13 Januari 1865 – De Maan

Het banier van het Ottomaanse Rijk vanaf 1453

In het begin van de jaren 20 van de vorige eeuw veranderde er van alles in Turkije. Het enige dat niet veranderde was de vlag. De symboliek daarvan was immers niet door de staatsvorm bepaald, maar door de Turkse verbondenheid en de islam. In een aantal landen met een overwegend islamitische bevolking komt de wassende maan met de ster (of soms meer sterren) terug in wapen en vlag, naast Turkije zijn dat Azerbeidzjan, Oezbekistan en Turkmenistan, landen met een vooral Turkse bevolking, Libië, Tunesië en Algerije, die tot ver in de 19e eeuw onder Ottomaans bestuur stonden, en landen als Pakistan, Mauritanië, Maleisië en de eilandengroepen Comoren en de vanuit Australië bestuurde Cocos-eilanden in de Indische Oceaan, waar geen Ottomaanse of Turkse invloed was en de maan een iets andere betekenis heeft, namelijk die van vooruitgang.

Maan en ster uit Pakistan (1949, Mi 49)

De betekenis van de Turkse maan is een iets andere en heeft een veel oudere oorsprong: in 1453 werd het Ottomaanse Rijk door de verovering van Constantinopel de opvolger van het Byzantijnse Rijk. De sultan, Mehmet II, voelde zich ook werkelijk een opvolger van de Byzantijnse keizers, die op hun beurt weer het Romeinse Rijk voortgezet hadden. Om de nieuwe door hem vormgegeven heerschappij te onderbouwen nam hij ook Byzantijnse symbolen over. De maan werd ingezet als teken van verbinding tussen het oude en het nieuwe en daarom was er bijna 500 jaar later geen enkele reden voor de nieuwe regering van Atatürk om daar iets aan te wijzigen.

Mi 5 uit 1865 (bron)

Tot 1844 was de halve maan een nog niet officieel vastgelegd symbool, in dat jaar werd de vlag van het Ottomaanse Rijk ingevoerd als een rood vlak met in de linkerhelft de maan en iets uit het midden rechts de ster. In 1865 kwam de halve maan ook op de postzegels, in dit geval met een liggende maan en een erop stralende ster. Ze kwamen in 6 waardes en ook 6 verschillende kleuren. Tegelijk kwamen er nog eens 6 waardes uit in de kleur bruin, maar dit zijn portzegels. Tot 1891 was de maan, al of niet met ster, niet meer van de zegels te slaan, daarna werd de tugra weer belangrijk en maakten maan en ster hooguit nog een ondergeschikte rol uit binnen de zegels. Bij de overgang naar de Turkse republiek veranderde daar verder weinig aan, alleen in 1924 was er nog een serie met een prominente maansikkel en ster, zoals in 1865. In de loop van de jaren 30 verdwenen maan en ster definitief van de postzegels, maar op verplichte toeslagzegels bleven ze nog even.

Mi 816 uit 1923, een van de eerste zegels van de nieuwe republiek 

Er is trouwens nog wel een ‘grappige’ vergelijking met Zwitserland te maken. In 1863 werd daar immers het Rode Kruis opgericht en het embleem kwam rechtstreeks van de Zwitserse vlag maar dan met omgekeerde kleuren. In 1868 kwam de Turkse afdeling in het leven. Een symbool werd officieel nog niet afgesproken, maar toen in 1876 er oorlog uitbrak tegen de Russen, wilden de Turken graag hun halvemaan gebruiken om hun hulpverleners herkenbaar te maken. Zo werd het de Turkse Rode Halvemaan met als embleem, je raadt het al, een rode halvemaan in een wit vlak, geheel in overeenstemming met de Turkse vlag, maar dan met omgekeerde kleuren. Turkije had daarmee de eerste regionale hulporganisatie met een afwijkend, maar niet erkend, embleem binnen de koepel van Rode Kruisorganisaties, dat door alle islamitische landen na hun bevrijding werd overgenomen. Pas in 1929 werd deze vormgeving pas eerst erkend. Perzië had toen trouwens een Rode Leeuw met Zon, die tegelijkertijd werd werd vastgelegd en Israël heeft sinds de oprichting van de joodse staat in 1948 geijverd voor erkenning van de Rode Davidsster, maar kreeg dat er in 2006 pas door, op voorwaarde dat een neutraler symbool gekozen zou worden: het werd een rode ruit, het Rode Kristal geheten.

In 1861 erkende de Turkse sultan het vorstendom Roemenië, over de eerste leider daarvan heb ik het de volgende keer.