1916 was een niet al te ingewikkeld jaar met slechts 24 nieuwe zegels, waarvan er 6 in de collectie zitten. Weer veel opdrukken, maar ook een enkel nieuw onderwerp.

Zwitserland

512

In Zwitserland begon het met het opdrukkencircus van het jaar: de portzegel van 3 rappen uit 1910 werd grondig overdrukt met een rode stralenkrans en daaroverheen een zwarte 5 zodat die 3 écht níet meer te zien is.

Februari – Bolivia

515

Bolivia kwam met een serie van 5 nieuwe langlopende frankeerzegels in kleinere waardes. Op de 1/2 centavo vinden we een nieuw onderwerp: een monoliet uit oude hoofdstad van het Tiwanaku-rijk, dat een belangrijke voorloper was van het Incarijk, dat in de 13’de eeuw ontstond. Tiwanaku bestond naar de nieuwste inzichten vanaf ongeveer 100 tot 1000, hoewel vroegere historici het aanzienlijk ouder ingeschat hebben. Van vóór onze jaartelling zijn er echter geen sporen aangetroffen, wat het zeer onwaarschijnlijk maakt dat Tiwanaku toen al bestond,of tenminste belangrijk was. Centraal in de hoofdstad, waar op het hoogtepunt mogelijk 70.000 mensen gewoond hebben, ligt de Kalasasaya, een vierkant tempelplein, waar de monolieten zoals op de postzegel te zien zijn. In de wanden vind je allerlei kopjes van soms voor Boliviaanse begrippen exotische figuren, waarmee de gids, die mij er in 1998 rondleidde, wilde zeggen dat de oude bewoners al lang wisten dat er meer was dan de lokale wereld om hen heen, iets waar tot op de dag van vandaag over gespeculeerd wordt.

Ook bijzonder is de Zonnepoort, waar rond 24 juni het traditionele nieuwjaarsfeest van de Aymara gevierd wordt. De Aymara zijn een oude etnische groep, die voor ongeveer 20% deel uitmaakt van de Boliviaanse bevolking. Op de Zonnepoort kom ik later terug.

516

De 1 centavo laat een bekende zien, maar nu voor echt, want tot 1917 zien we de Cerro Rico alleen nog als onderdeel van het wapenschild.

De overblijvende waardes zijn de

  • 2 centavos: het Titicacameer, een door de Inca’s heilig genoemd meer in het grensgebied van Bolivia en Peru.
  • 5 centavos: de Illimani, een uitgedoofde vulkaan van 6438 meter, die vanuit La Paz goed te zien is.
  • 10 centavos: het regeringsgebouw in La Paz, de politieke en administratieve hoofdstad van Bolivia. Het land kent twee hoofdsteden: Sucre is de wettelijke hoofdstad van het land. Dit is ongeveer vergelijkbaar met Nederland, al zal niemand Den Haag hoofdstad noemen…

15 februari – Tunesië

Ook Tunesië ontkwam er als Franse kolonie niet aan om toeslagopdrukken voor het Rode Kruis te drukken. Het betrof de 5 centimes met de Grote Moskee van Kairoun uit 1906. Opmerkelijk is dat de zegelwaarde onder twee dikke rode opdrukstrepen verdwenen is. De zegel heeft dus officieel geen frankeerwaarde, maar werd wel voor 5 centimes verkocht.

Op 7 augustus verschenen de waarden vanaf 15 centimes van dezelfde serie met soortgelijke opdrukken, maar hier betrof het wel een echte toeslagwaarde, in dit geval van 10 centimes. De franc-waardes met de Carthaagse galei ontkwamen er ook niet aan, maar met name de 2 en de 5 francs zijn voor de grotere portemonnee.

20 maart – Mexico

Het opdrukken van Mexicaanse zegels ging ook gewoon door: nu betrof het de tekst G.P. DE M. (Gobierno Provisional de Mexico) in een langwerpig rozet. De Granadistas-zegel van 1910 hoorde er ook bij, net als een al eerder overdrukt exemplaar uit 1914. Ook een tweetal als dienstzegels eerder overdrukte zegels werden nog eens onderhanden genomen. Prijzig spul…

April – Réunion

520

In 1915 had Réunion al twee toeslagzegels voor het Rode Kruis uitgegeven, maar kennelijk bevielen de opdrukken niet of was de voorraad gauw uitgeput. In ieder geval was dit de derde en laatste versie

20 augustus – Hedjaz

534

Voor Saoedi-Arabië gestalte kreeg in 1932 waren er twee voorgangers. Het eerste was het koninkrijk Hedjaz, dat bestond tussen 1916 en 1925. In de volgende periode was dit veroverd door het sultanaat Nedjd (dat nimmer postzegels uitgaf) en ging het verder als het koninkrijk Nedjd en Hedjaz onder leiding van koning Ibn Saoed (1875-1953). Na nog wat veroveringen kreeg het land zijn huidige vorm en werd omgedopt tot Saoed-Arabië.

