1 januari 1871 – Charles Johnson Brooke

Charles Anthony Johnson Brooke (1829-1917)

Na een regering van 27 jaar overleed de eerste ‘witte radja’ van Sarawak, James Brooke, in zijn Engelse huis in het huidige nationale park Dartmoor. Het was 11 juni 1868. Brooke had geen wettige kinderen. Een dochter Fatima was verwekt bij Fatima Bolkiah, lid van de sultansfamilie van Brunei, een zoon Reuben bij een vrouw die de achternaam Walker droeg, maar waarvan verder niets bekend was. Reuben was net als zijn vader een avonturier en kwam op 23 juni 1874 om bij een schipbreuk met het schip de British Admiral voor de kust van King’s Island, een steenpuist aan de noordwestkant van Tasmanië. Ondanks dat was hij niet verkiesbaar om zijn vader op te volgen. Daarvoor werd een neef gevonden. Deze was Charles Johnson, zoon van James’ zus Emma, die getrouwd was met de dominee Francis Charles Johnson.

Charles Anthony werd als tweede zoon van het gezin geboren op 3 juni 1829 in Burnham-on-Sea aan de kust van de brede Severnmond, niet ver van Bristol en Bath, waar de familie Brooke sinds enkele generaties woonde. Hij had een oudere broer John.

Sarawak Mi 2 uit 1871, in de hoeken de initialen C(harles) B(rooke, ) R(ajah of)  S(arawak)

Charles ging op 12-jarige leeftijd al naar zee, zoals dat toen wel vaker gebeurde, en net als zijn oom James raakte hij (letterlijk) verzeild in de wateren tussen China en Borneo en nam deel aan de gevechten tegen de autochtone bevolking, meest leden van de Dayak-stam. Ook John was daar te vinden. Deze werd benoemd tot ‘troonopvolger’ van James, die inmiddels de eerste witte radja van Sarawak was geworden. Charles kwam als tweede in lijn.

Toen James zich in 1859 in terugtrok op zijn Engelse buiten in Dartmoor, kreeg John de dagelijkse leiding van Sarawak en werd daarbij gesteund door Charles. Doordat John in onmin raakte met oom James werd hij in 1863 onterfd en verviel ook zijn recht op de troon, waardoor nu de leiding in handen van Charles kwam. John Brooke zou net als zijn oom in 1868 overlijden.

Op 3 augustus 1868 werd Charles Johnson Brooke aldus de tweede radja van Sarawak en hij zou dat tot zijn dood in 1917 blijven. In die tijd zette hij de autocratische politiek van James Brooke voort. Hij werd gezien als een geliefd vorst, die zelfs op goede voet stond met de Dayaks die hij eerder bestreden had. Net als zijn voorganger waren de hoofdpunten van zijn agenda het bestrijden van piraterij en het afschaffen van het barbaarse koppensnellen en slavernij.

Economisch gezien was Charles Brooke eerder een conservatief dan een liberaal. Hij gruwde van de praktijken van de Nederlanders in het aangrenzende Nederlands-Indië en ook waren de nadelen van  het schrikbewind van koning Leopold II in Congo hem ter ore gekomen. Uitbuiting van zijn bevolking zou dan ook niet aan de orde zijn. Wel stond Brooke immigratie vanuit China toe en sloot verdragen met zijn vaderland over bescherming in militair en economisch opzicht zonder dat Sarawak een formeel Brits protectoraat werd. Pas tegen het eind van zijn regering gaf hij concessies uit voor de winning van rubber en olie, producten die met de Eerste Wereldoorlog in het verschiet, van levensbelang waren voor de geallieerden. Sarawak zou nooit een rijk land worden, omdat de radja van mening was dat het volk liever arm en toch gelukkig was en dat verregaande economische groei maar tot uitwassen en revolutie zouden leiden.

Mi 13 uit 1888. Dat de zegels uit Engeland kwamen is te zien aan het kader, een afgeleide van het zgn. Seycellentype.

Anders dan zijn oom was Charles Johnson Brooke ‘netjes’ getrouwd, in het bijzonder om de dynastie veilig te stellen. In 1869 trouwde hij met zijn 20 jaar jongere en uit Parijs afkomstige achternichtje Margaret de Windt (1849-1936), nazate van zowel de Nederlandse families De Windt als Roosevelt, welke laatste zoals bekend twee Amerikaanse presidenten leverde. De familie De Windt had zijn fortuin vooral gemaakt op St. Croix (deel van de nu Amerikaanse Maagdeneilanden) en St. Eustatius. Samen met Margaret had Charles 6 kinderen waarvan de oudste overlevende zoon, Charles Vyner, de derde en laatste witte radja van Sarawak zou worden. Het huwelijk was verder niet goed, na vijftien jaar huwelijk leefden Charles en Margaret, die in het geheel niet kon wennen aan het tropische klimaat, gescheiden van tafel en bed. Zij zou laatste 60 jaar van haar leven een bekend socialite in Londen zijn.

Charles overleed aan de gevolgen van longontsteking op 17 mei 1917 in zijn Engelse huis nabij Cirencester, waar hij op latere leeftijd ieder jaar minstens enkele maanden verbleef. Hij was bijna 88 jaar. Hij werd, net als zijn oom en zoon begraven bij het kerkje van Sheepstor in Dartmoor.

Alle 45 postzegels van Sarawak tussen 1871 en 1902 dragen het portret van Charles Johnson Brooke, waarvan enkele met nieuwe waardes overdrukt. In de laatste 15 jaar van zijn leven en regering verschenen er in het geheel geen postzegels in het land.

Volgende keer een biografie van de met afstand grootste vrijheidsstrijder van Zuid-Amerika, Simon Bolivar.