Vanaf voorjaar 1861 – De Amerikaanse Burgeroorlog (I)

De aanval op Fort Sumter in de haven van Charleston, 12 april 1861

Een nieuwe ‘postzegelstaat’ ontstond in 1861 bij het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog: de Geconfedereerde Staten van Amerika (Confederate States of America).

Het begon allemaal in South Carolina op 20 december 1860. In november van dat jaar was Abraham Lincoln gekozen als president van de Unie. Zijn grootste belofte als kandidaat was een einde te maken aan de slavernij, iets waar voorgaande presidenten hun handen niet aan wilden branden. De Democraat James Buchanan, Lincolns voorganger, was in principe wel voor een geleidelijke afbouw, maar zijn verdere besluiteloosheid leidde alleen maar tot een splitsing in zijn partij, waar Lincoln met gemak van profiteerde.

In de zuidelijke staten dreef de economie op slavenarbeid en daar waren ze dus op zijn minst ‘not amused’. Al gauw begon de oppositie tegen het vanuit Washington op de leggen beleid. Op 20 december besloot South Carolina zich officieel af te scheiden en nog voor dat Lincoln geïnstalleerd was als president – toen gebeurde dat nog op 4 maart – hadden zes andere staten zich aangesloten: Mississippi, Florida, Alabama, Georgia, Louisiana en Texas. Zij stelden in februari een eigen voorlopige grondwet op, die een jaar later, in februari 1862, door alle deelnemende staten bekrachtigd was.

Dat het oorlog zou worden was toen nog niet duidelijk, maar op 12 april 1861 startten de geconfedereerden met een provocerende daad: ze vielen Fort Sumter aan met het doel deze vooruitgeschoven post van de noordelijken in de haven van Charleston, South Carolina, te veroveren. De zuidelijken wonnen en daarmee was het geduld van Lincoln op en de oorlog was begonnen. Virginia, Arkansas, North Carolina en Tennessee sloten zich bij de 7 wegbereiders aan en toen waren er 11. Kentucky bleef min of meer neutraal en binnen Virginia was er zoveel onenigheid dat het westen zich in 1863 afscheidde en weer bij de Unie aansloot als de staat West Virginia.

De nieuwe confederatie van 11 staten moest nog wel georganiseerd worden. Op 22 februari 1861 werd Jefferson Davis gekozen als president – hij zou de enige levende persoon, afgebeeld op een Amerikaanse postzegel, worden – en ook de rest van de bestuursstructuur moest heringericht worden, veel plaatsen kregen een nieuwe postmeester. En net als in de tijd van de Mail Carriers, waarvan er nog enkele functioneerden tot 1863, gaven talloze plaatsen weer hun eigen meestal provisorische postzegels uit. Vandaag bespreek ik er drie.

Athens Mi 1

In Athens in Georgia functioneerde Thomas Crawford sinds 1859 als postmeester en werd in juli 1861 herbevestigd onder het nieuw bestuur. In 1862 werd hij ontslagen, maar in de herfst van 1861 had hij wel zijn eigen postzegel gekregen, een violet zegeltje met daarin twee ovalen. Tussen de ovalen boven zijn naam T. CRAWFORD P.M. en beneden ATHENS, GA. Binnen de ovalen de tekst PAID 5, gescheiden door een breuklijn. De zegels werden gemaakt bij de regionale krant The Southern Watchman (later The Banner Watchman en tegenwoordig The Athens Banner-Herald geheten) en werden per twee getekend, zodat ieder horizontaal paar uit twee verschillende types bestaat, waarbij vooral het woord PAID opvalt: op de ene veel groter dan de andere. Bovendien werd de drukplaat zo gemaakt dat de zegels horizontaal en verticaal in keerdruk voorkomen, dus paren komen voor met de ene zegel rechtop en de andere met kopstaande afbeelding.

Knoxville Mi 1

In 1862 kwam er een tweede oplage in rood in dezelfde typeverdeling, maar deze zijn veel zeldzamer. Ook zijn er zegels van 10 cents op de markt gekomen, maar dit zijn zonder meer vervalsingen.

Nashville Mi 1

Interessant is dat in het 250 kilometer noordelijker gelegen Knoxville in Tennessee vrijwel hetzelfde plaatje gebruikt werd, maar dan met de eigen stadsnaam en de naam van Postmaster C.H. Charlton. Dit was Charles W. Charlton (1825-1889), naast postmeester ook methodistisch dominee en uitgever van de lokale krant. Ook in Nashville zien we hetzelfde ontwerp, maar dan met postmeester William D. McNish in het voetlicht. Zowel in Knoxville als Nashville waren er ook zegels van 10 cents. In Nashville wordt 19 juli 1861 als uitgiftedatum genoemd. Dit zou betekenen dat Knoxville kort daarna met zijn zegels kwam, want Charlton en McNish waren goed bevriend. Tennessee werd eind februari 1862 alweer heroverd door de legers van Lincoln, waardoor de zegels een vrij korte looptijd hadden. Georgia viel vanaf mei 1864.

Volgende keer kijken we naar Gonzales en Goliad in Texas, Fredericksburg en Danville in Virginia.

 

Afbeeldingen van de zegels komen van Siegel Auctions