1915 kende een toename van 62 zegels in 21 verschillende uitgiften en daarbij enkele nieuwe onderwerpen. Omdat ik maar 6 zegels in de collectie heb zal het merendeel van onderstaande en in het tweede deel in vogelvlucht behandeld worden.

Egypte

Dienstzegel uit 1915

Met een nieuw uitgegeven frankeerserie was het natuurlijk te verwachten dat er ook snel opdrukken zouden verschijnen, zodat er ook weer een voorraadje dienstzegels zou zijn. Drie lage waardes werden overdrukt. In oktober volgden nog eens drie zegels, waarvan er twee nog op de oude pyramidezegels.

Panama en de Kanaalzone

Panama bracht in totaal 10 frankeerzegels en 4 portzegels uit. Dit recent ontstane land, een voormalige provincie van Colombia, maar onder druk van de Amerikanen onafhankelijk geworden zodat zij de vrije hand hadden in de aanleg van het Panamakanaal, had tot dan toe vrijwel alleen landkaartjes van de Istmus (de smalle landstrook die Zuid- en Midden-Amerika verbindt) uitgegeven. Een portzegel met daarop een deel van de koloniale verdedigingswerken aan de Caribische kant van het land was de eerste zegel met werelderfgoed. Op 1 maart volgde een serie frankeerzegels ter gelegenheid van de Panama-tentoonstelling, die gehouden werd in verband met de opening van datzelfde Panamakanaal een jaar eerder. Hierop zien we ook landschappen en stadsbeelden van Panama met daarbij de kerkruïne van Panamá Viejo en de losstaande gevel van het Santo Domingo-klooster in het huidige stadshart.

De portzegel werd ten behoeve van de Canal Zone in maart van een zwarte en in november van een rode opdruk voorzien. De laatste kreeg daarbij ook de nieuwe waarde van 1 Amerikaanse cent.

Peru

Peru kwam met een serie opdrukzegels in kleine waardes van 1 en 2 centavos. Ook de 50 centavos uit 1910 met het postkantoor in Lima moest eraan geloven en kreeg een waarde van 2 centavos. Wel een vrolijk lettertype overigens, ik hoop de zegel ooit eens te laten zien.

Januari – Samos

In januari kwamen de laatste postzegels van Samos uit. Ook dit waren opdrukken om aan te geven dat het eiland nu echt wel bij Griekenland ingelijfd zou worden.

23 januari – Réunion

Ook opdrukken op dit Franse eiland. Deze waren bedoeld om in oorlogstijd het Rode Kruis te ondersteunen, horen tot de eerste in dat soort en werden in alle Franse koloniën toegepast. De eilandzegel van 10 centimes uit 1907 kreeg een zwarte opdruk van een kruis (tevens het +-teken) en de toeslagwaarde van 5 centimes. Op 5 februari werd de opdrukkleur veranderd in het meer toepasselijke rood.

Februari – Mexico

In Mexico bleef de revolutie voortduren. In februari was er een nieuwe versie van de GCM-opdruk op onder andere de Granaditas-zegel van 1911, maar in november werd het opdrukkencircus onderbroken door een drietal zegels met nationale symbolen waarmee een nieuwe zegel van 5 pesos geïntroduceerd werd, nu met het hoofdpostkantoor in het centrum van Mexico-Stad. De zegel zelf verscheen pas op 1 januari 1917.

April – Iran

Darius’ paleis in Persepolis

In Iran, toen nog officieel Perzië geheten, was er toch nog een soort van feestelijk moment voordat de ellende van alledag weer voortging. Perzië was dan weliswaar neutraal in de Eerste Wereldoorlog, dat wil niet zeggen dat er geen oorlog woedde. In het noordwesten, aan de grens met Azerbaidzian en in Iraans Azerbaidzian, werd gevochten om land en grondstoffen tussen de gecombineerde legers van Rusland en Brits-Indië, van Turken en Duitsers en van Perzië zelf. Het had een enorme genocide tot resultaat: 2 miljoen burgers kwamen om als gevolg van het geweld en de later uitbrekende hongersnood en het is dan ook terecht een inktzwarte bladzijde in de Iraanse geschiedenis.

