Recent zijn de volgende zegels in de collectie toegevoegd (tot en met 1907)

Egypte 1872

Kaap de Goede Hoop 1902

Tunesië 1906

Tunesië 1906

Voor de rest van 1902 volgden er nog drie uitgiftes van belang. De eerste daarvan was op 25 februari in de Dominicaanse Republiek. Hier kwam een serie van zeven uit voor de 400’ste verjaardag van de stichting van Santo Domingo, de oudste koloniale stad van het net door Columbus ontdekte Amerika. Op zes van de zegels staan de drie bekendste helden van de republiek, Francisco del Rosario Sanchez (1817-1865), Juan Pablo Duarte (1813-1876) en Ramón Matías Mella (1816-1864), die alle een rol gespeeld hebben bij de definitieve onafhankelijkheid in 1844, toen de Haïtianen het hele eiland Hispaniola onder controle hadden.

De zegel van 50 centavos toont het fort van Santo Domingo, tegenwoordig Fortaleza Ozama geheten. Dit fort wordt gezien als eerste Europese fort in Amerika, waaromheen de stad is gebouwd. De bouw duurde van 1502 tot 1508 en stond onder leiding van Nicolás de Ovando (1460-1511), die in 1502 uit Spanje was gekomen om de Spaanse koloniën te leiden. Het fort ligt aan de monding van de rivier de Ozama, waar het zijn naam aan ontleent. Door die ligging werkte het uitstekend om stad en achterland te beschermen tegen andere ‘belangstellenden’ zoals piraten. Het fort heeft nog tot in de jaren 60 van de vorige eeuw een militaire functie gehad en ook was het eeuwenlang een gevangenis, met als eerste beroemde gevangene Columbus zelf. Tijdens zijn gouverneurschap kreeg hij het steeds vaker aan de stok met andere kolonisten en dat leidde ertoe dat de grote ontdekker op valse beschuldigingen opgesloten werd. Dankzij een bevel van het Spaanse koningspaar, Ferdinand en Isabella, kwam hij weer vrij, en als hij maar beloofde geen stap meer op Hispaniola te zetten kon hij in een landhuis in Andalusië van zijn pensioen gaan genieten. Columbus was daar niet tevreden mee, hij moest en zou nog eens terug naar Amerika, nog steeds in de hoop een doorgang naar Azië te vinden. In 1502 kreeg hij zijn zin. Tijdens de reis worden Honduras, Panama en Jamaica ontdekt, maar verder wordt het één grote ramp en op Hispaniola is hij definitief niet meer welkom… Als een van de weinig overlevenden bereikt Columbus Spanje weer in 1505, maar hij is te oud en te zwak om van zijn pensioen te genieten en sterft een jaar later.

Op 1 maart was er een laatste aanvullende waarde van de serie ‘Staande Hoop voor de Tafelbaai’ in Kaap de Goede Hoop. Dit was een 3 pence in de kleur roodlila. In 1904 zouden de laatste zegels van de kolonie verschijnen, portretten van de nieuwe koning Edward VII.

Op 15 december een nieuw gebied op de lijst: het West-Indische eiland Saint-Lucia, gelegen in de zuidelijke Bovenwindse eilanden, tussen Martinique in het noorden en Saint-Vincent in het zuiden. Het eiland vierde dat het in 1502 vierhonderd jaar eerder ontdekt was. Wie dat op zijn naam heeft is niet bekend, de datum van 13 december 1502 wordt aangehouden voor de landing van een groepje Franse schipbreukelingen, maar mogelijk dat Columbus er ook al was tijdens zijn eerste reis. In 1511 werd het voor de Spaanse kroon opgeëist, maar in de 17’de en 18’de eeuw was het een speelbal tussen Engeland en Frankrijk. Pas na de nederlaag van Napoleon in 1814 werd Saint-Lucia definitief Brits. Sinds 1979 is het eiland onafhankelijk.

Er staan drie vergelijkbare eilanden op de Werelderfgoedlijst om dezelfde reden. Het gaat om Dominica, Saint-Lucia en Réunion, niet toevallig eilanden met een Franse geschiedenis. Ze zijn alle drie behept met zogenaamde ‘pitons’, spitse bergpluggen – het Franse woord piton betekent plug – als resten van vulkanen. Die van Saint-Lucia bevinden zich voor de kust, een grote Gros Piton van 786 meter hoog en een niet veel kleinere Petit Piton van 739 meter hoog. Over niet te lange tijd komen de andere twee eilanden ook aan de beurt, Dominica zelfs al in 1903, maar daarover dus volgende keer.

