21 december 1856 – Koning Oscar I

Portret van koning Oscar uit 1855 door Augusta Åkerlöf (1829-1878)

Portret van koning Oscar uit 1855 door Augusta Åkerlöf (1829-1878)

Keizer Napoleon komt nog wel eens voorbij op dit medium, en nu weer als ‘aanrichter’ van een nieuw Zweeds koningshuis, namelijk dat wat nog steeds het land regeert.

In Zweden regeerde Karl XIII sinds 1809. Hij was een oom van de afgezette koning Gustav IV Adolf, voor wie hij al regent was tijdens diens minderjarigheid. Toen Gustav zelf ging regeren ging het echter al gauw mis en dat begon met zijn huwelijk met de Badense prinses Frederica, waarmee hij beoogde de diplomatieke banden met de Franse Republiek en Rusland te verbeteren. Dat ging eventjes goed, maar toen Frankrijk dankzij een staatsgreep onder leiding van Napoleon kwam te staan, keerde Gustav zich tegen de keizer en sloot zich met Rusland aan bij de Derde Coalitie. Rusland werd echter verplicht vrede met Frankrijk te sluiten en dat bracht de koning in een lastig parket, want nu moest hij de Fransen gaan steunen tegen Engeland. Om Zweden onder druk te zetten bezetten de Russen Finland en dat was de druppel voor de Zweden. Gustav kon zich er niet tegen verzetten en in maart 1809 werden hij en zijn gezin afgezet en verbannen naar Duitsland. Om te voorkomen dat Gustavs zoon, eveneens Gustav geheten, wraak zou nemen werd ook hij vervallen verklaard van de troon. De enige troonopvolger die nog mogelijk was bleek de kinderloze oom Karl te zijn, inmiddels 61 jaar oud en weinig energiek. Het enige waar hij zich om bekommerde was wie zijn opvolger zou zijn. Hij koos eerst, op voorspraak van zijn voornaamste generaal (en couppleger) Georg Adlersparre voor de Deense prins Christian-August, die namens zijn geboorteland gouverneur in Noorwegen was. Deze viel, waarschijnlijk als gevolg van een hartaanval, op 28 mei 1810 van zijn paard en zo moest een nieuwe troonopvolger gevonden worden. De Zweedse baron Carl Otto Mörner legde in Parijs contact met de inmiddels door Napoleon in de adelstand verheven Franse generaal Jean-Baptiste Bernadotte, en hoewel de Zweden daar in eerste instantie niet voor waren, accepteerden ze hem schoorvoetend.

J-B Bernadotte als luitenant in 1792 (Louis-Félix Amiel (1802-1864))

J-B Bernadotte als luitenant in 1792 (Louis-Félix Amiel (1802-1864))

Bernadotte was getrouwd met Desirée Clary, een koopmansdochter uit Marseille, en enkele maanden verloofd geweest met Napoleon Bonaparte, voordat die koos voor Joséphine de Beauharnais. Haar zus Julie, met wie ze een zeer goede relatie had, was echter getrouwd met Napoleons broer Joseph en als schoonfamilie van de Bonapartes bleef ze dus wel ‘in beeld’ , en zo kwam ze in het vizier van Bernadotte, met wie ze in 1798 trouwde. Ze kregen één zoon, de op 4 juli 1799 in Parijs geboren Joseph François Oscar. Napoleon werd zijn peetoom.

Oscar kwam als elfjarige in 1810 samen met zijn ouders naar Stockholm. Zijn moeder was zeer gehecht aan Parijs en keerde gauw terug. Zij stapte pas in 1822 over haar heimwee heen en vestigde zich in haar nieuwe vaderland, toen haar man al vier jaar officieel koning Karl XIV Johan van Zweden en Noorwegen heette.

De troonopvolger was een pienter kereltje. Hij was de Zweedse taal al gauw machtig en had belangstelling voor – met name – sociale en politieke wetenschap, wat hem het erelidmaatschap van de Zweedse Academie van Wetenschappen opleverde. In 1823 trouwde hij met Josephine van Leuchtenberg, een kleindochter van Josephine de Beauharnais uit haar eerste huwelijk.

Josephine van Leuchtenberg (Axel Nordgren (1828-1888))

Josephine van Leuchtenberg (Axel Nordgren (1828-1888))

Na het overlijden van zijn vader werd hij op 8 maart 1844 koning van Zweden. Het eerste wat hij deed was een wet opstellen die de kroonlanden Zweden en Noorwegen, waarover hij enkele korte periodes onderkoning was geweest, gelijkwaardig maakte, waarbij onder andere de Noren hun eigen vlag en wapen mochten voeren. Dat betekende veel voor Noorwegen, in 1873 zou het leiden tot een eigen, tamelijk zelfstandige regering in Christiania (Oslo) en in 1905 tot de definitieve onafhankelijkheid. Overigens is Oscar nooit tot koning gekroond in Noorwegen. Dat had te maken met het feit dat Josephine katholiek was en de lutherse bisschop van Nidaros, Hans Riddervold, daarom de ceremonie niet wilde begeleiden.

Oscar I op een postzegel (Mi 4)

Oscar I op een postzegel (Mi 4)

Tijdens de Krimoorlog wist Oscar de neutraliteit van Zweden te behouden, hoewel Rusland dat liever anders zag. In 1855 werden dan ook verdragen gesloten met Engeland en Frankrijk om de broze neutraliteit te garanderen.

Koning Oscar was zijn hele leven enigszins ziekelijk, in 1850 kreeg hij een lichte beroerte, in 1852 tyfus. Beide wist hij te overleven, maar in 1857 moest hij afstand doen van regeringszaken toen een hersentumor geconstateerd werd. Vier dagen na zijn 60ste verjaardag, op 8 juli 1859, overleed hij daaraan. Zijn oudste zoon volgde hem op als Karl XV.

De postzegels met het portret van Oscar I in Noorwegen zijn de enige 4 die er bestaan. Zweden zelf kwam pas in 1885 met een koninklijk portret, namelijk van zijn kleinzoon Oscar II (Karl XV werd sowieso in beide landen overgeslagen). In december 1856 verschenen een 4 en een 8 Skilling, in januari en juni van het volgende jaar gevolgd door een 2 en een 3 Skilling, zodat alle gangbare tarieven afgedekt waren. Ze horen tot de eerste getande zegels ter wereld, Engeland was Noorwegen in 1854 voorgegaan, Zweden in 1855. Er is verder niet bekend wie de zegels heeft ontworpen, wel weten we dat ze veel beter werden ontvangen dan de wapentekening van 1855.

De komende weken keert Zegelgek terug naar de Amerikaanse Carrier Stamps.