In 1904 werden er maar 9 zegels voor de collectie uitgegeven, dat is niet veel en ik heb er zelfs 5 van, dus een van de betere jaren uit deze periode.

Brazilië bracht de serie met het Zuiderkruis boven de Baai van Rio de Janeiro, de Vrijheidskop en de Mercuriuskop opnieuw uit maar dit keer wat ruimer bemeten zodat bij de meeste zegels het complete zegelbeeld te zien is. Van de drie Rio-zegels heb ik er een, namelijk de 10 Reis.

Noord-Borneo kwam voor de laatste keer met een Kinabalu-zegel uit de serie van 1897. Iedere zegel van de serie en dus ook de 18 cents kreeg een opdruk van 4 cents, maar in een andere vorm als die uit 1899. Uiteraard volgde de Labuanversie later in het jaar.

In het Britse Rijk werd een nieuw koloniaal watermerk ingevoerd. Ooit was men begonnen met watermerk ‘Kroon CC’. Deze werd rond 1880 vervangen door ‘Kroon CA enkelvoudig’. Drie jaar na het aantreden van koning Edward VII volgde een variant daarop: ‘Kroon CA meervoudig’. De Farthingzegel van Malta met de haven van Valletta ontkwam hier natuurlijk ook niet aan.

Op 18 december ten slotte kwam er een serie van vier toeslagzegels uit in Rusland. Toeslagzegels waren nieuw in de wereld van de postzegels en voor zover ik weet waren dit de eerste ter wereld. Ze werden gebruikt voor oorlogswezen want in februari van dit jaar was de Russisch-Japanse oorlog uitgebroken om de tegenstrijdige belangen van de twee landen in het uiterste oosten van het Russische Rijk uit te vechten. Japan wilde meer invloed in de regio: ze beschouwden Korea en het daar noordelijk van gelegen Mantsjoerije tot hun invloedssfeer en de verovering van deze gebieden zou grote invloed hebben voor de enige Russische haven in de regio die het hele jaar bereikbaar was, het toen en nu in China gelegen Lüshunkou, vroeger bekend als Port Arthur. Deze haven was in 1898 voor 25 jaar van de Chinezen gepacht. Het was dan ook geen wonder dat Rusland hiervoor wilde vechten, maar de oorlog verliep rampzalig en de oorlogswezenzegels waren daar het eerste teken van. Ruim een maand na de uitgifte ging het verder bergafwaarts en in Sint-Petersburg leidde dit tot de bloedig neergeslagen Januarirevolutie van 1905. In september werd bij de Vrede van Portsmouth het pachtverdrag nietig verklaard en had Japan de gewenste invloed in de regio. In 1908 werd Korea zelfs ingelijfd, 24 jaar later werd Mantsjoerije een satellietstaat van Japan.

Alle vier de zegels werden verkocht tegen 3 kopeken meer dan de aangegeven waarde. De UPU stond dat toe, maar het mocht niet opzichtig op de postzegels staan. Op deze zegels zie je de postale waarde en ook het te betalen bedrag aangegeven. Ook op Nederlandse zegels voor het goede doel zie je dit: pas in 1949 werd voor het eerst de toeslag in het zegel vermeld, terwijl voor die tijd er een klein regeltje onder het zegelbeeld aangaf wat je extra moest betalen (en hoe lang de zegel geldig was voor gebruik).

De zegel van 3 kopeken toont het monument voor admiraal Vladimir Kornilov (1806-1854), die gesneuveld was in de Krim-oorlog. Op de plaats waar hij, nabij Sebastopol, dodelijk getroffen werd tijdens een Frans-Britse aanval op 5 oktober 1854 werd een monument opgericht, wat op die postzegel te zien is. Sebastopol hoort niet tot het werelderfgoed, dus hiervan niets in de collectie.

De zegel van 5 kopeken laat het monument voor Minin en Pozjarski zien, dat sinds jaar en dag aan de voet van de Basiliuskathedraal op het Rode Plein in Moskou staat. Kuzma Minin (?-1613) en Dimitri Pozjarski (1577-1642) waren helden van de oorlog tussen Moskou en Polen in 1611 en 1612. Minin was een vleeskoopman uit Nizjny Novgorod en was namens die stad verkozen om Moskou te helpen verdedigen tegen de Poolse bezetters, Pozjarski was een prins uit een gegoede familie die de leiding kreeg over de door Minin gerekruteerde milities. Ze slaagden daar goed in, de Polen werden het land uitgejaagd en daarmee eindigde de Tijd der Troebelen en kwam er een nieuwe familie aan de macht in Moskou, geleid door een zekere Michael Romanov.

