Ondanks dat het een oorlogsjaar was bleef er in 1917 nog wel wat te beleven. Totaal waren er 50 zegels, waarvan 28 in de collectie. Het verhaal wordt dus weer opgesplitst.

Griekenland

537

Net zoals Franse en Britse koloniën gaf ook Griekenland zegels uit om de oorlog op een of andere manier te financieren. Er werden drie zegels van de Extrateia-serie overdrukt met ΚΠ en een waarde van 5 lepta.

Haiti

Haïti kwam weer met een grote reeks waarde-opdrukken van 1 centime. De zegels van 4 centimes met de slotruïne van Sans-Souci in de kleuren karmijn of olijfgroen werden allebei overdrukt.

Colombia

Colombia kwam met een nieuwe serie frankeerzegels, grotendeels bestaande uit Zuid-Amerikaanse beroemdheden. Alleen de 20 centavos was gewijd aan het monument voor de slag bij Boyaca in 1819 en de 50 laat de stad Cartagena zien. Alleen in deze laatste ben ik geïnteresseerd, maar deze is nog niet langs gekomen.

Mexico

Hier werd alleen een heruitgifte van de serie van 1915 gedaan. De 5 pesos met het hoofdpostkantoor van Mexico-Stad kwam nu in een groen kader in plaats van rood uit.

Hongarije

542-549

Na een groot aantal portretten van Franz-Joseph en de mythische vogel Turul kwamen de Hongaren met een nieuw onderwerp voor de iets hogere waardes van 50 fillèr tot 10 korona, namelijk het nieuwe parlementsgebouw aan de Donau in Boedapest. Het was in 1904 na bijna 20 jaar bouwen gereedgekomen en was bijna gelijk al een monument vanwege de omvang en de rijke versiering van ex- en interieur. Het is met afstand het meesterwerk van Imre Steindl (1839-1902) en werd samen met het alle bebouwing aan de Donau in 1987 op de Werelderfgoedlijst gezet als nummer 400. Ik ben 4 maal in Boedapest geweest, hieronder een foto van ons bezoek in 2008.

Parlementsgebouw gezien vanuit het Vissersbastion (eigen foto 21-07-2008)

25 maart – Turkije

Ook in 1917 was het merendeel van de uitgiftes weer oude zegels met een opdruk. In dit jaar was dit een soort van ossenkop met een ster erboven. Ook nu weer waren de Edirnezegels gekozen, behalve de 20 paras dit keer, alsook de vier portopdrukken.

Een paar weken eerder was er wel de eerste zegel van een nieuwe frankeerserie verschenen, waarvan de zegels om hun herkomst de Weense drukken heten. De serie bevatte de volgende waardes en onderwerpen:

  • 2 para’s (21-10-1918) – Turkse artilleriesoldaten in een gevechtsscene
  • 5 para’s (7-9-1918) – De moskee van Orta Koy bij Istanboel
  • 10 para’s (2-4-1918) – Vuurtoren aan de Bosporus
  • 20 para’s (11-10-1917) – Monument voor de martelaren van de vrijheid
  • 1 piaster (5-6-1917) – Kaart van de Dardanellen en portret van sultan Mehmed V
  • 50 para’s (11-10-1917) – Kaart van de Dardanellen

550

Op de 2 piaster van 6 maart 1917 is Istanboel te zien vanaf de Gouden Hoorn, een brede rivierarm van de Bosporus aan de noordzijde van de oude stad. Aan de linkerkant zijn wat torentjes te zien van de  beroemde moskeeën.

551

Op de 5 piaster, uitgegeven 2 oktober 1917 iets wat nog net onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, dat zoals bekend in zijn nadagen verkeerde: namelijk de piramides van Egypte.

13 mei – Hedjaz

In Hedjaz kwamen de zegels van 1916 nog een keer uit, maar nu getand.

