Ondanks dat het een oorlogsjaar was bleef er in 1917 nog wel wat te beleven. Totaal waren er 50 zegels, waarvan 28 in de collectie. Het verhaal wordt dus weer opgesplitst.

Griekenland

537

Net zoals Franse en Britse koloniën gaf ook Griekenland zegels uit om de oorlog op een of andere manier te financieren. Er werden drie zegels van de Extrateia-serie overdrukt met ΚΠ en een waarde van 5 lepta.

Haiti

Haïti kwam weer met een grote reeks waarde-opdrukken van 1 centime. De zegels van 4 centimes met de slotruïne van Sans-Souci in de kleuren karmijn of olijfgroen werden allebei overdrukt.

Colombia

Colombia kwam met een nieuwe serie frankeerzegels, grotendeels bestaande uit Zuid-Amerikaanse beroemdheden. Alleen de 20 centavos was gewijd aan het monument voor de slag bij Boyaca in 1819 en de 50 laat de stad Cartagena zien. Alleen in deze laatste ben ik geïnteresseerd, maar deze is nog niet langs gekomen.

Mexico

Hier werd alleen een heruitgifte van de serie van 1915 gedaan. De 5 pesos met het hoofdpostkantoor van Mexico-Stad kwam nu in een groen kader in plaats van rood uit.

Hongarije

542-549

Na een groot aantal portretten van Franz-Joseph en de mythische vogel Turul kwamen de Hongaren met een nieuw onderwerp voor de iets hogere waardes van 50 fillèr tot 10 korona, namelijk het nieuwe parlementsgebouw aan de Donau in Boedapest. Het was in 1904 na bijna 20 jaar bouwen gereedgekomen en was bijna gelijk al een monument vanwege de omvang en de rijke versiering van ex- en interieur. Het is met afstand het meesterwerk van Imre Steindl (1839-1902) en werd samen met het alle bebouwing aan de Donau in 1987 op de Werelderfgoedlijst gezet als nummer 400. Ik ben 4 maal in Boedapest geweest, hieronder een foto van ons bezoek in 2008.

Parlementsgebouw gezien vanuit het Vissersbastion (eigen foto 21-07-2008)

25 maart – Turkije

Ook in 1917 was het merendeel van de uitgiftes weer oude zegels met een opdruk. In dit jaar was dit een soort van ossenkop met een ster erboven. Ook nu weer waren de Edirnezegels gekozen, behalve de 20 paras dit keer, alsook de vier portopdrukken.

Een paar weken eerder was er wel de eerste zegel van een nieuwe frankeerserie verschenen, waarvan de zegels om hun herkomst de Weense drukken heten. De serie bevatte de volgende waardes en onderwerpen:

  • 2 para’s (21-10-1918) – Turkse artilleriesoldaten in een gevechtsscene
  • 5 para’s (7-9-1918) – De moskee van Orta Koy bij Istanboel
  • 10 para’s (2-4-1918) – Vuurtoren aan de Bosporus
  • 20 para’s (11-10-1917) – Monument voor de martelaren van de vrijheid
  • 1 piaster (5-6-1917) – Kaart van de Dardanellen en portret van sultan Mehmed V
  • 50 para’s (11-10-1917) – Kaart van de Dardanellen

550

Op de 2 piaster van 6 maart 1917 is Istanboel te zien vanaf de Gouden Hoorn, een brede rivierarm van de Bosporus aan de noordzijde van de oude stad. Aan de linkerkant zijn wat torentjes te zien van de  beroemde moskeeën.

551

Op de 5 piaster, uitgegeven 2 oktober 1917 iets wat nog net onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, dat zoals bekend in zijn nadagen verkeerde: namelijk de piramides van Egypte.

13 mei – Hedjaz

In Hedjaz kwamen de zegels van 1916 nog een keer uit, maar nu getand.

Juli – Réunion

560

Een simpele waarde-opdruk van 0,01 op 4 centimes dit jaar

14 juli – Bulgarije

536

Bulgarije vierde de verovering van Macedonië met meerdere zegels, gewijd aan landschappen uit wat nu Noord-Macedonië heet. In de Eerste Wereldoorlog wist Bulgarije het tot dan toe onder het Ottomaanse Rijk horende deel van het latere Joegoslavië met behulp van de Centrale mogendheden (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) te veroveren. Het sprookje zou niet erg lang duren, want bij het einde van de oorlog hadden de geallieerden het alweer heroverd.