Op de postzegel van 7 kopeken een andere beroemdheid en nazaat van Michael Romanov. Het is tsaar Peter de Grote (1672-1725), wiens ruiterstandbeeld in Sint-Petersburg we zien. Het werd tussen 1878 en 1890 gemaakt door een onbekende beeldhouwer en bevindt zich nabij het senaatsgebouw aan de Neva.

De laatste van de serie is de 10 kopeken en deze laat een ensemble van gebouwen zien van het Kremlin in Moskou. We zien als hoogste prominent in beeld de 81 meter hoge klokkentoren van Ivan de Grote (1440-1505), die in opdracht van zijn zoon Vassili kort na zijn dood gebouwd werd. Ernaast de Hemelvaartstoren, die zo’n 30 jaar later werd gebouwd. Veel van de ander bouwsels op de postzegel zijn niet te herkennen. In 1913 kom ik hier uitgebreid op terug.

Zowel Moskou als Sint-Petersburg werden in 1990 op de werelderfgoedlijst gezet.

 

Monte Titano 1903

In het jaar 1903 kwamen er weer 26 zegels bij, waarmee het totaal op 237 kwam. Toch waren er maar vijf landen bij betrokken, waarvan drie nieuwe en er was één nieuw erfgoed bij,

Om te beginnen gaan we naar Noord-Borneo waar de eerder met BRITISH PROTECTORATE overdrukte Kinabaluzegel, als extra opdruk POSTAGE DUE kreeg, zodat er, een beetje vreemd, BRITISH POSTAGE DUE PROTECTORATE stond. Werd hiermee de ware bedoeling van de Britten ontmaskerd? Nu, bij de 18 cents toch niet, de oorspronkelijke opdruk was in rood, de nieuwe in zwart. Overigens zijn deze portzegels lastig te vinden.

Een onder Nieuwzeelands bestuur gekomen Zuidzee-eiland gaf zijn eerste zegels uit. Dit was Aitutaki, dat formeel tot de Cook-eilanden hoort.  Let op de lokale waarde-aanduiding: deze luidt voor de 2 1/2 aldus: Rua Pene Ma Te Ava (Twee Penny En Een Half). Niue, dat in 1902 al begonnen was, volgde met opdrukken op nieuwere uitgiftes van Nieuw-Zeeland,

Uitzicht op Monte Titano (eigen foto 6-8-2007)

San Marino kwam met een opvolger van de wapenserie, nu met een tekening van Monte Titano zelf. Nog niet helemaal zoals het in werkelijkheid is, want de rookpluimen zijn gefantaseerd, maar evengoed is het al een stuk minder geromantiseerd dan de wapenschildjes. De serie bevatte 12 waardes, waarvan 11 met de Tre Penne en werd nog enkele keren herhaald met andere kleuren en/of waardes.

De laatste uitgifte die ik kort bespreek is de serie ‘Gezicht op Roseau’ die vanaf september op het Caribische eiland Dominica verscheen en wat ik vorige keer al kort aanstipte. Roseau is de hoofdplaats van het op een zondag in 1493 door Columbus ontdekte eiland. Zoals de naam Roseau doet vermoeden is ook Dominica lange tijd Frans geweest. Het ligt ook precies tussen twee nog wél Franse eilanden in: Guadeloupe en Martinique, maar is sinds 1763 Brits en sinds 1978 onafhankelijk. Het is het enige eiland waar nog zo’n 3000 van de oorspronkelijke bewoners (Cariben) wonen.

De serie Gezicht op Roseau geeft niet alleen een blik op de hoofdplaats, maar ook op het erachter liggende nationale park Morne Trois Pitons, dat met nummer 804 werd ingeschreven in 1997. De serie is 9 waardes groot en is er in vier varianten waarvan de eerste dus in 1903 verscheen. In 1907 kwam der serie uit met een nieuw watermerk en in 1908 met alle zegels in één kleur, waar de voorgangers twee kleuren hadden. In 1921 de zegels van 1908 met andermaal een nieuw watermerk. Alle zegels hebben een bovengemiddelde waarde, maar ik kan er toch een laten zien, de goedkope 1 penny van 1908 en een WAR TAX opdruk van later. In 1908 ga ik dus verder in op het Morne Trois Pitons Nationaal Park.

