Oktober 1857 – Het wapen van Württemberg

Het wapen van Württemberg van 1817 tot 1918

Het wapen van Württemberg van 1817 tot 1918

Het koninkrijk Württemberg, in het zuidwesten van Duitsland en tegenwoordig met het voormalige groothertogdom Baden een bondsstaat vormend, gaf zijn eerste postzegels in 1851 uit. Dit waren 5 cijferzegels. In 1857 werd een nieuw ontwerp gemaakt met het wapen van het koninkrijk, een geel (‘gouden’) vlak met drie hertengeweien links en drie leeuwen rechts. De zegels waren er in diverse Kreuzerwaarden en kleuren en vanaf 1860 getand. Het einde kwam bij het invoeren van de Reichsmark in 1875, waarna het land weer terugkeer naar cijferzegels. Net al Beieren mocht Württemberg zijn eigen postzegels blijven uitgeven, maar in Stuttgart duurde dat tot 1902, vanaf wanneer er alleen nog dienstzegels uitkwamen.

Het zegel van graaf Ulrich I van Württemberg, ca 1260

Het zegel van graaf Ulrich I van Württemberg, ca 1260

Het op de zegel moeilijk herkenbare wapen in reliëfdruk bestaat dus uit geweien en leeuwen. De leeuwen voeren terug op het oude hertogdom Schwaben, dat een groot gebied omvatte van de Elzas tot in Beieren en in het zuiden tot aan de huidige Italiaanse grens in Zwitserland. De geweien zijn echter specifiek voor Württemberg – in de Middeleeuwen waarschijnlijk nog een enorm jachtgebied! – en ze stonden dus in de 13e eeuw al op het wapen, totdat in 1445 het graafschap fuseerde met het aan de andere kant van de Rijn gelegen Montbéliard (Duits: Mömpelgard) dat op het schild twee vissen voerde. Dankzij de verheffing tot hertogdom en diverse uitbreidingen werd het wapen van Württemberg een allegaartje van uiteindelijk wel 17 verschillende deelwapens. In 1817 werd het echter vereenvoudigd tot wat het tot het einde van het koninkrijk (1918) zou blijven.

Württemberg Mi 7 (of 12) uit 1857 (of 1859)

Württemberg Mi 7 (of 12) uit 1857 (of 1859)

De eerste vermelding van de drie zogenaamde Hirschstangen is uit 1228 en het ging vermoedelijk om het teken van Konrad I van Grüningen, graaf van het gebied rondom Markgröningen, nu een nog zeer middeleeuws aandoend stadje zo’n 15 kilometer ten noorden van Stuttgart. Grüningen zou het wapen weer van andere graafschapjes in de buurt overgenomen hebben en zo komt de 12e eeuw in beeld, maar feit is dat al enkele tientallen jaren later de Württembergse graaf Ulrich I het als zijn zegel voert.

De vierkante postzegels die in 1857 werden uitgegeven waren naar een ontwerp van P. Reusch en ze werden in vellen van 60 gedrukt bij de drukkerij die ook de treinkaartjes drukte en dat bleef zo. Voor de getande versies was een perforatiemachine in Wenen aangeschaft en deze werd ook voor de zegels van Baden gebruikt. Het apparaat stond in Karlsruhe en werd tot 1865 gebruikt voor de postzegels van Württemberg. In dat jaar kwam er in Stuttgart een doorsteekmachine uit Berlijn, zodat de zegels vanaf dat jaar een lijndoorsteek hebben. In 1874 nam de boekdrukkerij van Metzler de productie over en deze tandde ook de zegels weer. Toen waren de wapenzegels al weer 6 jaar ‘met pensioen’. Alleen in 1873 kwam er nog een zegel met de extreme waarde van 70 Kreuzer uit speciaal voor zware pakketten, deze werd nooit aan het loket verkocht.

Na 1873 zien we geen heraldische geweien meer op postzegels. Vanaf dan moeten we het af en toe doen met echte geweien, zoals uit Hongarije.

Hongarije Mi 2088 uit 1964 met het embleem van de Hongaarse jagersvereniging

Hongarije Mi 2088 uit 1964 met het embleem van de Hongaarse jagersvereniging

 

Zeilschepen zonder naam hebben we wel eens gezien, maar de eerste schepen mét een naam komen uit Peru.