5385

De eerste frankeerserie voor het onafhankelijke India verscheen in 1949 en was gewijd aan kunstwerken en bouwmonumenten. Een groot deel van de serie is gewijd aan wat later Werelderfgoed zou zijn. Zo ook de zegel van 2 Rupees met daarop het Rode Fort in Delhi.

Het Rode Fort werd als paleis gebouwd tussen 1639 en 1648 in opdracht van de grootmogol (keizer) van het Mogolrijk Shah Jahan (1592-1666). Hij was niet alleen de bouwheer van dit paleis, dat verrees ter ere van de benoeming van Delhi tot hoofdstad van het rijk, maar ook van de Taj Mahal in de eerdere hoofdstad Agra. Dit liet hij bouwen als mausoleum voor zijn vrouw Mumtaz Mahal, die in 1631 overleden was. Beide bouwwerken zijn van de hand van Ustad Ahmad Lahori.

Nadat het Mogolrijk uiteenviel werd het Rode Fort meermalen geplunderd en van het originele interieur is dan ook weinig meer over. Sterker nog: in de 19’de eeuw bestemden de Britten het tot kazerne, maar in de loop van de tijd werden ook diverse delen van het fort gerestaureerd. Een militaire functie behield het tot 2003, daarna kreeg het een toeristische functie en tegenwoordig is het een van de best bezochte attracties van de regio.

Ieder jaar op 15 augustus wordt ter gelegenheid van Onafhankelijkheidsdag door de Indiase premier op de hoofdpoort de vlag in top gehesen. Jawaharlal Nehru deed dit voor het eerst in 1947 en de traditie wordt sindsdien in ere gehouden.

Het Rode Fort werd in de hoogtijdagen van de Indiase relatie met de Sovjet-Unie trouwens ook op Russische zegels afgebeeld, als ware het een soort Indiaas Kremlin…

Meer over het Rode Fort: https://www.youtube.com/watch?v=BUAxqsvoc6k (26 minuten) naast diverse andere documentaires.

2917

Luxemburg heeft maar één inschrijving op de Werelderfgoedlijst en dat is de gelijknamige hoofdstad met zijn fortificaties. Niet het kasteel van Vianden of de abdij van Echternach dus. Ooit stonden die wel op de wachtlijst, maar ze zijn daar in 2014 resp. 2011 van afgevoerd. Blijft dus over Luxemburg-stad en dat staat er met nummer 699 sinds 1994 op. Het spreekt voor zich dat er vrij veel postzegels met afbeeldingen van de stad uitgegeven zijn, de eerste in 1921.

Op 1 mei 1935 verscheen een serie van maar liefst 15 toeslagzegels ter ondersteuning van intellectuelen. Kennelijk was de overheid nog niet erg bereidwillig om die intellectuelen – het ging om kunstenaars, journalisten en wetenschappers van allerlei aard – te ondersteunen en was daar zelfs een internationale (!) vereniging voor opgezet. De Michel-catalogus heeft het zelfs over geëmigreerde intellectuelen, waarbij 1935 zou kunnen aansluiten op de dreiging van het Nazibewind in Duitsland, waarvoor gestudeerde koppen die een afwijkende mening ventileerden niet altijd veilig waren. Behalve het bestaan van postzegels heb ik er in ieder geval niets over kunnen vinden. Ook Frankrijk gaf dergelijke zegels uit, daar bleek dat velen werkloos waren (chomeurs intellectuels) en daarom het goede doel nodig hadden.

Vijftien Luxemburgse zegels dus en allemaal met een toeslag zo groot als de postprijs zelf. Dat telt aardig aan als de hoogste waarde 20 francs is en de gehele serie op 46 francs en 5 centimes uitkwam, totale kosten aan het loket 92 francs en 10 centimes. Er is om minder een rel uitgebroken. Het spreekt voor zich dat de gewone gebruiker daar niet in tuinde en de serie links liet liggen. De oplagen zijn klein en gebruikte zegels zijn schaars. Gelukkig is de 70 centimes goed te verkrijgen en uiteraard ongebruikt.