In 1904 komen we bij de belangrijkste Russische steden Moskou en Sint-Petersburg.

 

1901 was maar een klein jaar, er werden slechts 4 zegels uitgegeven die mijn belangstelling gewekt hebben voor de collectie.

Labuan kwam met een portzegel, net zoals een eerdere uitgifte van Noord-Borneo met een verticale opdruk POSTAGE DUE. Later in het jaar ook weer een frankeerzegel van het moedergebied zelf maar nu met opdruk BRITISH PROTECTORATE als onderdeel van een serie van 12.

St. Christopher Bastion vanuit het noorden gezien, nu met een oorlogsmonument erop (eigen foto 2015)

Tot bijna slot, in maart, een serie in Bolivia met portretten van politici (Adolfo Ballivian, Camacho, Campero, José Ballivian en Santa Cruz), afgesloten door een hoogste waarde van 2 Bolivianos met het landswapen.

De hier afgebeelde zegel komt uit Malta. Dit eiland in de Middellandse Zee was in 1860 begonnen met het uitgeven van postzegels en gaf er voor 1899 slechts 10 uit, allemaal met portret van koningin Victoria. In 1899 twee zegels met een vissersboot van Gozo en een Maltezer galei, gevolgd door een tweetal allegorische voorstellingen, van de patroonheilige Melita en een prent van Gustave Doré betreffende de schipbreuk van St. Paulus voor de kust van Malta.

Fort Rikasoli gezien vanaf Fort St. Elmo (eigen foto 2015)

Op 1 januari 1901 kwam er 1 zegel uit in een oplage van 572.640 stuks en in de minieme waarde van een farthing, oftewel een kwart penny, bedoeld voor kranten. Tot 1947 werden er 4 stuks uitgegeven. In 1901 bovenstaande zegel met lijntanding en watermerk CA Crown enkelvoud, in 1905 in kamtanding en watermerk CA Crown meervoud, in 1936 met monogram GviR na het aantreden van George VI en in 1948 de laatste zegel met opdruk SELF-GOVERNMENT 1947. In ieder geval de laatste twee zegels hadden een geldigheidsduur tot 1976, toen al lang een nieuwe munteenheid was ontstaan.

We zien de zogenaamde Grand Harbour aan de rechterkant van de zegel en een deel van de stad Valletta aan de linkerzijde met achtereenvolgens het Barbara Bastion en verderop het St. Christopher Bastion waarop de Lower Barakka Gardens liggen. Aan de overkant van de Grand Harbour vinden we het Fort Rikasoli. Dit hoort niet tot het werelderfgoed, maar vormt wel een mooie afsluiter van de haven, net als het eind van het schiereiland waarop Valletta ligt, Fort St. Elmo.

Een mooie plek en op wat details na nauwelijks veranderd. In 1902 komen er drie nieuwe onderwerpen aan bod.

In de tweede helft van het jaar waren er nog 7 postzegels. Op 19 juli verscheen de Labuan-versie van de 4-cents opdrukken die eerder in Noord-Borneo verschenen. Dit waren 9 zegels en de 18 cents hoorde daar ook bij. In dit geval alleen de laatste versie, met ‘LABUAN’ over ‘STATE OF NORTH BORNEO’.

Er waren twee nieuwe gebieden die met erfgoeduitgiftes kwamen. De eerste was Mexico, hier kwam op 1 november een serie van 10 zegels uit. De eerste 7 toonden het wapenschild in verschillende kaders. De hoogste waarden waren voor toeristische plaatjes, waarmee Mexico een van de eerste was, zonder dat er iets te vieren was. Op de 50 centavos zien we de watervallen van Juanacátlan, een plaatsje vlakbij Guadalajara, ten noordwesten van Mexico-Stad en op de 1 peso de bekendste vulkaan van Mexico, de Popocatepetl. De vulkaan is geen werelderfgoed, maar een aantal kloosters in plaatsjes in de buurt wel, die komen later aan bod.

De 5 pesos is voor de verzameling wel interessant: hierop staat de kathedraal van Mexico-Stad. Het centrum van de hoofdstad van Mexico staat sinds 1987 op de lijst onder nummer 412. Daarnaast hoort de archeologische site Xochimilco op 28 kilometer ten zuiden van het centrum er ook bij.

