk ‘Kroon CA meervoud’. Evengoed zijn ze slecht te vinden en ik heb er dan ook nog geen één van. In 1908 komt er zelfs alweer een derde uitgave.

Ook een serie die niet vaak aangeboden wordt zijn de eerste dienstzegels van Nieuw-Zeeland. De bekende landschapjes werden overdrukt met een verticale opdruk OFFICIAL. De 1/2 penny en de 2 pence hebben helemaal geen moeilijke waarde, dus vreemd is het wel. de 2 en de 5 shillings liggen inderdaad niet binnen mijn bereik voorlopig.

Standbeeld van Simon Bolivar in Lima

Beter gaat het met de nieuwe serie frankeerzegels in Peru. Het gaat hier voornamelijk om portretten en standbeelden van Zuid-Amerikaanse beroemdheden, een lama en enkele gebouwen in Lima, die niet binnen de grenzen van het werelderfgoed vallen. Twee zegels horen er wel bij. De eerste is de 5 centavos met het standbeeld van Simon Bolivar, die ook hier enkele jaren president was. Dit ruiterbeeld staat op het officieuze Plaza Bolivar, want het parkje ligt tussen vier andere straten. Bolivar was hier van 1824 tot 1827 de dictator, die zowel de politieke als de militaire leiding had. In dit stuk besprak ik al zijn andere levensfeiten.

De andere zegel van belang uit de serie, van 50 centavos, laat het postkantoor zien, dat in 1907 10 jaar bestond en wat ik in 1897 al besprak. Deze zegel heb ik nog niet.

Eilandkaart van Réunion

Réunion startte in 1907 een nieuwe serie waarop de plaatselijke ‘pitons’ een plaatsje hebben. Het eiland, ook toen al nauw verbonden met het Franse moederland en nu een overzees departement met Franse postzegels, gaf al in 1851 de eerste provisorische postzegels uit en tot 1907 bestond het uitgiftebeleid uit hete gebruikelijke nieuws van Franse koloniën: een variant van de Franse Paix et Commerce en vele opdrukken. In de eerste jaren van de 20’ste eeuw veranderde dat beleid en verschenen in de vele overzeese gebieden nieuwe eigen series met eenvoudige ontwerpen. In Réunion was dat een landkaart met daarop duidelijk het reliëf aangegeven waarmee het in 2010 op de Werelderfgoedlijst als nummer 1317 werd ingeschreven. Dit betrof de waardes van 1 centime tot en met 15 centimes. In al hun eenvoud een aandachttrekker voor toeristen en het zal allicht geholpen hebben wat kapitaalkrachtiger en avontuurlijker Fransen naar het eiland te lokken.

Gezicht op St. Pierre

De tussenwaardes toonden de haven van Saint-Dénis, de hoofdplaats van het eiland, maar de hoogste waardes van 1, 2 en 5 francs tonen een blik op het aan de zuidkant van het eiland gelegen Saint-Pierre zien met op de achtergrond de vulkaan Dolomie, beter bekend als de Piton de Fournaise, de meest ruige van het eiland. Op het kaartje van de zegels hierboven kun je precies zien waar Saint-Pierre en de Fournaise liggen!

De eerste expressezegel van San Marino

De rest van de zegels van het jaar komen uit San Marino. Op 25 maart kwam er de eerste expressezegel uit. Dit soort zegels was wereldwijd sowieso een nieuwigheid *) en het is daarom verrassend dat het kleine republiekje er al zo vroeg in de geschiedenis mee kwam. Opmerkelijk aan de rechterkant de Italia met de ‘muurkroon’ (Italia Turrita), die we van vele Italiaanse naoorlogse zegels kennen en nog opmerkelijker de bijl in een pijlenbundel, in een tijd dat Mussolini nog een simpel schrijvertje van socialistische brochures was en bijna 15 jaar voordat hij de fasces tot beeldmerk van zijn eigen, al lang niet meer socialistische beweging had gemaakt. Uit alles blijkt dat de zegel vooral voor het verkeer naar Italië bedoeld was.