De meest aansprekende plaats van Macedonië is Ohrid aan het gelijknamige meer op de grens met Albanië. Het meer kwam in 1979 op de Werelderfgoedlijst met nummer 99, een jaar later ook de naaste omgeving met het historische stadje. Ohrid ontstond bij de oude Griekse nederzetting Lychnidos, die al zo’n 700 jaar voor Christus bewoond was. Nadat de Romeinen Macedonië hadden verlaten was het een flinke stad met een eigen bisschopszetel, maar in 526 sloeg het noodlot toe, Lychnidos werd verwoest door een zware aardbeving. Op de restanten van de stad ontstond een nieuwe nederzetting die in 880 Ohrid bleek te heten. Op dat moment maakte het deel uit van het (eerste) Bulgaarse Rijk, dat in die dagen een groot deel van de Balkan besloeg. In 1018 werden de Bulgaren verslagen en Ohrid werd onderdeel van het Byzantijnse Rijk. 3 eeuwen later volgde verovering door de Ottomanen. Bulgaren wonen er nog steeds.

561

Na 1918 lag Ohrid in Joegoslavië en in de jaren 60 werd de toeristische potentie ontdekt wat Ohrid evenals Dubrovnik en Split tot een grote trekpleister maakte. De oude stad is gelukkig niet te zeer aangetast en met name de kerken zijn de moeite van het bezoeken waard. De 13’de-eeuwse Sint Johannes van Kaneo-kerk ligt hoog boven de stad met uitzicht op het Ohridmeer en is het bekendste punt, wat ook goed te zien is op de postzegels.

De 50 stotinki verscheen op 14 juli. de 5 waarschijnlijk eerder. Wat de eerste betreft een grote verandering vanwege de landsnaam Tzjarstvo Bulgaria, waarmee men maar wilde aangeven dat het oude Bulgaarse tsarenrijk weer terug van weggeweest was. De Bulgaarse koningen zouden tot het einde van het koninkrijk in 1946 de titel tsaar dragen.

1916 was een niet al te ingewikkeld jaar met slechts 24 nieuwe zegels, waarvan er 6 in de collectie zitten. Weer veel opdrukken, maar ook een enkel nieuw onderwerp.

Zwitserland

512

In Zwitserland begon het met het opdrukkencircus van het jaar: de portzegel van 3 rappen uit 1910 werd grondig overdrukt met een rode stralenkrans en daaroverheen een zwarte 5 zodat die 3 écht níet meer te zien is.

Februari – Bolivia

515

Bolivia kwam met een serie van 5 nieuwe langlopende frankeerzegels in kleinere waardes. Op de 1/2 centavo vinden we een nieuw onderwerp: een monoliet uit oude hoofdstad van het Tiwanaku-rijk, dat een belangrijke voorloper was van het Incarijk, dat in de 13’de eeuw ontstond. Tiwanaku bestond naar de nieuwste inzichten vanaf ongeveer 100 tot 1000, hoewel vroegere historici het aanzienlijk ouder ingeschat hebben. Van vóór onze jaartelling zijn er echter geen sporen aangetroffen, wat het zeer onwaarschijnlijk maakt dat Tiwanaku toen al bestond,of tenminste belangrijk was. Centraal in de hoofdstad, waar op het hoogtepunt mogelijk 70.000 mensen gewoond hebben, ligt de Kalasasaya, een vierkant tempelplein, waar de monolieten zoals op de postzegel te zien zijn. In de wanden vind je allerlei kopjes van soms voor Boliviaanse begrippen exotische figuren, waarmee de gids, die mij er in 1998 rondleidde, wilde zeggen dat de oude bewoners al lang wisten dat er meer was dan de lokale wereld om hen heen, iets waar tot op de dag van vandaag over gespeculeerd wordt.

Ook bijzonder is de Zonnepoort, waar rond 24 juni het traditionele nieuwjaarsfeest van de Aymara gevierd wordt. De Aymara zijn een oude etnische groep, die voor ongeveer 20% deel uitmaakt van de Boliviaanse bevolking. Op de Zonnepoort kom ik later terug.

516

De 1 centavo laat een bekende zien, maar nu voor echt, want tot 1917 zien we de Cerro Rico alleen nog als onderdeel van het wapenschild.