Het jaar 1900 telde totaal 16 zegels. Nieuwe landen of onderwerpen zaten er niet bij.

De Mexicaanse zegel met de kathedraal van Mexico-Stad kwam er met met de andere zegels van de serie van 1899 met overdruk OFICIAL en werd zodoende als dienstzegel gebruikt. De opdrukken werden tot 1910 met een handstempel aangebracht en zijn vaak slecht leesbaar. Pas in 1910 werden boekdrukoverdrukken toegepast.

Kaap de Goede Hoop kwam met een nieuw ontwerp Tafelberg, deze keer zonder de Hoop, maar wel met het wapen van de kolonie die diep in de Tweede Boerenoorlog verwikkeld was. Wel een aardig ontwerpje, met een stoomschip in de Tafelbaai.

In de Dominicaanse Republiek verschenen een tweetal Columbuszegels uit de serie 1899 opnieuw, maar dan in zeer kleine waardes van 1/4 en 1/2 centavo. Het betreft de zegel met de graftombe in de kathedraal en die met de bijeenkomst in Salamanca.

Griekenland hield opruiming met een serie waardeopdrukken. De meeste kwamen op de bekende Hermeskopjes, maar ook de Olympische serie van 1896 werd geraakt. De 1 Drachme kreeg een waarde van 5 Lepta mee en de 10 Drachme werd uitverkocht voor 2 Drachme. Net als de originele zegels moeilijk te vinden en duur.

Brazilië bracht een nieuwe zegel van 50 Reis in de kleur groen uit. Net als de originele zegels staan de zegelbeelden zeer dicht bij elkaar, zoals goed op de foto te zien is. Je ziet dus altijd wel een stukje van het volgende zegel.

Ook in Soedan verscheen een dienstzegel. De eerste zegels hebben een doorsteek van de letters SG. In 1900 was dat in een van de Piramidezegels die in 1897 met opdruk verschenen waren. Vanaf 1902 werden opdrukken OSGS toegepast, maar uitsluitend op de zegels met de kameelruiter.

Nieuw-Zeeland bracht enkele van de ‘First Pictorials’ uit in gewijzigde kleuren. Daaronder waren de 1/2 penny met Mt. Cook, nu in groen en de 2 pence met Pembroke Peak in lila. De zegels hadden een grove tanding, net als de uitgifte 1899 en een watermerk NZ ster met dubbele lijnen (dit werd in 1901 vervangen door enkele lijnen. Ik meende de twee zegels al te hebben, maar inmiddels ben ik er weer naar op zoek, want ik had de verkeerde. Geen plaatjes dus voorlopig…

De rest van het nieuws kwam uit de Tweede Boerenoorlog. Op 23 maart kwamen de eerste bezettingszegels uit Mafeking, het huidige Mahikeng aan de grens met Botswana. De belegering van Mafeking door de Boeren was in oktober 1899 begonnen en duurde zo’n zeven maanden, voordat de Britten onder commando van een zekere kolonel Robert Baden-Powell (jazeker, degene die in 1907 de scouting oprichtte), het stadje ontzette. Dit was een keerpunt in de oorlog, waarin tot dan toe de Boeren het voor het zeggen hadden. De zegels, de eerder besproken 1/2 en 1 penny van de Tafelberg met daarvoor de Hoop, werden, naast andere zegels van Kaap de Goede Hoop en ook van Brits Betshuanaland (nu Botswana), overdrukt met de tekst MAFEKING BESIEGED en een nieuwe waarde van respectievelijk 1 penny en 3 pence. Prijzig en slecht te vinden. Overigens kwamen er in Mafeking in april twee provisorische zegels uit met ieder een ‘first’, een 1 penny met een koerier op een rijwiel en de 3 met het portret van Baden-Powell. Dit waren dus de eerste fiets en de eerste levende militair ooit op een postzegel. Baden Powell zou na zijn dood, als zijnde oprichter van de scouting, nog honderden keren geportretteerd worden