Juli – Réunion

560

Een simpele waarde-opdruk van 0,01 op 4 centimes dit jaar

14 juli – Bulgarije

536

Bulgarije vierde de verovering van Macedonië met meerdere zegels, gewijd aan landschappen uit wat nu Noord-Macedonië heet. In de Eerste Wereldoorlog wist Bulgarije het tot dan toe onder het Ottomaanse Rijk horende deel van het latere Joegoslavië met behulp van de Centrale mogendheden (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) te veroveren. Het sprookje zou niet erg lang duren, want bij het einde van de oorlog hadden de geallieerden het alweer heroverd.

De meest aansprekende plaats van Macedonië is Ohrid aan het gelijknamige meer op de grens met Albanië. Het meer kwam in 1979 op de Werelderfgoedlijst met nummer 99, een jaar later ook de naaste omgeving met het historische stadje. Ohrid ontstond bij de oude Griekse nederzetting Lychnidos, die al zo’n 700 jaar voor Christus bewoond was. Nadat de Romeinen Macedonië hadden verlaten was het een flinke stad met een eigen bisschopszetel, maar in 526 sloeg het noodlot toe, Lychnidos werd verwoest door een zware aardbeving. Op de restanten van de stad ontstond een nieuwe nederzetting die in 880 Ohrid bleek te heten. Op dat moment maakte het deel uit van het (eerste) Bulgaarse Rijk, dat in die dagen een groot deel van de Balkan besloeg. In 1018 werden de Bulgaren verslagen en Ohrid werd onderdeel van het Byzantijnse Rijk. 3 eeuwen later volgde verovering door de Ottomanen. Bulgaren wonen er nog steeds.

561

Na 1918 lag Ohrid in Joegoslavië en in de jaren 60 werd de toeristische potentie ontdekt wat Ohrid evenals Dubrovnik en Split tot een grote trekpleister maakte. De oude stad is gelukkig niet te zeer aangetast en met name de kerken zijn de moeite van het bezoeken waard. De 13’de-eeuwse Sint Johannes van Kaneo-kerk ligt hoog boven de stad met uitzicht op het Ohridmeer en is het bekendste punt, wat ook goed te zien is op de postzegels.

De 50 stotinki verscheen op 14 juli. de 5 waarschijnlijk eerder. Wat de eerste betreft een grote verandering vanwege de landsnaam Tzjarstvo Bulgaria, waarmee men maar wilde aangeven dat het oude Bulgaarse tsarenrijk weer terug van weggeweest was. De Bulgaarse koningen zouden tot het einde van het koninkrijk in 1946 de titel tsaar dragen.

In dit derde deel bespreek ik de overige uitgiftes van 1914

24 februari: Cuba

Morane bij vesting El Morro

In Cuba verscheen een expressezegel (Entrega immediata). Nu was dat niet het meest bijzondere, wel was dat een vliegtuig op de afbeelding, de eerste op een officiële uitgifte (in 1912 was er al een onofficiële in Duitsland)!

Het vliegtuig in kwestie was een Morane-Saulnier, uit de Franse fabriek, opgericht door de Parijzenaar Léon Morane (1885-1918), zijn broer Robert (1886-1968) en Raymond Saulnier (1881-1964), ook uit Parijs. We zien het ‘vliegen’ voor het fort El Morro bij Havana. Officieel heet het Castillo de los Tres Reyes Magos del Morro en is in 1585 gebouwd door de Italiaanse fortenbouwer Bautista Antonelli (1547-1616), die in dienst was van Filips II. Een beroemder werk van hem is de San Pedro de la Roca bij Santiago de Cuba, dat als zelfstandig object op de Werelderfgoedlijst staat.

13 mei: Nicaragua

Kathedraal van Leon

In Nicaragua kwamen de eerste zegels uit in de veelvuldig uitgemolken serie ‘Regeringsgebouw in Managua’ en ‘Kathedraal van Leon’. Tot 1938 kwamen er tientallen zegels uit, hetzij in andere kleuren, hetzij overdrukt, al of niet als dienstzegel. Hoewel de cataloguswaarde niet hoog is, is zeker buiten Amerika de handel in deze zegels klein en ik heb er maar een beperkt aantal van.