De overblijvende waardes zijn de

  • 2 centavos: het Titicacameer, een door de Inca’s heilig genoemd meer in het grensgebied van Bolivia en Peru.
  • 5 centavos: de Illimani, een uitgedoofde vulkaan van 6438 meter, die vanuit La Paz goed te zien is.
  • 10 centavos: het regeringsgebouw in La Paz, de politieke en administratieve hoofdstad van Bolivia. Het land kent twee hoofdsteden: Sucre is de wettelijke hoofdstad van het land. Dit is ongeveer vergelijkbaar met Nederland, al zal niemand Den Haag hoofdstad noemen…

15 februari – Tunesië

Ook Tunesië ontkwam er als Franse kolonie niet aan om toeslagopdrukken voor het Rode Kruis te drukken. Het betrof de 5 centimes met de Grote Moskee van Kairoun uit 1906. Opmerkelijk is dat de zegelwaarde onder twee dikke rode opdrukstrepen verdwenen is. De zegel heeft dus officieel geen frankeerwaarde, maar werd wel voor 5 centimes verkocht.

Op 7 augustus verschenen de waarden vanaf 15 centimes van dezelfde serie met soortgelijke opdrukken, maar hier betrof het wel een echte toeslagwaarde, in dit geval van 10 centimes. De franc-waardes met de Carthaagse galei ontkwamen er ook niet aan, maar met name de 2 en de 5 francs zijn voor de grotere portemonnee.

20 maart – Mexico

Het opdrukken van Mexicaanse zegels ging ook gewoon door: nu betrof het de tekst G.P. DE M. (Gobierno Provisional de Mexico) in een langwerpig rozet. De Granadistas-zegel van 1910 hoorde er ook bij, net als een al eerder overdrukt exemplaar uit 1914. Ook een tweetal als dienstzegels eerder overdrukte zegels werden nog eens onderhanden genomen. Prijzig spul…

April – Réunion

520

In 1915 had Réunion al twee toeslagzegels voor het Rode Kruis uitgegeven, maar kennelijk bevielen de opdrukken niet of was de voorraad gauw uitgeput. In ieder geval was dit de derde en laatste versie

20 augustus – Hedjaz

534

Voor Saoedi-Arabië gestalte kreeg in 1932 waren er twee voorgangers. Het eerste was het koninkrijk Hedjaz, dat bestond tussen 1916 en 1925. In de volgende periode was dit veroverd door het sultanaat Nedjd (dat nimmer postzegels uitgaf) en ging het verder als het koninkrijk Nedjd en Hedjaz onder leiding van koning Ibn Saoed (1875-1953). Na nog wat veroveringen kreeg het land zijn huidige vorm en werd omgedopt tot Saoed-Arabië.

Hedjaz gaf 111 postzegels uit vanaf het begin in 1916, meestal ornamenten in de stijl zoals hierboven te zien en ontleend aan moskeeën in de Arabische wereld. De getoonde zegel toont ornamenten van de toegang van de El-Salih-Talay-moskee in het historische centrum van Cairo. Een andere zegel laat een ornament zien van een koran uit een andere moskee, die van Sultan Barquq, ook in Cairo.

Op 23 december kwamen dezelfde zegels nog een keer uit, maar dan in doorsteek, zoals afgebeeld. De eerste zegels waren getand.

16 september – Turkije

527

Turkije was in de Eerste Wereldoorlog kampioen opdrukken. In 1916 werd een groot deel van de voorgaande uitgiften sinds 1892 overdrukt. Ook de Edirne-zegels (én de port-opdrukken) ontkwamen niet aan de opdruk van een liggende maansikkel met het Arabische jaartal 1332 en een ster. Overigens was het al 1334 volgens de lopende kalender.

1 september – Dominica

Zoals de Franse gebieden allemaal één of meerdere opdrukken voor het Rode Kruis hadden, kregen vele lopende zegels van de Britse koloniën een opdruk ‘WAR TAX’ om de oorlogsinspanningen van het moederrijk te financieren. De zegel van Dominica van 1916 heb ik niet maar een latere uitgifte uit 1918 wel.

1917 gaat weer in twee delen, maar daarover later deze maand meer.