Een andere bezettingsuitgave op dezelfde twee zegels verscheen in augustus. Deze kwamen uit Schweizer Reneke, een klein plaatsje in het toenmalige Transvaal, 50 kilometer van het vorige keer besproken Vryburg. Het was in 1888 gesticht door een zekere Schweizer en een zekere Reyneke wat de naam verklaart. Vanaf 19 augustus begon de Boerse belegering en de inwoners wisten het hoe dan ook tot in januari 1901 vol te houden. Het is maar een klein verhaal, want de Britten waren nog vol van de ontzetting van Mafeking, en ook de vorderingen in Kimberley en Ladysmith werden op de voet gevolgd. Maar toch postzegels met een eenvoudige verticale handstempel BESIEGED op de twee zegels van de Kaap en een viertal van Transvaal zelf. Nog onbetaalbaarder dan die van Mafeking.

Dat geldt niet voor wederom dezelfde zegels, maar nu met opdruk ORANGE RIVER COLONY. Deze verschenen vanaf augustus in de inmiddels gepacificeerde Oranjevrijstaat. Naast deze twee was er ook een 2 1/2 pence, uit de andere bekende Kaapse serie ‘Zittende Hoop’.

 

In de tweede helft van het jaar waren er nog 7 postzegels. Op 19 juli verscheen de Labuan-versie van de 4-cents opdrukken die eerder in Noord-Borneo verschenen. Dit waren 9 zegels en de 18 cents hoorde daar ook bij. In dit geval alleen de laatste versie, met ‘LABUAN’ over ‘STATE OF NORTH BORNEO’.

Er waren twee nieuwe gebieden die met erfgoeduitgiftes kwamen. De eerste was Mexico, hier kwam op 1 november een serie van 10 zegels uit. De eerste 7 toonden het wapenschild in verschillende kaders. De hoogste waarden waren voor toeristische plaatjes, waarmee Mexico een van de eerste was, zonder dat er iets te vieren was. Op de 50 centavos zien we de watervallen van Juanacátlan, een plaatsje vlakbij Guadalajara, ten noordwesten van Mexico-Stad en op de 1 peso de bekendste vulkaan van Mexico, de Popocatepetl. De vulkaan is geen werelderfgoed, maar een aantal kloosters in plaatsjes in de buurt wel, die komen later aan bod.

De 5 pesos is voor de verzameling wel interessant: hierop staat de kathedraal van Mexico-Stad. Het centrum van de hoofdstad van Mexico staat sinds 1987 op de lijst onder nummer 412. Daarnaast hoort de archeologische site Xochimilco op 28 kilometer ten zuiden van het centrum er ook bij.

Mexico-stad werd in de 16’de eeuw gesticht op de ruïnes van Tenochitlan, de oude hoofdstad van de Azteken. De stad moest hét visitekaartje worden van de kolonie Nieuw-Spanje en er verschenen dus paleizen en de grootste kathedraal van het hele continent. Zij werd samen met de belangrijkste regeringsgebouwen gebouwd aan de Plaza de la Constitución (in de volksmond El Zócalo geheten). De eerste steen van wat officieel de Catedral Metropolitana de la Asunción de la Santisima Virgen Maria a los cielos de la Ciudad de México heet werd gelegd in 1571 op de plek van een tijdelijke kerk, die op zijn beurt 40 jaar eerder was verschenen in plaats van de hoofdtempel van de Azteken. De voltooiing was pas in 1813, na ruim 240 jaar bouwen dus. De eerste bouwmeester was de uit het Baskenland geëmigreerde Claudio de Arciniega (1527-1593). Hij werkte op een enorme bouwplaat van 59 bij 128 meter en de kerk kreeg twee torens van 67 meter hoog (deze werden in 1791 pas voltooid). Als voorbeeld werd de Spaanse kathedraal van Jaén gekozen. De laatste restauratie werd na een brand in 1967 ingezet.

