20 Maart 1869 – Een controversiële serie (I)

First Ride door Charles Hargens (Pony Express Museum, St. Joseph, Missouri)

Soms lopen de dingen niet helemaal zoals je wilt. De Verenigde Staten van het jaar 1869 kenden ook zo’n periode. Het land dat de wonden van de burgeroorlog aan het likken was kreeg in dat jaar ook nog een ander crisisje te verwerken. Waarover het ging? De in maart in omloop gekomen nieuwe frankeerserie.

Het was zo’n mooi idee, eens wat anders op de postzegel dan alleen Washington, Franklin of Jefferson. Natuurlijk moesten ze wel een plekje hebben maar niet zo prominent als anders. De andere zegels moesten iets met het postvervoer gaan doen en ook werden er enkele beroemde scenes uit de nog jonge geschiedenis van het land uitgekozen.

Nu, de wereld was te klein. Het Amerika van die dagen beschouwde Franklin, Washington, Jackson, Jefferson en Lincoln als de hoogstpersoonlijk door God gezondenen om het land in de voorgaande 80 jaar te leiden: die niet of op ‘onverkiesbare’ plaatsen mee te laten doen werd dus beschouwd als landverraad en dat in een tijd dat de problemen tussen de noordelijke en zuidelijke staten nog vers in het geheugen stonden en zeker nog niet opgelost waren.

Niet alleen was de publieke opinie tegen de zegels, ook rivaliteit tussen drukkers werkte een handje mee. In 1868 werd bekend dat het lopende contract met de National Bank Note Company het volgende jaar af zou lopen. Voor 1869 werd eveneens besloten om de al sinds 1861 lopende frankeerzegels te vervangen door nieuwe ontwerpen. Een aantal drukkerijen mocht meedingen, waaronder de National Bank Note Company zelf natuurlijk, de Continental Bank Note Company (die later met de NBNC op zou gaan in de American Bank Note Company, nu ABCorp) en de kleinere drukkerij van Butler & Carpenter. Deze laatste hadden het beste bod en zouden normaal gesproken de nieuwe serie gaan ontwikkelen, maar de NBNC betoogde dat de kleine drukkerij niet aan een aantal voorwaarden kon voldoen. Eén daarvan was het gebruiken van een in de zegels te persen raster (de zgn. ‘grill’) om het afwassen van stempels tegen te gaan, een ander argument was de brandveiligheid van de drukkerij. Uiteindelijk ging president Johnson’s postmeester-generaal Alexander Randall overstag en gaf de opdracht aan de NBNC. Butler & Carpenter verlieten mokkend het toneel.

USA Mi 490 uit 1940

In de volgende maanden werd hard gewerkt om in maart 1869 de zegels klaar te hebben en de eerste werden aan het einde van de maand aan de loketten gebracht. De filatelisten van die dagen waren blij verrast, maar al in april brak de storm los en waren de negatieve commentaren onder het publiek niet van de lucht. De keuze voor de Pony Express en de locomotief op de 2 en 3 cent moesten het vooral ontgelden. De 2 cent deed sommige klagers denken aan de vlucht van John Wilkes Booth naar Maryland en op het meest gebruikte 3 cent tarief hoorde geen door Satan gezonden locomotief, maar niemand minder dan George Washington, die nu naar de 6 cent, een tamelijk irreguliere waarde, was verbannen. Ook Butler & Carpenter mengde zich in de strijd en bracht allerlei volgens hen technische mankementen aan het licht, zoals de slechte kwaliteit van de gom en het rare formaat van de zegels, vrijwel vierkant. Het is niet zeker, maar mogelijk beïnvloedden zij de publieke opinie nog meer in negatieve zin.

USA Mi 794 uit 1960

In september 1869, met Ulysses Grant als nieuwe president en John Creswell als nieuwe postmeester-generaal, werd besloten om de Continental Bank Note Company te vragen om voor 1870 een nieuwe, traditionele serie te ontwikkelen, zoals het ‘hoorde’ met staatslieden van naam. Deze verscheen op 13 maart van dat jaar en werd goed ontvangen. De zegels van 1869 verdwenen naar de achtergrond, maar worden tegenwoordig door velen positief beoordeeld.