Mexico-stad werd in de 16’de eeuw gesticht op de ruïnes van Tenochitlan, de oude hoofdstad van de Azteken. De stad moest hét visitekaartje worden van de kolonie Nieuw-Spanje en er verschenen dus paleizen en de grootste kathedraal van het hele continent. Zij werd samen met de belangrijkste regeringsgebouwen gebouwd aan de Plaza de la Constitución (in de volksmond El Zócalo geheten). De eerste steen van wat officieel de Catedral Metropolitana de la Asunción de la Santisima Virgen Maria a los cielos de la Ciudad de México heet werd gelegd in 1571 op de plek van een tijdelijke kerk, die op zijn beurt 40 jaar eerder was verschenen in plaats van de hoofdtempel van de Azteken. De voltooiing was pas in 1813, na ruim 240 jaar bouwen dus. De eerste bouwmeester was de uit het Baskenland geëmigreerde Claudio de Arciniega (1527-1593). Hij werkte op een enorme bouwplaat van 59 bij 128 meter en de kerk kreeg twee torens van 67 meter hoog (deze werden in 1791 pas voltooid). Als voorbeeld werd de Spaanse kathedraal van Jaén gekozen. De laatste restauratie werd na een brand in 1967 ingezet.

Op 11 oktober 1899 was de Tweede Boerenoorlog uitgebroken in Zuid-Afrika, als gevolg van een al jarenlang slepend conflict over Transvaal, een Boerenrepubliek die in de laatste jaren overspoeld was door niet-Boerse immigranten. Aan het begin van de oorlog waren de Boeren in het voordeel en namen delen van Natal en de Kaapprovincie in. Een belangrijk verkeersknooppunt in het noorden was het in 1885 door de Britten veroverde stadje Vryburg en in november 1899 werd de belegering door de Boeren ingezet om het terug in te nemen. Op 24 november verscheen er dan ook een serie van vier postzegels alleen voor Vryburg, vier waarde-opdrukjes op zegels van Kaap de Goede Hoop. Hier was ook de 1893 uitgegeven rode 1 penny, die (overigens foutief) overdrukt werd met 1 PENCE.

De laatste zegels van het jaar kwamen uit Tasmanië. Vóór het ontstaan van de staat Australië gaven West- en Zuid-Australië, Queensland, Victoria, New South Wales en Tasmanië ieder voor zich zegels uit. Op laatstgenoemd eiland was dat een serie van 8 met landschappen, waarvan er vier behoren tot de Tasmanian Wilderness (wel-181): op de 1/2 penny Lake Marion, op de 3 pence de Spring River nabij Port Davy, op de 4 Russell Falls en op de 5 pence Lake St. Clair. Vooralsnog niet in de collectie, maar in Australië is dat ruim goedgemaakt, dus te zijner tijd zal ik ze nader bespreken.

 

 

In 1899 nam het aantal uitgiften alweer toe tot 23, ik heb er slechts drie van, maar omdat er twee nieuwe onderwerpen bij zitten splits ik het jaar toch op.

Het jaar begon in Cuba met het standbeeld van Columbus in de hoofdstad Havana. Het bevindt zich in de binnentuin van het Palacio de los Capitanes Generales, een gebouw uit 1776 in het hartje van het oude centrum van de stad. Aanvankelijk stond er een kerk, maar de toenmalige gouverneur van Cuba, Felipe de Fondesviela y Ondeano, vond dat het centrum wat meer grandeur uit mocht stralen met een Plaza de Armas zoals in meer Latijns-Amerikaanse koloniale steden en een mooi nieuw regeringscentrum. Een regeringsgebouw waardig werden de stenen uit Málaga gehaald, het ijzerwerk uit Bilbao en marmer uit Genua.

Tot de overdracht in 1898 was het de residentie van de Spaanse gouverneurs en daarna tot 1902 van de Amerikaanse. Tot 1920 was het presidentieel paleis en daarna tot 1967 waren er overheidskantoren. Sinds 1968 is het stadsmuseum.

Het witmarmeren beeldje van Columbus op de binnenplaats werd er in 1862 neergezet en diende in 1899 als onderwerp van de eerste postzegel van het nieuwe Cuba, na het wegtrekken van de Spaanse overheersers. De Amerikaanse invloed van het ontwerp is duidelijk zichtbaar. In 1905 zou er een kleine wijziging in de tekening uitgebracht worden.