Op 24 april werd de 16-jarige Ahmad Qajar tot sjah gekroond. Hij was na de afzetting van zijn vader in 1909 al tot leider van het land verklaard, maar nog te jong om de kroningsceremonie te ondergaan. Hij was een zwakke leider en omdat het met Perzië steeds verder achteruit ging door de voortdurende oorlogsinspanningen, werd hij op zijn beurt in 1921 officieus en in 1925 formeel ook weer afgezet. In 1930 stierf hij in zijn verbanningsoord Parijs en ligt begraven bij zijn familie in het huidige Irak.

De zegels in een serie van 17 hebben drie onderwerpen: de laagste 9 waardes hebben de keizerskroon als onderwerp en de volgende 4 een reliëf uit Persepolis, voorstellende Artaxerxes I op zijn troon. Artaxerxes was een zoon van Xerxes I en de zesde koning van Perzië uit de Achaemeniden-dynastie die tussen ongeveer 550 en 336 v.Chr. over het rijk regeerde. Ook vormden ze de 27’ste dynastie van farao’s in Egypte. Uiteindelijk bracht Alexander de Grote de Achaemeniden op de knieën.

De vier hoogste waardes, waarvan hierboven een voorbeeld, tonen het paleis van Darius I in Persepolis, dat in 1979 als nummer 114 werd ingeschreven op de lijst. Daarmee was het samen met twee andere sites de eerste van 24 die tegenwoordig ingeschreven zijn.

Persepolis werd in 518 v.Chr. gesticht door Darius I (550-487), die het Achaemenidenrijk, waarvan hij de derde koning was, tot zijn grootste omvang bracht. Persepolis was niet, zoals de vertaling uit het Grieks doet vermoeden, een stad, maar meer een verzameling paleizen in the middle of nowhere. De dichtstbijzijnde grotere huidige stad, Shiraz, ligt op 70 kilometer. Het diende dan ook slechts als een soort ceremoniële hoofdstad van Perzië, die alleen bij festiviteiten bezocht en bewoond werd. Een voorbeeld is Nowruz, het traditionele nieuwjaar volgens de Perzische tijdrekening. Van het complex zijn uiteraard alleen nog ruïnes over die nationaal en internationaal tot de grootste trekpleisters van Iran horen. Ook in Streetview is het te bezoeken en zeker de moeite waard.

De serie werd tegelijkertijd uitgegeven met opdrukken om te dienen als dienstzegels (‘SERVICE’ in het Frans en in Farsi) en als pakketzegels (idem met ‘COLIS POSTAUX’). In september volgden nog 15 van de 17 zegels met opdruk ‘BUSHIRE Under British Occupation’. Deze serie is zeer zeldzaam en peperduur (mits echt, wat maar zelden zo is!) en werd alleen kort gebruikt tijdens de Britse bezetting van deze havenstad aan de Perzische Golf. In oktober heroverden de Iraniërs het weer.

 

Het jaar 1907 werd het drukste tot dan toe, maar liefst 33 zegels konden bijgeschreven worden en daarvan heb ik de helft, terwijl de andere helft dan weer niet tot de mogelijkheden behoort, vrees ik. Het totaal zou de 300 overschrijden. Even ter vergelijking: bij de inventarisatie ben ik in 1954 en heb er zo’n 6300 geteld, dus in 1907 zaten we tegen de 5 % van 1954.

Dienstzegels van Egypte, tweede uitgifte

In ieder geval geen probleem is zijn de dienstzegels van Egypte die dit jaar verschenen, die heb ik dan weer allemaal. Allemaal netjes overdrukt met O.H.H.S., oftewel On His Highness’ Service, waarmee de khedive werd bedoeld, in deze jaren Abbas II (1874-1944). Abbas regeerde van 1892 tot 1914, toen hij door de Britse regering afgezet werd en vervangen door een kandidaat die de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog wél zou steunen. Ze vonden Hoessein Kamel, oom van de afgezette Abbas, en die kreeg als eerste de eretitel sultan.

Dominica kwam met een heruitgave van de serie ‘Gezicht op Roseau’ van 1903, wederom 9 stuks, aangevuld met een hoogste waarde gewijd aan koning Edward VII. Ze hadden het nieuwe watermerk ‘Kroon CA meervoud’. Evengoed zijn ze slecht te vinden en ik heb er dan ook nog geen één van. In 1908 komt er zelfs alweer een derde uitgave.

Ook een serie die niet vaak aangeboden wordt zijn de eerste dienstzegels van Nieuw-Zeeland. De bekende landschapjes werden overdrukt met een verticale opdruk OFFICIAL. De 1/2 penny en de 2 pence hebben helemaal geen moeilijke waarde, dus vreemd is het wel. de 2 en de 5 shillings liggen inderdaad niet binnen mijn bereik voorlopig.

