3004

Het historisch centrum van Algiers staat sinds 1992 op de Werelderfgoedlijst. Een van de highlights is de Grote Moskee (Djamaa el Kebir), gebouwd tussen 1018 en 1097 met een in 1322 voltooide minaret. Het is een van de weinige nog bestaande voorbeelden van de architectuur van de Almoraviden, die in Noord-Afrika en Spanje vanuit hoofdstad Marrakesh heersten tussen 1040 en 1147. Algiers, in 960 gesticht, was hun meest oostelijke stad en een belangrijke zeehaven en als zodanig was een belangrijke en grote moskee erg nodig.

Nu valt groot nogal mee als je weet dat het grondplan slechts 46 bij 38 meter groot is. Vanuit dat oogpunt is het zelfs een vrij kleine moskee, zeker wanneer je hem vergelijkt met exemplaren die enkele eeuwen later gebouwd zijn. Voor Algiers was het kennelijk genoeg. Gezien de ligging bij de haven zal de moskee waarschijnlijk in eerste instantie gebruikt zijn door zeelieden, die in de stad een eerste aanlegplaats hadden.

De postzegel was er één van een serie van 27 met acht verschillende onderwerpen. Drie zegels zijn gewijd aan de moskee, 7 andere tonen andere plekken in Algiers of de M’Zab-vallei (WEL 188). De ontwerper van de zegel is Jean Antonin Delzers (1873-1943), die vele zegels voor Frankrijk en Franstalige gebieden, maar ook voor Albanië heeft ontworpen. Zijn eerste werk was voor de kolonie Togo in 1924. Op Lastdodo staan er 477 geregistreerd en daar zijn de zegels voor Algerije nog niet eens in meegeteld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9

5671

Moedertje Rusland, zo wordt het 14 meter hoge beeld genoemd, dat vanaf een sokkel van 26 meter over de Donau en Boedapest uitkijkt vanaf de Gellért-hegy, de berg die genoemd is naar de heilige Gerardus van Csanád die hier de marteldood stierf in 1046. Het beeld herdenkt de overwinning van de Sovjet-Unie op Nazi-Duitsland en werd in 1947 onthuld. sindsdien is het vele malen op postzegels verschenen, om te beginnen op 29 oktober van dat jaar al, toen om de 30’ste verjaardag van de Oktoberrevolutie te vieren. Dit was de tweede, toevallig precies drie jaar later verschenen als eerste van een serie luchtpostzegels van 9 gewijd aan moderne techniek, ontworpen en gegraveerd door Zoltán Nagy (1916-1987).

Nog een werk van Strobl, het herdenkingsmonument voor Lajos Kossuth, opstandelingenleider in 1848 (eigen foto, 29-7-2008)

De maker van dit beeld was Zsigmond Kisfaludi Strobl (1884-1975), die allerlei sporen in Boedapest heeft nagelaten, zowel voor de oorlog, toen Hongarije min of meer aan de Duitse kant stond als erna toen de Russen het beleid bepaalden. Hij was zelf bij de onthulling aanwezig.

Boze tongen beweerden overigens dat hij het beeld maakte voor István Horthy, de zoon van ‘leider’ Miklós Horthy. Deze was in 1942 omgekomen tijdens een door de Duitsers geïnitieerde en door de Hongaren ondersteunde luchtmissie op de Sovjet-Unie. Strobl erkende wel dat hij de opdracht voor een standbeeld had gekregen en er ook aan begonnen was, maar hij had het nooit afgemaakt.

Na 1990 was de vraag wat er met dit expliciete socialistische monument moest gebeuren. Er is nog sprake geweest dat het naar het Memento Park buiten Boedapest – zeker de moeite van een bezoek waard -verplaatst zou worden, maar daar is uiteindelijk niets van gekomen, want de inwoners van Boedapest vonden het uiteindelijk een van de beste landmarks van de stad. Na wat wijzigingen kon het beeld simpelweg als bevrijdingsmonument door: Boedapest had zijn eigen Statue of Liberty.