Hedjaz gaf 111 postzegels uit vanaf het begin in 1916, meestal ornamenten in de stijl zoals hierboven te zien en ontleend aan moskeeën in de Arabische wereld. De getoonde zegel toont ornamenten van de toegang van de El-Salih-Talay-moskee in het historische centrum van Cairo. Een andere zegel laat een ornament zien van een koran uit een andere moskee, die van Sultan Barquq, ook in Cairo.

Op 23 december kwamen dezelfde zegels nog een keer uit, maar dan in doorsteek, zoals afgebeeld. De eerste zegels waren getand.

16 september – Turkije

527

Turkije was in de Eerste Wereldoorlog kampioen opdrukken. In 1916 werd een groot deel van de voorgaande uitgiften sinds 1892 overdrukt. Ook de Edirne-zegels (én de port-opdrukken) ontkwamen niet aan de opdruk van een liggende maansikkel met het Arabische jaartal 1332 en een ster. Overigens was het al 1334 volgens de lopende kalender.

1 september – Dominica

Zoals de Franse gebieden allemaal één of meerdere opdrukken voor het Rode Kruis hadden, kregen vele lopende zegels van de Britse koloniën een opdruk ‘WAR TAX’ om de oorlogsinspanningen van het moederrijk te financieren. De zegel van Dominica van 1916 heb ik niet maar een latere uitgifte uit 1918 wel.

1917 gaat weer in twee delen, maar daarover later deze maand meer.

Dominica gaf in 1908 de derde versie van zijn serie Gezicht op Roseau uit. Deze keer in andere kleuren, die in de catalogus worden omschreven als Nyasakleuren. Wat hiermee bedoeld wordt is niet helemaal duidelijk, zeker gezien de afstand tussen het West-Indische eiland en de toenmalige Britse kolonie in zuidelijk Afrika, die we nu kennen als Malawi. Nyasaland gaf pas eerst in 1908 postzegels uit, wel in dezelfde kleurstelling.

Maar goed, een geluk bij een ongeluk: de verkrijgbaarheid is iets hoger en zowaar: ik heb er een! Deze zegel is meestal wel voor hooguit een paar dubbeltjes te vinden, maar toch.

Net zoals St. Lucia en Réunion is Dominica op de werelderfgoedlijst gezet vanwege zijn pitons. Dat gebeurde in 1997 onder nummer 814 en daarmee was dit eiland de eerste (St. Lucia volgde in 2004, Réunion in 2010). Officieel heet het park Morne Trois Pitons en het werd geopend in 1975. Prominent op de zegel is Watt Mountain (alias Morne Watt) te zien, met 1224 meter de derde hoogste berg van Dominica. De hoogste, Morne Diablotin, ligt buiten het park op het noorden van het eiland, terwijl de Morne Trois Pitons, waar het park naar vernoemd is, niet zichtbaar is, tenzij dat de verhoging is aan de linkerkant van het zegelbeeld. Nabij Morne Watt vind je twee bijzondere aandachttrekkers: het zogenaamde Boiling Lake, waar het water constant tegen het kookpunt is en dodelijke vulkanische gassen af en toe opstijgen. Het werd voor het eerst gezien door buitenstaanders in 1875, toen een zekere Edmund Watt (ja die…) onderzoek deed in het gebied. Vlakbij Boiling Lake ligt de Valley of Desolation, prachtig, maar zonder gedegen voorbereiding kan een bezoek dodelijk uitpakken.

Zanzibar was in 1908 vrij nieuw in de postzegelwereld, in 1895 kwamen de eerste zegels uit, zegels van India en Brits Oost-Afrika met opdruk, in 1896 gevolgd door het portret van de regerende sultan. In 1908 was dat Ali bin Hamoud (1884-1918). De hogere waardes tonen het sultanspaleis in Stone Town, maar deze rupeewaardes, 7 stuks maar liefst, werden slechts in kleine oplages uitgegeven, grotendeels voor fiscale doeleinden gebruikt en zijn voor de gewone portemonnee onbetaalbaar.

