6567

Zoals we inmiddels wel weten heeft San Marino heel vaak zijn hoofdstad afgebeeld, al was het alleen maar het wapenschild. Ook plaatjes met diverse voorstellingen van het straatbeeld zijn rijkelijk aanwezig. Op deze postzegel van 1955 zijn beide het geval: links onderin de drie torens van het wapenschild en in het zegelbeeld zelf nog eens, maar dan naar het leven getekend door Roberto  Franzoni (1882-1960), afkomstig uit Bologna en een van de beste Art Nouveau-kunstenaars van Italië en volgeling van Alfons Mucha. In zijn laatste jaren, die hij in San Marino doorbracht ontwierp hij nog een flink aantal postzegels. De sfeer van zijn Art Nouveau-werk was wel wat weggeëbd, maar evengoed zijn het nog aardige plaatjes.

We kijken hier langs de eerste toren (de Guaita), zuidwaarts naar de andere twee torens. Ik heb hier al eens over geschreven.

Nog meer informatie:

 

1 september – Bagdad

De slechte resultaten van het Ottomaanse Rijk in de Eerste Wereldoorlog leidden ertoe dat grote delen van het land veroverd werden door met name Franse en Britse legers, waarna de leiders van die landen in 1920 bij het Verdrag van Sèvres strepen over de kaart gingen trekken om de boel in invloedssferen en mandaten te verdelen. Bagdad viel op 11 maart 1917 in handen van een Brits-Indisch leger onder leiding van Stanley Maude (1864-1917). In september werd er een bescheiden postdienst opgezet met een 25-tal Turkse zegels die in kleine aantallen overdrukt werden (en daardoor onbetaalbaar voor mijn portemonnee zijn). Een jaar later werd een serie met opdrukken voor geheel Irak uitgegeven en die zijn wel bereikbaar. De eerste ‘eigen’ zegels van Irak verschenen in 1923.

1 september – Marokko

Marokko voorziet de verzamelaar sinds 1917 in ruime mate van plaatjes van het lokale werelderfgoed, aangezien steden als Fèz, Rabat, Meknès en Marrakesh allemaal ingeschreven zijn en die steden het goed doen in al of niet toeristische uitgiftes. In 1917 verschenen de eerste 17 zegels verdeeld in 6 ontwerpen:

567-569

1, 2 en 3 centimes: op de kleinste waardes vinden we de Hassantoren in Rabat, sinds 2012 op de Werelderfgoedlijst als nummer 1401. In 1195 besloot de kalief van de Almohaden Abu Yusuf Yakub al-Mansur, sinds 1186 aan de macht, tot het bouwen van de tot dan toe grootste moskee in de wereld met een minaret die de hoogste ter wereld moest worden. Al kort nadat de ontwerpers klaar waren startte de bouw, maar het noodlot kwam al gauw om de hoek kijken: de kalief stierf, slechts 39 jaar oud, in 1199. Terstond stopte de bouw, toen de minaret tot 44 meter gevorderd was. Ook waren er wat stukken muur en pilaren van de moskee gebouwd, maar het bouwwerk is nooit meer afgemaakt en wat je tegenwoordig ziet is de toestand van 1199.

570-572

5, 10 en 15 centimes: op deze kleurige zegels zien we de Bab Segma in Fèz, een stadspoort uit 1287, gebouwd in de tijd van de Marinidische sultan Abu Yakub Yusuf an-Nasr. De poort ligt in het noorden van de stad en sloot aanvankelijk een door de sultan gesticht tuinencomplex af, vandaar dat er een aquaduct in gebouw is om die tuinen van water te voorzien. De naam Bab Segma komt overigens van Amina Segma, een religieuze vrouw die hier in 1737 begraven werd.

573-575

20, 25 en 30 centimes: op deze zegels met middenwaardes zien we een poort in de stad Rabat. Het gaat hier om de Chellah-poort, die de toegang vormde tot de grote begraafplaats van Chellah (wat overigens begraafplaats betekent). Deze werd door de Mariniden in de 13’de eeuw aangelegd op de plaats waar ooit een Fenicische, later Romeinse vesting stond, op het kruispunt van handelswegen bij de kust. Behalve de ruïnes is de poort nog in volle glorie te zien.