Het Vrijheidsbeeld (eigen foto, 21-07-2008)

2533

De Sovjet-Unie was, net als later de satellietstaten in Centraal-Europa en andere communistische landen, niet vies van propaganda voor de eigen kerk. Sommige landen speelden het werkelijk vuil, zoals Noord-Vietnam en Noord-Korea, waar regelmatig scherpe anti-Amerikaanse tendensen op postzegels waar te nemen zijn, andere waren veel gematigder: een land als Cuba kent nauwelijks socialistische symboliek op postzegels.

In de Sovjet-Unie was het van alles wat, veel gewijd aan helden uit de Tweede Wereldoorlog, de geweldige opbrengsten van de Vijfjarenplannen, de successen van de ruimtevaart en uiteraard de vieringen van de geboorte- en sterfdag van Lenin en de Oktoberrevolutie.

Het 15-jarig jubileum daarvan werd in 1932 groots gevierd met een serie van 7 zegels in waarden van 3 tot en met 35 kopeken. De meeste tonen de verworvenheden van het socialisme, maar de 5 een stukje van de bestorming van het Winterpaleis in 1917. We zien het leger samen met het volk gewapend door de poorten van de Bolshaya Morskaya-straat naar het Paleisplein met de Alexanderzuil gaan. Het ziet er op zich nogal braaf uit, maar het doel is helder, de tsaar moet afgezet. En dat zou ook gebeuren.

Inderdaad, postzegels van de Sovjet-Unie geven niet altijd waarheidsgetrouwe gebeurtenissen weer, maar onderwerp van discussie zijn ze ook zelden. En net zoals het getoonde zegel zijn Sovjet-zegels zelden lelijk of slecht ontworpen en van een hoge drukkwaliteit. Je hoeft geen communistische sympathieën te hebben om ze mooi te vinden of te verzamelen in elk geval.

 

6739

Een van de jongste loten aan de boom van werelderfgoederen is Vatnajökull, het grootste nationale park van IJsland. Het werd bij de laatst doorgegane vergadering in 2019 toegevoegd met nummer 1604.

Vatnajökull beslaat 1/7 van het oppervlak van IJsland en is het grootste gletsjersysteem van Europa. Op de postzegel zie je een gezicht op Öræfajökull, een vulkanisch met ijs bedekt massief, voor het laatst uitgebarsten in 1727. Een deel van de vulkaan draagt de naam Hvannadalshnúkur en dit is het hoogste punt van IJsland met 2110 meter.

De zegel van 10 Kronen is er één van een serie van drie. De andere afgebeelde vulkanen zijn de Snæfellsjökull en de Eiriksjökull, die beide niet tot Vatnajökull behoren. Lijkt me fantastisch om eens heen te gaan, al zal dat wel ver van mijn financiële bereik liggen.

Overigens wordt IJsland een gewild verzamelgebied, aangezien de lokale postdienst in 2019 besloten heeft het uitgeven van postzegels te staken. De laatste verschenen in november 2020.

 

Meer over het nationaal park Vatnajökull:

 

3632

Het lot bepaalt wie er nu weer aan de beurt is en dat is dus wederom het piramidencomplex van Gizeh. Veel over verteld al, maar steeds weer een andere invalshoek. Dit keer is het de koning die in beeld komt.

Het staatshoofd in kwestie is koning Faroek, die in 1936 als 16-jarige aan de macht was gekomen, als opvolger van zijn overleden vader Foead I. In het begin was hij populair, maar na een aantal misstappen, werd hij in 1952 afgezet door de latere leider Gamal Abdel Nasser, die nog toestond dat zijn net geboren zoon als Foead II nog bijna een jaar op de troon ‘lag’. Faroek was zeer corrupt en viel met een weinig ervaren leger tegen beter weten de jonge staat Israel aan, wat op een groot fiasco uitdraaide.