Op 11 oktober 1899 was de Tweede Boerenoorlog uitgebroken in Zuid-Afrika, als gevolg van een al jarenlang slepend conflict over Transvaal, een Boerenrepubliek die in de laatste jaren overspoeld was door niet-Boerse immigranten. Aan het begin van de oorlog waren de Boeren in het voordeel en namen delen van Natal en de Kaapprovincie in. Een belangrijk verkeersknooppunt in het noorden was het in 1885 door de Britten veroverde stadje Vryburg en in november 1899 werd de belegering door de Boeren ingezet om het terug in te nemen. Op 24 november verscheen er dan ook een serie van vier postzegels alleen voor Vryburg, vier waarde-opdrukjes op zegels van Kaap de Goede Hoop. Hier was ook de 1893 uitgegeven rode 1 penny, die (overigens foutief) overdrukt werd met 1 PENCE.

De laatste zegels van het jaar kwamen uit Tasmanië. Vóór het ontstaan van de staat Australië gaven West- en Zuid-Australië, Queensland, Victoria, New South Wales en Tasmanië ieder voor zich zegels uit. Op laatstgenoemd eiland was dat een serie van 8 met landschappen, waarvan er vier behoren tot de Tasmanian Wilderness (wel-181): op de 1/2 penny Lake Marion, op de 3 pence de Spring River nabij Port Davy, op de 4 Russell Falls en op de 5 pence Lake St. Clair. Vooralsnog niet in de collectie, maar in Australië is dat ruim goedgemaakt, dus te zijner tijd zal ik ze nader bespreken.

 

 

Er waren maar weinig zegels om mee te tellen in 1898, maar ze kwamen wel uit een land dat zijn werelderfgoed al respecteerde, 80 jaar voordat er een lijst was: Nieuw-Zeeland. Het was gelijk een lokale revolutie, want vanaf 1855, toen de eerste zegels verschenen, waren de frankeerzegels, inmiddels 64 stuks, alle getooid met het portret van koningin Victoria. Tijd voor wat anders dus en in 1898 werd het vertrouwde koninginnekopje vervangen door een serie met verschillende afbeeldingen uit de natuur van het land. Het ging om vogels en landschappen. Naar goed Nieuwzeelands gebruik worden deze series ‘Pictorials’ genoemd. Tot 1970 verschenen er vijf van dit soort series, ‘First’ tot en met ‘Fifth Pictorials’ geheten. Als eerbetoon aan de eerste serie verscheen in 1998 bij het eeuwfeest een nieuwe versie in offsetdruk en uiteraard andere waardes.

Nieuw-Zeeland kent slechts drie inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst, en aan twee van de drie wordt aandacht besteed. Het gaat dan ten eerste om Te Wahipounamu in het zuidwesten van het Zuid-eiland. Te Wahipounamu staat in het Maori voor ‘de plaats waar Pounamu is’, en Pounamu betekent dan ‘groene stenen’, specifiek in Nieuw-Zeeland voorkomende vormen van jade, baveniet en serpentiniet. Het andere belangrijke park dat in de serie voorkomt is Tongariro, midden op het Noord-eiland. Op 8 van de 14 zegels vinden we landschappen uit deze parken.

De 1/2 cent toont Mount Cook, in het Maori Aoraki geheten. Van deze waarde bestaan drie versies, een in grijsviolet en twee andere in groen en in kleiner formaat, met of zonder watermerk. Ik heb vooralsnog alleen groene zegels, dus kom daar later op terug.

Van de 1 penny, zoals hierboven afgebeeld, is maar één versie, want in 1900 werd in Nieuw-Zeeland net als overal in het Britse Rijk de Penny Universal ingevoerd en daar hoorde een ander plaatje bij. Op deze zegel zien we het Taupomeer met op de achtergrond de vulkaan Ruapehu (‘lawaaiige kuil’), een van de drie vulkanen in het Tongariropark. Ruapehu is met 2791 meter de hoogste van die drie.

De 2 pence is er net als de 1/2 penny in drie versies. Van deze heb ik alleen de oorspronkelijke versie zoals afgebeeld, later veranderde de kleur in lila. Op deze zegel zien we Mount Pembroke (2014 m) en een stukje van de fjord Milford Sound, een geroemd natuurgebied en als zodanig op enkele tientallen postzegels verschenen. Het maakt deel uit van het grootste van de vier nationale parken van Te Wahipounamu, namelijk Fiordland. We kijken vanuit de fjord richting zee en zien de berg vanuit het zuidoosten. Een andere bekende berg aan de zuidkant van Milford Sound is Mitre Peak, die we later nog wel tegen zullen komen.

