1871 – De tijger

Tijger in Blijdorp (eigen foto, 22-1-2011)

Een van de meest intrigerende dierenpostzegels zien we in 1871 in Afghanistan verschijnen. Men noemt ze de tijgerkopjes, omdat de afbeelding wel wat weg heeft van een tijger. Anderen zien er dan weer een leeuw in en dat lijkt, gezien het feit dat het land meer met ‘leeuwenland’ Perzië dan met Brits-Indië had in die dagen, beter verklaarbaar. Bovendien was de leider van Afghanistan in die dagen Sher Ali Khan en Sher betekent in de aan het Perzisch verwante taal Dari ‘leeuw’ (waar Indiase taalgroepen het wél over een tijger hebben). Enfin, de halve wereld noemt ze al of niet terecht tijgerkoppen, dus ga ik het over de tijger hebben.

Maleise Bond Mi 59 (1922)

Zoals de meeste oplettende lezertjes wel begrepen hebben is de tijger een katachtige. Er zijn 6 hoofdsoorten die als gemeenschappelijke kenmerk hebben dat ze alleen in Zuid-, Oost- en Zuidoost-Azië leven en zich schuilhouden onder de Latijnse naam Panthera tigris. Naar hun afkomst, kenmerk of ontdekker hebben 5 van de 6 soorten nog een derde naam, alleen de hoofdsoort niet. Dit is de Bengaalse tijger.

Tijgers zijn zeldzaam en derhalve bedreigd. In totaal zijn er naar schatting nog hooguit 4000 tijgers op de wereld waarvan bijna de helft Bengaals. Een hoofdsoort als de Noord-Indochinese tijger is vermoedelijk in het wild uitgestorven. Vroeger waren er nog 3 andere soorten die alle in de loop van de 20e eeuw uitgestorven zijn.

India Mi 635 (1975)

Tijgers zijn solitaire dieren die in het algemeen in waterrijke hooglanden verblijven. In een land als Bhutan kunnen ze tot 4000 meter hoogte nog voorkomen. Een bekende plek voor ‘tijgerspotters’ is het nationaal park Ranthambore in het noorden van India, waarvan bijna 60 % van de oppervlakte (ruim 150 ) gereserveerd is voor de (Bengaalse) tijger. Er leven er ongeveer 35 en het aantal is alweer een aantal jaren stijgende.

In weerwil van het feit dat het eigenlijk leeuwenkopjes zouden zijn kwamen in Afghanistan wel degelijk tijgers voor in de tijd dat de eerste postzegels uitgegeven werden, naast Perzische leeuwen, die nu nog sporadisch voorkomen in de Indiase staat Gujarat. Dit waren voornamelijk, nu uitgestorven Kaspische tijgers. De laatste werd in de jaren 70 in het oosten van Turkije gesignaleerd. Nu zijn er plannen om Siberische tijgers terug naar Turkije te brengen, deze komen genetisch het beste overeen met de Kaspische.

Bangla Desh Mi 62 (1976)

Het Afghanistan van 1871 had ongeveer dezelfde vorm als het nu heeft en bestond uit de provincies Kandahar, Herat, Kabul, Kunduz en Balkah, namen die ons in de huidige tijd vertrouwd in de oren klinken. In de tijd van de eerste postzegel was emir Sher Ali Khan de leider en deze was in zoverre succesvol dat hij Afghanistan neutraal wist te houden ten opzichte van Russische en Engelse imperialistische belangen. Een mooi moment om de post te regelen in ieder geval.

Afghanistan Mi 2 uit 1871 (bron)

Post in Afghanistan was er in die tijd vooral om contacten te onderhouden tussen de steden en eventuele ‘buitenlanden’: Peshawar in Brits-Indië (nu Pakistan) was bijvoorbeeld een uitwisselingsplaats van post met de oosterbuur en er was dus een Afghaans postkantoor sinds de jaren 60 van de 19e eeuw. Er werden om te beginnen drie zegels uitgegeven, alle in het zwart. De tekst gaf de landsnaam aan, vertaald tot Koninkrijk Kabul, het jaartal 1288 (in de Islamitische tijdrekening) en de waarde (1 shahi, 1 sanar of 1 abasi, resp. 1/12, 1/6 en 1/3 deel van een Kabulse Rupee). Over wie de zegel ontworpen heeft en waar ze gedrukt zijn is niet bekend.

Tijger- (dan wel leeuwen-)kopjes werden tot de dood van Sher Ali Khan in 1879 gedrukt, met vele variaties in kleur, tekst en waardes. Al met al zijn er meer dan 100 hoofdnummers in de gangbare catalogi, wat Afghanistan in die periode tot de massa-uitgever van de wereld maakte…

Volgende keer (over een week of drie) breng ik weer een bezoek aan Sarawak, waar een nieuwe Brooke aangetreden was.