Mei – Nicaragua

Zoals in het laatste deel van 1914 al gemeld gaf Nicaragua de volgende 25 jaar bijna alleen maar zegels uit met het regeringsgebouw in Managua en de kathedraal van Léon. In 1915 kwam het rijtje van 1914 uit met de opdruk OFICIAL om als dienstzegel te dienen. Anders dan later gebruikelijk werd er een compleet nieuwe oplage gemaakt met alle zegels in de kleur blauw.

Op 7 september was er ook de nog de 6 centavos met een opdruk ter waarde van 5 centavos de cordóba. De Cordóba was de in 1912 ingevoerde munteenheid van Nicaragua en deze wordt nog steeds gebruikt.

Augustus – Turkije

Ook in Turkije een opdruk om de kennelijk moeilijk verkoopbare 100 piaster met het Sultanahmet-brongebouw van 1914 aan de man te brengen. De nieuwe waarde was slechts 10 piaster.

15 oktober – België

In België kwam ondanks de oorlog er een nieuwe serie frankeerzegels in hogere waardes uit. Hierop voornamelijk bezienswaardigheden en de vier zegels met werelderfgoed laten alle iets zien uit de collectie Belfries in Belgium and France, waarin 56 plaatsen in België en Noord-Frankrijk opgenomen zijn met een belfort – een centrale klokkentoren, waarvan de klokken geluid worden bij brand of storm – of als zodanig gebruikte toren. Ook de eventueel bijbehorende gebouwen zijn opgenomen. De serie bestaat uit de volgende waardes:

  • 35 centimes: de lakenhal en belfort van Ieper
  • 40 centimes: de brug over de Maas en de citadel van Dinant
  • 50 centimes: bibliotheek van de universiteit van Leuven
  • 65 centimes: stadhuis en belfort van Dendermonde (deze verscheen eerst op 5 augustus 1920)
  • 1 franc: gezicht op Antwerpen vanaf de Schelde
  • 2 francs: allegorie op de bestrijding van de slavernij in Congo
  • 5 francs: presentatie van de vlag van het 7’de regiment in Veurne. Van deze zegel bestaan 2 versies, met de tekst 5 FRANKEN of met 5 FRANK. De eerste is aanzienlijk duurder en daarom bespreek ik de goedkope versie in het verhaal over 1919.
  • 10 francs: portretten van de eerste drie koningen: Leopold I, Leopold II en Albert I

505

Het 70 meter hoge belfort van Ieper maakt onderdeel uit van de beroemde middeleeuwse Lakenhalle, dat een van de grootste bouwwerken in gotische stijl is en tussen 1230 en 1304 gebouwd is. Het belfort met maar liefst 49 klokken verrees rond 1250 en gold als teken dat Ieper een van de rijkste Vlaamse steden was dankzij de lakenbereiding en -handel. De Lakenhalle is onderdeel van de route van de jaarlijks in mei gehouden Kattenstoet. Deze verwijst naar het eeuwenoude gebruik om tijdens de jaarmarkt drie levende katten uit het belfort te werpen. De traditie wordt in ere gehouden, gelukkig met speelgoedbeesten.

Op 22 november 1914 werd het gebouw door de Duitsers in brand geschoten. Na de oorlog begon de restauratie die tot 1967 zou duren. Tegenwoordig zijn er twee musea in de Lakenhalle gevestigd waarvan het Flanders Fields museum het indrukwekkendst is. Aardig om te weten is dat het gerechtsgebouw van Calcutta (het huidige Kolkata in India) uit 1872 dat gebouw is naar het voorbeeld van de Lakenhalle.

506

Op de 65 centimes, een waarde die pas in 1920 betekenis kreeg in het postverkeer, vinden we het stadhuis van Dendermonde met zijn belfort, dat ook integraal opgenomen is in het gebouw. Oorspronkelijk was ook dit een lakenhal, waarvan de bouw startte in 1337 en waarvan het belfort de hoektoren werd. Na uitbreiding in de 15’de eeuw is het stadhuis geworden.

Het belfort is met iets meer dan 40 meter een stuk kleiner dan dat van Ieper, maar er hangen wel ook 49 klokken in. Dat is nog maar van recent, want net als de Ieperse versie raakten stadhuis en belfort zwaar beschadigd in de Eerste Wereldoorlog. De wederopbouw was in 1926 weliswaar gereed, maar zo mooi als eerder is het nooit geworden. Tegenwoordig is het een ruimte voor exposities, vergaderingen en trouwerijen.