Bovenstaande zegels gelukkig wel en we zien zodoende de beroemde kathedraal van Leon. Bij de onafhankelijkheid van Nicaragua in 1835 werd deze stad, halverwege de 17’de eeuw ontstaan, tot hoofdstad uitgeroepen, maar rivaliteit met de stad Granada maakte dat er een burgeroorlog uitbrak, in 1852 besloten met een compromis, namelijk dat Managua de hoofdstad werd.

De kathedraal, officieel de Onze-Lieve-Vrouwe-Hemelvaartskathedraal, was in die dagen nog helemaal niet zo oud: de eerste steen werd gelegd in 1747 en de bouw stond onder leiding van Diego José de Porres Esquivel (1707-1767). Hij had als opdracht een kerk te maken die bestand was tegen aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Dat had een reden: het oude Leon, de voorganger van de huidige stad, lag een kilometer of 30 verderop aan de voet van de zeer actieve vulkaan Momotombo. Een uitbarsting in 1613 zorgde ervoor dat de laatste bewoners de oude koloniale hoofdstad moesten verlaten en er slechts ruïnes overbleven (de ándere inschrijving op de WeL: Leon Viejo). De eerste publieke gebouwen (lees kerken en kloosters), verschenen zo’n 20 jaar later, maar de kathedraal vergde om bovengenoemde redenen wat meer tijd. Het resultaat mocht er zijn: zelfs bombardementen rondom de roerige politieke gebeurtenissen in het land (burgeroorlogen en revoluties) kon de kerk goed weerstaan.

De bouw duurde tot 1814 en daarmee was er weer een bisschopszetel van formaat (het oude Leon was al vanaf 1531 bisdom), die in 1860 gewijd werd. Het is het belangrijkste monument van Nicaragua, waar diverse grootheden begraven liggen, zoals de schrijver en dichter Rubén Dario (1867-1916), die als een volksheld vereerd wordt en boven alle partijen staat.

Juni: Haiti

Haiti zat in 1914 in een burgeroorlog, in februari greep generaal Oreste Zamor (1861-1915) er de macht, in oktober werd hij afgezet en in 1915 geëxecuteerd. Tijdens zijn kortstondige regering werden tientallen zegels overdrukt met zijn (afgekorte) naam GL O.Z. en de datum 7 FÉV 1914 in een kastje. Hieronder ook twee zegels met Slot Sanssouci.

Juli: Zwitserland

Jungfrau voor de Jungfrau

In Zwitserland kwam een serie van drie hoge waardes uit, 3, 5 en 10 Francs met daarop landschappen. Op de 3 staan de Mythen, een kleine bergketen bij het Vierwoudstedenmeer, de kern van het oude eedgenootschap, met de plaatsjes Schwyz en Brunnen. Op de 5 eveneens een scene aan het Vierwoudstedenmeer. Op de 10 Francs echter een oude bekende: de Jungfrau. Een mooi werkje van Eugène Grasset (1845-1917), voor wie het een van zijn laatste kunststukje was. De graveur was Jean Sprenger, over wie niet veel bekend is, behalve dat hij tot in de jaren 30 actief was.

18 september: Samoa

Na het begin van de Eerste Wereldoorlog werden de Duitse koloniën zo veel mogelijk bezet. Samoa, dat in 1900 in bezit genomen werd door de Duitsers, kwam nu onder bestuur van Nieuw-Zeeland. Het eerste wat zij deden was een aantal eigen zegels met opdruk SAMOA uitgeven. Het waren er 6 stuks, de meeste met het al verlopen portret van koning Edward VII (reeds vier jaar eerder overleden), maar ook de wat oudere Lake Wakatipu van 2 1/2 pence.

8 december: Noord-Epirus

Noord-Epirus was een kortstondige autonome republiek in het zuiden van het huidige Albanië met een overwegend Griekse bevolking. Het landje ontstond in februari 1914 in de nasleep van de Tweede Balkanoorlog en kwam alweer ten einde bij de Eerste Wereldoorlog toen Albanië onder de voet gelopen werd. Als hoofdstad gold Gjirokaster (Grieks: Argyrokastron) en de president was Georgios Christakis (1863-1920). Na de oorlog kreeg de regering in Athene het republiekje in handen, maar na de Grieks-Turkse oorlog van 1919 tot 1922 verloren de Grieken het weer. Dat bleek definitief te zijn.

