21 Januari 1865 – Vorst Cuza van Roemenië

Alexander Cuza, naar een foto van Carol Popp (1864, detail)

De prinsdommen Moldavië en Walachije waren eeuwenlang een speelbal van het Ottomaanse Rijk. Nominaal waren het autonome vorstendommen, maar vanuit Constantinopel werd alles bepaald. Het Russische en het Habsburgse Rijk hielden deze status quo min of meer in stand, maar na de Krimoorlog, waarin de Russen de vorstendommen in gijzeling hadden genomen, kwam er voorzichtig een kentering. Bij het Vredescongres van Parijs werd besloten dat Rusland als verliezende partij zijn troepen moest terugtrekken en de macht weer volledig moest overdragen aan de Turken, maar nationalisten maakten daar gebruik van door de onafhankelijkheid uit te roepen. Dat gebeurde in 1859. Een man uit de regionale adel, Alexander Jan Cuza, werd tot domnitor gekozen, zowel in Moldavië, waar hij vandaan kwam, als in Walachije. Twee jaar later verenigde hij de twee prinsdommen onder de naam Roemenië met als hoofdstad Boekarest, iets waar de  Oostenrijkse keizer Franz Josef mordicus tegen was, maar de andere westerse machten mee konden leven. De net aangetreden en vrij liberale sultan Abdulaziz gaf schoorvoetend toe en erkende de nieuwe staat, die tot 1877 nog steeds onder Ottomaanse soevereiniteit zou blijven.

De eerste, niet aan het loket gekomen zegel met portret van Cuza (Mi II, bron)

Alexander Cuza werd op 20 maart 1820 (volgens de Juliaanse kalender) geboren in het plaatsje Huși, een stadje met tegenwoordig zo’n 33.000 inwoners op een tiental kilometers van de rivier de Prut, die de grens vormt tussen Roemenië en (het huidige) Moldavië (andere bronnen geven Bârlad, dat ten zuiden van Husi ligt). Zijn familie hoorde tot de klasse van bojaren, de invloedrijke landadel die direct onder de grootvorsten viel. Zijn moeder stamde zelfs van de Byzantijnse adel af, de Fanarioten.

Mi 12 uit 1865 (bron)

In 1844 trouwde Cuza met een meisje uit een andere bojarenfamilie, maar dit werd een slecht huwelijk, weliswaar hield Elena Rosetti bij tijd en wijle van haar echtgenoot, maar Cuza bracht meer tijd door met zijn maîtresse(s) en na enige jaren leefden ze merendeels gescheiden.

Voor de Moldaviërs was Cuza een held. Toen in 1848 net zoals elders in Europa ook in hoofdstad Iaşi de revolutie uitbrak stond hij als opstandelingenleider bovenop de barricaden, maar de heersende prins van Moldavië, Michaël Sturdza, wist met steun van de Russen en zonder bloedvergieten de opstand neer te slaan. Cuza werd verbannen en verbleef tot 1852 in Wenen, waarna hij, onder het regime van de hervormingsgezinde prins Grigore Ghica terug kon keren. Onder Ghica kwam de carrière van Cuza pas goed op gang, ze waren het roerend eens over de toekomst van Roemenië. Na zijn termijn probeerde Ghica in Parijs bij de Franse keizer, de grootste overwinnaar van de Krimoorlog, steun te krijgen, maar die kreeg hij niet en gedesillusioneerd pleegde hij zelfmoord. Maar Cuza werd wel zijn opvolger.

Mi 2339 uit 1964 bij het eeuwfeest van de universiteit van Boekarest

In de rol van domnitor van Moldavië en Walachije, vanaf 1862 Roemenië, startte Cuza als liberaal en hij wist heel wat hervormingen in Roemenië door te voeren. Veel van die hervormingen waren echter zonder inbreng van het parlement doorgedrukt en dat was geheel in lijn met zijn grote voorbeeld Napoleon III. Een van zijn grootste verdiensten voor Boekarest was het plan voor de regulering van de rivier Dâmbovita na een grote overstroming in 1865.

Een nieuwe landhervormingswet waarmee hij de rijke landeigenaren aan zich hoopte te binden deed hem uiteindelijk de das om. Dit alles leidde op 22 februari 1866 tot een staatsgreep van de zogenaamde Monstercoalitie, bestaande uit conservatieve politici en liberale boeren. In de vroege ochtend drongen ze Cuza’s slaapkamer binnen, waar hij de nacht doorbracht met zijn minnares Marija Obrenovic (wettige moeder van de toekomstige Servische koning Milan I) en werd gedwongen om afstand van de troon te doen.

Mi 2835 uit 1970 bij de 150ste geboortedag van Cuza

Tot zijn dood op 15 mei 1873, slechts 53 jaar oud, leefde hij als banneling in Wenen, Parijs en Wiesbaden. Hij zou in Heidelberg overlijden. Onder het volk en met name degenen die Fransgezind waren bleef hij een held en de Pruisische prins Karl van Hohenzollern-Sigmaringen, die als opvolger gekozen was, werd het vuur meermalen aan de schenen gelegd, maar wist te overleven en een dynastie te stichten die tot 1947 aan de macht zou blijven. De inmiddels 96-jarige ex-koning Michael is een oud-oudneef van Karl en woont in het door zijn oud-oudoom gestichte kasteel Peleş.

Alexander Cuza staat, hoewel hij vergeten lijkt, op vele, met name Roemeense postzegels. De enige 3 zegels tijdens zijn leven kwamen in januari 1865 uit en volgden op een drietal uit december 1864 die nooit aan de loketten kwamen, maar wel in de stockboeken van diverse handelaren. Deze laatste zegels hebben een tamelijk lage cataloguswaarde. De zegels werden ontworpen, gegraveerd en gedrukt bij S. Sander & Co te Boekarest, die tot 1868 bij de Roemeense postzegelproductie betrokken was. Het waren ongetande zegels, wat tot 1872 gebruik bleef.

Bijna 70 jaar na zijn dood besteedde Roemenië in 1941 met een serie vorstenportretten onder andere aandacht aan Alexander Cuza. In 1948 werd zijn rol in de revolutie van 1848 herdacht, in 1959 de vereniging van Moldavië en Walachije en het eeuwfeest van de naar hem genoemde universiteit in Iaşi, in 1964 het eeuwfeest van de universiteit van Boekarest, waarvan Cuza ook aan de wieg stond. Vervolgens in 1970 een drietal bij zijn 150ste geboortedag, in 1973 bij zijn 100ste overlijdensdag, in 1984 bij de 125ste verjaardag van het verenigde Roemenië, in 1994 bij de 130ste verjaardag van de door Cuza ingestelde Rekenkamer, in 2006 voor de verdienste als stichter van de Roemeense politie en verder nog zegels in 2007, 2009, 2012, 2014 en 2015. In Moldavië was hij de belangrijkste in een serie Moldavische vorsten uit 2008, die op het souvenirvelletje mocht. Kortom: Alexander Jan Cuza was en is allerminst vergeten en is door zowel door het koninkrijk, de volksrepubliek als de moderne republiek met regelmaat herdacht.

Voor de verzamelaars van het thema ‘De bijbel op postzegels’ heb ik goed nieuws, volgende keer het eerste heilige boek.