Standbeeld van Simon Bolivar in Lima

Beter gaat het met de nieuwe serie frankeerzegels in Peru. Het gaat hier voornamelijk om portretten en standbeelden van Zuid-Amerikaanse beroemdheden, een lama en enkele gebouwen in Lima, die niet binnen de grenzen van het werelderfgoed vallen. Twee zegels horen er wel bij. De eerste is de 5 centavos met het standbeeld van Simon Bolivar, die ook hier enkele jaren president was. Dit ruiterbeeld staat op het officieuze Plaza Bolivar, want het parkje ligt tussen vier andere straten. Bolivar was hier van 1824 tot 1827 de dictator, die zowel de politieke als de militaire leiding had. In dit stuk besprak ik al zijn andere levensfeiten.

De andere zegel van belang uit de serie, van 50 centavos, laat het postkantoor zien, dat in 1907 10 jaar bestond en wat ik in 1897 al besprak. Deze zegel heb ik nog niet.

Eilandkaart van Réunion

Réunion startte in 1907 een nieuwe serie waarop de plaatselijke ‘pitons’ een plaatsje hebben. Het eiland, ook toen al nauw verbonden met het Franse moederland en nu een overzees departement met Franse postzegels, gaf al in 1851 de eerste provisorische postzegels uit en tot 1907 bestond het uitgiftebeleid uit hete gebruikelijke nieuws van Franse koloniën: een variant van de Franse Paix et Commerce en vele opdrukken. In de eerste jaren van de 20’ste eeuw veranderde dat beleid en verschenen in de vele overzeese gebieden nieuwe eigen series met eenvoudige ontwerpen. In Réunion was dat een landkaart met daarop duidelijk het reliëf aangegeven waarmee het in 2010 op de Werelderfgoedlijst als nummer 1317 werd ingeschreven. Dit betrof de waardes van 1 centime tot en met 15 centimes. In al hun eenvoud een aandachttrekker voor toeristen en het zal allicht geholpen hebben wat kapitaalkrachtiger en avontuurlijker Fransen naar het eiland te lokken.

Gezicht op St. Pierre

De tussenwaardes toonden de haven van Saint-Dénis, de hoofdplaats van het eiland, maar de hoogste waardes van 1, 2 en 5 francs tonen een blik op het aan de zuidkant van het eiland gelegen Saint-Pierre zien met op de achtergrond de vulkaan Dolomie, beter bekend als de Piton de Fournaise, de meest ruige van het eiland. Op het kaartje van de zegels hierboven kun je precies zien waar Saint-Pierre en de Fournaise liggen!

De eerste expressezegel van San Marino

De rest van de zegels van het jaar komen uit San Marino. Op 25 maart kwam er de eerste expressezegel uit. Dit soort zegels was wereldwijd sowieso een nieuwigheid *) en het is daarom verrassend dat het kleine republiekje er al zo vroeg in de geschiedenis mee kwam. Opmerkelijk aan de rechterkant de Italia met de ‘muurkroon’ (Italia Turrita), die we van vele Italiaanse naoorlogse zegels kennen en nog opmerkelijker de bijl in een pijlenbundel, in een tijd dat Mussolini nog een simpel schrijvertje van socialistische brochures was en bijna 15 jaar voordat hij de fasces tot beeldmerk van zijn eigen, al lang niet meer socialistische beweging had gemaakt. Uit alles blijkt dat de zegel vooral voor het verkeer naar Italië bedoeld was.

Uitgifte mei 1907

Ten slotte nog twee andere zegels, die op 1 mei het licht zagen in de waardes van 1 centesimo en 15 centesimi met centraal het wapenschild omringd door hulst- en eikenloof. Van dit serietje zijn twee versies. De eerste versie kwam uit Italië van het Officina Calcografica Italiana, die verantwoordelijk was voor de Italiaanse postzegelproductie in de eerste 10 jaar van de eeuw. Een tweede versie kwam van het Romeinse Tipografia Petiti, met name in de jaren 1919 tot 1923 actief

 

*) De Verenigde Staten gaven in 1888 de eerste uit, de eerste Europese expressezegel verscheen in Italië in 1903

In 1897 tel ik 16 postzegels die voor de collectie geschikt zijn, uit vijf landen (waarvan twee al lang opgeheven). Allemaal kwamen ze in de eerste helft van het jaar uit, op een na.