Op 14 juli gaf Brazilië twee zegels uit voor verschillende doeleinden. De eerste, hier rechts te zien, vierde het eeuwfeest van het openstellen van de Braziliaanse havens voor niet-Portugese schepen. De opening van de havens hield ook nauw verband met het verhuizen van het Portugese hof naar Rio vanwege de oorlog op het Iberisch schiereiland, wat in november 1807 plaatsvond. Napoleon zou op 1 december van dat jaar Lissabon bezetten, dus ze waren maar net op tijd weg en zouden er deels tot 1821 blijven, toen Brazilië als keizerrijk onder Pedro I verder zou gaan en Portugal Maria II als koningin kreeg.

Dat een en ander groots gevierd werd blijkt wel uit de enorme hoeveelheid informatie die op de zegel te zien is en voornamelijk allegorisch van aard is. Naast landsnaam, waarde-inschrift en jaartallen zien we de portretten van koning Carlos I en president Afonso Pena. Wat de eerste betreft: de koning was niet op de viering aanwezig en zelfs op het moment van uitgifte van de zegel geen koning meer, aangezien hij op 1 februari 1908 in een republikeinse poging tot een coup werd vermoord. Ook Pena zou het niet lang meer maken, hij overleed op 14 juni 1909, 61 jaar oud, in het harnas.

Links en rechts staan de wapenschilden van Portugal en Brazilië. Verder zien we verpersoonlijkingen van Portugal en Brazilië in de vorm van een geharnaste conquistador en een vrouwenfiguur gehuld in een doek met sterren en iets wat lijkt op de moderne vlag met de hemelglobe waarin het Zuiderkruis een prominente plaats inneemt. Op de achtergrond voor die tijd moderne schepen, feestelijk versierd met vlaggen. En achter het laatste schip rechts, ja hoor, het is even zoeken: de Pão de Açucar.

Deze staat duidelijker in beeld op de andere zegel, uitgegeven voor de nationale tentoonstelling van Rio de Janeiro, die op 11 augustus 1908 stond te beginnen, overigens om de gebeurtenissen van een eeuw eerder nog eens te benadrukken en ook werd het eeuwfeest van de Botanische Tuinen van Rio, waar een deel van het programma werd uitgevoerd, gevierd. Het begon allemaal een maand te laat, duurde uiteindelijk tot 15 november en trok ongeveer een miljoen betalende bezoekers. Naast de – nu liggende – vrouwenfiguur zien we symbolen van industrie en welvaart.

De oudste stad van Canada is Quebec en dat vierde zijn 300-jarig bestaan in 1908. Op 16 juli verscheen een serie van 8 zegels van 1/2 tot 20 cents. De hoogste waardes zijn vrij duur. Op de zegels vooral koninklijke en kroonprinselijke portretten als mede die van Jacques Cartier, de eerste Europeaan die Canada bezocht en Samuel Champlain, die de stad stichtte. Op de 5 cents zijn residentie in Quebec en op de 10 een stadsgezicht van ongeveer 1700.

Net als in bijna alle andere Franse koloniën kwam ook Indochina met een serie lokale bezienswaardigheden. Hier werden vrouwen uit de delen van Indochina (Laos, Cambodja, Vietnam en delen van zuidelijk China) geportretteerd. Anders ging het met de portzegels. Hier maakte koloniaal ontwerper Puyplat gebruik van het bekendste erfgoed dat de kolonie rijk was: Angkor Wat in Cambodja (668, 1992). Prominent in beeld een drakenbeeld uit dit tempelcomplex. Deze drakenbeelden waren, samen met vele andere dierenbeelden, bedoeld om de westelijke toegangsbrug over de brede hoofdgracht te bewaken.

Angkor Wat, het beste te vertalen als stadstempel werd in de eerste helft van de 12’de eeuw gebouwd als een aan Vishnu gewijde hindoeïstische tempel. Dit was tijdens de regering van de Khmer-koning Suryavarman II. Na een eerste verwoesting door de Champa, de traditionele vijanden van de Khmer, werd de tempel herbouwd door Jayavarman VII. Deze was boeddhist en zo ging Angkor over van religie.

Om het complex werd een brede gracht gegraven en dat is waardoor de tempels eigenlijk door de eeuwen heen nooit ‘weg’ is geweest, zoals andere die in de loop van de tijd opgenomen werden in het oerwoud om pas bij moderne expedities weer gevonden te worden. Zodoende is Angkor Wat vele generaties in de herinnering gebleven. Reizigers uit vele landen kwamen er al vanaf de 16’de eeuw en tegenwoordig is het de grootste toeristische hotspot van de regio.