577-578

35, 40 en 45 centimes: hier zien we de iconische minaret van de Koutoubia-moskee in Marrakesh. De bouw van de moskee en de 77 meter hoge toren begon in 1150 en werd voltooid tijdens de regering van Abu Yusuf Yakub al-Mansur, de opdachtgever van de Hassan-toren, die naar het voorbeeld van de Koutoubia gebouwd had moeten worden. Overigens verscheen er in dezelfde tijd als de minaretten van Marrakesh en Rabat nog een derde beroemde minaret: de Giralda van Sevilla.

Giralda in Sevilla (eigen foto, 8 mei 2018)

579-580

50 centimes en 1 franc: de imposante Bab-el-Mansour in Mèknes zien we op de volgende twee zegels. Deze poort werd voltooid in 1732 naar ontwerp van een zekere Mansour, een tot de islam bekeerde christen. De poort moest de grandeur uitstralen van de hoofdstad die Mèknes onder sultan Moulay Ismail (overleden 1727) was geworden. Met het overlijden van Moulay verviel overigens de eretitel hoofdstad aan Fèz, maar dat doet aan de indrukwekkende poort niets af.

2, 5 en 10 francs: deze hoge waardes heb ik niet. Ze laten de resten van de Romeinse stad Volubilis nabij Mèknes zien.

15 september – Canada

584

In Canada werd de 50ste verjaardag van de dominionstatus binnen het Britse rijk gevierd met één zegel waarop een afbeelding te zien is van de Conferentie van Quebec van 1864, waar de plannen gesmeed werden voor de overgang van een losse federatie van koloniën naar een confederatie met zelfbestuur.

Quebec is de oudste stad van Canada, ja zelfs de oudste van Noord-Amerika ten noorden van Mexico. In 1541 werd een nederzetting gesticht door de ‘ontdekker’ van Canada, Jacques Cartier, maar deze werd ook al gauw weer verlaten. In 1608 kwam Samuel de Champlain naar diezelfde plek terug en deze wist de oude nederzetting nieuw leven in te blazen. Hij bouwde stadsmuren en een citadel en als naam werd gekozen Kébec, wat in de lokale indianentaal ‘plaats waar de rivier versmalt’ betekent. De stad ligt bovenop een platte heuveltop langs de Saint-Lawrence-rivier.

De conferentie die de toekomst van Canada zou bepalen werd gehouden op Cap Diamant, zo genoemd naar de vermeende diamantvondsten van Jacques Cartier. In werkelijkheid betrof het wat goedkope kwartsen, maar dat deed aan de naam niets af. Het gebouw waar de conferentie gehouden werd kwam in 1890 onder de sloophamer en werd in 1893 vervangen door het immense luxehotel Château Frontenac, nu onderdeel van de Fairmont-keten.

15 december – San Marino

In San Marino verschenen 2 zegels met opdruk voor de bouw van een noodziekenhuis. De krantenzegels van 2 centesimi en de ‘tre torre’ zegel van 2 lire uit 1903, die een nieuwe waarde van 50 centesimi kreeg. Deze komt met een cataloguswaarden van €30+ iets boven budget uit, maar wie weet.

 

En dan nog dit: 1917 is een mooi jaar om af te sluiten om dit in de chronologische volgorde te doen. Vanaf volgende keer kies ik steeds één zegel uit de collectie en bespreek die iets uitgebreider. Daarmee gaat de frequentie ook weer omhoog!

Het jaar 1907 werd het drukste tot dan toe, maar liefst 33 zegels konden bijgeschreven worden en daarvan heb ik de helft, terwijl de andere helft dan weer niet tot de mogelijkheden behoort, vrees ik. Het totaal zou de 300 overschrijden. Even ter vergelijking: bij de inventarisatie ben ik in 1954 en heb er zo’n 6300 geteld, dus in 1907 zaten we tegen de 5 % van 1954.

Dienstzegels van Egypte, tweede uitgifte

In ieder geval geen probleem is zijn de dienstzegels van Egypte die dit jaar verschenen, die heb ik dan weer allemaal. Allemaal netjes overdrukt met O.H.H.S., oftewel On His Highness’ Service, waarmee de khedive werd bedoeld, in deze jaren Abbas II (1874-1944). Abbas regeerde van 1892 tot 1914, toen hij door de Britse regering afgezet werd en vervangen door een kandidaat die de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog wél zou steunen. Ze vonden Hoessein Kamel, oom van de afgezette Abbas, en die kreeg als eerste de eretitel sultan.