Uitgifte mei 1907

Ten slotte nog twee andere zegels, die op 1 mei het licht zagen in de waardes van 1 centesimo en 15 centesimi met centraal het wapenschild omringd door hulst- en eikenloof. Van dit serietje zijn twee versies. De eerste versie kwam uit Italië van het Officina Calcografica Italiana, die verantwoordelijk was voor de Italiaanse postzegelproductie in de eerste 10 jaar van de eeuw. Een tweede versie kwam van het Romeinse Tipografia Petiti, met name in de jaren 1919 tot 1923 actief

 

*) De Verenigde Staten gaven in 1888 de eerste uit, de eerste Europese expressezegel verscheen in Italië in 1903

Het jaar 1902 bracht 19 nieuwe zegels voor de collectie in 8 verschillende uitgiftes van 8 verschillende gebieden. De meeste kwamen ergens in de loop van het jaar uit, zonder vaste datum. Ik bespreek ze in twee delen.

De eerste die ik hier bespreek is Tasmanië. Zoals al kort besproken in 1899 gaf deze Britse kolonie, die niet lang daarna Australië mede vorm zou geven een serie met landschappen uit, gedrukt bij De la Rue in Londen. Drie van deze zegels werden heruitgegeven in 1901 en kwamen van de persen in Melbourne, niet meer in plaatdruk, maar als lithografieën. Hieronder was ook de zegel met Lake Marion.

Tasmanië heeft twee inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst. Dit zijn een vijftal voormalige strafkolonies uit de begintijd van Australië, toen de Britse overheid ter heropvoeding schepen vol doorgaans kleinere criminelen als inbrekers en valsemunters naar de nieuw veroverde kolonieën stuurde. Aanvankelijk waren deze in de buurt van Sydney, maar toen dat groeide en naar Britse maatstaven civiliseerde werden ze verplaatst naar Tasmanië.

De andere inschrijving betreft het grootste deel van het westen van het eiland: de Tasmanian Wilderness, bestaande uit 7 nationale parken. Lake Marion ligt in het zuiden van het Cradle Mountain-Lake St Clair NP, dat 1612 km² telt en in 1922 is opgericht. Lake Marion is een tamelijk klein meer dat aan de voet ligt van de ruige Guardians, die goed in de achtergrond te zien zijn op de zegel. Er zijn geen vaste paden naar het meer en het is dus terrein voor de echte hikers die met kaart, kompas en gps hun weg vinden en in de vrije natuur kamperen (kampeerpas verplicht). Een verslag met foto’s vind je hier.

Een nieuw land op de kaart is Colombia, met 9 inschrijvingen op de lijst. De oudste daarvan is de stad Cartagena in het noorden. In 1902 verscheen een serie van maar liefst 26 zegels met 8 verschillende afbeeldingen, met afbeeldingen van de Rio Magdalena, de kanonneerboot Cartagena, de kade van Savanilla, portretten van Simon Bolivar en de recent overleden generaal Pinzon en tenslotte het landswapen. De drie zegels van 20 centavos in de kleuren donkerblauw, violet of rood tonen de Popaberg, die boven de koloniale havenstad Cartagena uittorent. Alle zegels van de serie munten uit in slechte lithografische druk, zeer grove tanding dan wel ongetand en hun slechte verkrijgzaamheid en hoge prijzen, al is de 20 violet nog een positieve uitzondering. Nog niet gezien echter.

Nieuw Zeeland kwam met een laatste versie van de First Pictorials. Deze waren met of soms zonder watermerk, in verschillende tandingen, maar meestal iets met 14. Een aardig uitzoekwerkje, maar wat duidelijk is dat de half penny met Mount Cook genoeg voorkomt om in de collectie te hebben.

Mount Cook vormt het hart van het Mt. Cook National Park en is, zoals te verwachten, genoemd naar James Cook, de belangrijkste ontdekkingsreiziger van de 18’de eeuw. Het is ook met 3724 meter de hoogste berg van Nieuw-Zeeland. Zoals al eerder verteld noemen de Maori hem Aoraki oftewel ‘de berg die wolken eet.’ Eigenlijk is er sprake van drie toppen, de Low Peak, de Middle Peak en de High Peak. Tussen de hoogste en de middelste piek zit maar een hoogteverschil van zeven meter.

