In dit derde deel bespreek ik de overige uitgiftes van 1914

24 februari: Cuba

Morane bij vesting El Morro

In Cuba verscheen een expressezegel (Entrega immediata). Nu was dat niet het meest bijzondere, wel was dat een vliegtuig op de afbeelding, de eerste op een officiële uitgifte (in 1912 was er al een onofficiële in Duitsland)!

Het vliegtuig in kwestie was een Morane-Saulnier, uit de Franse fabriek, opgericht door de Parijzenaar Léon Morane (1885-1918), zijn broer Robert (1886-1968) en Raymond Saulnier (1881-1964), ook uit Parijs. We zien het ‘vliegen’ voor het fort El Morro bij Havana. Officieel heet het Castillo de los Tres Reyes Magos del Morro en is in 1585 gebouwd door de Italiaanse fortenbouwer Bautista Antonelli (1547-1616), die in dienst was van Filips II. Een beroemder werk van hem is de San Pedro de la Roca bij Santiago de Cuba, dat als zelfstandig object op de Werelderfgoedlijst staat.

13 mei: Nicaragua

Kathedraal van Leon

In Nicaragua kwamen de eerste zegels uit in de veelvuldig uitgemolken serie ‘Regeringsgebouw in Managua’ en ‘Kathedraal van Leon’. Tot 1938 kwamen er tientallen zegels uit, hetzij in andere kleuren, hetzij overdrukt, al of niet als dienstzegel. Hoewel de cataloguswaarde niet hoog is, is zeker buiten Amerika de handel in deze zegels klein en ik heb er maar een beperkt aantal van.

Bovenstaande zegels gelukkig wel en we zien zodoende de beroemde kathedraal van Leon. Bij de onafhankelijkheid van Nicaragua in 1835 werd deze stad, halverwege de 17’de eeuw ontstaan, tot hoofdstad uitgeroepen, maar rivaliteit met de stad Granada maakte dat er een burgeroorlog uitbrak, in 1852 besloten met een compromis, namelijk dat Managua de hoofdstad werd.

De kathedraal, officieel de Onze-Lieve-Vrouwe-Hemelvaartskathedraal, was in die dagen nog helemaal niet zo oud: de eerste steen werd gelegd in 1747 en de bouw stond onder leiding van Diego José de Porres Esquivel (1707-1767). Hij had als opdracht een kerk te maken die bestand was tegen aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Dat had een reden: het oude Leon, de voorganger van de huidige stad, lag een kilometer of 30 verderop aan de voet van de zeer actieve vulkaan Momotombo. Een uitbarsting in 1613 zorgde ervoor dat de laatste bewoners de oude koloniale hoofdstad moesten verlaten en er slechts ruïnes overbleven (de ándere inschrijving op de WeL: Leon Viejo). De eerste publieke gebouwen (lees kerken en kloosters), verschenen zo’n 20 jaar later, maar de kathedraal vergde om bovengenoemde redenen wat meer tijd. Het resultaat mocht er zijn: zelfs bombardementen rondom de roerige politieke gebeurtenissen in het land (burgeroorlogen en revoluties) kon de kerk goed weerstaan.

De bouw duurde tot 1814 en daarmee was er weer een bisschopszetel van formaat (het oude Leon was al vanaf 1531 bisdom), die in 1860 gewijd werd. Het is het belangrijkste monument van Nicaragua, waar diverse grootheden begraven liggen, zoals de schrijver en dichter Rubén Dario (1867-1916), die als een volksheld vereerd wordt en boven alle partijen staat.

Juni: Haiti

Haiti zat in 1914 in een burgeroorlog, in februari greep generaal Oreste Zamor (1861-1915) er de macht, in oktober werd hij afgezet en in 1915 geëxecuteerd. Tijdens zijn kortstondige regering werden tientallen zegels overdrukt met zijn (afgekorte) naam GL O.Z. en de datum 7 FÉV 1914 in een kastje. Hieronder ook twee zegels met Slot Sanssouci.