Dominica kwam met een heruitgave van de serie ‘Gezicht op Roseau’ van 1903, wederom 9 stuks, aangevuld met een hoogste waarde gewijd aan koning Edward VII. Ze hadden het nieuwe watermerk ‘Kroon CA meervoud’. Evengoed zijn ze slecht te vinden en ik heb er dan ook nog geen één van. In 1908 komt er zelfs alweer een derde uitgave.

Ook een serie die niet vaak aangeboden wordt zijn de eerste dienstzegels van Nieuw-Zeeland. De bekende landschapjes werden overdrukt met een verticale opdruk OFFICIAL. De 1/2 penny en de 2 pence hebben helemaal geen moeilijke waarde, dus vreemd is het wel. de 2 en de 5 shillings liggen inderdaad niet binnen mijn bereik voorlopig.

Standbeeld van Simon Bolivar in Lima

Beter gaat het met de nieuwe serie frankeerzegels in Peru. Het gaat hier voornamelijk om portretten en standbeelden van Zuid-Amerikaanse beroemdheden, een lama en enkele gebouwen in Lima, die niet binnen de grenzen van het werelderfgoed vallen. Twee zegels horen er wel bij. De eerste is de 5 centavos met het standbeeld van Simon Bolivar, die ook hier enkele jaren president was. Dit ruiterbeeld staat op het officieuze Plaza Bolivar, want het parkje ligt tussen vier andere straten. Bolivar was hier van 1824 tot 1827 de dictator, die zowel de politieke als de militaire leiding had. In dit stuk besprak ik al zijn andere levensfeiten.

De andere zegel van belang uit de serie, van 50 centavos, laat het postkantoor zien, dat in 1907 10 jaar bestond en wat ik in 1897 al besprak. Deze zegel heb ik nog niet.

Eilandkaart van Réunion

Réunion startte in 1907 een nieuwe serie waarop de plaatselijke ‘pitons’ een plaatsje hebben. Het eiland, ook toen al nauw verbonden met het Franse moederland en nu een overzees departement met Franse postzegels, gaf al in 1851 de eerste provisorische postzegels uit en tot 1907 bestond het uitgiftebeleid uit hete gebruikelijke nieuws van Franse koloniën: een variant van de Franse Paix et Commerce en vele opdrukken. In de eerste jaren van de 20’ste eeuw veranderde dat beleid en verschenen in de vele overzeese gebieden nieuwe eigen series met eenvoudige ontwerpen. In Réunion was dat een landkaart met daarop duidelijk het reliëf aangegeven waarmee het in 2010 op de Werelderfgoedlijst als nummer 1317 werd ingeschreven. Dit betrof de waardes van 1 centime tot en met 15 centimes. In al hun eenvoud een aandachttrekker voor toeristen en het zal allicht geholpen hebben wat kapitaalkrachtiger en avontuurlijker Fransen naar het eiland te lokken.

Gezicht op St. Pierre

De tussenwaardes toonden de haven van Saint-Dénis, de hoofdplaats van het eiland, maar de hoogste waardes van 1, 2 en 5 francs tonen een blik op het aan de zuidkant van het eiland gelegen Saint-Pierre zien met op de achtergrond de vulkaan Dolomie, beter bekend als de Piton de Fournaise, de meest ruige van het eiland. Op het kaartje van de zegels hierboven kun je precies zien waar Saint-Pierre en de Fournaise liggen!

De eerste expressezegel van San Marino

De rest van de zegels van het jaar komen uit San Marino. Op 25 maart kwam er de eerste expressezegel uit. Dit soort zegels was wereldwijd sowieso een nieuwigheid *) en het is daarom verrassend dat het kleine republiekje er al zo vroeg in de geschiedenis mee kwam. Opmerkelijk aan de rechterkant de Italia met de ‘muurkroon’ (Italia Turrita), die we van vele Italiaanse naoorlogse zegels kennen en nog opmerkelijker de bijl in een pijlenbundel, in een tijd dat Mussolini nog een simpel schrijvertje van socialistische brochures was en bijna 15 jaar voordat hij de fasces tot beeldmerk van zijn eigen, al lang niet meer socialistische beweging had gemaakt. Uit alles blijkt dat de zegel vooral voor het verkeer naar Italië bedoeld was.

