Voor de rest van 1902 volgden er nog drie uitgiftes van belang. De eerste daarvan was op 25 februari in de Dominicaanse Republiek. Hier kwam een serie van zeven uit voor de 400’ste verjaardag van de stichting van Santo Domingo, de oudste koloniale stad van het net door Columbus ontdekte Amerika. Op zes van de zegels staan de drie bekendste helden van de republiek, Francisco del Rosario Sanchez (1817-1865), Juan Pablo Duarte (1813-1876) en Ramón Matías Mella (1816-1864), die alle een rol gespeeld hebben bij de definitieve onafhankelijkheid in 1844, toen de Haïtianen het hele eiland Hispaniola onder controle hadden.

De zegel van 50 centavos toont het fort van Santo Domingo, tegenwoordig Fortaleza Ozama geheten. Dit fort wordt gezien als eerste Europese fort in Amerika, waaromheen de stad is gebouwd. De bouw duurde van 1502 tot 1508 en stond onder leiding van Nicolás de Ovando (1460-1511), die in 1502 uit Spanje was gekomen om de Spaanse koloniën te leiden. Het fort ligt aan de monding van de rivier de Ozama, waar het zijn naam aan ontleent. Door die ligging werkte het uitstekend om stad en achterland te beschermen tegen andere ‘belangstellenden’ zoals piraten. Het fort heeft nog tot in de jaren 60 van de vorige eeuw een militaire functie gehad en ook was het eeuwenlang een gevangenis, met als eerste beroemde gevangene Columbus zelf. Tijdens zijn gouverneurschap kreeg hij het steeds vaker aan de stok met andere kolonisten en dat leidde ertoe dat de grote ontdekker op valse beschuldigingen opgesloten werd. Dankzij een bevel van het Spaanse koningspaar, Ferdinand en Isabella, kwam hij weer vrij, en als hij maar beloofde geen stap meer op Hispaniola te zetten kon hij in een landhuis in Andalusië van zijn pensioen gaan genieten. Columbus was daar niet tevreden mee, hij moest en zou nog eens terug naar Amerika, nog steeds in de hoop een doorgang naar Azië te vinden. In 1502 kreeg hij zijn zin. Tijdens de reis worden Honduras, Panama en Jamaica ontdekt, maar verder wordt het één grote ramp en op Hispaniola is hij definitief niet meer welkom… Als een van de weinig overlevenden bereikt Columbus Spanje weer in 1505, maar hij is te oud en te zwak om van zijn pensioen te genieten en sterft een jaar later.

Op 1 maart was er een laatste aanvullende waarde van de serie ‘Staande Hoop voor de Tafelbaai’ in Kaap de Goede Hoop. Dit was een 3 pence in de kleur roodlila. In 1904 zouden de laatste zegels van de kolonie verschijnen, portretten van de nieuwe koning Edward VII.

Op 15 december een nieuw gebied op de lijst: het West-Indische eiland Saint-Lucia, gelegen in de zuidelijke Bovenwindse eilanden, tussen Martinique in het noorden en Saint-Vincent in het zuiden. Het eiland vierde dat het in 1502 vierhonderd jaar eerder ontdekt was. Wie dat op zijn naam heeft is niet bekend, de datum van 13 december 1502 wordt aangehouden voor de landing van een groepje Franse schipbreukelingen, maar mogelijk dat Columbus er ook al was tijdens zijn eerste reis. In 1511 werd het voor de Spaanse kroon opgeëist, maar in de 17’de en 18’de eeuw was het een speelbal tussen Engeland en Frankrijk. Pas na de nederlaag van Napoleon in 1814 werd Saint-Lucia definitief Brits. Sinds 1979 is het eiland onafhankelijk.

Er staan drie vergelijkbare eilanden op de Werelderfgoedlijst om dezelfde reden. Het gaat om Dominica, Saint-Lucia en Réunion, niet toevallig eilanden met een Franse geschiedenis. Ze zijn alle drie behept met zogenaamde ‘pitons’, spitse bergpluggen – het Franse woord piton betekent plug – als resten van vulkanen. Die van Saint-Lucia bevinden zich voor de kust, een grote Gros Piton van 786 meter hoog en een niet veel kleinere Petit Piton van 739 meter hoog. Over niet te lange tijd komen de andere twee eilanden ook aan de beurt, Dominica zelfs al in 1903, maar daarover dus volgende keer.

Het jaar 1900 telde totaal 16 zegels. Nieuwe landen of onderwerpen zaten er niet bij.