Op deze zegel zien we de Pont Adolphe, die tussen 1900 en 1908 als overspanning van het Petrusse-dal werd gebouwd en toentertijd de grootste stenen boogbrug ter wereld was. Een tegenwoordige aanvulling is een onder het brugdek aangebracht fiets en voetpad. We kijken vanuit de binnenstad (de Uewerstad) over de brug naar buiten en zien dan het Spaarbankgebouw (Spuerkeess) aan het Place de Metz. Het werd ontworpen door Jean-Pierre Koenig (1870-1919) en gebouwd tussen 1909 en 1913. Het gebouw dient nog altijd als dé Luxemburgse spaarbank en is gedeeltelijk ook als museum ingericht.

 

Zie ook: https://www.spuerkeess.lu/en/about-us/the-bank-museum/
Foto’s van de bouw van de brug: https://travaux.public.lu/fr/galeries/photos/galerie-ponts-viaducs/pont-adolphe-1900-1903.html

5671

Moedertje Rusland, zo wordt het 14 meter hoge beeld genoemd, dat vanaf een sokkel van 26 meter over de Donau en Boedapest uitkijkt vanaf de Gellért-hegy, de berg die genoemd is naar de heilige Gerardus van Csanád die hier de marteldood stierf in 1046. Het beeld herdenkt de overwinning van de Sovjet-Unie op Nazi-Duitsland en werd in 1947 onthuld. sindsdien is het vele malen op postzegels verschenen, om te beginnen op 29 oktober van dat jaar al, toen om de 30’ste verjaardag van de Oktoberrevolutie te vieren. Dit was de tweede, toevallig precies drie jaar later verschenen als eerste van een serie luchtpostzegels van 9 gewijd aan moderne techniek, ontworpen en gegraveerd door Zoltán Nagy (1916-1987).

Nog een werk van Strobl, het herdenkingsmonument voor Lajos Kossuth, opstandelingenleider in 1848 (eigen foto, 29-7-2008)

De maker van dit beeld was Zsigmond Kisfaludi Strobl (1884-1975), die allerlei sporen in Boedapest heeft nagelaten, zowel voor de oorlog, toen Hongarije min of meer aan de Duitse kant stond als erna toen de Russen het beleid bepaalden. Hij was zelf bij de onthulling aanwezig.

Boze tongen beweerden overigens dat hij het beeld maakte voor István Horthy, de zoon van ‘leider’ Miklós Horthy. Deze was in 1942 omgekomen tijdens een door de Duitsers geïnitieerde en door de Hongaren ondersteunde luchtmissie op de Sovjet-Unie. Strobl erkende wel dat hij de opdracht voor een standbeeld had gekregen en er ook aan begonnen was, maar hij had het nooit afgemaakt.

Na 1990 was de vraag wat er met dit expliciete socialistische monument moest gebeuren. Er is nog sprake geweest dat het naar het Memento Park buiten Boedapest – zeker de moeite van een bezoek waard -verplaatst zou worden, maar daar is uiteindelijk niets van gekomen, want de inwoners van Boedapest vonden het uiteindelijk een van de beste landmarks van de stad. Na wat wijzigingen kon het beeld simpelweg als bevrijdingsmonument door: Boedapest had zijn eigen Statue of Liberty.

Het Vrijheidsbeeld (eigen foto, 21-07-2008)

2533

De Sovjet-Unie was, net als later de satellietstaten in Centraal-Europa en andere communistische landen, niet vies van propaganda voor de eigen kerk. Sommige landen speelden het werkelijk vuil, zoals Noord-Vietnam en Noord-Korea, waar regelmatig scherpe anti-Amerikaanse tendensen op postzegels waar te nemen zijn, andere waren veel gematigder: een land als Cuba kent nauwelijks socialistische symboliek op postzegels.