Uitgifte mei 1907

Ten slotte nog twee andere zegels, die op 1 mei het licht zagen in de waardes van 1 centesimo en 15 centesimi met centraal het wapenschild omringd door hulst- en eikenloof. Van dit serietje zijn twee versies. De eerste versie kwam uit Italië van het Officina Calcografica Italiana, die verantwoordelijk was voor de Italiaanse postzegelproductie in de eerste 10 jaar van de eeuw. Een tweede versie kwam van het Romeinse Tipografia Petiti, met name in de jaren 1919 tot 1923 actief

 

*) De Verenigde Staten gaven in 1888 de eerste uit, de eerste Europese expressezegel verscheen in Italië in 1903

Het jaar 1905 is niet spannend, één nieuw onderwerp en maar twee zegels om te laten zien.

Net als in de andere Australische koloniën die de nieuwe staat Australië zouden vormen werden op Tasmanië de lopende frankeerzegels uitgegeven met watermerk ‘gekroonde A’. Anders dan de uitgifte van 1902 betrof het hier niet alleen de halve penny met Lake Marion, maar ook de zegels van 3 en 4 pence die nu voor het eerst ook in steendruk verschenen. De 3 komt ook in boekdruk voor.

Ook Brazilië ging op herhaling met de lopende zegels, ditmaal voorzien van watermerk ‘CORREIO FEDERAL’ of ‘IMPOSTO DE CONSUMO’. Van dit watermerk zijn per zegel maar hooguit twee letters te zien.

Cuba bracht de zegels van 1899, waaronder het standbeeld van Columbus, opnieuw uit. Deze zijn herkenbaar aan een licht gewijzigde tekening. Zo heeft het plaatje met het woord CENTAVO geen rechte hoeken meer, maar uitgeholde.

Het nieuwe onderwerp werd het stokpaardje van de toenmalige British South Africa Company, in 1889 opgericht door Cecil Rhodes. In het begin besloeg deze het gebied van het huidige Zambia en Zimbabwe en een stukje Botswana en het gaf onder eigen naam postzegels uit, voordat het in Noord- en Zuid-Rhodesië uiteen zou vallen, die vanaf 1924 eigen postzegels uit zouden geven.

Tot 1905 gaf de BSAC alleen wapenschilden van de compagnie uit, maar de verandering was er wel een van formaat: de in 1855 door David Livingstone ‘ontdekte’ Victoria Watervallen staan er op. In allerlei vormen werden deze tot ongeveer 1940 postaal uitgemolken. Deze eerste serie, aan de loketten vanaf 13 juli 1905, bevatte 6 zegels en werden officieel uitgegeven voor de opening van Victoria Falls Bridge, die op 12 september plaats zou vinden. De serie had de waardes 1 penny, 2 1/2 en 5 pence, 1 shilling, 2 shillings 6 pence en 5 shillings. Het spreekt voor zich dat ze niet goedkoop zijn, zeker de vier hoogste waardes.

De laatste uitgifte was op 1 september en kwam uit San Marino. De Monte Titanozegel van 20 centesimi uit 1903 werd overdrukt met het jaartal 1905 en de nieuwe waarde van 15 centesimi.

 

Monte Titano 1903

In het jaar 1903 kwamen er weer 26 zegels bij, waarmee het totaal op 237 kwam. Toch waren er maar vijf landen bij betrokken, waarvan drie nieuwe en er was één nieuw erfgoed bij,

Om te beginnen gaan we naar Noord-Borneo waar de eerder met BRITISH PROTECTORATE overdrukte Kinabaluzegel, als extra opdruk POSTAGE DUE kreeg, zodat er, een beetje vreemd, BRITISH POSTAGE DUE PROTECTORATE stond. Werd hiermee de ware bedoeling van de Britten ontmaskerd? Nu, bij de 18 cents toch niet, de oorspronkelijke opdruk was in rood, de nieuwe in zwart. Overigens zijn deze portzegels lastig te vinden.