Juli: Zwitserland

Jungfrau voor de Jungfrau

In Zwitserland kwam een serie van drie hoge waardes uit, 3, 5 en 10 Francs met daarop landschappen. Op de 3 staan de Mythen, een kleine bergketen bij het Vierwoudstedenmeer, de kern van het oude eedgenootschap, met de plaatsjes Schwyz en Brunnen. Op de 5 eveneens een scene aan het Vierwoudstedenmeer. Op de 10 Francs echter een oude bekende: de Jungfrau. Een mooi werkje van Eugène Grasset (1845-1917), voor wie het een van zijn laatste kunststukje was. De graveur was Jean Sprenger, over wie niet veel bekend is, behalve dat hij tot in de jaren 30 actief was.

18 september: Samoa

Na het begin van de Eerste Wereldoorlog werden de Duitse koloniën zo veel mogelijk bezet. Samoa, dat in 1900 in bezit genomen werd door de Duitsers, kwam nu onder bestuur van Nieuw-Zeeland. Het eerste wat zij deden was een aantal eigen zegels met opdruk SAMOA uitgeven. Het waren er 6 stuks, de meeste met het al verlopen portret van koning Edward VII (reeds vier jaar eerder overleden), maar ook de wat oudere Lake Wakatipu van 2 1/2 pence.

8 december: Noord-Epirus

Noord-Epirus was een kortstondige autonome republiek in het zuiden van het huidige Albanië met een overwegend Griekse bevolking. Het landje ontstond in februari 1914 in de nasleep van de Tweede Balkanoorlog en kwam alweer ten einde bij de Eerste Wereldoorlog toen Albanië onder de voet gelopen werd. Als hoofdstad gold Gjirokaster (Grieks: Argyrokastron) en de president was Georgios Christakis (1863-1920). Na de oorlog kreeg de regering in Athene het republiekje in handen, maar na de Grieks-Turkse oorlog van 1919 tot 1922 verloren de Grieken het weer. Dat bleek definitief te zijn.

In 1914 verschenen de meeste postzegels van Noord-Epirus. De eerste zegels toonden een soldaat van het Epirische leger, later werden dat de vlag, in de Griekse kleuren met een dubbelkoppige adelaar. In december, toen Griekenland de administratie claimde, verscheen de Ekstrateia-serie met Griekse opdruk.

Het jaar 1905 is niet spannend, één nieuw onderwerp en maar twee zegels om te laten zien.

Net als in de andere Australische koloniën die de nieuwe staat Australië zouden vormen werden op Tasmanië de lopende frankeerzegels uitgegeven met watermerk ‘gekroonde A’. Anders dan de uitgifte van 1902 betrof het hier niet alleen de halve penny met Lake Marion, maar ook de zegels van 3 en 4 pence die nu voor het eerst ook in steendruk verschenen. De 3 komt ook in boekdruk voor.

Ook Brazilië ging op herhaling met de lopende zegels, ditmaal voorzien van watermerk ‘CORREIO FEDERAL’ of ‘IMPOSTO DE CONSUMO’. Van dit watermerk zijn per zegel maar hooguit twee letters te zien.

Cuba bracht de zegels van 1899, waaronder het standbeeld van Columbus, opnieuw uit. Deze zijn herkenbaar aan een licht gewijzigde tekening. Zo heeft het plaatje met het woord CENTAVO geen rechte hoeken meer, maar uitgeholde.

Het nieuwe onderwerp werd het stokpaardje van de toenmalige British South Africa Company, in 1889 opgericht door Cecil Rhodes. In het begin besloeg deze het gebied van het huidige Zambia en Zimbabwe en een stukje Botswana en het gaf onder eigen naam postzegels uit, voordat het in Noord- en Zuid-Rhodesië uiteen zou vallen, die vanaf 1924 eigen postzegels uit zouden geven.

Tot 1905 gaf de BSAC alleen wapenschilden van de compagnie uit, maar de verandering was er wel een van formaat: de in 1855 door David Livingstone ‘ontdekte’ Victoria Watervallen staan er op. In allerlei vormen werden deze tot ongeveer 1940 postaal uitgemolken. Deze eerste serie, aan de loketten vanaf 13 juli 1905, bevatte 6 zegels en werden officieel uitgegeven voor de opening van Victoria Falls Bridge, die op 12 september plaats zou vinden. De serie had de waardes 1 penny, 2 1/2 en 5 pence, 1 shilling, 2 shillings 6 pence en 5 shillings. Het spreekt voor zich dat ze niet goedkoop zijn, zeker de vier hoogste waardes.