Noord-Borneo bracht een serie waardeopdrukken uit op de lopende plaatjeszegels. Er waren namelijk nog geen zegels van 4 cents, dus bedacht men dat iedere bekende zegel een opdruk in precies die waarde moest krijgen. Ook de 18 cents kon dat lot niet ontlopen.

De Dominicaanse Republiek deed voor het eerst mee. Na bijna 35 jaar wapenzegels uitgegeven te hebben werd er nu aandacht besteed aan de oprichting van een Columbus-mausoleum in de kathedraal van Santo Domingo. Er werden 9 zegels uitgegeven die gewijd waren aan de eerste ontdekkingsreizen in het Caribisch gebied. Op de 5 centavos vinden we het grafmonument in de kathedraal. Daarboven staat de Española die waakt over het gebeente van de grote ontdekkingsreiziger. Zij staat op de 10 centavos. Op de 1 peso zien we Columbus in het klooster van Salamanca, waar hij zijn plannen uiteenzet voor een publiek van geleerden, dat was al in 1486, en ze zagen niets in het plan. Ten slotte op de hoogste waarde van 2 pesos het complete grafmonument. Overigens werden vanaf de jaren 30 plannen gemaakt om Columbus een nieuw mausoleum te geven. Het ontwerp daarvan is op veel Latijns-Amerikaanse postzegels te zien, maar door politieke wanorde en een tekort aan financiën begon de bouw in 1986 pas, om net op tijd voor de 500’ste herdenkingsdag geopend te worden. Het grafmonument is erheen verplaatst, dus niet meer te zien in de kathedraal. Voor wat de zegels betreft, alleen de Peso-waarden zijn wat duurder, maar even goed kom ik de goedkope ook niet tegen.

In Bolivia kwam er op 18 april een serie van vijf uit met opdrukken E.F. 1899 in een kastje. E.F. moet gelezen worden als Emisión Fiscal. Het waren dus feitelijk belastingzegels of frankeerzegels die als zodanig gebruikt konden worden. Ik denk vergelijkbaar met de Postage & Revenue in de Britse gebieden. De zegels zijn niet perse duur, maar wel moeilijk te krijgen.

De druk van de vorige keer besproken zegels van Nieuw-Zeeland verplaatste van Waterlow in Londen naar de regeringsdrukkerij in Wellington. Er zijn wat verschillen te zien, maar de grootste verandering is de tanding: de nieuwe oplage heeft de grove tanding 11, de zegels van 1898 hebben meestal 14, maar varieert van 12 tot 16. De zegel van 4 pence droeg nu de afbeelding en kleur van de 1 penny van het vorige jaar.

In 1897 tel ik 16 postzegels die voor de collectie geschikt zijn, uit vijf landen (waarvan twee al lang opgeheven). Allemaal kwamen ze in de eerste helft van het jaar uit, op een na.

Allereerst waren er Noord-Borneo en Labuan. Hier kwam een gewijzigde versie van de eerste plaatjesserie uit, dit keer met toevoegingen van de landsnaam in Chinees en Jawi (wat een afgeleide vorm van het Arabisch is). Dit gaf een behoorlijke herschikking van het kader. Op alle zegels komt de tekst ‘Postage & Revenue’ voor, dus dat betekent dat ze zowel postaal als fiscaal gebruikt mochten worden, wat voor Britse gebieden gebruikelijk was. Behalve de 18 en de 24 cents dan. De laatste had helemaal geen inschrift Postage & Revenue en het zegel met Kinabalu als onderwerp het vreemde ‘Postal Revenue,’ zoals op mijn exemplaar te zien is. In beide gevallen werd dit gecorrigeerd met een nieuwe oplage en het juiste inschrift. Verder werd de hele serie weer overdrukt om als portzegel te dienen, deze zijn redelijk slecht te vinden en soms onbetaalbaar.

Op Labuan maakten ze er een nog groter potje van. Alle twee de Kinabalu-zegels (ook nu weer in andere kleuren) werden overdrukt met de naam van het eiland, maar de opdruk stond onderaan zodat de geschreven waarde-aanduiding ‘EIGHTEEN CENTS’ niet meer te lezen was. Er volgde dus nog een derde waarbij de letters ‘LABUAN’ naar boven verhuisden en over ‘STATE OF NORTH-BORNEO’ vielen.