Een onder Nieuwzeelands bestuur gekomen Zuidzee-eiland gaf zijn eerste zegels uit. Dit was Aitutaki, dat formeel tot de Cook-eilanden hoort.  Let op de lokale waarde-aanduiding: deze luidt voor de 2 1/2 aldus: Rua Pene Ma Te Ava (Twee Penny En Een Half). Niue, dat in 1902 al begonnen was, volgde met opdrukken op nieuwere uitgiftes van Nieuw-Zeeland,

Uitzicht op Monte Titano (eigen foto 6-8-2007)

San Marino kwam met een opvolger van de wapenserie, nu met een tekening van Monte Titano zelf. Nog niet helemaal zoals het in werkelijkheid is, want de rookpluimen zijn gefantaseerd, maar evengoed is het al een stuk minder geromantiseerd dan de wapenschildjes. De serie bevatte 12 waardes, waarvan 11 met de Tre Penne en werd nog enkele keren herhaald met andere kleuren en/of waardes.

De laatste uitgifte die ik kort bespreek is de serie ‘Gezicht op Roseau’ die vanaf september op het Caribische eiland Dominica verscheen en wat ik vorige keer al kort aanstipte. Roseau is de hoofdplaats van het op een zondag in 1493 door Columbus ontdekte eiland. Zoals de naam Roseau doet vermoeden is ook Dominica lange tijd Frans geweest. Het ligt ook precies tussen twee nog wél Franse eilanden in: Guadeloupe en Martinique, maar is sinds 1763 Brits en sinds 1978 onafhankelijk. Het is het enige eiland waar nog zo’n 3000 van de oorspronkelijke bewoners (Cariben) wonen.

De serie Gezicht op Roseau geeft niet alleen een blik op de hoofdplaats, maar ook op het erachter liggende nationale park Morne Trois Pitons, dat met nummer 804 werd ingeschreven in 1997. De serie is 9 waardes groot en is er in vier varianten waarvan de eerste dus in 1903 verscheen. In 1907 kwam der serie uit met een nieuw watermerk en in 1908 met alle zegels in één kleur, waar de voorgangers twee kleuren hadden. In 1921 de zegels van 1908 met andermaal een nieuw watermerk. Alle zegels hebben een bovengemiddelde waarde, maar ik kan er toch een laten zien, de goedkope 1 penny van 1908 en een WAR TAX opdruk van later. In 1908 ga ik dus verder in op het Morne Trois Pitons Nationaal Park.

In 1904 komen we bij de belangrijkste Russische steden Moskou en Sint-Petersburg.

 

Brazilië 1894 met de Pão de Açúcar en het Zuiderkruis

De tweede helft van 1894 liet Brazilië weer wat van zich horen. Het was inmiddels alweer tien jaar eerder dat de de Pão de Açúcar op een zegel stond die ik helaas niet heb. Maar nu kwam er een veel bereikbaarder ontwerpje uit. Tijd dus om ook wat meer over Het bijzondere landschap van Rio de Janeiro te vertellen.

Brazilië werd aan het eind van de 15’de eeuw ontdekt door waarschijnlijk Portugese zeelieden, die daar verder niets mee deden. De Portugese koning dacht er echter anders over en in 1500 stuurde hij de edelman Pedro Alvares de Cabral erop uit om het gebied voor Portugal in te nemen en zodoende staat Cabral als ontdekker in de geschiedenisboekjes. Al gauw werden wat handelsposten opgezet en binnen 20 jaar was Portugees de algemene voertaal op de Braziliaanse kusten. Ook andere kolonisten vestigden zich er en dat was de reden voor de stichting van Rio de Janeiro: de daar aanwezige Fransen moesten het land uit, want zij schonden volgens de Portugezen het Verdrag van Tordesillas dat de rest van de wereld afbakende in een Spaanse en een Portugese invloedssfeer.

De Fransen moeten al onder de indruk zijn geweest door het spectaculaire landschap ter plaatse, de Portugezen waren het niet minder. Estácio de Sá was ten slotte degene die tussen de steile pieken een stad stichtte die hij vernoemde naar wat hij vermoedde een rivier was, maar uiteindelijk een baai (tegenwoordig de Guanabara-baai) bleek te zijn: Rio de Janeiro. Zo’n 100 jaar later werd Rio hoofdstad van het zuidelijk deel van de Portugese koloniën in Zuid-Amerika. Die status veranderde in 1808 toen de Portugese koning Joao VI naar Brazilië vluchtte om aan de vloek van Napoleon te ontkomen. Toen was Rio zelfs enige tijd hoofdstad van het Portugese Rijk. Nadat Brazilië een zelfstandig keizerrijk onder Pedro I en Pedro II was geworden bleef Rio de hoofdstad, totdat in 1958 in het oerwoud de stad Brasilia verscheen om die taak over te nemen.