Op de 2 1/2 pence komen we het Wakatipumeer met op de achtergrond Mount Earnslaw tegen. Het meer zelf hoort niet tot een van de parken van Te Wahipounamu, maar Earnslaw wel. Deze reus van 2819 meter hoog bevindt zich in het nationale park Mt. Aspiring en speelde een rol in de Lord of the Rings-cyclus. Het is een voor zijn hoogte lastig te beklimmen berg, die pas voor het eerst in 1890 bedwongen werd. Van deze postzegel zijn er vier verschillende. In de eerste serie zien we er gelijk 2, eentje waar onderin de tekst ‘MT EARNSLAW’ staat en een met de verbeterde tekst ‘POSTAGE & REVENUE’, wat formeel op iedere zegel diende te staan. Bovendien stond er op de eerste zegel nog een storende fout: ‘LAKE WAKITIPU’, in plaats van ‘LAKE WAKATIPU’, wat tegelijk aangepast werd 1). Een derde versie, ook met verbeterde teksten, kwam uit de regeringsdrukkerij in Wellington en heeft een veel grovere tanding en ten slotte was er in 1902 een exemplaar met watermerk.

Op de 3 pence zien we de uitgestorven huia-vogel. Ten tijde van de uitgifte van de zegel waren er nog enkele exemplaren, maar na 1907 zijn er geen meer gezien. Op de 4 pence staan het White Terrace bij Rotomahana, samen met de Pink Terrace op de 9 pence bijzondere natuurwonderen, die zeker op de werelderfgoedlijst zouden staan als ze maar niet ten prooi waren gevallen aan de uitbraak van Mount Tarawera in 1886. Overigens zijn geologen wel sporen tegengekomen van deze ooit op natuurlijke wijze ontstane slakkenformaties.

Op de 5 pence staat de Otirakloof in het onherbergzame binnenland van het Zuid-eiland. Pas in 1865 werd de kloof ontsloten, tegenwoordig ligt er een moderne weg. Opmerkelijk is dat Ruapehu, die vulkaan van het Noord-eiland, in een uitsparing is opgenomen. Wat het idee van de ontwerper was weet ik niet, maar ook deze komt hopelijk wel in de collectie terecht.

Op de 6 pence vinden we de kiwi of ook wel snipstruis geheten, een alleen in Nieuw-Zeeland te vinden loopvogeltje. Vroeger werd het, net als de vrucht van dezelfde naam, gezien als een lekkernij, maar waar de vruchten ruim voorhanden zijn, is de kiwi-vogel nu beschermd en mag niet meer gevangen worden.

De 8 pence laat, binnen de bochten van het alomtegenwoordige cijfer, een oorlogsboot van de Maori zien en een kroon in de bovenste curve. Op de 1 shilling zien we een kea en een kaka samen op een tak. Beide vogels zijn papegaai-achtigen en komen voornamelijk voor in het Mt. Cookpark.

Op de 2 shillings staat de Milford Sound weer centraal en op de hoogste waarde van 5 shillings Mount Cook. Deze zegels liggen voorlopig ver buiten bereik van de portemonnee.

Was er verder nog wat te beleven in 1898? Jawel: in Kaap de Goede Hoop kwam een nieuwe versie van De Hoop voor de Tafelberg uit. Dit keer in de nieuwe waarde van een halve penny en in de kleur lichtgroen.

 

1) Overigens werden beide inschriften, de goede zowel als de foute, opgenomen in de eeuwfeestserie van 1998, in de waarde van 80 cents!

Van het jaar 1893 kan ik maar één zegel laten zien. De rest kwam uit Bolivia.

Daar verscheen de laatste oplage van de ‘wapen-in-cirkel’-zegels, een laatste serie van 5 met waardes 1, 2, 5, 10 en 20 in de bekende kleuren, maar nu in steendruk vervaardigd bij Litografia Boliviana in La Paz. Te zien is dat de kwaliteit met grote stappen achteruit gaat. Ook het ontwerp was niet helemaal consistent uitgevoerd: de 5 centavos werd gedrukt van platen met 11 sterren. Een uitgifte om snel te vergeten dus en dat vonden de Bolivianen zelf ook kennelijk: voor 1894 stond een nieuw ontwerp gepland. De prijzen zijn niet heel hoog, maar ik heb er nog geen een in levende lijve gezien.