Het jaar 1907 werd het drukste tot dan toe, maar liefst 33 zegels konden bijgeschreven worden en daarvan heb ik de helft, terwijl de andere helft dan weer niet tot de mogelijkheden behoort, vrees ik. Het totaal zou de 300 overschrijden. Even ter vergelijking: bij de inventarisatie ben ik in 1954 en heb er zo’n 6300 geteld, dus in 1907 zaten we tegen de 5 % van 1954.

Dienstzegels van Egypte, tweede uitgifte

In ieder geval geen probleem is zijn de dienstzegels van Egypte die dit jaar verschenen, die heb ik dan weer allemaal. Allemaal netjes overdrukt met O.H.H.S., oftewel On His Highness’ Service, waarmee de khedive werd bedoeld, in deze jaren Abbas II (1874-1944). Abbas regeerde van 1892 tot 1914, toen hij door de Britse regering afgezet werd en vervangen door een kandidaat die de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog wél zou steunen. Ze vonden Hoessein Kamel, oom van de afgezette Abbas, en die kreeg als eerste de eretitel sultan.

Dominica kwam met een heruitgave van de serie ‘Gezicht op Roseau’ van 1903, wederom 9 stuks, aangevuld met een hoogste waarde gewijd aan koning Edward VII. Ze hadden het nieuwe watermerk ‘Kroon CA meervoud’. Evengoed zijn ze slecht te vinden en ik heb er dan ook nog geen één van. In 1908 komt er zelfs alweer een derde uitgave.

Ook een serie die niet vaak aangeboden wordt zijn de eerste dienstzegels van Nieuw-Zeeland. De bekende landschapjes werden overdrukt met een verticale opdruk OFFICIAL. De 1/2 penny en de 2 pence hebben helemaal geen moeilijke waarde, dus vreemd is het wel. de 2 en de 5 shillings liggen inderdaad niet binnen mijn bereik voorlopig.

Standbeeld van Simon Bolivar in Lima

Beter gaat het met de nieuwe serie frankeerzegels in Peru. Het gaat hier voornamelijk om portretten en standbeelden van Zuid-Amerikaanse beroemdheden, een lama en enkele gebouwen in Lima, die niet binnen de grenzen van het werelderfgoed vallen. Twee zegels horen er wel bij. De eerste is de 5 centavos met het standbeeld van Simon Bolivar, die ook hier enkele jaren president was. Dit ruiterbeeld staat op het officieuze Plaza Bolivar, want het parkje ligt tussen vier andere straten. Bolivar was hier van 1824 tot 1827 de dictator, die zowel de politieke als de militaire leiding had. In dit stuk besprak ik al zijn andere levensfeiten.

De andere zegel van belang uit de serie, van 50 centavos, laat het postkantoor zien, dat in 1907 10 jaar bestond en wat ik in 1897 al besprak. Deze zegel heb ik nog niet.

Eilandkaart van Réunion

Réunion startte in 1907 een nieuwe serie waarop de plaatselijke ‘pitons’ een plaatsje hebben. Het eiland, ook toen al nauw verbonden met het Franse moederland en nu een overzees departement met Franse postzegels, gaf al in 1851 de eerste provisorische postzegels uit en tot 1907 bestond het uitgiftebeleid uit hete gebruikelijke nieuws van Franse koloniën: een variant van de Franse Paix et Commerce en vele opdrukken. In de eerste jaren van de 20’ste eeuw veranderde dat beleid en verschenen in de vele overzeese gebieden nieuwe eigen series met eenvoudige ontwerpen. In Réunion was dat een landkaart met daarop duidelijk het reliëf aangegeven waarmee het in 2010 op de Werelderfgoedlijst als nummer 1317 werd ingeschreven. Dit betrof de waardes van 1 centime tot en met 15 centimes. In al hun eenvoud een aandachttrekker voor toeristen en het zal allicht geholpen hebben wat kapitaalkrachtiger en avontuurlijker Fransen naar het eiland te lokken.

Gezicht op St. Pierre

De tussenwaardes toonden de haven van Saint-Dénis, de hoofdplaats van het eiland, maar de hoogste waardes van 1, 2 en 5 francs tonen een blik op het aan de zuidkant van het eiland gelegen Saint-Pierre zien met op de achtergrond de vulkaan Dolomie, beter bekend als de Piton de Fournaise, de meest ruige van het eiland. Op het kaartje van de zegels hierboven kun je precies zien waar Saint-Pierre en de Fournaise liggen!