In de Sovjet-Unie was het van alles wat, veel gewijd aan helden uit de Tweede Wereldoorlog, de geweldige opbrengsten van de Vijfjarenplannen, de successen van de ruimtevaart en uiteraard de vieringen van de geboorte- en sterfdag van Lenin en de Oktoberrevolutie.

Het 15-jarig jubileum daarvan werd in 1932 groots gevierd met een serie van 7 zegels in waarden van 3 tot en met 35 kopeken. De meeste tonen de verworvenheden van het socialisme, maar de 5 een stukje van de bestorming van het Winterpaleis in 1917. We zien het leger samen met het volk gewapend door de poorten van de Bolshaya Morskaya-straat naar het Paleisplein met de Alexanderzuil gaan. Het ziet er op zich nogal braaf uit, maar het doel is helder, de tsaar moet afgezet. En dat zou ook gebeuren.

Inderdaad, postzegels van de Sovjet-Unie geven niet altijd waarheidsgetrouwe gebeurtenissen weer, maar onderwerp van discussie zijn ze ook zelden. En net zoals het getoonde zegel zijn Sovjet-zegels zelden lelijk of slecht ontworpen en van een hoge drukkwaliteit. Je hoeft geen communistische sympathieën te hebben om ze mooi te vinden of te verzamelen in elk geval.

 

6739

Een van de jongste loten aan de boom van werelderfgoederen is Vatnajökull, het grootste nationale park van IJsland. Het werd bij de laatst doorgegane vergadering in 2019 toegevoegd met nummer 1604.

Vatnajökull beslaat 1/7 van het oppervlak van IJsland en is het grootste gletsjersysteem van Europa. Op de postzegel zie je een gezicht op Öræfajökull, een vulkanisch met ijs bedekt massief, voor het laatst uitgebarsten in 1727. Een deel van de vulkaan draagt de naam Hvannadalshnúkur en dit is het hoogste punt van IJsland met 2110 meter.

De zegel van 10 Kronen is er één van een serie van drie. De andere afgebeelde vulkanen zijn de Snæfellsjökull en de Eiriksjökull, die beide niet tot Vatnajökull behoren. Lijkt me fantastisch om eens heen te gaan, al zal dat wel ver van mijn financiële bereik liggen.

Overigens wordt IJsland een gewild verzamelgebied, aangezien de lokale postdienst in 2019 besloten heeft het uitgeven van postzegels te staken. De laatste verschenen in november 2020.

 

Meer over het nationaal park Vatnajökull:

 

3632

Het lot bepaalt wie er nu weer aan de beurt is en dat is dus wederom het piramidencomplex van Gizeh. Veel over verteld al, maar steeds weer een andere invalshoek. Dit keer is het de koning die in beeld komt.

Het staatshoofd in kwestie is koning Faroek, die in 1936 als 16-jarige aan de macht was gekomen, als opvolger van zijn overleden vader Foead I. In het begin was hij populair, maar na een aantal misstappen, werd hij in 1952 afgezet door de latere leider Gamal Abdel Nasser, die nog toestond dat zijn net geboren zoon als Foead II nog bijna een jaar op de troon ‘lag’. Faroek was zeer corrupt en viel met een weinig ervaren leger tegen beter weten de jonge staat Israel aan, wat op een groot fiasco uitdraaide.

Faroek zou na zijn afzetting in Italië wonen en in Rome in 1965 overlijden als gevolg van het overgewicht dat hij had opgelopen wegens een stofwisselingsziekte. Zijn zoon groeide op in Zwitserland en Parijs en woont als 69-jarige aan het Meer van Geneve.

2576

De piramides van Gizeh zijn natuurlijk al vele malen besproken. In 1933 begon Egypte een grote serie luchtpostzegels met een vliegtuig boven alle drie. Tot 1938 zouden er 20 verschijnen met waardes van 1 t/m 200 millièmes in offsetdruk, een techniek die na de Eerste Wereldoorlog voor het eerst op Amerikaanse zegels toegepast werd. De serie werd in 1941 aangevuld met een viertal waardes in één kleur en in rasterdiepdruk. De ontwerper is onbekend.