Allereerst waren er Noord-Borneo en Labuan. Hier kwam een gewijzigde versie van de eerste plaatjesserie uit, dit keer met toevoegingen van de landsnaam in Chinees en Jawi (wat een afgeleide vorm van het Arabisch is). Dit gaf een behoorlijke herschikking van het kader. Op alle zegels komt de tekst ‘Postage & Revenue’ voor, dus dat betekent dat ze zowel postaal als fiscaal gebruikt mochten worden, wat voor Britse gebieden gebruikelijk was. Behalve de 18 en de 24 cents dan. De laatste had helemaal geen inschrift Postage & Revenue en het zegel met Kinabalu als onderwerp het vreemde ‘Postal Revenue,’ zoals op mijn exemplaar te zien is. In beide gevallen werd dit gecorrigeerd met een nieuwe oplage en het juiste inschrift. Verder werd de hele serie weer overdrukt om als portzegel te dienen, deze zijn redelijk slecht te vinden en soms onbetaalbaar.

Op Labuan maakten ze er een nog groter potje van. Alle twee de Kinabalu-zegels (ook nu weer in andere kleuren) werden overdrukt met de naam van het eiland, maar de opdruk stond onderaan zodat de geschreven waarde-aanduiding ‘EIGHTEEN CENTS’ niet meer te lezen was. Er volgde dus nog een derde waarbij de letters ‘LABUAN’ naar boven verhuisden en over ‘STATE OF NORTH-BORNEO’ vielen.

Vijf van de acht eerste zegels van Soedan. Merk de vaak slordige opdrukken op.

Een nieuw land was het zojuist gepacificeerde Soedan. Tot het eind van de jaren 90 heerste hier de Mahdi Mohammed Ahmad ibn Abd Allah, die zoals het in moderne termen heet, van Soedan, dat tot dan toe onder Egypte viel, zijn eigen islamitische staat wilde maken. In 1885 had dit geleid tot de moord op de door de Britten voor Egypte aangestelde gouverneur-generaal Charles George Gordon. Geen wonder dat Victoria en Mohammed geen vrienden waren en de laatste werd in 1898 dan ook definitief verslagen. Het jaar ervoor was de tijd echter al rijp voor een postzegeluitgifte. Men koost ervoor de piramide-zegels van Egypte te voorzien van de opdruk SOUDAN in Engels en Arabisch. De waardes tot 1 piaster heb ik inmiddels de andere piasterwaardes zijn moeilijk tot erg lastig, maar wie weet.

Bolivia was de volgende. Hier verscheen, afwijkend van de traditie, in maart en april een serie portretten van beroemde Zuid-Amerikanen. De meeste ervan zijn alleen lokaal beroemd, maar Sucre, waarnaar de wettelijke hoofdstad van Bolivia genoemd is, en Bolivár, die het hele land zijn naam gaf, ontbreken niet. De hoogste waarde van 2 Bolivianos heeft echter het wapen van Bolivia in een kader van de landskleuren rood-geel-groen. Omgeven met op maar liefst drie plaatsen de 9 sterren. Voorlopig nog even onbereikbaar voor de portemonnee.

De laatste zegel die ik bespreek is die op 31 december uitkwam om te vieren dat in Lima een nieuw postkantoor werd geopend. Normaal niet zo’n interessant wapenfeit, ware het niet dat het gebouw op 50 voetstappen of daaromtrent afligt van het Plaza Mayor, het centrale, oudste en belangrijkste plein van de stad, daarmee ruimschoots binnen de grenzen van Werelderfgoedinschrijving nummer 500 vallend.

Het gebouw werd ontworpen en gebouwd in opdracht van president Remigio Morales, die van 1890 tot zijn dood in 1894 Peru leidde. In 1892 werd begonnen met de bouw en vijf jaar – en evenveel presidenten – later werd het opgeleverd in een merkwaardige roze steensoort, die ook van binnen in de galerijen en op de binnenplaats is toegepast. Als architecten worden genoemd Emilio Pazo en Máximo Doig. van beiden is geen informatie meer te vinden. Met name in de jaren 20 van de vorige eeuw werd het gebouw uitgebreid om het toenemend postbedrijf te kunnen bedienen. Tegenwoordig maakt het postkantoor nog maar een klein deel van het complex uit. Er is nu ook een postmuseum en een permanente expositie over de Peruaanse gastronomie. In de galerijen zijn winkeltjes gevestigd.