Beide zegels kun je als een soort eerbetoon aan de verwoeste gebouwen beschouwen omdat ze na het onheil uitgegeven zijn. Ze werden niet in België gedrukt maar bij Waterlow & Sons in Londen, waar ze ook ontworpen werden.

507

De hogere waardes komen uit de drukkerij van Derarrois in Parijs. Op de 1 franc kijken we naar Antwerpen vanaf de overkant van de Schelde en wel op de manier zoals Amsterdam vele malen is afgebeeld in vroeger eeuwen, dus met schepen op de voorgrond. Centraal in het stadsbeeld staat de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Antwerpen heeft geen belfort in de ware zin van het woord, maar de 14’de-eeuwse toren vervulde wel de zelfde functie als de traditionele aan een burgerlijk gebouw verbonden klokkentoren.

De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal startte in 1352 onder leiding van stadssteenhouwer Jan Appelmans en na diens dood in 1411 voortgezet door zijn zoon Pieter. Op de Handschoenmarkt, voor het portaal van de kathedraal staat een beeld ter ere van de bouwers. De kerk werd uiteindelijk voltooid in 1521 en als kathedraal gewijd in 1559.

Oorspronkelijk zouden er twee torens komen, maar uiteindelijk werden het een hoge (van bijna 125 meter) en een kleinere toren. In de hoge toren werd in 1655 een klokkenspel geplaatst van de beroemde gebroeders Hemony uit Zutphen.

Beeldsnijwerk aan het portaal van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (eigen foto 27-8-2010)

7 november – Bulgarije

511

In Bulgarije kwam een herdruk van de zegel van het Rila-klooster uit 1911 uit in andere kleuren, blauw en zwart in plaats van olijfgroen en roodbruin.

Het tweede deel is geheel gewijd aan Turkije, waar ook weer allerlei ontwikkelingen waren.

Adrianopel-zegels als portzegels gebruikt

Het begon al op 10 januari met een serie van vier portzegels. Het ging om de Adrianopelserie, overdrukt met de Turkse tekst voor ‘Taxe’ en een nieuwe waarde.

Op 14 januari kwam een serie van 17 frankeerzegels uit met gezichten op Constantinopel, dat we tegenwoordig kennen als Istanboel en waarvan het historische centrum in 1985 als nummer 356 werd ingeschreven op de Werelderfgoedlijst. Van de serie zijn 8 van de 17 zegels hieraan gewijd.

De stad begon als een Griekse kolonie in het jaar 669 v.Chr. onder de welbekende naam Byzantium. De Romeinse Keizer Constantijn de Grote (273 of 280-337) wilde de hoofdstad van zijn rijk naar het oosten verplaatsen en had daarvoor de strategisch gelegen stad op het oog. Kort voor zijn dood was Constantinopel een feit. Na de splitsing van het Romeinse Rijk in een westelijk en een oostelijk deel bleef Constantinopel de hoofdstad van het oostelijke deel en vanwege de nog steeds grote Griekse invloed werd dit Oost-Romeinse Rijk al gauw weer het Byzantijnse Rijk genoemd. In 1204 werd Constantinopel ingenomen door de kruisvaarders en werd een uitvalsbasis voor de herovering van Jeruzalem op de moslims. In 1261 heroverden de Grieken de stad weer en zij bleven de baas tot 1453 toen het rijk, inmiddels gereduceerd tot niet meer dan een stadstaat, veroverd werd door de Ottomaanse sultan Mehmed II (1432-1481).

Na de verliezen in de Eerste Wereldoorlog en het opdoeken van het Ottomaanse Rijk werd de hoofdstad van het nieuwe Turkije verplaatst naar Ankara. De Griekse bevolking van Constantinopel verdween en werd uitgewisseld met Turkse bewoners van Griekenland. De stad werd in 1930 hernoemd tot Istanboel.

Obelisk van Thutmosis III

Op de 2 paras zien we de Obelisk van Thutmosis III, een Egyptische farao die deel uitmaakte van de 18’de dynastie (15’de eeuw v.Chr.) en de opvolger van Hatsjepsoet, waaraan vorige keer kort aandacht besteed. De obelisk die achter de Sultanahmet-moskee  staat, werd in 390 door de laatste keizer van het ongedeelde Romeinse Rijk, Theodosius I (346-395), uit Egypte gehaald en in Constantinopel geplaatst bij de toenmalige Hippodroom (paardenrenbaan). Waar nu de moskee staat stond indertijd het grote paleis van de Romeinse keizers. Vanwege beschadigingen is de obelisk nog slechts 18,5 meter hoog, terwijl het exemplaar dat daarvoor bij de tempel in Luxor stond 30 meter telde. Onderin liet Theodosius overigens zijn eigen portret uitbikken.