Het vliegtuig is herkend als een Handley Page HP42, een comfortabel verkeersvliegtuig dat in 1930 gebouwd was en in 1931 tot het luchtverkeer toegelaten werd. De vier bekende vliegtuigen, genoemd Hannibal, Horsa, Hanno en Hadrian, voerden voor Imperial Airways vluchten naar het Midden-Oosten uit. De vliegtuigen raakten in onbruik of verongelukten alle vóór of aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.

 

Over de Handley Page https://nl.wikipedia.org/wiki/Handley_Page_H.P.42 of uitgebreider in het Engels https://en.wikipedia.org/wiki/Handley_Page_H.P.42

Mei – Nicaragua

Zoals in het laatste deel van 1914 al gemeld gaf Nicaragua de volgende 25 jaar bijna alleen maar zegels uit met het regeringsgebouw in Managua en de kathedraal van Léon. In 1915 kwam het rijtje van 1914 uit met de opdruk OFICIAL om als dienstzegel te dienen. Anders dan later gebruikelijk werd er een compleet nieuwe oplage gemaakt met alle zegels in de kleur blauw.

Op 7 september was er ook de nog de 6 centavos met een opdruk ter waarde van 5 centavos de cordóba. De Cordóba was de in 1912 ingevoerde munteenheid van Nicaragua en deze wordt nog steeds gebruikt.

Augustus – Turkije

Ook in Turkije een opdruk om de kennelijk moeilijk verkoopbare 100 piaster met het Sultanahmet-brongebouw van 1914 aan de man te brengen. De nieuwe waarde was slechts 10 piaster.

15 oktober – België

In België kwam ondanks de oorlog er een nieuwe serie frankeerzegels in hogere waardes uit. Hierop voornamelijk bezienswaardigheden en de vier zegels met werelderfgoed laten alle iets zien uit de collectie Belfries in Belgium and France, waarin 56 plaatsen in België en Noord-Frankrijk opgenomen zijn met een belfort – een centrale klokkentoren, waarvan de klokken geluid worden bij brand of storm – of als zodanig gebruikte toren. Ook de eventueel bijbehorende gebouwen zijn opgenomen. De serie bestaat uit de volgende waardes:

  • 35 centimes: de lakenhal en belfort van Ieper
  • 40 centimes: de brug over de Maas en de citadel van Dinant
  • 50 centimes: bibliotheek van de universiteit van Leuven
  • 65 centimes: stadhuis en belfort van Dendermonde (deze verscheen eerst op 5 augustus 1920)
  • 1 franc: gezicht op Antwerpen vanaf de Schelde
  • 2 francs: allegorie op de bestrijding van de slavernij in Congo
  • 5 francs: presentatie van de vlag van het 7’de regiment in Veurne. Van deze zegel bestaan 2 versies, met de tekst 5 FRANKEN of met 5 FRANK. De eerste is aanzienlijk duurder en daarom bespreek ik de goedkope versie in het verhaal over 1919.
  • 10 francs: portretten van de eerste drie koningen: Leopold I, Leopold II en Albert I

505

Het 70 meter hoge belfort van Ieper maakt onderdeel uit van de beroemde middeleeuwse Lakenhalle, dat een van de grootste bouwwerken in gotische stijl is en tussen 1230 en 1304 gebouwd is. Het belfort met maar liefst 49 klokken verrees rond 1250 en gold als teken dat Ieper een van de rijkste Vlaamse steden was dankzij de lakenbereiding en -handel. De Lakenhalle is onderdeel van de route van de jaarlijks in mei gehouden Kattenstoet. Deze verwijst naar het eeuwenoude gebruik om tijdens de jaarmarkt drie levende katten uit het belfort te werpen. De traditie wordt in ere gehouden, gelukkig met speelgoedbeesten.