Zoals gezegd ligt Rio de Janeiro tussen hoge granieten bergpieken. De bekendste daarvan zijn de Corcovado (letterlijk vertaald ‘de Gebochelde’), waar bovenop sinds 1931 Cristo Redentor staat, en de Pão de Açúcar (het Suikerbrood), die een schiereiland vormt tussen de Guanabara-baai en de Atlantische Oceaan. Het is deze laatste die aan het einde van de 19’de eeuw opkwam als beeldmerk van Rio de Janeiro als belangrijkste stad van Brazilië en waarschijnlijk heel Zuid-Amerika als je de bewoners zou moeten geloven. Samen met de andere pieken, de baai en het strand van Copacabana vormt dit de inschrijving ‘Rio de Janeiro, Carioca Landscapes between the Mountain and the Sea’, waarbij Carioca staat voor alles wat met Rio te maken heeft, zoals en met name de bewoners en hun bijzonderheden.

De postzegels kwamen vanaf 20 september uit en heten in de volksmond Madrugada (de Dageraad). Ze komen wat onbeholpen over wat mat name te zien is aan de tanding (soms wel 7) en het feit dat in het vel de zegelbeelden maar een millimeter, hooguit twee, uit elkaar liggen. Later, in 1900 en 1904 zijn er betere gemaakt. Het Suikerbrood staat op zegels van 10, 20 en 50 Reis, beschenen door een ander Braziliaans symbool: het Zuiderkruis. De 10 komt in twee varianten voor: met aan beide zijden van het waardeschild REIS of met links DEZ en rechts REIS. De 50 komt ook in twee smaken, de ene in twee drukgangen, dus in twee verschillende kleuren blauw en vaak met licht verschoven middenstuk, de andere in één drukgang, dus een kleur blauw. Hogere waardes van de serie hebben als afbeelding een vrijheidskop en de hoogste (1000 en 2000 Reis) Mercurius.

Het nieuwe Palazzo Pubblico werd op 30 september gevierd.

San Marino had iets te vieren, het beeldbepalende nieuwe regeringsgebouw (Palazzo Pubblico) was af en kon feestelijk geopend worden. Tien jaar eerder was de bouw van het door de Romeinse architect Francesco Azzuri (1831-1901) ontworpen bouwwerk begonnen op de plaats waar sinds de 14’de eeuw al een vergaderzaal stond voor de Sammarinese familiehoofden.

Een drietal herdenkingszegels hoorde bij de feestelijkheden. Daarmee hebben we de eerste bijzondere uitgifte in de collectie. En ook nog eens grotere zegels dan we tot nu toe gezien hebben. Ze werden in tweekleurendruk gemaakt en ze tonen alle het regeringsgebouw. Op de 25 centesimi in lichtblauw en bruin, zie je het recht van het zuiden, wat tamelijk knap is, gegeven het feit dat de stad San Marino op een heuvelrug ligt en er aan de zuidzijde op die hoogte geen enkele bebouwing is vanwaaruit de kunstenaar kon werken. De omlijsting van het gebouw is een klaverbladfiguur. Een andere compositie zie je op de 50 centesimi in oranje en bruin, laat het gebouw in een driehoek zien, maar wel vanuit dezelfde richting. De derde zegel, van 1 lire in groen en bruin, toont het interieur van het gebouw. Op alle zegels wordt de datum van de feestelijkheden, 30 september 1894 vermeld, dit was tevens de laatste dag van de halfjaarperiode van de kapitein-regenten, die ieder jaar op 1 april en 1 september ververst worden. De portretten van Francisco Marcucci en Pietro Tonnini staan op alle drie de zegels en dat is volgens mij de enige keer dat de (grotendeels ceremoniële) staatshoofden op een postzegel verschenen. Saillant detail is, dat Tonnini juist op 22 september overleden was.

De laatste nieuwe zegels met de wapentekening. De 1 lire ontbreekt, want prijzig.

Aan het eind van het jaar volgden nog vijf waardes van de wapenserie in andere kleuren waarmee deze serie definitief afgesloten werd.