Vijf van de acht eerste zegels van Soedan. Merk de vaak slordige opdrukken op.

Een nieuw land was het zojuist gepacificeerde Soedan. Tot het eind van de jaren 90 heerste hier de Mahdi Mohammed Ahmad ibn Abd Allah, die zoals het in moderne termen heet, van Soedan, dat tot dan toe onder Egypte viel, zijn eigen islamitische staat wilde maken. In 1885 had dit geleid tot de moord op de door de Britten voor Egypte aangestelde gouverneur-generaal Charles George Gordon. Geen wonder dat Victoria en Mohammed geen vrienden waren en de laatste werd in 1898 dan ook definitief verslagen. Het jaar ervoor was de tijd echter al rijp voor een postzegeluitgifte. Men koost ervoor de piramide-zegels van Egypte te voorzien van de opdruk SOUDAN in Engels en Arabisch. De waardes tot 1 piaster heb ik inmiddels de andere piasterwaardes zijn moeilijk tot erg lastig, maar wie weet.

Bolivia was de volgende. Hier verscheen, afwijkend van de traditie, in maart en april een serie portretten van beroemde Zuid-Amerikanen. De meeste ervan zijn alleen lokaal beroemd, maar Sucre, waarnaar de wettelijke hoofdstad van Bolivia genoemd is, en Bolivár, die het hele land zijn naam gaf, ontbreken niet. De hoogste waarde van 2 Bolivianos heeft echter het wapen van Bolivia in een kader van de landskleuren rood-geel-groen. Omgeven met op maar liefst drie plaatsen de 9 sterren. Voorlopig nog even onbereikbaar voor de portemonnee.

De laatste zegel die ik bespreek is die op 31 december uitkwam om te vieren dat in Lima een nieuw postkantoor werd geopend. Normaal niet zo’n interessant wapenfeit, ware het niet dat het gebouw op 50 voetstappen of daaromtrent afligt van het Plaza Mayor, het centrale, oudste en belangrijkste plein van de stad, daarmee ruimschoots binnen de grenzen van Werelderfgoedinschrijving nummer 500 vallend.

Het gebouw werd ontworpen en gebouwd in opdracht van president Remigio Morales, die van 1890 tot zijn dood in 1894 Peru leidde. In 1892 werd begonnen met de bouw en vijf jaar – en evenveel presidenten – later werd het opgeleverd in een merkwaardige roze steensoort, die ook van binnen in de galerijen en op de binnenplaats is toegepast. Als architecten worden genoemd Emilio Pazo en Máximo Doig. van beiden is geen informatie meer te vinden. Met name in de jaren 20 van de vorige eeuw werd het gebouw uitgebreid om het toenemend postbedrijf te kunnen bedienen. Tegenwoordig maakt het postkantoor nog maar een klein deel van het complex uit. Er is nu ook een postmuseum en een permanente expositie over de Peruaanse gastronomie. In de galerijen zijn winkeltjes gevestigd.

Labuan 1894. Het stempel werd gebruikt om restbestanden mee af te stempelen en hierdoor is de zegel maar weinig waard ten opzichte van een echt gestempelde

Na een aantal wat saaie jaren met steeds herhalende uitgiftes werd 1894 een beter jaar. Dat begon al in de eerste maanden met een uitgifte van Noord-Borneo. Sinds 1963 is dit de Maleise deelstaat Sabah, maar tot die tijd was het een Britse kolonie die sinds 1882 vanuit Jesselton, het huidige Kota Kinabalu, door de North Borneo Company bestuurd werd. In 1883 verschenen de eerste postzegels met het wapenschild van de compagnie. Deze serie werd uitgemolken tot 1894.

Maleisië heeft slechts vier inschrijvingen op de werelderfgoedlijst, waarvan er twee op het Maleise deel van Kalimantan (Borneo) liggen. Een daarvan werd afgebeeld in een serie van 9 zegels met 8 verschillende onderwerpen, een gegeven dat uniek was in die dagen, waarin hooguit een paar verschillende onderwerpen in een serie gingen, al had een land als de VS al aan de traditie getornd door in 1892 een grote serie voor de 400-jarige ontdekking van Amerika door Columbus uit te geven, met ook allemaal verschillende plaatjes, waarvan er overigens geen een in de verzameling past.