De laatste uitgifte was op 1 september en kwam uit San Marino. De Monte Titanozegel van 20 centesimi uit 1903 werd overdrukt met het jaartal 1905 en de nieuwe waarde van 15 centesimi.

 

In 1899 nam het aantal uitgiften alweer toe tot 23, ik heb er slechts drie van, maar omdat er twee nieuwe onderwerpen bij zitten splits ik het jaar toch op.

Het jaar begon in Cuba met het standbeeld van Columbus in de hoofdstad Havana. Het bevindt zich in de binnentuin van het Palacio de los Capitanes Generales, een gebouw uit 1776 in het hartje van het oude centrum van de stad. Aanvankelijk stond er een kerk, maar de toenmalige gouverneur van Cuba, Felipe de Fondesviela y Ondeano, vond dat het centrum wat meer grandeur uit mocht stralen met een Plaza de Armas zoals in meer Latijns-Amerikaanse koloniale steden en een mooi nieuw regeringscentrum. Een regeringsgebouw waardig werden de stenen uit Málaga gehaald, het ijzerwerk uit Bilbao en marmer uit Genua.

Tot de overdracht in 1898 was het de residentie van de Spaanse gouverneurs en daarna tot 1902 van de Amerikaanse. Tot 1920 was het presidentieel paleis en daarna tot 1967 waren er overheidskantoren. Sinds 1968 is het stadsmuseum.

Het witmarmeren beeldje van Columbus op de binnenplaats werd er in 1862 neergezet en diende in 1899 als onderwerp van de eerste postzegel van het nieuwe Cuba, na het wegtrekken van de Spaanse overheersers. De Amerikaanse invloed van het ontwerp is duidelijk zichtbaar. In 1905 zou er een kleine wijziging in de tekening uitgebracht worden.

Noord-Borneo bracht een serie waardeopdrukken uit op de lopende plaatjeszegels. Er waren namelijk nog geen zegels van 4 cents, dus bedacht men dat iedere bekende zegel een opdruk in precies die waarde moest krijgen. Ook de 18 cents kon dat lot niet ontlopen.

De Dominicaanse Republiek deed voor het eerst mee. Na bijna 35 jaar wapenzegels uitgegeven te hebben werd er nu aandacht besteed aan de oprichting van een Columbus-mausoleum in de kathedraal van Santo Domingo. Er werden 9 zegels uitgegeven die gewijd waren aan de eerste ontdekkingsreizen in het Caribisch gebied. Op de 5 centavos vinden we het grafmonument in de kathedraal. Daarboven staat de Española die waakt over het gebeente van de grote ontdekkingsreiziger. Zij staat op de 10 centavos. Op de 1 peso zien we Columbus in het klooster van Salamanca, waar hij zijn plannen uiteenzet voor een publiek van geleerden, dat was al in 1486, en ze zagen niets in het plan. Ten slotte op de hoogste waarde van 2 pesos het complete grafmonument. Overigens werden vanaf de jaren 30 plannen gemaakt om Columbus een nieuw mausoleum te geven. Het ontwerp daarvan is op veel Latijns-Amerikaanse postzegels te zien, maar door politieke wanorde en een tekort aan financiën begon de bouw in 1986 pas, om net op tijd voor de 500’ste herdenkingsdag geopend te worden. Het grafmonument is erheen verplaatst, dus niet meer te zien in de kathedraal. Voor wat de zegels betreft, alleen de Peso-waarden zijn wat duurder, maar even goed kom ik de goedkope ook niet tegen.

In Bolivia kwam er op 18 april een serie van vijf uit met opdrukken E.F. 1899 in een kastje. E.F. moet gelezen worden als Emisión Fiscal. Het waren dus feitelijk belastingzegels of frankeerzegels die als zodanig gebruikt konden worden. Ik denk vergelijkbaar met de Postage & Revenue in de Britse gebieden. De zegels zijn niet perse duur, maar wel moeilijk te krijgen.

De druk van de vorige keer besproken zegels van Nieuw-Zeeland verplaatste van Waterlow in Londen naar de regeringsdrukkerij in Wellington. Er zijn wat verschillen te zien, maar de grootste verandering is de tanding: de nieuwe oplage heeft de grove tanding 11, de zegels van 1898 hebben meestal 14, maar varieert van 12 tot 16. De zegel van 4 pence droeg nu de afbeelding en kleur van de 1 penny van het vorige jaar.