1 januari 1855 – De zilveren bijl

Koning Olaf's dood, geschilderd door Peter Nicolai Arbo in 1859

Koning Olaf’s dood, geschilderd door Peter Nicolai Arbo in 1859

Het jaar 1855 zag weer een aantal nieuwe landen in de postzegelwereld en twee andere kregen nieuwe staatshoofden om te bespreken. Onder de nieuwe landen hoorden Zweden en Noorwegen. En hoewel Noorwegen deel uitmaakte van Zweden waren ze net een paar maanden eerder, met het Noorse wapen.

Het Noorse wapen toont zoals dat van vele landen een leeuw. Maar deze heeft iets speciaals, namelijk een zilveren bijl in de poot. Tot 1949 bleef deze wapenleeuw een bekende verschijning.

Het wapen van Noorwegen

Het wapen van Noorwegen

Hoe is de bijl in de poot van de leeuw gekomen? Dat gebeurde in de Middeleeuwen, toen Noorwegen nog een zelfstandig land was. Koning Erik II eerde er in 1280 zijn voorvader Olaf II mee, die gesneuveld was in de Slag bij Stiklestad op 29 juli 1030. Olaf Haraldsson was in 1028 gevlucht naar Rusland voor de machtige Noorse edelen onder leiding van Knut de Grote, voor die tijd al koning van Denemarken en Engeland. Hij keerde aan het hoofd van een christelijk Zweeds leger terug, maar de edelen hadden een leger heidense boeren verzameld om de indringer tegen te houden en Olaf moest de strijd met zijn leven bekopen. Zijn volgelingen beschouwden hem direct als martelaar en zetten een proces tot heiligverklaring in gang. Deze propaganda leidde er bovendien toe dat na Knut’s dood in 1035 de edelen niet diens tirannieke zoon Sven maar liever Olaf’s buitenechtelijke zoon Magnus zagen als de nieuwe koning. De slag bij Stiklestad was dus in zekere zin toch gewonnen en markeert de herwonnen onafhankelijkheid van Noorwegen. Hij wordt in de geschriften van de IJslandse geschiedschrijver Snorri Sturleson uit het begin van de 13e eeuw uitvoerig beschreven, waarbij de bijl natuurlijk een van de hoofdrollen speelt. De slag wordt overigens in Stiklestad, zo’n 80 kilometer ten noorden van Trondheim, sinds 1954 jaarlijks nagespeeld op 29 juli.

Noorwegen zou tot 1350 onafhankelijk blijven. Toen trad de Kalmar Unie in werking waarbij Denemarken, Zweden en Noorwegen als gelijkwaardige landen door één koning of koningin geregeerd werden. Toen deze unie uiteenviel in 1536 werd Noorwegen als provincie van Denemarken tot 1815 vanuit Kopenhagen geregeerd, daarna vanuit Stockholm, maar dan wel met een eigen grondwet. In 1905 zou de politieke scheiding een feit worden en de Deense prins Carl als Haakon VII koning zijn van het weer geheel zelfstandige land.

De eerste zegel van Noorwegen

De eerste zegel van Noorwegen

Latere versies van de Noorse leeuw

Latere versies van de Noorse leeuw (Mi 106 uit 1922 en Mi 347 met waardeopdruk uit 1949)

In 1854 werd ook in Noorwegen een postwet ingevoerd die het mogelijk maakte dat er voor één tarief brieven tot 1 lot (van 15,6 gram) door heel het toenmalige land gestuurd konden worden. Het afgesproken tarief was 4 skilling. Er kwam dus maar 1 zegel, want verdere ambities hadden de Noren voorlopig nog niet. Van alle mogelijke ontwerpers die werkzaam waren in Christiania, de voormalige naam van Oslo, werd Nils Andreas Harbou Zarbell gekozen, geboren in Hurum in de provincie Buskerud in 1805. Hij was een gewone handwerksman maar nam de opdracht graag aan. Hij stelde voor een portret van koning Oscar I te maken, maar dat werd afgewezen. Hij maakte een tweede – vierkant – ontwerp, nu met het wapen van Noorwegen. Alleen het formaat werd nu nog aangepast naar het gangbare rechthoekige en vervolgens naar de boekdrukkerij van Wulfsberg gebracht om uitgevoerd te worden. Deze drukkerij was in het begin van de eeuw opgericht door de lutherse dominee Niels Wulfsberg (1775-1852), die een belangrijke inspirator was geweest voor de hierboven genoemde Noorse grondwet en oprichter van het nog steeds bestaande dagblad Drammens Tidende. Zijn zonen Jacob (1809-1882) en Christian August (1811-1884) hadden na zijn dood de drukkerij overgenomen en laatstgenoemde was verantwoordelijk voor de drukplaten van de eerste postzegels. Het zou de enige ongetande postzegel van Noorwegen worden. Een in 1854 in Engeland genomen proef met getande zegels zou zich langzamerhand over de wereld gaan verspreiden en Noorwegen en Zweden waren de eerste volgelingen.

Zover was het nog niet in Portugal, maar daar was wel een ‘personeelswisseling’ geweest dus kwam er een nieuw portret op de postzegels. Daarover volgende week.