Faroek zou na zijn afzetting in Italië wonen en in Rome in 1965 overlijden als gevolg van het overgewicht dat hij had opgelopen wegens een stofwisselingsziekte. Zijn zoon groeide op in Zwitserland en Parijs en woont als 69-jarige aan het Meer van Geneve.

5343

In 1978 werden de Galapagos-eilanden en Quito als eerste ingeschreven op de Werelderfgoedlijst, met de volgnummers 1 en 2. In 1909 verscheen ook de eerste postzegel met de hoofdstad als onderwerp en er zouden nog vele volgen.

Op 27 november 1947 verschenen drie zegels met algemene frankeerdoeleinden en met als onderwerp de voorgevel van de Jezuïetenkerk in de stad en in 1949 werden de 40 centavos van deze serie en een andere zegel voor een bijzondere gelegenheid overdrukt, namelijk het tweede nationale eucharistisch congres. Totaal werd de serie 6 stuks groot zodat iedere zegel drie verschillende opdrukken kende. De 40 kreeg waardes van 0,10, 0,20 en 0,30 sucre mee.

Op de zegel zien we – op de hoek van Calle Garcia Moreno en Calle Sucre – de kerk gewijd aan Ignatius van Loyola, stichter en eerste superieur van de Jezuïetenorde, die hij in 1540 stichtte. In 1586 kwam de eerste groep Jezuïetenpriesters aan in Quito, waar zij een plekje in de stad tussen de andere religieuze ordes kreeg. In 1605 startte de bouw van hun eigen kerk, een van de belangrijkste voorbeelden van de barokke stijl in Zuid-Amerika, nadat een eerder plan uit 1597 om bouwtechnische redenen niet uitgevoerd kon worden. In 1614 kon de eerste mis opgedragen worden. Uiteindelijk zou de bouw tot 1765 duren en hoewel de hoofdstijl barok is, vind je meer stijlen terug zoals Moorse stijlelementen in het vooral in goud en rood uitgevoerde interieur en ook elementen die beweging suggereren, alsof de kerk in beweging is als je er door loopt. Je kunt iets dergelijks ervaren aan de Vrijheidslaan in Amsterdam, waar de balkons van de huizen zo ontworpen zijn door Michel de Klerk, dat de beweging van het verkeer gesuggereerd wordt.

Maar het meest unieke aan de kerk is de voorgevel, vrijwel geheel opgetrokken uit vulkanisch gesteente uit de naburige Andes. Er zijn elementen in te zien die ook Gian Lorenzo Bernini gebruikte voor een van zijn altaren in de Sint Pieter. Ook zijn er diverse heiligenbeelden in verwerkt waaronder die van de ordestichter. Van de oorspronkelijke kerktoren is bijna niets meer over dankzij aardbevingen in de 19’de eeuw. In het kerkmuseum zijn nog wel de kerkklokken te zien.

Meer over de kerk in een rondleiding: https://www.youtube.com/watch?v=qZ0f4D2BO3g of https://www.youtube.com/watch?v=umyG0Ikouis (in het Spaans, maar via de optie ‘Automatisch vertalen’ in elke denkbare taal te vertalen).

 

3644

Ja, deze kennen we natuurlijk wel, een van de meest afgebeelde werelderfgoederen ter wereld, samen met o.a. het Kremlin van Moskou, het Vrijheidsbeeld in New York en de Parliament Buildings met de Big Ben in Londen. De Eiffeltoren maakt deel uit van nummer 600 op de lijst, de oevers van de Seine, en is een van de vele bouwwerken die daaronder vallen.