Het is pas aan het einde van de 19’de eeuw gelukt om de berg te bedwingen. In 1884 probeerde de Ierse dominee William S. Green (1847-1919) het in gezelschap van een Zwitserse hotelhouder en een eveneens Helvetische berggids. Onderzoek heeft aangetoond dat ze waarschijnlijk op 50 meter van de top zijn gestrand. Met kerstmis 1894 was er echter wel een geslaagde poging van een Nieuwzeelands trio onder leiding van Tom Fyfe (1870-1947). Edmund Hillary maakte zijn eerste beklimming in 1948, vijf jaar voor hij de Mount Everest succesvol beklom. Met 80 getelde slachtoffers is Mount Cook overigens wel de dodelijkste berg van Nieuw-Zeeland!

Oudere oplagen van de serie werden in 1902 gebruikt als eerste zegels van de Zuidzee-eilanden Niue en Penrhyn die respectievelijk 2000 en 3500 kilometer van Nieuw-Zeeland liggen, maar in 1901 onder Nieuwzeelands bestuur werden gesteld. Voor Niue werden de 1/2 penny Mt Cook en de 2 1/2 pence Lake Wakatipu en voor Penhryn beide groene zegels van 1/2 penny en ook de 2 1/2. Voor beide eilanden werd de 1 penny ook overdrukt. Naast de eilandnaam hebben ze ook een waardeopdruk die gelijk is aan de nominale waarde maar dan met de dialectnaam ‘peni’ voor ‘penny’.

Nog drie zegels zijn te bespreken, maar dat laat ik voor de volgende keer.

 

 

Het jaar 1900 telde totaal 16 zegels. Nieuwe landen of onderwerpen zaten er niet bij.

De Mexicaanse zegel met de kathedraal van Mexico-Stad kwam er met met de andere zegels van de serie van 1899 met overdruk OFICIAL en werd zodoende als dienstzegel gebruikt. De opdrukken werden tot 1910 met een handstempel aangebracht en zijn vaak slecht leesbaar. Pas in 1910 werden boekdrukoverdrukken toegepast.

Kaap de Goede Hoop kwam met een nieuw ontwerp Tafelberg, deze keer zonder de Hoop, maar wel met het wapen van de kolonie die diep in de Tweede Boerenoorlog verwikkeld was. Wel een aardig ontwerpje, met een stoomschip in de Tafelbaai.

In de Dominicaanse Republiek verschenen een tweetal Columbuszegels uit de serie 1899 opnieuw, maar dan in zeer kleine waardes van 1/4 en 1/2 centavo. Het betreft de zegel met de graftombe in de kathedraal en die met de bijeenkomst in Salamanca.

Griekenland hield opruiming met een serie waardeopdrukken. De meeste kwamen op de bekende Hermeskopjes, maar ook de Olympische serie van 1896 werd geraakt. De 1 Drachme kreeg een waarde van 5 Lepta mee en de 10 Drachme werd uitverkocht voor 2 Drachme. Net als de originele zegels moeilijk te vinden en duur.

Brazilië bracht een nieuwe zegel van 50 Reis in de kleur groen uit. Net als de originele zegels staan de zegelbeelden zeer dicht bij elkaar, zoals goed op de foto te zien is. Je ziet dus altijd wel een stukje van het volgende zegel.

Ook in Soedan verscheen een dienstzegel. De eerste zegels hebben een doorsteek van de letters SG. In 1900 was dat in een van de Piramidezegels die in 1897 met opdruk verschenen waren. Vanaf 1902 werden opdrukken OSGS toegepast, maar uitsluitend op de zegels met de kameelruiter.

Nieuw-Zeeland bracht enkele van de ‘First Pictorials’ uit in gewijzigde kleuren. Daaronder waren de 1/2 penny met Mt. Cook, nu in groen en de 2 pence met Pembroke Peak in lila. De zegels hadden een grove tanding, net als de uitgifte 1899 en een watermerk NZ ster met dubbele lijnen (dit werd in 1901 vervangen door enkele lijnen. Ik meende de twee zegels al te hebben, maar inmiddels ben ik er weer naar op zoek, want ik had de verkeerde. Geen plaatjes dus voorlopig…