De eerste zegel uit de serie van Noord-Borneo, van 1 cent, toonde een Dajak-hoofdman, de 2 cents een Sambarhert, de 3 een sagopalm, de 5 een argusfazant, de 6 een Maleise prauw, de 8 en de 24 cents het wapenschild en de 12 cents een zeekrokodil. De 18 cents trekt echter mijn aandacht, want daarop staat Mount Kinabalu, alias Gunung Kinabalu, de op één na hoogste berg van Zuid-Oost-Azië en met bijna 4100 meter verreweg de hoogste van de Indonesisch/Maleise archipel. Het is dan ook een geliefd oord voor bergtoeristen en religieuze fanatiekelingen. De postzegel geeft er bijna een romantisch beeld van, de berg is te zien vanaf de kust, waarvoor inlanders in een prauw rondvaren. Een nevelsliert trekt voor de reusachtige formatie langs. Kunstenaar helaas niet bekend…

De Kinabalu ligt in een nationaal park, dat in 1964 is opgericht is en 754 km² groot en dat als zodanig in 2000 is opgenomen op de werelderfgoedlijst onder nummer 1012. De reden daarvan ligt in de hoge biodiversiteit van het park, meer dan 4500 planten- en diersoorten bevolken het. De berg is makkelijk en zonder gereedschap beklimbaar en heeft een vrijwel vlakke top. Alléén mag je hem niet beklimmen, een gids moet mee. In 1851 was het de hoogste regeringsklerk van Labuan, de Engelsman Hugh Low (1824-1905), later nog resident in Perak, die de eerste beklimming voltooide met een bewoner uit een nabijgelegen kampong. De hoogste subtop van Kinabalu heet sindsdien Low’s Peak.

Een beetje afzijdig van Sabah en al bijna voor de kust van oliestaat Brunei ligt Labuan. Al voordat de Britten voet aan de grond kregen in Noord-Borneo waren ze al geland op dit eiland en in 1848 werd het, op voorspraak van radja James Brooke van Sarawak, een kroonkolonie, waar in 1879 de eerste postzegels met het portret van koningin Victoria verschenen. In 1890 werd Labuan overgedragen aan de North Borneo Company, die het tot 1905 bestuurde, toen het eiland een deel van de Straits Settlements werd, een groep Britse handelsposten die grotendeels op het Maleise schiereiland gevestigd waren.

In mei 1894 kwamen de zegels van Noord-Borneo dus ook uit op Labuan, voorzien van een opdruk met de landsnaam en dat betrof dus ook de 18 cents. Opmerkelijk was dat de kaders een andere kleur hadden dan de oorspronkelijke zegels. Zo is de overdrukte zegel in olijfbruin met zwart middenstuk, terwijl de zegel van Noord-Borneo is uitgevoerd in groen en zwart. Overigens is een echt gestempelde zegel het 200-voudige waard van het exemplaar hierboven. Zegels met in de hoek een stempel bestaande uit dikke strepen zijn altijd goedkoop, maar niet altijd makkelijk te krijgen en dat geldt ook voor het originele zegel van Noord-Borneo

Nieuwe ontwerpen uit Bolivia

Een andere nieuwe uitgifte van voorjaar 1894 was de vorige keer al aangekondigde nieuwe serie landswapens in Bolivia. Men koos voor een ovaal ontwerp waarin de sterren, de vaandels en de condor nog steeds prominent aanwezig waren. De waardeschilden waren nu groter en verplaatst naar de boven- en onderzijde, zodat de tekst Correos de Bolivia en de in tekst gespelde waarde naar de zijkanten konden. Dit ten opzichte van de vage steendrukjes van het jaar ervoor aanmerkelijk frissere plaatje kwam uit een tweetal drukkerijen. Eén type uit de Britse drukkerij van Bradbury en Wilkinson, een toentertijd nieuwe speler op de postzegelmarkt, een ander type uit de weinig bekende Parijse drukkerij van Eudes & Chassepot. De laatste leverde de postzegels op dikker papier en in een iets afwijkende tanding. Verder is opvallend dat de gerenommeerde Engelse drukkerij veel minder zegels afleverde dan de onbekende Franse concurrent. De grootste oplage, van 2,7 miljoen (1,5 daarvan uit Frankrijk) was voor de 5 centavos. Op de foto zijn de 1, 50 en 100 centavos uit Engeland afkomstig, de andere uit Frankrijk.

De tweede helft van het jaar was voor nieuwe uitgiftes van Brazilië en San Marino.