Dat geldt ook voor een tweede uitgifte waarin zegels van 1 en 2 centavos van de uitgiften 1887 en 1891 opgebruikt werden als fiscaal zegel. Je mocht ze nog wel op brieven plakken, vandaar dat ze in de catalogus staan. Ze zijn herkenbaar aan een handstempel-opdruk ‘TIMBRE’ die in groen, blauw of violet is uitgevoerd voor de 1 en in violet of varianten daarvan op de 2 centavos. Ook hier geldt dat de catalogus geen grote prijzen meldt, maar dat ze niet eenvoudig te vinden zijn en anders ruim boven de catalogusprijs. Overigens zijn ook andere waardes uit de series overdrukt, maar deze hebben geen postale functie.

Een heel nieuw onderwerp en een heel nieuw land kregen we nog wel voor de kiezen: Kaap de Goede Hoop gaf een nieuwe zegel uit in het eenheidstarief van 1 penny, iets wat later – en verplicht vanaf 1898 – werd nagevolgd in andere delen van het Britse wereldrijk als de Imperial Penny Post.

De dame met het anker op de postzegel was al bekend uit dit verhaal. De Hoop dus, en deze keer heeft ze positie gekozen in de Tafelbaai met op de achtergrond Kaapstad en de Tafelberg.

Kaapstad is geen werelderfgoed, de Tafelberg echter wel. Niet als zichzelf maar als onderdeel van de Cape Floral Region, dat bestaat uit een 13-tal nationale parken in de Kaapprovincie. De Tafelberg en Kaap de Goede Hoop zelf maken deel uit van het Table Mountain National Park, dat in 1998 werd opgericht, een jaar nadat ikzelf beide plaatsen heb bezocht. Het totale gebied beslaat 221 kmen werd in 2004 ingeschreven onder nummer 1007, in het begin nog bestaande uit 8 parken, maar in 2015 uitgebreid met 5 andere.

De Tafelberg is een bijzondere berg, want hoe komt een berg zo plat? Nu, dat komt zo: ooit, ruim een half miljard jaar geleden, was de Tafelberg een vallei en door erosie van de omliggende Cape Fold Belt Mountains, mogelijk zo’n 4 tot 5 kilometer hoog, werd de vallei een berg van iets meer dan een kilometer hoog. Dat de Tafelberg niet mee erodeerde kwam omdat deze gevestigd is op graniet en dat slijt niet zo snel zoals we wel weten.

De kop van de Tafelberg is uitzonderlijk rijk aan lage gewassen, waarvan het zogenaamde ‘fynbos’ het belangrijkste is, maar wel bedreigd. Fynbos gedijt het beste als er af en toe brand is en zo zorgt het dat de diversiteit zich na zo’n brand snel kan herstellen. Het hele nationale park bevat bijna 2300 verschillende soorten planten, meer dan op de hele Britse eilanden samen. Vele unieke orchideeën en protea’s maken er deel van uit.

Dieren vind je er ook. Een bekend beestje is het zogenaamde dassie, alhoewel de populatie de laatste 20 jaar sterk achteruit gegaan is (maar herstellende). Andere dieren die je kunt aantreffen zijn stekelvarkens, slangen, hagedissen en ‘spookkikkers’, een andere voor dit gebied unieke soort. Een dier, inmiddels uitgestorven, dat hier ook voorkwam, was de quagga, een paardensoort verwant aan de zebra, die echter een gewild jachtobject werd voor de Boeren. Het laatste exemplaar, een vrouwtje, overleed in Artis, in 1883… Ze kreeg in 1988 een postzegel.

1894 was een gevarieerd jaar, met zegels uit Noord-Borneo, Brazilië, Bolivia en San Marino.

 

Links over de Tafelberg:
Interesting Table Mountain Facts (4:50)
Platteklip Gorge Hiking Trail (11:27)
Cape Town, Table Mountain and the Cape Peninsula (10:22)
The History of Table Mountain (8:42)
Table Mountain National Park: a tribute to one of the world’s natural wonders (3:34)