Op 22 november 1914 werd het gebouw door de Duitsers in brand geschoten. Na de oorlog begon de restauratie die tot 1967 zou duren. Tegenwoordig zijn er twee musea in de Lakenhalle gevestigd waarvan het Flanders Fields museum het indrukwekkendst is. Aardig om te weten is dat het gerechtsgebouw van Calcutta (het huidige Kolkata in India) uit 1872 dat gebouw is naar het voorbeeld van de Lakenhalle.

506

Op de 65 centimes, een waarde die pas in 1920 betekenis kreeg in het postverkeer, vinden we het stadhuis van Dendermonde met zijn belfort, dat ook integraal opgenomen is in het gebouw. Oorspronkelijk was ook dit een lakenhal, waarvan de bouw startte in 1337 en waarvan het belfort de hoektoren werd. Na uitbreiding in de 15’de eeuw is het stadhuis geworden.

Het belfort is met iets meer dan 40 meter een stuk kleiner dan dat van Ieper, maar er hangen wel ook 49 klokken in. Dat is nog maar van recent, want net als de Ieperse versie raakten stadhuis en belfort zwaar beschadigd in de Eerste Wereldoorlog. De wederopbouw was in 1926 weliswaar gereed, maar zo mooi als eerder is het nooit geworden. Tegenwoordig is het een ruimte voor exposities, vergaderingen en trouwerijen.

Beide zegels kun je als een soort eerbetoon aan de verwoeste gebouwen beschouwen omdat ze na het onheil uitgegeven zijn. Ze werden niet in België gedrukt maar bij Waterlow & Sons in Londen, waar ze ook ontworpen werden.

507

De hogere waardes komen uit de drukkerij van Derarrois in Parijs. Op de 1 franc kijken we naar Antwerpen vanaf de overkant van de Schelde en wel op de manier zoals Amsterdam vele malen is afgebeeld in vroeger eeuwen, dus met schepen op de voorgrond. Centraal in het stadsbeeld staat de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Antwerpen heeft geen belfort in de ware zin van het woord, maar de 14’de-eeuwse toren vervulde wel de zelfde functie als de traditionele aan een burgerlijk gebouw verbonden klokkentoren.

De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal startte in 1352 onder leiding van stadssteenhouwer Jan Appelmans en na diens dood in 1411 voortgezet door zijn zoon Pieter. Op de Handschoenmarkt, voor het portaal van de kathedraal staat een beeld ter ere van de bouwers. De kerk werd uiteindelijk voltooid in 1521 en als kathedraal gewijd in 1559.

Oorspronkelijk zouden er twee torens komen, maar uiteindelijk werden het een hoge (van bijna 125 meter) en een kleinere toren. In de hoge toren werd in 1655 een klokkenspel geplaatst van de beroemde gebroeders Hemony uit Zutphen.

Beeldsnijwerk aan het portaal van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (eigen foto 27-8-2010)

7 november – Bulgarije

511

In Bulgarije kwam een herdruk van de zegel van het Rila-klooster uit 1911 uit in andere kleuren, blauw en zwart in plaats van olijfgroen en roodbruin.

In 1887 werd in Bolivia een nieuwe versie van de uit 1868 stammende serie ‘wapenschild met sterren’ uitgebracht. Het begon met 9 sterren in dat eerste jaar, in 1871 gevolgd door een serie met 11 sterren. Hoewel de geopolitieke situatie na de oorlog tegen Chili was veranderd bleven die 11 sterren er in 1887 op staan, maar veranderden waardes en kleuren: de waardes van 1 en 2 centavos waren nieuw, die van 5 en 10 veranderden van kleur. En als erfenis van de oorlog bleek er geen geld voor een goede perforatiemachine, dus deze zegels zijn vooralsnog de enige in mijn collectie die van een lijndoorsteek zijn voorzien, gemaakt met kleine mesjes in plaats van naalden. De allerlaatste versie van de serie kwam in 1890 uit, met 9 sterren, dezelfde kleuren en als vanouds getand. Daarover te zijner tijd.

