1 september – Bagdad

De slechte resultaten van het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog leidden ertoe dat grote delen van het land veroverd werden door met name Franse en Britse legers, waarna de leiders van die landen in 1920 bij het Verdrag van Sèvres strepen over de kaart gingen trekken om de boel in invloedssferen en mandaten te verdelen. Bagdad viel op 11 maart 1917 in handen van een Brits-Indisch leger onder leiding van Stanley Maude (1864-1917). In september werd er een bescheiden postdienst opgezet met een 25-tal Turkse zegels die in kleine aantallen overdrukt werden (en daardoor onbetaalbaar voor mijn portemonnee zijn). Een jaar later werd een serie met opdrukken voor geheel Irak uitgegeven en die zijn wel bereikbaar. De eerste ‘eigen’ zegels van Irak verschenen in 1923.

1 september – Marokko

Marokko voorziet de verzamelaar sinds 1917 in ruime mate van plaatjes van het lokale werelderfgoed, aangezien steden als Fèz, Rabat, Meknès en Marrakesh allemaal ingeschreven zijn en die steden het goed doen in al of niet toeristische uitgiftes. In 1917 verschenen de eerste 17 zegels verdeeld in 6 ontwerpen:

567-569

1, 2 en 3 centimes: op de kleinste waardes vinden we de Hassantoren in Rabat, sinds 2012 op de Werelderfgoedlijst als nummer 1401. In 1195 besloot de kalief van de Almohaden Abu Yusuf Yakub al-Mansur, sinds 1186 aan de macht, tot het bouwen van de tot dan toe grootste moskee in de wereld met een minaret die de hoogste ter wereld moest worden. Al kort nadat de ontwerpers klaar waren startte de bouw, maar het noodlot kwam al gauw om de hoek kijken: de kalief stierf, slechts 39 jaar oud, in 1199. Terstond stopte de bouw, toen de minaret tot 44 meter gevorderd was. Ook waren er wat stukken muur en pilaren van de moskee gebouwd, maar het bouwwerk is nooit meer afgemaakt en wat je tegenwoordig ziet is de toestand van 1199.

570-572

5, 10 en 15 centimes: op deze kleurige zegels zien we de Bab Segma in Fèz, een stadspoort uit 1287, gebouwd in de tijd van de Marinidische sultan Abu Yakub Yusuf an-Nasr. De poort ligt in het noorden van de stad en sloot aanvankelijk een door de sultan gesticht tuinencomplex af, vandaar dat er een aquaduct in gebouw is om die tuinen van water te voorzien. De naam Bab Segma komt overigens van Amina Segma, een religieuze vrouw die hier in 1737 begraven werd.

573-575

20, 25 en 30 centimes: op deze zegels met middenwaardes zien we een poort in de stad Rabat. Het gaat hier om de Chellah-poort, die de toegang vormde tot de grote begraafplaats van Chellah (wat overigens begraafplaats betekent). Deze werd door de Mariniden in de 13’de eeuw aangelegd op de plaats waar ooit een Fenicische, later Romeinse vesting stond, op het kruispunt van handelswegen bij de kust. Behalve de ruïnes is de poort nog in volle glorie te zien.

577-578

35, 40 en 45 centimes: hier zien we de iconische minaret van de Koutoubia-moskee in Marrakesh. De bouw van de moskee en de 77 meter hoge toren begon in 1150 en werd voltooid tijdens de regering van Abu Yusuf Yakub al-Mansur, de opdachtgever van de Hassan-toren, die naar het voorbeeld van de Koutoubia gebouwd had moeten worden. Overigens verscheen er in dezelfde tijd als de minaretten van Marrakesh en Rabat nog een derde beroemde minaret: de Giralda van Sevilla.

Giralda in Sevilla (eigen foto, 8 mei 2018)

579-580

50 centimes en 1 franc: de imposante Bab-el-Mansour in Mèknes zien we op de volgende twee zegels. Deze poort werd voltooid in 1732 naar ontwerp van een zekere Mansour, een tot de islam bekeerde christen. De poort moest de grandeur uitstralen van de hoofdstad die Mèknes onder sultan Moulay Ismail (overleden 1727) was geworden. Met het overlijden van Moulay verviel overigens de eretitel hoofdstad aan Fèz, maar dat doet aan de indrukwekkende poort niets af.

2, 5 en 10 francs: deze hoge waardes heb ik niet. Ze laten de resten van de Romeinse stad Volubilis nabij Mèknes zien.

15 september – Canada

584

In Canada werd de 50ste verjaardag van de dominionstatus binnen het Britse rijk gevierd met één zegel waarop een afbeelding te zien is van de Conferentie van Quebec van 1864, waar de plannen gesmeed werden voor de overgang van een losse federatie van koloniën naar een confederatie met zelfbestuur.

Quebec is de oudste stad van Canada, ja zelfs de oudste van Noord-Amerika ten noorden van Mexico. In 1541 werd een nederzetting gesticht door de ‘ontdekker’ van Canada, Jacques Cartier, maar deze werd ook al gauw weer verlaten. In 1608 kwam Samuel de Champlain naar diezelfde plek terug en deze wist de oude nederzetting nieuw leven in te blazen. Hij bouwde stadsmuren en een citadel en als naam werd gekozen Kébec, wat in de lokale indianentaal ‘plaats waar de rivier versmalt’ betekent. De stad ligt bovenop een platte heuveltop langs de Saint-Lawrence-rivier.

De conferentie die de toekomst van Canada zou bepalen werd gehouden op Cap Diamant, zo genoemd naar de vermeende diamantvondsten van Jacques Cartier. In werkelijkheid betrof het wat goedkope kwartsen, maar dat deed aan de naam niets af. Het gebouw waar de conferentie gehouden werd kwam in 1890 onder de sloophamer en werd in 1893 vervangen door het immense luxehotel Château Frontenac, nu onderdeel van de Fairmont-keten.

15 december – San Marino

In San Marino verschenen 2 zegels met opdruk voor de bouw van een noodziekenhuis. De krantenzegels van 2 centesimi en de ‘tre torre’ zegel van 2 lire uit 1903, die een nieuwe waarde van 50 centesimi kreeg. Deze komt met een cataloguswaarden van €30+ iets boven budget uit, maar wie weet.

 

En dan nog dit: 1917 is een mooi jaar om af te sluiten om dit in de chronologische volgorde te doen. Vanaf volgende keer kies ik steeds één zegel uit de collectie en bespreek die iets uitgebreider. Daarmee gaat de frequentie ook weer omhoog!