In 1914 verschenen de meeste postzegels van Noord-Epirus. De eerste zegels toonden een soldaat van het Epirische leger, later werden dat de vlag, in de Griekse kleuren met een dubbelkoppige adelaar. In december, toen Griekenland de administratie claimde, verscheen de Ekstrateia-serie met Griekse opdruk.

Het is een roerig jaar, dat 1913. Een jaar later zou de Grote Oorlog uitbreken, we kennen deze nu als de Eerste Wereldoorlog. Eigenlijk was dit niet de eerste oorlog van deze soort want vanaf de 17’de eeuw waren er al oorlogen uitgevochten die een flink deel van de toen bekende wereld in beslag namen. Neem bijvoorbeeld de Spaanse Successieoorlog, die van 1702 tot 1714 duurde. Heel West-Europa, maar ook de Amerikaanse koloniën waren daarbij betrokken.

Een opmaat voor de Eerste Wereldoorlog waren de Balkanoorlogen, waarbij gevochten werd over de restanten van het Ottomaanse Rijk op de Balkan en wat er daarna bij Griekenland, Bulgarije, Servië en Montenegro zou moeten horen. De oorlog begon in oktober 1912 en negen maanden later waren de Turken aan Europese zijde teruggedreven tot de grenzen zoals ze nu nog ongeveer zijn. De overwinnende partijen leken tevreden te zijn met de uitkomst en uit de puinhopen kon zelfs een nieuw land ontstaan: Albanië, terwijl een groep eilanden in de Egeïsche Zee deels onder Grieks, deels onder Italiaans bestuur kwam.

Na de Vrede van Londen bleven echter met name Griekenland en Servië met een slecht gevoel achter met betrekking tot Macedonië, waar beide landen historisch gezien aanspraak op meenden te moeten maken. Alleen was het gebied niet bij hen terecht gekomen, maar bij Bulgarije, wat het grootste van de Balkanlanden was geworden. Reden om de Bulgaren daar met militaire middelen op te wijzen. Na opnieuw zes weken strijd leverde Bulgarije mokkend een groot deel van Macedonië in, zodat de verhoudingen enigszins eerlijker verdeeld leken.

We naderen de 400 zegels in 1913, wanneer er 24 bijgeteld kunnen worden. Aan een deel daarvan kun je zien dat ze in een oorlogssituatie zijn uitgegeven. Dit gaat, voor zover het Werelderfgoed betreft, om een Griekse serie en om een serie van de kortstondige onafhankelijke staat Samos. Maar ook is er het een en ander dat in vreedzamer omstandigheden werd uitgegeven. Daaraan besteed ik het eerste deel.

In Haïti kwam de serie van 1906 nog eens uit, maar dan in andere kleuren. De 4 centimes was nu in olijfgroen in plaats van rood.

De tweede uitgifte was de laatste vooroorlogse serie van Rusland. Deze werd uitgegeven ter viering van de 300ste verjaardag van de Romanov-dynastie en telde 17 zegels. Die met waardes onder de 1 roebel toonden de tronies van de meest vooraanstaande tsaren en tsarina’s die sinds 1613 aan de macht waren geweest, een aantal kortstondige ‘tussentsaren’ kwam hierbij niet aan bod. De serie werd overdrukt uitgegeven voor de Russische postkantoren in het zieltogende Ottomaanse Rijk.

Op de 1 roebel vinden we het Kremlin in Moskou. Het wordt bijna voluit in beeld gebracht vanaf het zuidoosten en vanuit dat oogpunt zijn vooral de religieuze gebouwen goed te zien, merendeels ontstaan in de periode 1475-1525, de tijd dat het grootvorstendom Moskou op zijn hoogtepunt zou komen onder Ivan III en Vassili III. Een kremlin (letterlijk: versterkte stad) was er al vanaf de 11’de eeuw.