Eigenlijk behoeft dit stalen gevaarte van ruim 300 meter geen introductie meer: ontworpen voor de Wereldtentoonstelling van 1889 door Maurice Koechlin (1856-1946), Émile Nouguier (1840-1897) en Stephen Sauvestre (1847-1919). Zij waren alle drie medewerkers van de naamgever van de toren, Gustave Eiffel (1832-1923), een voormalig spoorwegingenieur, die in 1868 een eigen bedrijf gesticht had om grote metaalconstructies te leveren. De nog piepjonge jonge ingenieur Koechlin, die in 1879 in dienst kwam. was zijn belangrijkste werknemer met originele ideeën. Zijn eerste grote werk werd in 1884 voltooid: het stalen binnenwerk van het Vrijheidsbeeld, dat in 1886 onthuld werd op Liberty Island op 2 1/2 kilometer van Manhattan. In 1893 zette Koechlin Eiffels bedrijf voort.

De Eiffeltoren werd in de eerste jaren verfoeid, de schrijver Émile Zola vond het een onding en ook de Parijzenaren moesten er niets van hebben. In 1908 werd de toren van de sloop gered, want vanwege zijn hoogte kon je er mooi antennes op plaatsen. Bovendien raakten de bewoners van Parijs steeds meer gehecht aan deze vreemde eend aan de Seine, terwijl toeristen het vanaf het begin al een geweldige attractie vonden.

De Parijzenaar Henry-Lucien Cheffer (1880-1957) die voor ontwerp en gravure van de zegel tekende was een kunstenaar, die vanaf 1919 ook betrokken was bij het ontwerpen, maar vooral graveren van postzegels. Zijn eerste werk was de serie Koning Albert met Helm voor België. In de jaren 20 was hij vooral voor de posterijen van Luxemburg en Monaco actief. Ook was hij in 1923 verantwoordelijk voor de jubileumuitgifte voor koningin Wilhelmina in Suriname, Curaçao en Nederlands-Indië. Pas eerst in 1929 kreeg hij een Franse opdracht, maar daarna volgden er nog vele, ook voor de Franse koloniën. Als hoogste eer in Frankrijk voor een kunstenaar geldt dat je een zogenaamde Marianne-serie mag maken. In het geval van Henry Cheffer werd de Marianne de Cheffer 10 jaar na zijn overlijden uitgebracht.

Meer over de Eiffeltoren op de officiële site: https://www.toureiffel.paris/en

4943

Je kan zeggen wat je wilt, maar de meeste naoorlogse zegels van Oostenrijk zijn mooi en dat voor een land wat in puin lag en waar de voorraden uitgeput waren.

Op 5 mei en 12 november 1947 kwam de eerste serie van 7 luchtpostzegels uit, landschappen met daarboven een vliegtuig. De hoogste waarde was gewijd aan Wenen. Hoewel 10 Schillinge een hoge waarde is was de oplage ervan, zo’n 750.000, ruim bemeten en na afloop van de geldigheid, in dit geval al na vier weken, verdween de hele oplage naar handelaren en kun je niet echt gelopen exemplaren makkelijk vinden, terwijl die met een echt stempel een stukje moeilijker zijn.

Op de zegel zien we de barokke Karlskirche aan de zuidzijde van de binnenstad. Officieel heet deze de Rektoratskirche St. Karl Borromäus, opgedragen aan de heilige waarnaar keizer Karel VI (1685-1740) vernoemd was. Deze liet deze kerk bouwen omdat Wenen goed door de pestepidemie van 1712 was gekomen. In 1716 begon de bouw naar een ontwerp van Johann Bernhard Fischer von Erlach (1656-1723), die zijn sporen al had verdiend met zijn meesterwerk Schönbrunn. Zijn zoon Joseph Emanuel (1693-1742) zette zijn werk na zijn dood voort en zo werd de Karlskirche in 1737 voltooid. Het meest opzienbarende zijn de 33 meter hoge zuilen bij de ingang, die scenes uit het leven van Karolus Borromäus laten zien. Door de spiraalvormige vertelwijze doen ze denken aan de Trajanuszuilen in Rome.