1895 was een mager jaar. Er kwam slechts 1 zegel uit en dat was in Noord-Borneo: een door middel van een opdruk POSTAGE DUE tot portzegel getransformeerde Kinabaluzegel. Acht van de negen zegels van de serie werden overigens overdrukt, de een horizontaal, de ander verticaal. Bij de 18 cents zijn er als enige beide varianten van de opdruk bekend.

 

Een mooi overzicht van Rio begeleid door Sergio Mendes: Mas que nada

Egypte: drie aanvullende waarden

1891 was het allerlaatste jaar dat er géén werelderfgoed op postzegels verscheen, dat is opmerkelijk gezien het feit dat er toen wereldwijd bijna 700 postzegels verschenen, wat een nieuw record was. Het huidige topjaar is 2013, toen meer dan 19.000 verschillende zegels van de persen kwamen. In 1892 werd de grens van de 1000 bereikt.

In dat jaar waren er drie uitgiftes met een totaal van 17 zegels. Allereerst weer 3 aanvullende waardes in Egypte. In januari een zegel van 3 millièmes in lilabruin en in augustus 1893 nog een 3 millièmes, nu in geel alsmede een oranjebruine 2 piaster. Deze zegels waren in een stuk helderder kleuren gedrukt dan de meestal wat valig getinte exemplaren van voorgaande uitgiften.

San Marino: opruimingsopdrukken op zegels van 1877

Zoals vorige keer al aangekondigd, ruimde San Marino een paar waardes uit de serie van 1877 op, namelijk de 10, 20 en 30 centesimi. Dit gebeurde in juni met opdrukken van 5 op 10 en 30 centesimi, in juli en september gevolgd door twee verschillende opdrukken van 10 op de 20 centesimi. Compleet gave opdrukken bestaan er eigenlijk niet, zie bijvoorbeeld de ‘m’ bij het linker zegel, die eerder bestaat uit drie streepjes. De oplagen waren vrij klein, met op zijn hoogst 40.000 stuks voor ieder van de beide zegels van 10 op 20.

San Marino 1892-94, 12 aanvullende waarden

Vanaf 10 juli volgde de vervanging van de zegels van 1877 en 1890, met een eerste reeks van 5 in de waardes 5, 30, 40, 45 centesimi en 1 lire. Zes andere waardes, van 2 (de drukwerkzegel), 10, 15, 65 centesimi, 2 en 5 lira volgden in april 1894. De zegels van 15 centesimi en 2 lire zoals afgebeeld zijn wat hoger geprijsd in de catalogus, dus daar ben ik blij mee ze te hebben. De grote ramp om aan te komen is wel de 1 en in mindere mate de 5 lire. Dat wordt dus weer sparen.

San Marino 1890

Voor 1890 stonden twee uitgiften op het programma. Voor San Marino waren er op 16 april twee aanvullende waardes bij de serie van 1877, namelijk een 5 centesimi in oranje en een 25 centesimi in bruinkarmijn. Ze maakten de serie zes waardes groot, voordat in 1892 er een serie van 11 verscheen met nieuwe waardes en andere kleuren, en dit dan weer nadat enkele zegels van de lopende serie overdrukt waren met veelvoorkomende tarieven als 5 en 10 centesimi. De uitgiftes van 1877 en 1890 alsmede de opdrukken van 1892 zouden geldig blijven tot medio 1895.

Bolivia 1890

Bolivia ging vanaf 1 november inmiddels voor de derde keer op herhaling met de welbekende serie ‘Wapenschild in cirkel’, nu dan weer getand en ook het aantal sterren was weer teruggebracht naar 9. Naast de vier zegels van 1887 waren er waardes van 20, 50 en 100 centavos, ook in andere kleuren dan eerdere zegels met gelijke nominale waarde, alhoewel het verschil bij de 100 nogal klein is, oranje tegenover goudgeel. De 1 en 2 centavos verschenen in 1891. Deze serie van 7 waarden waren tot juni 1897 geldig, net als de laatste serie die met dit ontwerp zou verschijnen in 1893 in locale lithografie, waarmee Bolivia voorlopig afscheid nam van de American Bank Note Co.

Zoals te zien heb ik van deze serie maar drie zegels en dat terwijl de cataloguswaarde niet extreem hoog is. Een beter jaar qua vulling zal wat dat betreft 1892 worden, daarover de volgende keer.