Het begint links met het Grote Kremlin Paleis, een relatief jong gebouw binnen het ensemble. Het werd als Moskouse residentie voor de tsaar gebouwd tussen 1838 en 1849 onder leiding van Konstantin Thon (1794-1881), in zijn tijd de voornaamste Russische architect, die met name kerken bouwde. Tegenwoordig is het de residentie van de president.

Zoals gezegd vooral veel religieuze gebouwen van rond 1500. Direct naast het paleis de kleine Maria Verkondiging-kathedraal, een privékapel van de tsaren uit 1489. Ernaast staat de iets grotere kathedraal van de Aartsengel Michael, die in 1508 voltooid werd op de plattegrond van een kerk uit 1333. In deze kathedraal werden vóór Peter de Grote bijna alle tsaren en grootvorsten begraven.

In dezelfde tijd kwam de klokkentoren van Ivan de Grote gereed. Deze torent met zijn 81 meter overal bovenuit, hoewel de oorspronkelijke hoogte slechts 60 meter was. De naam heeft hij van de tijdens de bouw overleden grootvorst Ivan III (1440-1505), maar hier was al eerder een kerk gewijd aan Johannes (Russisch: Ivan) Klimakos, een in de orthodoxe kerk vereerde heilige.

Voor het overige zien we nog de torentjes van de Maria-Ontslapeniskathedraal uit 1479 en de kerk van de Twaalf Apostelen. In de eerste werden alle tsaren gekroond en worden de patriarchen en metropolieten van de Russisch-orthodoxe kerk begraven. De andere kerk kwam halverwege de 17’de eeuw tot stand, samen met een paleis dat dient als residentie van diezelfde patriarchen.

Het geheel wordt afgesloten met de ommuring en een aantal van de verdedigingstorens, die al of niet fraaie namen hebben. In de Sovjettijd werd vooral de vierkante Spasskaya (‘verlosser’)-toren afgebeeld, maar hier gaat het om de hoektoren, de Beklemishevskaya, genoemd naar een verder onbekend gebleven bojaar. Hij staat ook wel bekend als de Moskou-rivier-toren en stamt uit 1489 met een torenspits van 1680.

De 2 roebel is gewijd aan het Winterpaleis in Sint-Petersburg. We zien het van de kant van de Neva, waar ook – in 2002 in ieder geval – de ingang was van het Hermitagemuseum. De leeuw op de sokkel heeft plaats moeten maken voor het moderne verkeer op de Dvortsovaya Naberezhnaya, wat Google Maps vertaalt naar ‘Palace Embankment’. Dit paleis werd gebouwd in opdracht van tsarina Elisabeth I, dochter van Peter de Grote. Zij was de heerseres van Rusland van 1741 tot haar dood in 1761 en staat geportretteerd op de 50 kopeken van de serie. Ze zou de voltooiing van het door de Italiaan in Russische dienst Bartolomeo Rastrelli (1700-1773) ontworpen paleis met 1500 kamers niet meer meemaken, want dat gebeurde in 1762. Toen was de kleinzoon van Peter de Grote als Peter III op de tsarentroon gekomen, maar die werd volkomen gedomineerd door zijn echtgenote Catharina: na Peters mysterieuze en waarschijnlijk door Catharina veroorzaakte overlijden bleef deze de rest van de eeuw de touwtjes stevig in handen houden. Enfin, het was niet de eerste smet op de Russische dynastie en het zou zeker ook niet de laatste zijn. Het Winterpaleis zou in de geschiedenis van de Romanovs een prominente maar vaak ook duistere rol blijven vervullen.

Het Winterpaleis zoals we het kennen was niet de eerste versie maar de vierde. In 1703 had Peter de Grote de stad gesticht, om toegang te hebben op de Oostzee, maar ook als provocatie naar Zweden, welk land hij graag verving als belangrijke macht in het gebied. Hierom werd tussen 1700 en 1721 de Grote Noordse Oorlog uitgevochten, in dezelfde tijd als de Spaanse Successieoorlog dus. De Zweden waren de eerste jaren oppermachtig, maar in 1709 keerde het tij en kregen de Russen de overhand: ze lokten door de beruchte tactiek van de verschroeide aarde de Zweedse koning Karel XII zover zuidelijk dat toen het te laat was deze zijn toevlucht in het Ottomaanse Rijk moest zoeken.