De Contantijnszuil

De 35 meter hoge Constantijnszuil staat op de 4 paras. Dit is het oudste monument uit de Romeinse tijd en opgericht in 328 in opdracht van keizer Constantijn, naar wie in 330 de stad hernoemd is. Het was toen onderdeel van het Forum van Constantijn. De zuil staat aan de rand van het Byzantijnse centrum in het stadsdeel Çemberlitaş, de Turkse naam van Constantijn. Op de oorspronkelijke zuil stond het beeld van Apollo, die de keizer zelf verbeeldde, maar in 1106 ging dit ten onder in een windhoos, waarna de Byzantijnse keizer Manuel I er een kruis op liet zetten, dat op zijn beurt verwijderd werd na de verovering in 1453.

Leandertoren met op de achtergrond de Hagia Sophia

Een mooi stukje skyline zien we op de 5 paras met daarop de Leandertoren (Kız Kulesi, ook wel Meisjestoren), die als uitkijktoren, vuurtoren, quarantainestation en gevangenis dienst deed. Het is nu een café-restaurant. James Bond werd er opgesloten in The world is not enough en ook figureerde de toren enkele seconden in From Russia with love. De eerste versie stamt al uit de 12’de eeuw. Het staat niet op de lijst, maar daarentegen de Hagia Sophia, links aan de overkant, wel.

Het wellicht bekendste religieuze gebouw van Istanboel bestaat al bijna 1500 jaar en begon als christelijke kathedraal in 537, gebouwd in opdracht van keizer Justinianus II, nadat bij het Nika-oproer (een tegen Justinianus gerichte volksopstand in 532) de voorloper verwoest werd. Als bouwmeesters worden genoemd Anthemios van Tralles en Isidoros van Milete. Na het Oosters Schisma in 1054 werd het een orthodoxe kathedraal, die tussen 1204 en 1261 weer rooms-katholiek werd. Van 1453 tot 1931 was het een moskee, daarna tot juli 2020 een museum, nadat de laatste 30 jaar een voortdurende strijd tussen groeperingen en organisaties oplaaide over wat de functie van het gebouw nou werkelijk moest zijn. President Erdogan hakte echter eigenhandig de knoop door omdat hij de functie van museum ongrondwettelijk achtte en hij meende dat Mehmet II, die het Byzantijnse Rijk veroverde, de Hagia Sophia voor eeuwig bedoeld had als moskee. Het was een besluit dat wereldwijd betreurd is, in het bijzonder door de Griekse en Russische orthodoxe kerk en door UNESCO, die als beschermer van het werelderfgoed verantwoordelijk is voor het behoud van de staat waarin het zijn status verkregen heeft. Woordvoerders van de Turkse regering hebben verklaard dat buiten gebedsuren de Hagia Sophia gratis te bezichtigen blijft en dat aan de aanwezige christelijke motieven, zoals de beroemde mozaïeken, respect gedaan zal worden. We wachten af…

Fort van de Zeven Torens

Dan naar de 6 paras. Deze is gewijd aan het Fort van de Zeven Torens oftewel Yedikule, een verdedigingswerk dat teruggaat naar de eerste jaren van het bewind van Mehmet II hier aan de zuidpunt van het historisch centrum. Het werd in 1457 gebouwd om de schatten van de sultan in onder te brengen en een deel van het jaar woonde hij er ook. Na die tijd deed het fort regelmatig dienst als gevangenis, waar doorgaans adellijke personen en gevangengenomen vorsten werden geplaatst. Tijdens de Napoleontische oorlogen zaten er Fransen gevangen. Na in de 19’de eeuw een tijdje kruitopslag geweest te zijn werd het in 1895 een museum.

Op de 10 paras zien we de vuurtoren van Fenerbahçe, een stadswijk aan de Aziatische kant van Istanboel, en op de 20 de Rumeli-Hisar, een fortencomplex langs de Bosporus nabij de Bosporusbrug. De waarde van 1 piaster is gewijd aan de Sultanahmet-moskee die ik hierboven al noemde en die beter bekend is als de Blauwe moskee.