Deze en volgende keer bespreek ik de zegels stuk voor stuk.

 

1 cent – Benjamin Franklin

De bruinoranje zegel van 1 cent was het enige dat in niets afweek van voorgaande series: vanaf 1851 was deze waarde altijd voor Franklin gereserveerd. In 1869 werd zijn rol als eerste postmeester-generaal met deze zegel geëerd.

 

2 cents – De Pony Express

USA Mi 27 uit 1869

Hoewel de Pony Express slechts iets meer dan anderhalf jaar bestaan heeft, spreekt ze toch tot de verbeelding. Al vanaf het moment dat er goudvondsten werden gedaan in Californië was er al belangstelling voor een postverbinding met het thuisfront, maar het duurde tenminste drie weken om een bericht van het oosten naar het westen te krijgen vice versa. In 1859 bedachten drie ondernemers, William Russell, Alexander Majors en William Waddell, een plan om dit sneller te doen dan met de gebruikelijke postkoetsen. Ze legden een reeks van 184 verversingsstations aan tussen St. Joseph in Missouri en Sacramento in Californië met een gemiddelde tussenafstand van 10 mijl en deden alles te paard. Dit scheelde enorm in tijd en een brief was nu in slechts 10 dagen over, een record dat niemand voor mogelijk had gehouden. Op 3 april 1860 gingen de eerste ruiters op pad. De brieven konden met gebruikelijke postzegels of eigen Pony Express Stamps gefrankeerd worden.

Er zijn diverse ruiters die een zekere beroemdheid verwierven binnen de Verenigde Staten, maar de meest bekende van hen is William Cody die als 14-jarige bij de Pony Express kwam en later als avonturier de geschiedenisboeken in ging als Buffalo Bill.

Hoewel het in het begin een succes was konden Russell, Majors en Waddell het niet volhouden. De lasten overschreden de baten en bovendien was er een andere ondernemer, die met koetsen een beter bod kon doen. Daarnaast werd in rap tempo in deze periode de telegraaf ingevoerd. De doodsteek voor de Pony Express was echter het uitbreken van de Burgeroorlog in 1861. Nadat de route nog een tijdje als startpunt Salt Lake City had, kwijnde de onderneming verder weg en op 24 oktober werden de laatste van de 35.000 poststukken vervoerd.

St. Joseph heeft nu nog een museum en een standbeeld ter herinnering aan de Pony Express.

 

3 cents – De Baldwinlocomotief

USA Mi 28 uit 1869

Een andere succesvolle ondernemer was Matthias Baldwin (1795-1866). Hij begon in 1825 in Philadelphia een fabriekje van drukpersen, maar al gauw zag hij de winstgevendheid van het nog jonge spoorbedrijf in en in 1832 leverde hij zijn eerste locomotief af. Tot 1940 was Baldwin de grootste producent van stoomlocomotieven van de Verenigde Staten, maar ook daarbuiten leverde het bedrijf zijn locs. De overschakeling naar diesellocomotieven kostte het bedrijf echter de kop en in 1956 werd het faillissement aangevraagd.

Baldwin was in het begin gespecialiseerd in het 4-4-0 systeem met 4 kleine voorwielen aan 2 assen, 4 grote aandrijfwielen daarachter en geen achterwielen. Dit systeem werd vanaf 1850 zeer populair en oude locs werden in die periode zelfs naar 4-4-0 omgebouwd.

 

6 cents – George Washington

Voor het eerst was er een zegel van 6 cents. Niet tot ieders tevredenheid zoals we al zagen. Met het portret van de eerste president was niets mis, maar het hoorde op de 3 cents en nergens anders, volgens de criticasters. Wel werd het vertrouwde portret van Gilbert Stewart weer gebruikt.

 

10 cents – Adelaar en schild

Op de 10 cents het enige ontwerp dat twee keer voorkwam in de serie: het schild van de VS met de ‘bald eagle’. Ook op de 30 cents was deze vertegenwoordigd, maar dan extra voorzien van vlaggen.

Wordt vervolgd…