5343

In 1978 werden de Galapagos-eilanden en Quito als eerste ingeschreven op de Werelderfgoedlijst, met de volgnummers 1 en 2. In 1909 verscheen ook de eerste postzegel met de hoofdstad als onderwerp en er zouden nog vele volgen.

Op 27 november 1947 verschenen drie zegels met algemene frankeerdoeleinden en met als onderwerp de voorgevel van de Jezuïetenkerk in de stad en in 1949 werden de 40 centavos van deze serie en een andere zegel voor een bijzondere gelegenheid overdrukt, namelijk het tweede nationale eucharistisch congres. Totaal werd de serie 6 stuks groot zodat iedere zegel drie verschillende opdrukken kende. De 40 kreeg waardes van 0,10, 0,20 en 0,30 sucre mee.

Op de zegel zien we – op de hoek van Calle Garcia Moreno en Calle Sucre – de kerk gewijd aan Ignatius van Loyola, stichter en eerste superieur van de Jezuïetenorde, die hij in 1540 stichtte. In 1586 kwam de eerste groep Jezuïetenpriesters aan in Quito, waar zij een plekje in de stad tussen de andere religieuze ordes kreeg. In 1605 startte de bouw van hun eigen kerk, een van de belangrijkste voorbeelden van de barokke stijl in Zuid-Amerika, nadat een eerder plan uit 1597 om bouwtechnische redenen niet uitgevoerd kon worden. In 1614 kon de eerste mis opgedragen worden. Uiteindelijk zou de bouw tot 1765 duren en hoewel de hoofdstijl barok is, vind je meer stijlen terug zoals Moorse stijlelementen in het vooral in goud en rood uitgevoerde interieur en ook elementen die beweging suggereren, alsof de kerk in beweging is als je er door loopt. Je kunt iets dergelijks ervaren aan de Vrijheidslaan in Amsterdam, waar de balkons van de huizen zo ontworpen zijn door Michel de Klerk, dat de beweging van het verkeer gesuggereerd wordt.

Maar het meest unieke aan de kerk is de voorgevel, vrijwel geheel opgetrokken uit vulkanisch gesteente uit de naburige Andes. Er zijn elementen in te zien die ook Gian Lorenzo Bernini gebruikte voor een van zijn altaren in de Sint Pieter. Ook zijn er diverse heiligenbeelden in verwerkt waaronder die van de ordestichter. Van de oorspronkelijke kerktoren is bijna niets meer over dankzij aardbevingen in de 19’de eeuw. In het kerkmuseum zijn nog wel de kerkklokken te zien.

Meer over de kerk in een rondleiding: https://www.youtube.com/watch?v=qZ0f4D2BO3g of https://www.youtube.com/watch?v=umyG0Ikouis (in het Spaans, maar via de optie ‘Automatisch vertalen’ in elke denkbare taal te vertalen).

 

1909 was een slecht jaar dat met gemak overgeslagen kan worden. Toch een kort overzichtje van de 5 zegels die ik niet heb.

Bolivia vierde met een serie van vier zegels het eeuwfeest van start van de onafhankelijkheidsoorlog in 1809. De eerste zegel toont het wapen van het land, de andere drie betrokkenen bij die revolutie.

Na Brazilië had ook Ecuador zijn nationale tentoonstelling, die in 1909 in het centrum van Quito gehouden werd ter gelegenheid van het feit dat ook daar in 1809 de revolutie was uitgebroken. De serie van negen laat betrokkenen zien en de hoogste waarde van 5 sucre het tentoonstellingsgebouw.

Ook China gaf zijn eerste Werelderfgoedserie uit. Dit was om te vieren dat Puyi, de laatste keizer, een jaar op de troon zat. Het jochie was inmiddels 3, maar keizers worden niet geportreteerd, ook de kleintjes niet. Zodoende moeten we het met de Tempel van de Hemel doen, het belangrijkste heiligdom van Beijing. Ook geen straf trouwens.

1910 deed het met 16 zegels niet verschrikkelijk veel beter, maar er is toch één nieuw onderwerp, dat ik kan laten zien.

Mexico vierde in dit jaar het begin van de onafhankelijkheidsoorlog 100 jaar eerder met een serie van 11 zegels. Ook hier portretten van revolutionairen met daaronder de onvermijdelijke Miguel Hidalgo. De hoogte drie waardes zijn gewijd aan gebeurtenissen uit die tijd. Op de 5 peso zien we de aanval op de Granaditas (de graanschuur) van het historische mijnstadje Guanajuato dat sinds 1988 op de lijst staat. Ook had het land een serie dienstzegels, opdrukken OFICIAL op oudere zegels. Ook de zegel van 5 pesos van 1899 moest het ontgelden.

In Colombia kwam op 20 juli een serie uit ter gelegenheid van het eeuwfeest van de onafhankelijkheid. Deze bestond uit 8 frankeerzegels met portretten en historische voorstellingen, een zogenaamd reçuzegel voor ontvangstbevestiging met portret van de volksheld José Acevedo y Gómez en een zegels van 10 centavos voor aangetekende stukken met daarop de historische gebeurtenis van de executie van negen opstandelingenleiders door de Spanjaarden voor de poorten van Cartagena op 24 februari 1816, toen de opstand net neergeslagen was.

In Oostenrijk werd de 80ste verjaardag van keizer Franz Joseph gevierd door uitgiften in zowel het moederland als in Bosnië-Hercegovina. Men maakte geen tijd vuil aan een nieuw ontwerp, maar pakte het werk van Moser en Schirnböck erbij, verlengde de zegels aan de boven- en onderkant, zodat ruimte vrijkwam voor de jaartallen 1830 en 1910. Op de Bosnische zegels was de verlenging alleen aan de onderkant en daarin de jaartallen samen ‘1830-1910’.

Eiger, Mönch en Jungfrau op de Alpenrozenserie

Nieuw op de kaart is Zwitserland. Hier verscheen op 1 september een serie portzegels die bekend staat onder de naam ‘Alpenrozen’. Bijna niemand praat verder over het berglandschapje op de achtergrond, maar gelukkig is het wel bekend: het zijn de Eiger, Mönch en Jungfrau. Dit drietal hoort tot het Berner Oberland. Ze liggen, zoals de omschrijving al doet vermoeden, naast elkaar en worden daarom vaak in één adem genoemd. De Eiger is de kleinste met een top van 3970 meter. Voor klimmers is dit een uitdaging, de noordwand hoort tot de gevaarlijkste beklimmingen van de Alpen. De westwand is een stuk eenvoudiger en in 1858 voor het eerst beklommen.

In het midden ligt de Mönch, deze telt 4107 meter en werd een jaar eerder dan de Eiger voor het eerst bedwongen. De Mönch wordt door de Jungfraujoch (3454 meter) verbonden met de Jungfrau, de bekendste van de drie en ook de hoogste met 4158 meter. Deze werd al in 1811 voor het eerst beklommen, waarmee voor de eerste keer door mensen de 4000 meter werd overwonnen binnen Zwitserland. Samen met de Mönch hoort de Jungfrau tot de meest beklommen bergen van Zwitserland. Tot de Jungfraujoch gaat een kabelbaan, zodat het er alleen maar makkelijker op wordt.

In 2001 werden de drie bergen samen met een 15-tal andere pieken rondom de Aletsch-gletsjer en ander gletsjers verkozen tot werelderfgoed (nr. 1037). De serie van 9 die hierboven te zien is vormde de basis voor de portvrijdomzegels die Zwitserland vanaf 1911 ging uitgeven. Daarover de volgende keer.