De rest van het nieuws kwam uit de Tweede Boerenoorlog. Op 23 maart kwamen de eerste bezettingszegels uit Mafeking, het huidige Mahikeng aan de grens met Botswana. De belegering van Mafeking door de Boeren was in oktober 1899 begonnen en duurde zo’n zeven maanden, voordat de Britten onder commando van een zekere kolonel Robert Baden-Powell (jazeker, degene die in 1907 de scouting oprichtte), het stadje ontzette. Dit was een keerpunt in de oorlog, waarin tot dan toe de Boeren het voor het zeggen hadden. De zegels, de eerder besproken 1/2 en 1 penny van de Tafelberg met daarvoor de Hoop, werden, naast andere zegels van Kaap de Goede Hoop en ook van Brits Betshuanaland (nu Botswana), overdrukt met de tekst MAFEKING BESIEGED en een nieuwe waarde van respectievelijk 1 penny en 3 pence. Prijzig en slecht te vinden. Overigens kwamen er in Mafeking in april twee provisorische zegels uit met ieder een ‘first’, een 1 penny met een koerier op een rijwiel en de 3 met het portret van Baden-Powell. Dit waren dus de eerste fiets en de eerste levende militair ooit op een postzegel. Baden Powell zou na zijn dood, als zijnde oprichter van de scouting, nog honderden keren geportretteerd worden

Een andere bezettingsuitgave op dezelfde twee zegels verscheen in augustus. Deze kwamen uit Schweizer Reneke, een klein plaatsje in het toenmalige Transvaal, 50 kilometer van het vorige keer besproken Vryburg. Het was in 1888 gesticht door een zekere Schweizer en een zekere Reyneke wat de naam verklaart. Vanaf 19 augustus begon de Boerse belegering en de inwoners wisten het hoe dan ook tot in januari 1901 vol te houden. Het is maar een klein verhaal, want de Britten waren nog vol van de ontzetting van Mafeking, en ook de vorderingen in Kimberley en Ladysmith werden op de voet gevolgd. Maar toch postzegels met een eenvoudige verticale handstempel BESIEGED op de twee zegels van de Kaap en een viertal van Transvaal zelf. Nog onbetaalbaarder dan die van Mafeking.

Dat geldt niet voor wederom dezelfde zegels, maar nu met opdruk ORANGE RIVER COLONY. Deze verschenen vanaf augustus in de inmiddels gepacificeerde Oranjevrijstaat. Naast deze twee was er ook een 2 1/2 pence, uit de andere bekende Kaapse serie ‘Zittende Hoop’.

 

In 1899 nam het aantal uitgiften alweer toe tot 23, ik heb er slechts drie van, maar omdat er twee nieuwe onderwerpen bij zitten splits ik het jaar toch op.

Het jaar begon in Cuba met het standbeeld van Columbus in de hoofdstad Havana. Het bevindt zich in de binnentuin van het Palacio de los Capitanes Generales, een gebouw uit 1776 in het hartje van het oude centrum van de stad. Aanvankelijk stond er een kerk, maar de toenmalige gouverneur van Cuba, Felipe de Fondesviela y Ondeano, vond dat het centrum wat meer grandeur uit mocht stralen met een Plaza de Armas zoals in meer Latijns-Amerikaanse koloniale steden en een mooi nieuw regeringscentrum. Een regeringsgebouw waardig werden de stenen uit Málaga gehaald, het ijzerwerk uit Bilbao en marmer uit Genua.

Tot de overdracht in 1898 was het de residentie van de Spaanse gouverneurs en daarna tot 1902 van de Amerikaanse. Tot 1920 was het presidentieel paleis en daarna tot 1967 waren er overheidskantoren. Sinds 1968 is het stadsmuseum.

Het witmarmeren beeldje van Columbus op de binnenplaats werd er in 1862 neergezet en diende in 1899 als onderwerp van de eerste postzegel van het nieuwe Cuba, na het wegtrekken van de Spaanse overheersers. De Amerikaanse invloed van het ontwerp is duidelijk zichtbaar. In 1905 zou er een kleine wijziging in de tekening uitgebracht worden.

Noord-Borneo bracht een serie waardeopdrukken uit op de lopende plaatjeszegels. Er waren namelijk nog geen zegels van 4 cents, dus bedacht men dat iedere bekende zegel een opdruk in precies die waarde moest krijgen. Ook de 18 cents kon dat lot niet ontlopen.

