1 januari 1852 – Het Pauselijk Wapen

Het wapen van Pius IX

Het wapen van Pius IX

Met het begin van 1852 waren er een drietal landen en een ‘bedrijf’ die met postzegels begonnen. Het bedrijf in kwestie was het familiebedrijf van Thurn und Taxis, dat de post in de Duitse staten al sinds eeuwen verzorgde en daar nu postzegels voor ging uitgeven, overigens uitsluitend cijferzegels. Daarnaast waren het Braunschweig met een Saksenros, Nederland én de Kerkelijke Staat die aan de start stonden. Volgende week dus op Zegelgek’s podium onze eigen Willem III.

Ook de Kerkstaat bediende zich in de korte periode van zijn ‘postzegelbestaan’ – van 1852 tot 1870 – van één onderwerp, namelijk het pauselijk wapen. De basis daarvan bestond uit twee onderdelen, de tiara en de sleutels van Petrus. Joseph Ratzinger, de ‘gepensioneerde’ paus Benedictus XVI verving de tiara door een mijter, maar daarvoor maakte die tiara deel uit van het wapen sinds de eind 13de-eeuwse paus Benedictus VIII.

Kerkstaat Mi 25

Kerkstaat Mi 25 (nadruk)

Tiara’s werden al gedragen door koningen in het oude Mesopotamië, hier komt het woord ook etymologisch vandaan. Wanneer de eerst paus ermee gekroond werd is niet bekend, maar dit is waarschijnlijk al in de 11de of 12de eeuw gebeurd. Iedere paus tot aan Paulus VI had zijn eigen tiara en van een aantal zijn ze nog bewaard gebleven. Die van Paulus VI bevindt zich in een kerk in Washington. Sinds 1978 worden pausen nog uitsluitend met een mijter ingewijd. Dit komt vooral omdat de tiara staat voor de wereldlijke macht van de paus en dus alleen in niet-liturgische gevallen gedragen werd.

Portzegel van Vaticaanstad (Mi 8)

Portzegel van Vaticaanstad (Mi 8)

De tiara bestaat uit een hoge kap van wit email omgeven door drie kronen, die de drie taken van de paus verbeelden. Ten eerste zijn rol als priester en leider van alle gelovigen van de Kerk van Rome. De middelste verbeeldt de rol als leraar en daarmee als hoofd van alle priesters en bisschoppen. De derde is de koninklijke rol, want de paus was natuurlijk ook staatshoofd van de Kerkelijke Staat die al in de 8ste eeuw bestond en in zijn grootste vorm het gebied van Rome tot Ancona en vandaar richting noordwesten Bologna en Ravenna omvatte. Hoewel de Kerkelijke Staat van 1870 tot 1929 niet bestond bleef de derde kroon behouden. Daarna werd de paus staatshoofd van zijn eigen 44 hectare grond, bekend als Vaticaanstad. De tiara wordt, net als de meeste kronen afgesloten door een kleine (wereld)bol en een kruis.

Kerkstaat Mi 9 (http://www.italianstamps.co.uk/states/papal/)

Kerkstaat Mi 9 (bron)

De sleutels zijn de gouden en zilveren exemplaren van Petrus, een van de 12 apostelen en de eerste paus. De gouden sleutel verbeeldt de toegang tot de hemelse, de zilveren tot die van de wereldlijke macht van de paus. Ze worden samengebonden door een rood koord. Sinds de middeleeuwen ligt op de sleutels het persoonlijke wapen van de paus, zoals hierboven te zien dat van Giovanni Maria Mastai-Ferretti alias Pius IX, die de kerk leidde van 1846 tot 1878.

Zuid-Afrika Mi 970

Zuid-Afrika Mi 970

Op 1 januari 1852 ging de postdienst van de Kerkelijke Staat in werking. De grote man achter deze dienst en de postzegels was de camerlengo van de Pius IX, Tommaso Riario Sforza (1792-1857), die die de zegels door een onbekende kunstenaar liet ontwerpen. Pius had aangegeven dat het ontwerp zo eenvoudig mogelijk moest zijn en niet zijn portret of persoonlijk wapen mocht bevatten en zo geschiedde. De serie bestond gelijk maar uit 9 verschillende waardes, variërend van ½ tot 8 Bajocchi, in ook 9 verschillende omlijstingen van het wapen: rechthoekig, rond, elliptisch, zeshoekig of in het geval van de 8 Baj ‘ingebogen vierkant’. De zegels werden op verschillende kleuren papier gedrukt. Dit maakt de serie met de monotone ontwerpjes toch uniek en wat vrolijker.

Na de opheffing van de Kerkelijke Staat in 1870 werd het pauselijk wapen nog maar mondjesmaat toegepast. De eerste serie zegels van het Vaticaan in 1929 toont ze nog en later komen ze, al of niet voorzien van het persoonlijke wapen wel weer voor bij onder andere de bezoeken van Johannes Paulus II aan andere landen, zoals in 1995 aan Zuid-Afrika.