De eerste expressezegel van San Marino

De rest van de zegels van het jaar komen uit San Marino. Op 25 maart kwam er de eerste expressezegel uit. Dit soort zegels was wereldwijd sowieso een nieuwigheid *) en het is daarom verrassend dat het kleine republiekje er al zo vroeg in de geschiedenis mee kwam. Opmerkelijk aan de rechterkant de Italia met de ‘muurkroon’ (Italia Turrita), die we van vele Italiaanse naoorlogse zegels kennen en nog opmerkelijker de bijl in een pijlenbundel, in een tijd dat Mussolini nog een simpel schrijvertje van socialistische brochures was en bijna 15 jaar voordat hij de fasces tot beeldmerk van zijn eigen, al lang niet meer socialistische beweging had gemaakt. Uit alles blijkt dat de zegel vooral voor het verkeer naar Italië bedoeld was.

Uitgifte mei 1907

Ten slotte nog twee andere zegels, die op 1 mei het licht zagen in de waardes van 1 centesimo en 15 centesimi met centraal het wapenschild omringd door hulst- en eikenloof. Van dit serietje zijn twee versies. De eerste versie kwam uit Italië van het Officina Calcografica Italiana, die verantwoordelijk was voor de Italiaanse postzegelproductie in de eerste 10 jaar van de eeuw. Een tweede versie kwam van het Romeinse Tipografia Petiti, met name in de jaren 1919 tot 1923 actief

 

*) De Verenigde Staten gaven in 1888 de eerste uit, de eerste Europese expressezegel verscheen in Italië in 1903

Monte Titano 1903

In het jaar 1903 kwamen er weer 26 zegels bij, waarmee het totaal op 237 kwam. Toch waren er maar vijf landen bij betrokken, waarvan drie nieuwe en er was één nieuw erfgoed bij,

Om te beginnen gaan we naar Noord-Borneo waar de eerder met BRITISH PROTECTORATE overdrukte Kinabaluzegel, als extra opdruk POSTAGE DUE kreeg, zodat er, een beetje vreemd, BRITISH POSTAGE DUE PROTECTORATE stond. Werd hiermee de ware bedoeling van de Britten ontmaskerd? Nu, bij de 18 cents toch niet, de oorspronkelijke opdruk was in rood, de nieuwe in zwart. Overigens zijn deze portzegels lastig te vinden.

Een onder Nieuwzeelands bestuur gekomen Zuidzee-eiland gaf zijn eerste zegels uit. Dit was Aitutaki, dat formeel tot de Cook-eilanden hoort.  Let op de lokale waarde-aanduiding: deze luidt voor de 2 1/2 aldus: Rua Pene Ma Te Ava (Twee Penny En Een Half). Niue, dat in 1902 al begonnen was, volgde met opdrukken op nieuwere uitgiftes van Nieuw-Zeeland,

Uitzicht op Monte Titano (eigen foto 6-8-2007)

San Marino kwam met een opvolger van de wapenserie, nu met een tekening van Monte Titano zelf. Nog niet helemaal zoals het in werkelijkheid is, want de rookpluimen zijn gefantaseerd, maar evengoed is het al een stuk minder geromantiseerd dan de wapenschildjes. De serie bevatte 12 waardes, waarvan 11 met de Tre Penne en werd nog enkele keren herhaald met andere kleuren en/of waardes.

De laatste uitgifte die ik kort bespreek is de serie ‘Gezicht op Roseau’ die vanaf september op het Caribische eiland Dominica verscheen en wat ik vorige keer al kort aanstipte. Roseau is de hoofdplaats van het op een zondag in 1493 door Columbus ontdekte eiland. Zoals de naam Roseau doet vermoeden is ook Dominica lange tijd Frans geweest. Het ligt ook precies tussen twee nog wél Franse eilanden in: Guadeloupe en Martinique, maar is sinds 1763 Brits en sinds 1978 onafhankelijk. Het is het enige eiland waar nog zo’n 3000 van de oorspronkelijke bewoners (Cariben) wonen.

De serie Gezicht op Roseau geeft niet alleen een blik op de hoofdplaats, maar ook op het erachter liggende nationale park Morne Trois Pitons, dat met nummer 804 werd ingeschreven in 1997. De serie is 9 waardes groot en is er in vier varianten waarvan de eerste dus in 1903 verscheen. In 1907 kwam der serie uit met een nieuw watermerk en in 1908 met alle zegels in één kleur, waar de voorgangers twee kleuren hadden. In 1921 de zegels van 1908 met andermaal een nieuw watermerk. Alle zegels hebben een bovengemiddelde waarde, maar ik kan er toch een laten zien, de goedkope 1 penny van 1908 en een WAR TAX opdruk van later. In 1908 ga ik dus verder in op het Morne Trois Pitons Nationaal Park.

In 1904 komen we bij de belangrijkste Russische steden Moskou en Sint-Petersburg.