De Dominicaanse Republiek deed voor het eerst mee. Na bijna 35 jaar wapenzegels uitgegeven te hebben werd er nu aandacht besteed aan de oprichting van een Columbus-mausoleum in de kathedraal van Santo Domingo. Er werden 9 zegels uitgegeven die gewijd waren aan de eerste ontdekkingsreizen in het Caribisch gebied. Op de 5 centavos vinden we het grafmonument in de kathedraal. Daarboven staat de Española die waakt over het gebeente van de grote ontdekkingsreiziger. Zij staat op de 10 centavos. Op de 1 peso zien we Columbus in het klooster van Salamanca, waar hij zijn plannen uiteenzet voor een publiek van geleerden, dat was al in 1486, en ze zagen niets in het plan. Ten slotte op de hoogste waarde van 2 pesos het complete grafmonument. Overigens werden vanaf de jaren 30 plannen gemaakt om Columbus een nieuw mausoleum te geven. Het ontwerp daarvan is op veel Latijns-Amerikaanse postzegels te zien, maar door politieke wanorde en een tekort aan financiën begon de bouw in 1986 pas, om net op tijd voor de 500’ste herdenkingsdag geopend te worden. Het grafmonument is erheen verplaatst, dus niet meer te zien in de kathedraal. Voor wat de zegels betreft, alleen de Peso-waarden zijn wat duurder, maar even goed kom ik de goedkope ook niet tegen.

In Bolivia kwam er op 18 april een serie van vijf uit met opdrukken E.F. 1899 in een kastje. E.F. moet gelezen worden als Emisión Fiscal. Het waren dus feitelijk belastingzegels of frankeerzegels die als zodanig gebruikt konden worden. Ik denk vergelijkbaar met de Postage & Revenue in de Britse gebieden. De zegels zijn niet perse duur, maar wel moeilijk te krijgen.

De druk van de vorige keer besproken zegels van Nieuw-Zeeland verplaatste van Waterlow in Londen naar de regeringsdrukkerij in Wellington. Er zijn wat verschillen te zien, maar de grootste verandering is de tanding: de nieuwe oplage heeft de grove tanding 11, de zegels van 1898 hebben meestal 14, maar varieert van 12 tot 16. De zegel van 4 pence droeg nu de afbeelding en kleur van de 1 penny van het vorige jaar.

Er waren maar weinig zegels om mee te tellen in 1898, maar ze kwamen wel uit een land dat zijn werelderfgoed al respecteerde, 80 jaar voordat er een lijst was: Nieuw-Zeeland. Het was gelijk een lokale revolutie, want vanaf 1855, toen de eerste zegels verschenen, waren de frankeerzegels, inmiddels 64 stuks, alle getooid met het portret van koningin Victoria. Tijd voor wat anders dus en in 1898 werd het vertrouwde koninginnekopje vervangen door een serie met verschillende afbeeldingen uit de natuur van het land. Het ging om vogels en landschappen. Naar goed Nieuwzeelands gebruik worden deze series ‘Pictorials’ genoemd. Tot 1970 verschenen er vijf van dit soort series, ‘First’ tot en met ‘Fifth Pictorials’ geheten. Als eerbetoon aan de eerste serie verscheen in 1998 bij het eeuwfeest een nieuwe versie in offsetdruk en uiteraard andere waardes.

Nieuw-Zeeland kent slechts drie inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst, en aan twee van de drie wordt aandacht besteed. Het gaat dan ten eerste om Te Wahipounamu in het zuidwesten van het Zuid-eiland. Te Wahipounamu staat in het Maori voor ‘de plaats waar Pounamu is’, en Pounamu betekent dan ‘groene stenen’, specifiek in Nieuw-Zeeland voorkomende vormen van jade, baveniet en serpentiniet. Het andere belangrijke park dat in de serie voorkomt is Tongariro, midden op het Noord-eiland. Op 8 van de 14 zegels vinden we landschappen uit deze parken.

De 1/2 cent toont Mount Cook, in het Maori Aoraki geheten. Van deze waarde bestaan drie versies, een in grijsviolet en twee andere in groen en in kleiner formaat, met of zonder watermerk. Ik heb vooralsnog alleen groene zegels, dus kom daar later op terug.

Van de 1 penny, zoals hierboven afgebeeld, is maar één versie, want in 1900 werd in Nieuw-Zeeland net als overal in het Britse Rijk de Penny Universal ingevoerd en daar hoorde een ander plaatje bij. Op deze zegel zien we het Taupomeer met op de achtergrond de vulkaan Ruapehu (‘lawaaiige kuil’), een van de drie vulkanen in het Tongariropark. Ruapehu is met 2791 meter de hoogste van die drie.