Het vliegtuig is niet bekend. Op deze zegel lijkt het meer een zweefvliegtuig, maar de andere waardes van de serie tonen alle een ander type.

Ontwerper Heinrich Blechner (1895-1983) was geboren en getogen in Wenen en was vooral beroemd vanwege zijn reclameplakkaten die hij in het interbellum maakte. Rupert Franke (1888-1971) was de graveur en ook afkomstig uit Wenen. Hij werkte voornamelijk voor Oostenrijkse banken en graveerde de Hongaarse vooroorlogse bankbiljetten.

Meer over de Karskirche: https://www.geschichtewiki.wien.gv.at/Karlskirche

 

2576

De piramides van Gizeh zijn natuurlijk al vele malen besproken. In 1933 begon Egypte een grote serie luchtpostzegels met een vliegtuig boven alle drie. Tot 1938 zouden er 20 verschijnen met waardes van 1 t/m 200 millièmes in offsetdruk, een techniek die na de Eerste Wereldoorlog voor het eerst op Amerikaanse zegels toegepast werd. De serie werd in 1941 aangevuld met een viertal waardes in één kleur en in rasterdiepdruk. De ontwerper is onbekend.

Het vliegtuig is herkend als een Handley Page HP42, een comfortabel verkeersvliegtuig dat in 1930 gebouwd was en in 1931 tot het luchtverkeer toegelaten werd. De vier bekende vliegtuigen, genoemd Hannibal, Horsa, Hanno en Hadrian, voerden voor Imperial Airways vluchten naar het Midden-Oosten uit. De vliegtuigen raakten in onbruik of verongelukten alle vóór of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

 

Over de Handley Page https://nl.wikipedia.org/wiki/Handley_Page_H.P.42 of uitgebreider in het Engels https://en.wikipedia.org/wiki/Handley_Page_H.P.42

1106

In de periode tussen de Russische revolutie in 1917 en het ontstaan van de Sovjet-Unie eind 1922 waren staten als Oekraïne, Georgië, Armenië en Azerbeidzjan onafhankelijk en gaven eigen postzegels uit.

Azerbeidzjan bracht tussen oktober 1919 en december 1922 68 zegels uit. Van die 68 zijn er maar een paar gebruikt bekend, zegels in collecties zijn dan ook doorgaans ongebruikt. Dat geldt ook voor de serie van 14 ‘landsmotieven’ (met nominale waardes van 2 t/m 5.000 Roebel) die op 1 oktober 1921 verscheen.

Op de 50 roebel vinden we de Qız qalası (in het Nederlands Maagdentoren), een van de belangrijkste monumenten van de hoofdstad Bakoe waarvan het ommuurde centrum in 2000 op de lijst kwam. De Maagdentoren werd in de 12’de eeuw gesticht op restanten die al een aantal eeuwen ouder waren en mogelijk hoorden bij een tempel van het Zoroastrisme, de voor de komst van de Islam belangrijkste godsdienst van Perzië.

Over de rol en de naam van de toren is veel gespeculeerd en er zijn tenminste 20 legendes en varianten daarvan, die elk hun eigen rol spelen. Een van die legendes gaat over een rijke maagd, die door haar vader in deze toren werd opgesloten om haar ervan te weerhouden te trouwen met iemand ver onder haar stand. Toen ze op voorwaarden vrij mocht komen vond ze dat het leven zonder de door haar beminde jongen geen zin meer zou hebben dus voordat de deur naar haar cel geopend werd wierp ze zich van de toren. Een ander verhaal zegt dat de toren zo sterk was dat hij niet veroverd kon worden en zodoende altijd maagdelijk zou blijven en in dienst zou staan van Ahuru Mazda, de god van de Zoroasters.

Meer stukjes over de Maagdentoren:
https://www.atlasobscura.com/places/maiden-tower
https://icherisheher.gov.az/en/4-monument/