De volgende keer gaat het over een muntwijziging in Egypte.

Het jaar 1884 telde 6 zegels uit twee verschillende landen. Ten eerste meldde Brazilië zich aan. Dit land heeft 22 sites op zijn enorme grondgebied, maar de eerste tientallen jaren ging het over maar één ding: de skyline van Rio de Janeiro met de Pão de Açúcar (de Suikerbroodberg) voorop. Dit typerende landschap kreeg in 2012 een inschrijving met nummer 1100.

Op 1 januari 1884 startte Brazilië een nieuwe serie frankeerzegels met portretten van keizer Pedro II, wat zegels met alleen een getalswaarde, het Zuiderkruis (deel van wapen en vlag van Brazilië) én dus het Suikerbrood. Deze laatste verscheen pas op 3 maart 1888 in de waarde van 1000 Reis en is prijzig. Het zal dus nog wel even duren voor deze in de collectie zit.

De andere zegels waren weer aanvullingen op de uitgiften van 1879, 1881 en 1882 van Egypte. In februari begon het met een opdruk van 20 paras op overschotten van de groene 5 piastres van 1879. Waarom wilden men deze kwijt? Dat zal waarschijnlijk te maken hebben gehad met de invoering van de zogenaamde UPU-kleuren.

In 1874 was officieel in Bern de Wereldpostunie opgericht, vanwege de Franse voertaal beter bekend als de Union Postale Universelle, afgekort UPU. Dit was een gedachtespinsel van de Duitse postmeester-generaal Heinrich von Stephan. Nu het Duitse Rijk in 1871 eengeworden was werd het tijd om niet alleen politiek, maar ook op andere vlakken een grotere rol op het wereldtoneel te gaan spelen. Een van de zaken die in Duitse ogen geregeld moesten worden was het postvervoer. Intern werd al een stap gezet met de invoering van de Rijksmark in 1875, zodat de wisselkoersen een stuk eenvoudiger zouden gaan. 

Aanvankelijk was het idee om, op basis van een leidende Rijksmark, een eenheidstarief voor postverkeer in Europa te creëren, op het oog niet heel ingewikkeld, want het geld was nog overal ongeveer hetzelfde waard. Maar uiteindelijk waren de verschillen toch te groot om het van de grond te krijgen.

Een idee dat in het begin van de jaren 80 in zwang kwam waren eenheidskleuren, zodat iedere postbeambte in iedere lidstaat van de UPU kon zien of een poststuk juist gefrankeerd was, zowel van de binnenlandse post als van de buitenlandse. Zo moest een groene zegel doorgaan voor binnenlands tarief van een briefkaart (deze waren in 1870 ingevoerd), een rode voor een standaardbrief binnenland en een blauwe voor hetzelfde maar dan naar het buitenland.

Voor zover ik heb kunnen nagaan pasten de eerste UPU-leden in 1883 deze eenheidskleuren toe en Egypte, zelf een van de eerst toegetreden leden, was er ook vlot bij met de uitgifte van 15 december 1884, waarbij een 10 para in groen, een 20 para in rood en een 1 piaster in blauw uitkwam, samen met een 5 piaster in grijs om verwarring tussen de nieuwe 10 para en het groene exemplaar van 5 piaster uit 1879 uit te sluiten. Dit was lang voor 1896, toen het de officiële koers van de UPU werd, die door de meeste landen strikt werd aangehouden tot de Tweede Wereldoorlog. Daarna nam het aantal meerkleurige zegels toe en verviel de behoefte aan deze opgelegde uniformiteit.

Het volgende jaar waarnaar ik kijk is 1887, met één uitgifte van een bekend land met een bekende serie: Bolivia.