De Mexicaanse zegel met de kathedraal van Mexico-Stad kwam er met met de andere zegels van de serie van 1899 met overdruk OFICIAL en werd zodoende als dienstzegel gebruikt. De opdrukken werden tot 1910 met een handstempel aangebracht en zijn vaak slecht leesbaar. Pas in 1910 werden boekdrukoverdrukken toegepast.

Kaap de Goede Hoop kwam met een nieuw ontwerp Tafelberg, deze keer zonder de Hoop, maar wel met het wapen van de kolonie die diep in de Tweede Boerenoorlog verwikkeld was. Wel een aardig ontwerpje, met een stoomschip in de Tafelbaai.

In de Dominicaanse Republiek verschenen een tweetal Columbuszegels uit de serie 1899 opnieuw, maar dan in zeer kleine waardes van 1/4 en 1/2 centavo. Het betreft de zegel met de graftombe in de kathedraal en die met de bijeenkomst in Salamanca.

Griekenland hield opruiming met een serie waardeopdrukken. De meeste kwamen op de bekende Hermeskopjes, maar ook de Olympische serie van 1896 werd geraakt. De 1 Drachme kreeg een waarde van 5 Lepta mee en de 10 Drachme werd uitverkocht voor 2 Drachme. Net als de originele zegels moeilijk te vinden en duur.

Brazilië bracht een nieuwe zegel van 50 Reis in de kleur groen uit. Net als de originele zegels staan de zegelbeelden zeer dicht bij elkaar, zoals goed op de foto te zien is. Je ziet dus altijd wel een stukje van het volgende zegel.

Ook in Soedan verscheen een dienstzegel. De eerste zegels hebben een doorsteek van de letters SG. In 1900 was dat in een van de Piramidezegels die in 1897 met opdruk verschenen waren. Vanaf 1902 werden opdrukken OSGS toegepast, maar uitsluitend op de zegels met de kameelruiter.

Nieuw-Zeeland bracht enkele van de ‘First Pictorials’ uit in gewijzigde kleuren. Daaronder waren de 1/2 penny met Mt. Cook, nu in groen en de 2 pence met Pembroke Peak in lila. De zegels hadden een grove tanding, net als de uitgifte 1899 en een watermerk NZ ster met dubbele lijnen (dit werd in 1901 vervangen door enkele lijnen. Ik meende de twee zegels al te hebben, maar inmiddels ben ik er weer naar op zoek, want ik had de verkeerde. Geen plaatjes dus voorlopig…

De rest van het nieuws kwam uit de Tweede Boerenoorlog. Op 23 maart kwamen de eerste bezettingszegels uit Mafeking, het huidige Mahikeng aan de grens met Botswana. De belegering van Mafeking door de Boeren was in oktober 1899 begonnen en duurde zo’n zeven maanden, voordat de Britten onder commando van een zekere kolonel Robert Baden-Powell (jazeker, degene die in 1907 de scouting oprichtte), het stadje ontzette. Dit was een keerpunt in de oorlog, waarin tot dan toe de Boeren het voor het zeggen hadden. De zegels, de eerder besproken 1/2 en 1 penny van de Tafelberg met daarvoor de Hoop, werden, naast andere zegels van Kaap de Goede Hoop en ook van Brits Betshuanaland (nu Botswana), overdrukt met de tekst MAFEKING BESIEGED en een nieuwe waarde van respectievelijk 1 penny en 3 pence. Prijzig en slecht te vinden. Overigens kwamen er in Mafeking in april twee provisorische zegels uit met ieder een ‘first’, een 1 penny met een koerier op een rijwiel en de 3 met het portret van Baden-Powell. Dit waren dus de eerste fiets en de eerste levende militair ooit op een postzegel. Baden Powell zou na zijn dood, als zijnde oprichter van de scouting, nog honderden keren geportretteerd worden

Een andere bezettingsuitgave op dezelfde twee zegels verscheen in augustus. Deze kwamen uit Schweizer Reneke, een klein plaatsje in het toenmalige Transvaal, 50 kilometer van het vorige keer besproken Vryburg. Het was in 1888 gesticht door een zekere Schweizer en een zekere Reyneke wat de naam verklaart. Vanaf 19 augustus begon de Boerse belegering en de inwoners wisten het hoe dan ook tot in januari 1901 vol te houden. Het is maar een klein verhaal, want de Britten waren nog vol van de ontzetting van Mafeking, en ook de vorderingen in Kimberley en Ladysmith werden op de voet gevolgd. Maar toch postzegels met een eenvoudige verticale handstempel BESIEGED op de twee zegels van de Kaap en een viertal van Transvaal zelf. Nog onbetaalbaarder dan die van Mafeking.