De 2 pence is er net als de 1/2 penny in drie versies. Van deze heb ik alleen de oorspronkelijke versie zoals afgebeeld, later veranderde de kleur in lila. Op deze zegel zien we Mount Pembroke (2014 m) en een stukje van de fjord Milford Sound, een geroemd natuurgebied en als zodanig op enkele tientallen postzegels verschenen. Het maakt deel uit van het grootste van de vier nationale parken van Te Wahipounamu, namelijk Fiordland. We kijken vanuit de fjord richting zee en zien de berg vanuit het zuidoosten. Een andere bekende berg aan de zuidkant van Milford Sound is Mitre Peak, die we later nog wel tegen zullen komen.

Op de 2 1/2 pence komen we het Wakatipumeer met op de achtergrond Mount Earnslaw tegen. Het meer zelf hoort niet tot een van de parken van Te Wahipounamu, maar Earnslaw wel. Deze reus van 2819 meter hoog bevindt zich in het nationale park Mt. Aspiring en speelde een rol in de Lord of the Rings-cyclus. Het is een voor zijn hoogte lastig te beklimmen berg, die pas voor het eerst in 1890 bedwongen werd. Van deze postzegel zijn er vier verschillende. In de eerste serie zien we er gelijk 2, eentje waar onderin de tekst ‘MT EARNSLAW’ staat en een met de verbeterde tekst ‘POSTAGE & REVENUE’, wat formeel op iedere zegel diende te staan. Bovendien stond er op de eerste zegel nog een storende fout: ‘LAKE WAKITIPU’, in plaats van ‘LAKE WAKATIPU’, wat tegelijk aangepast werd 1). Een derde versie, ook met verbeterde teksten, kwam uit de regeringsdrukkerij in Wellington en heeft een veel grovere tanding en ten slotte was er in 1902 een exemplaar met watermerk.

Op de 3 pence zien we de uitgestorven huia-vogel. Ten tijde van de uitgifte van de zegel waren er nog enkele exemplaren, maar na 1907 zijn er geen meer gezien. Op de 4 pence staan het White Terrace bij Rotomahana, samen met de Pink Terrace op de 9 pence bijzondere natuurwonderen, die zeker op de werelderfgoedlijst zouden staan als ze maar niet ten prooi waren gevallen aan de uitbraak van Mount Tarawera in 1886. Overigens zijn geologen wel sporen tegengekomen van deze ooit op natuurlijke wijze ontstane slakkenformaties.

Op de 5 pence staat de Otirakloof in het onherbergzame binnenland van het Zuid-eiland. Pas in 1865 werd de kloof ontsloten, tegenwoordig ligt er een moderne weg. Opmerkelijk is dat Ruapehu, die vulkaan van het Noord-eiland, in een uitsparing is opgenomen. Wat het idee van de ontwerper was weet ik niet, maar ook deze komt hopelijk wel in de collectie terecht.

Op de 6 pence vinden we de kiwi of ook wel snipstruis geheten, een alleen in Nieuw-Zeeland te vinden loopvogeltje. Vroeger werd het, net als de vrucht van dezelfde naam, gezien als een lekkernij, maar waar de vruchten ruim voorhanden zijn, is de kiwi-vogel nu beschermd en mag niet meer gevangen worden.

De 8 pence laat, binnen de bochten van het alomtegenwoordige cijfer, een oorlogsboot van de Maori zien en een kroon in de bovenste curve. Op de 1 shilling zien we een kea en een kaka samen op een tak. Beide vogels zijn papegaai-achtigen en komen voornamelijk voor in het Mt. Cookpark.

Op de 2 shillings staat de Milford Sound weer centraal en op de hoogste waarde van 5 shillings Mount Cook. Deze zegels liggen voorlopig ver buiten bereik van de portemonnee.

Was er verder nog wat te beleven in 1898? Jawel: in Kaap de Goede Hoop kwam een nieuwe versie van De Hoop voor de Tafelberg uit. Dit keer in de nieuwe waarde van een halve penny en in de kleur lichtgroen.

 

1) Overigens werden beide inschriften, de goede zowel als de foute, opgenomen in de eeuwfeestserie van 1998, in de waarde van 80 cents!