Sultanahmet- of Blauwe Moskee

De Blauwe moskee, tegenover de Hagia Sophia gelegen, is zo genoemd vanwege het blauwe handgeschilderde tegelwerk in het interieur en de blauwe gloed die de moskee dankzij verlichting in de avond geeft. Deze moskee is gebouwd tussen 1609 en 1616 door Sedefkar Mehmed Agha (1540-1617), een bouwmeester van Albanese afkomst. De opdrachtgever was sultan Ahmet I, wiens graf ook te zien is hier. Ook bijzonder is de aanwezigheid van 6 minaretten, hiervan zijn er in Turkije maar 5 voorbeelden. Volgens de legende verstond de architect de sultan niet goed en verwarde hij het woordje altın (goud) met altı (6). Voordien had alleen de Moskee van de Ka’aba in Mekka zes minaretten. De Blauwe Moskee is pas het tweede islamitische gebedshuis waar ooit een paus is geweest: Benedictus XVI bezocht het en bad er op 30 november 2006 tijdens zijn bezoek aan Turkije. Dit was 5 jaar nadat Johannes Paulus II de Olmayyaden-moskee in Damascus had bezocht.

Op de 1½ piaster vinden we een monument voor de vrijheidsstrijders van de voorgaande oorlogen. Het bevindt zich op een militaire begraafplaats in het noorden van de Europese stad en herdenkt ook de militaire slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, die bij uitgifte van de serie nog niet begonnen was.

Süleymaniye-moskee, zijgevel

Op de 1¾ piaster kijken we naar de zijgevel van de derde belangrijke moskee in Istanboel, de Süleymaniye, die ik in 1913 al aangestipt had, omdat zij dezelfde bouwmeester had als de Selimiye in Adrianopel (Edirne), namelijk Koca Mimar Sinan Ağa. Deze werd gebouwd tussen 1550 en 1557 in opdracht van sultan Süleyman I (1494-1566), die af wilde van het suggestie dat er geen enkele moskee kleiner zou zijn dan de Hagia Sophia en dus een grotere liet bouwen. Net als in de moskee in Edirne paste Sinan technieken toe die de lichtinval optimaliseerden, iets wat hij in zijn latere werk nog verbeterde.

De overige waardes van de serie waren:

  • 2 piaster: de lichte kruiser Hamidiye van de Ottomaanse marine
  • 2 ½ piaster: gezicht op de Bosporus bij Kandilli in het noorden van de Aziatische stad
  • 5 piaster: het voormalige oorlogsministerie aan het Beyazıt-plein
  • 10 piaster: Kağıthane in het noorden van de Europese stad
  • 25 piaster: een buitenaanzicht van de Süleymaniye-moskee
  • 50 piaster: gezicht op de Rumeli-Hisar gezien vanaf de overkant van de Bosporus
  • 100 piaster: het Sultanahmet-brongebouw nabij de Hagia Sophia, uit 1728. Dergelijke gebouwtjes leverden drinkwater en het drinken ervan had ook een religieuze betekenis.
  • 200 piaster: portret van sultan Mehmet V (1844-1918), de twee na laatste heerser van het Ottomaanse Rijk.

De 25 en 100 piaster zijn wat duurder en zullen voorlopig nog niet in de collectie zitten schat ik.

1 piaster voor buitenlands verkeer

Zegels van de serie zijn vele malen overdrukt. Dat begon al op 10 maart, toen men een deel van de serie opnieuw uitgaf met opdruk van een vijfpuntige rode ster om aan te geven dat deze voor buitenlands verkeer was. Naast de 1 piaster waren dit de 10 en 20 paras, 1¾ en 2 piaster.

Opdrukzegel van 1 oktober 1914

Ten slotte verschenen er op 1 oktober 7 zegels uit de serie om de ‘vieren’ dat de Turken zich niet meer aan de verdragen van capitulatie hoefden te houden bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Naast de getoonde 5 paras betrof het ook de 10 en 20 paras, 1, 2, 5 en 10 piaster. De opdruk is geheel in het Arabisch met het jaartal 1330, verwijzend naar de Turkse jaartelling.

In het derde deel hebben we nog wat restjes, waarbij ik Cuba, Zwitserland en (voor het eerst) Nicaragua zal bezoeken.