Dat geldt niet voor wederom dezelfde zegels, maar nu met opdruk ORANGE RIVER COLONY. Deze verschenen vanaf augustus in de inmiddels gepacificeerde Oranjevrijstaat. Naast deze twee was er ook een 2 1/2 pence, uit de andere bekende Kaapse serie ‘Zittende Hoop’.

 

In 1899 nam het aantal uitgiften alweer toe tot 23, ik heb er slechts drie van, maar omdat er twee nieuwe onderwerpen bij zitten splits ik het jaar toch op.

Het jaar begon in Cuba met het standbeeld van Columbus in de hoofdstad Havana. Het bevindt zich in de binnentuin van het Palacio de los Capitanes Generales, een gebouw uit 1776 in het hartje van het oude centrum van de stad. Aanvankelijk stond er een kerk, maar de toenmalige gouverneur van Cuba, Felipe de Fondesviela y Ondeano, vond dat het centrum wat meer grandeur uit mocht stralen met een Plaza de Armas zoals in meer Latijns-Amerikaanse koloniale steden en een mooi nieuw regeringscentrum. Een regeringsgebouw waardig werden de stenen uit Málaga gehaald, het ijzerwerk uit Bilbao en marmer uit Genua.

Tot de overdracht in 1898 was het de residentie van de Spaanse gouverneurs en daarna tot 1902 van de Amerikaanse. Tot 1920 was het presidentieel paleis en daarna tot 1967 waren er overheidskantoren. Sinds 1968 is het stadsmuseum.

Het witmarmeren beeldje van Columbus op de binnenplaats werd er in 1862 neergezet en diende in 1899 als onderwerp van de eerste postzegel van het nieuwe Cuba, na het wegtrekken van de Spaanse overheersers. De Amerikaanse invloed van het ontwerp is duidelijk zichtbaar. In 1905 zou er een kleine wijziging in de tekening uitgebracht worden.

Noord-Borneo bracht een serie waardeopdrukken uit op de lopende plaatjeszegels. Er waren namelijk nog geen zegels van 4 cents, dus bedacht men dat iedere bekende zegel een opdruk in precies die waarde moest krijgen. Ook de 18 cents kon dat lot niet ontlopen.

De Dominicaanse Republiek deed voor het eerst mee. Na bijna 35 jaar wapenzegels uitgegeven te hebben werd er nu aandacht besteed aan de oprichting van een Columbus-mausoleum in de kathedraal van Santo Domingo. Er werden 9 zegels uitgegeven die gewijd waren aan de eerste ontdekkingsreizen in het Caribisch gebied. Op de 5 centavos vinden we het grafmonument in de kathedraal. Daarboven staat de Española die waakt over het gebeente van de grote ontdekkingsreiziger. Zij staat op de 10 centavos. Op de 1 peso zien we Columbus in het klooster van Salamanca, waar hij zijn plannen uiteenzet voor een publiek van geleerden, dat was al in 1486, en ze zagen niets in het plan. Ten slotte op de hoogste waarde van 2 pesos het complete grafmonument. Overigens werden vanaf de jaren 30 plannen gemaakt om Columbus een nieuw mausoleum te geven. Het ontwerp daarvan is op veel Latijns-Amerikaanse postzegels te zien, maar door politieke wanorde en een tekort aan financiën begon de bouw in 1986 pas, om net op tijd voor de 500’ste herdenkingsdag geopend te worden. Het grafmonument is erheen verplaatst, dus niet meer te zien in de kathedraal. Voor wat de zegels betreft, alleen de Peso-waarden zijn wat duurder, maar even goed kom ik de goedkope ook niet tegen.

In Bolivia kwam er op 18 april een serie van vijf uit met opdrukken E.F. 1899 in een kastje. E.F. moet gelezen worden als Emisión Fiscal. Het waren dus feitelijk belastingzegels of frankeerzegels die als zodanig gebruikt konden worden. Ik denk vergelijkbaar met de Postage & Revenue in de Britse gebieden. De zegels zijn niet perse duur, maar wel moeilijk te krijgen.

De druk van de vorige keer besproken zegels van Nieuw-Zeeland verplaatste van Waterlow in Londen naar de regeringsdrukkerij in Wellington. Er zijn wat verschillen te zien, maar de grootste verandering is de tanding: de nieuwe oplage heeft de grove tanding 11, de zegels van 1898 hebben meestal 14, maar varieert van 12 tot 16. De zegel van 4 pence droeg nu de afbeelding en kleur van de 1 penny van het vorige jaar.