Peter begon in zijn nieuwe stad eenvoudig in een houten huisje van het model zoals waar hij eerder woonde in Zaandam. Het is net als de Zaanse evenknie nog te bezichtigen. Van hieruit kon hij de bouw van het Petrus-en-Paulusfort overzien. Pas in 1711 was zijn eerste echte Winterpaleis klaar. De tsaar was niet gauw tevreden, versie 2 kwam na een grondige verbouwing van versie 1 klaar in 1721. Hier stierf Peter in 1725, maar zijn echtgenote Catharina I nam het stokje over en al in 1727 resulteerde dit in versie 3.

Het had niet veel gescheeld of in 1837 moest er ook een versie 5 komen, omdat door een brand het totale interieur vernietigd werd. De kunstcollectie, grotendeels door Catharina de Grote bijeengebracht, kon gelukkig behouden worden en zou in 1852 voor het publiek geopend worden in de naastgelegen Hermitage.

De laatste tsaar die het Winterpaleis als residentie gebruikte was Alexander II, vermoord in 1881. Zijn opvolgers Alexander III en Nicolaas II gebruikten het alleen nog als werkpaleis en voor speciale gelegenheden. Dit bleef zo tot het einde in 1917. Na de Oktoberrevolutie bestemden de nieuwe leiders het complex als uitbreiding van de kunstcollectie van de Hermitage. Dat ging niet zonder slag of stoot, want het paleis moest eerst met de nodige schade veroverd worden op de voorlopige regering van Alexander Kerenski, die plaatsgenomen had in een vleugel van het gebouw.

In het andere deel van 1913 ga ik in op uitgiften van Griekenland en het Ottomaanse Rijk.

8 september 2014 was een dag die de filatelistische wereld nog lang zal heugen. Conservatieve verzamelaars uit meestal confessionele hoek konden het niet waarderen, de progressieve kant vond het wel mooi: het Finse velletje gewijd aan het werk van de kunstenaar Tom of Finland (1920-1991), die gespecialiseerd was in homo-erotische kunst, stoere mannen met leer en petten en zo. Was dat nou de eerste keer dat zoiets op een postzegel kwam? Vrouwelijk naakt was al lang bekend. In 1930 zette Spanje pontificaal de Naakte Maya van Francisco Goya op een postzegel en ook een land als Roemenië wist er rond 1970 wel raad mee. Mannelijk naakt was er in symbolische zin al wel in de 19’de eeuw, zie bijvoorbeeld mijn stukje over Paix et Commerce. Maar een stel naakt worstelende mannen, daarmee had Griekenland de primeur.

De serie van 14 zegels, uitgegeven op 25 maart (oude stijl) was gewijd aan de Olympische Spelen van 1906 in Athene. In 1900 en 1904 hadden Parijs en St. Louis Olympische Spelen gehouden, gekoppeld aan een Wereldtentoonstelling. De Grieken wilden gewoon weer terug naar de sport en organiseerden in 1906 een kortdurend sportevenement van slechts 12 dagen en het was de bedoeling dat naast de grote Spelen in ieder tussenjaar er kleine Spelen kwamen, maar in 1910 kreeg Griekenland de organisatie niet rond, mede door de oorlogsdreiging op de Balkan, waarna het plan verder geschrapt werd. Bovendien maakte Londen in 1908 er ook een puur sportfestijn van, zonder de toeters en bellen van een Wereldtentoonstelling.

