1 juli 1849 – Koning Leopold I

Leopold van Saksen-Coburg op 34-jarige leeftijd, door George Dawe (1781-1829), Oorlogsgalerij Winterpaleis, St. Petersburg

Nadat Frankrijk in januari zijn eerste postzegels had uitgebracht kon het economisch sterk op dit land gerichte België niet lang achterblijven. Pas voor de tweede keer werd gekozen het staatshoofd te eren en dat was dus Leopold van Saksen-Coburg en Gotha, sinds 1831 Koning der Belgen. Toevallig een oom van koningin Victoria ook.

Leopold Georg Christian Friedrich werd op 16 december 1790 geboren als jongste overlevende zoon van zijn ouders Franz Friedrich von Sachsen-Coburg-Saalfeld en Auguste Reuß zu Ebersdorf op het stamslot Ehrenburg in Coburg, een stadje ongeveer halverwege Erfurt en Nürnberg in Beieren. Hij was anderhalf jaar ouder dan zijn latere rivaal, onze koning Willem II. Naar wie hij vernoemd wordt is een beetje gissen, maar waarschijnlijk werd zijn naam geïnspireerd door de Habsburgse keizer Leopold II, die eerder in 1790 aangetreden was. De naam komt namelijk nergens bij zijn voorouders voor.

Leopold had al op jonge leeftijd een baantje: kolonel in het Russische leger. Dat was een cadeautje van Catharina de Grote in verband met het huwelijk van zijn oudere zus Juliana met haar kleinzoon Konstantin, een huwelijk dat overigens al na enkele jaren spaak liep. Het betekende wel dat Leopold in de Napoleontische oorlogen de kant van de Russen koos, ondanks aandringen van Napoleon om zijn zijde te kiezen.

Karoline Bauer, naar een gravure van Franz Stöber (1795-1858)

Nadat Napoleon verslagen was bij Waterloo, een slag waar Leopold part noch deel aan had, werd het wel eens tijd om te trouwen. In Londen maakte hij kennis met prinses Charlotte, de dochter van de Engelse koning George IV. Zij was een klein jaar ouder dan Leopold en eerder verloofd met de erfprins van Oranje. Het werd een gelukkig, maar kort huwelijk, want Charlotte stierf in het kraambed en liet een ontroostbare echtgenoot achter. Hij bleef wel in Engeland wonen en nam daar en in Duitsland deel aan het leven dat bij de adel hoorde met feesten en bals en de bijbehorende avontuurtjes. In 1829 ontmoette hij de actrice en zangeres Karoline Bauer, die niets liever zou doen dan met de prins trouwen, maar daar kwam het niet van. Bovendien kwamen er een paar gebeurtenissen op zijn pad die een huwelijk met een gewone vrouw in de weg stonden.

Allereerst was er de onafhankelijkheid van Griekenland. Dit land had zich vanaf 1821 losgeworsteld uit het Ottomaanse Rijk en was in de eindfase van de strijd op zoek naar een koning. Leopold was vrij en beschikbaar, maar zou alleen koning worden als er een aantal zaken geregeld zouden worden om de stabiliteit te bevorderen, zoals een behoorlijke vrede en grensverdrag met de Turken. Omdat aan die eis niet voldaan kon worden hield Leopold toch de boot maar af en werd gekozen voor de Beierse koningszoon Otto.

20 centimes Epaulettes (Mi 2)

Maar intussen was er een ander gebied dat in opstand was gekomen tegen zijn staatshoofd, het zuiden van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Deze Belgische opstand leidde ertoe dat het land, om het conflict niet verder uit de hand te laten lopen, door alle grootmachten onafhankelijk verklaard werd. Erfprins Willem van Oranje zou koning kunnen worden maar hier waren de Belgen tegen. De Fransen zouden een koning kunnen leveren, een zoon van ‘burgerkoning’ Louis-Philippe van Orléans, maar dat vonden de andere grootmachten niet zo’n goed idee. Maar die Leopold van Saksen-Coburg, zou dat niets zijn? Op 21 juli, nog altijd de nationale feestdag, had hij inderdaad toegehapt en legde de eed af

Jacob Wiener op een zegel uit 1987 (Mi 2300)

Jacob Wiener op een zegel uit 1987 (Mi 2300)

In 1832 trouwde de inmiddels 41-jarige protestantse koning voor de tweede maal, met de katholieke Louise Marie van Orléans, zus van de eerder beoogde koning. Hun drie overlevende kinderen werden katholiek opgevoed, zoals geëist door de Belgische bisschoppen bij het aanvaarden van Leopold als koning. Ook dit huwelijk verliep tamelijk gelukkig, hoewel hij nog tijdens haar leven enkele minnaressen had, met wie hij ook kinderen kreeg. Louise overleed in 1850, 38 jaar oud, in Oostende aan de gevolgen van (waarschijnlijk) TBC.

Het jaar daarvoor was de 58-jarige koning onderwerp van de eerste postzegel van België. In december 1847 had hij daarvoor een gewijzigde postwet naar Engels model ondertekend. De Brusselse kunstenaar Charles Baugniet (1814-1886) kreeg de opdracht en hij bewerkte een portret van Liévin de Winne (1821-1880). Op de zegel ziet Leopold er een stuk jonger uit dan op het portret, dat in zijn oorspronkelijke vorm bij diverse herdenkingen nog wel gebruikt is. Een belangrijk onderdeel zijn de epauletten waarnaar de zegels genoemd zijn. Een tweede portret, dat op 17 oktober verscheen toont Leopold in een ovaal kader, waarbij de epauletten zijn verdwenen. De gravure werd verzorgd door de Engelsman John Henry Robinson (1796-1871), waarbij Jacob Wiener (1815-1899) de compositie maakte. Wiener zou later ook betrokken zijn bij de eerste Nederlandse en Luxemburgse zegels met het portret van koning en groothertog Willem III.

Belgische zegels bij het eeuwfeest van de postzegel (1949, Mi 842) en bij het jubileum van Leopolds eedsaflegging (1957, Mi 1065 en 1066)

Er zouden tot en met Leopolds dood 18 frankeerzegels met zijn portret verschijnen, de eerste 15 jaar in de oorspronkelijke tekeningen uit 1849 en in de waarden van 1, 10, 20 en 40 centimes, eerst ongetand, later getand. Vanaf 1865 verscheen er een nieuwe serie van 5 met een portret ‘en profil’  Daarna zie je zijn gezicht terug op uitgiftes die het ontstaan van de Belgische staat vieren of de jubilea van de eerste postzegel, de eerste keer in 1925. Buiten België is Leopold I alleen in Belgisch Congo en één keer in het toenmalige Zaïre afgebeeld.

Leopold I overleed in het paleis in Laken op 10 december 1865, zes dagen voor zijn 75ste verjaardag.

Volgende week weer eens een stukje ‘Eidgenossische Geschichte’.