Op alle zegels zien we afbeeldingen uit de klassieke Griekse mythologie. De worstelaars zijn dan ook niet zomaar worstelaars, maar mythologische figuren. De Michelcatalogus noemt ze Herakles en Antaios, maar dat lijkt me sterk. Antaios was immers een reus, die nimmer verslagen kon worden en de enige die het wel lukte was Herakles, die ontdekte dat Antaios alleen maar sterk was als hij in verbinding met Moeder Aarde stond. Door hem op te tillen verloor hij het contact en was dus hulpeloos. Dit zien we niet op deze zegel gebeuren.

De mannen vechten aan de voet van de Akropolis van Athene, reden waarom hij in de collectie thuis hoort. De Akropolis had al in 1300 v.Chr. een nederzetting, maar de beroemde bouwwerken zoals het Parthenon en het Erechteion werden opgericht in de 5’de eeuw v.Chr. Ze werden in 1987 als nummer 404 ingeschreven op de lijst.

Op 28 juli was het de beurt aan Haïti. Hier kwam een serie van 13 waarden uit voor gebruik op post naar het buitenland. De onderwerpen waren een aantal highlights van Port-au-Prince, een portret van regerend president Nord-Alexis (1820-1910) en het staatswapen. Op de 4 Centimes de Piastre komen we het enige werelderfgoed van Haïti tegen, namelijk slot Sans-Souci, in 1982 als nummer 180 ingeschreven.

Sans-Souci is nog niet heel oud. Het werd tussen 1810 en 1813, kort na de onafhankelijkheid van Haïti, gebouwd in opdracht van Henri Christophe. Hij was het tweede staatshoofd van het land en de enige die zich koning noemde als Henri I, voordat in 1820 een republikeinse staatsvorm gekozen werd, die in 1849 voor 10 jaar onderbroken werd door een keizerrijk. Sans-Souci was een van de vele bouwwerken die in zijn tijd verrezen, maar in dit geval moest het wel paleizen als Versailles, Schönbrunn en de naamgenoot in Potsdam naar de kroon steken. Het verrees op de plaats van een plantage waar Christophe eerder de scepter zwaaide. In 1820 pleegde hij er zelfmoord, waarna de republiek werd uitgeroepen. In 1842 werd het eens zo roemruchte paleis getroffen door een zware aardbeving en is sinds die tijd een ruïne.

Voor het laatste nieuwe onderwerp gaan we naar Bosnië-Hercegovina, dat sinds 1879 bezet was door Oostenrijk-Hongarije en in 1908 zelfs geannexeerd werd. Tot 1906 verschenen er postzegels met wapenschilden om aan te geven wie er de baas was, maar op 1 november kwam daar verandering in met een serie van 16 verschillende plaatjes van landschappen, stadsgezichten, postale vervoermiddelen als een pakezel, een postkoets en zelfs een postauto (als ik het wel heb de eerste auto ooit op een postzegel!), terwijl de hoogste waarde van 5 kronen gereserveerd was voor keizer Franz-Josef II.

Op de 2 en de 20 heller zien we twee verschillende afbeeldingen van Mostar. Op de 2 heller kijken we op de stad vanaf de zuidzijde en over de rivier de Neretva en zien daarmee het grootste deel van de oude moslimstad, op de 20 staan we een stuk dichter bij de brug.

De Stari Most in kwestie werd in 1566 voltooid en verving een ouder houten exemplaar. Vers op het netvlies van velen staan de beelden uit de herfst van 1993 toen de brug verwoest werd door…, ja door wie eigenlijk? De moslims (Bosniakken) gaven de Kroaten de schuld en andersom. De waarheid ligt ergens in het midden en dan iets aan de Kroatische kant volgens de laatste berichten. In 2001 startte de herbouw, in 2004 werd de brug feestelijk heropend en in 2005 volgde inschrijving op de Werelderfgoedlijst als nummer 946. Mostar is nu weer het vredige toeristenstadje van weleer al heerst er nog steeds een psychologische scheiding tussen de katholieke Kroaten en de islamitische Bosniërs, die elk in hun eigen deel van de stad wonen. Het jaarlijkse brugspringen, een heldhaftige toer die je vanaf 20 meter hoog in de koude Neretva brengt is in ieder geval weer in ere hersteld en is nog altijd het grootste evenement in Mostar.