Ondanks dat het een oorlogsjaar was bleef er in 1917 nog wel wat te beleven. Totaal waren er 50 zegels, waarvan 28 in de collectie. Het verhaal wordt dus weer opgesplitst.

Griekenland

537

Net zoals Franse en Britse koloniën gaf ook Griekenland zegels uit om de oorlog op een of andere manier te financieren. Er werden drie zegels van de Extrateia-serie overdrukt met ΚΠ en een waarde van 5 lepta.

Haiti

Haïti kwam weer met een grote reeks waarde-opdrukken van 1 centime. De zegels van 4 centimes met de slotruïne van Sans-Souci in de kleuren karmijn of olijfgroen werden allebei overdrukt.

Colombia

Colombia kwam met een nieuwe serie frankeerzegels, grotendeels bestaande uit Zuid-Amerikaanse beroemdheden. Alleen de 20 centavos was gewijd aan het monument voor de slag bij Boyaca in 1819 en de 50 laat de stad Cartagena zien. Alleen in deze laatste ben ik geïnteresseerd, maar deze is nog niet langs gekomen.

Mexico

Hier werd alleen een heruitgifte van de serie van 1915 gedaan. De 5 pesos met het hoofdpostkantoor van Mexico-Stad kwam nu in een groen kader in plaats van rood uit.

Hongarije

542-549

Na een groot aantal portretten van Franz-Joseph en de mythische vogel Turul kwamen de Hongaren met een nieuw onderwerp voor de iets hogere waardes van 50 fillèr tot 10 korona, namelijk het nieuwe parlementsgebouw aan de Donau in Boedapest. Het was in 1904 na bijna 20 jaar bouwen gereedgekomen en was bijna gelijk al een monument vanwege de omvang en de rijke versiering van ex- en interieur. Het is met afstand het meesterwerk van Imre Steindl (1839-1902) en werd samen met het alle bebouwing aan de Donau in 1987 op de Werelderfgoedlijst gezet als nummer 400. Ik ben 4 maal in Boedapest geweest, hieronder een foto van ons bezoek in 2008.

Parlementsgebouw gezien vanuit het Vissersbastion (eigen foto 21-07-2008)

25 maart – Turkije

Ook in 1917 was het merendeel van de uitgiftes weer oude zegels met een opdruk. In dit jaar was dit een soort van ossenkop met een ster erboven. Ook nu weer waren de Edirnezegels gekozen, behalve de 20 paras dit keer, alsook de vier portopdrukken.

Een paar weken eerder was er wel de eerste zegel van een nieuwe frankeerserie verschenen, waarvan de zegels om hun herkomst de Weense drukken heten. De serie bevatte de volgende waardes en onderwerpen:

  • 2 para’s (21-10-1918) – Turkse artilleriesoldaten in een gevechtsscene
  • 5 para’s (7-9-1918) – De moskee van Orta Koy bij Istanboel
  • 10 para’s (2-4-1918) – Vuurtoren aan de Bosporus
  • 20 para’s (11-10-1917) – Monument voor de martelaren van de vrijheid
  • 1 piaster (5-6-1917) – Kaart van de Dardanellen en portret van sultan Mehmed V
  • 50 para’s (11-10-1917) – Kaart van de Dardanellen

550

Op de 2 piaster van 6 maart 1917 is Istanboel te zien vanaf de Gouden Hoorn, een brede rivierarm van de Bosporus aan de noordzijde van de oude stad. Aan de linkerkant zijn wat torentjes te zien van de  beroemde moskeeën.

551

Op de 5 piaster, uitgegeven 2 oktober 1917 iets wat nog net onderdeel was van het Ottomaanse Rijk, dat zoals bekend in zijn nadagen verkeerde: namelijk de piramides van Egypte.

13 mei – Hedjaz

In Hedjaz kwamen de zegels van 1916 nog een keer uit, maar nu getand.

Juli – Réunion

560

Een simpele waarde-opdruk van 0,01 op 4 centimes dit jaar

14 juli – Bulgarije

536

Bulgarije vierde de verovering van Macedonië met meerdere zegels, gewijd aan landschappen uit wat nu Noord-Macedonië heet. In de Eerste Wereldoorlog wist Bulgarije het tot dan toe onder het Ottomaanse Rijk horende deel van het latere Joegoslavië met behulp van de Centrale mogendheden (Duitsland en Oostenrijk-Hongarije) te veroveren. Het sprookje zou niet erg lang duren, want bij het einde van de oorlog hadden de geallieerden het alweer heroverd.

De meest aansprekende plaats van Macedonië is Ohrid aan het gelijknamige meer op de grens met Albanië. Het meer kwam in 1979 op de Werelderfgoedlijst met nummer 99, een jaar later ook de naaste omgeving met het historische stadje. Ohrid ontstond bij de oude Griekse nederzetting Lychnidos, die al zo’n 700 jaar voor Christus bewoond was. Nadat de Romeinen Macedonië hadden verlaten was het een flinke stad met een eigen bisschopszetel, maar in 526 sloeg het noodlot toe, Lychnidos werd verwoest door een zware aardbeving. Op de restanten van de stad ontstond een nieuwe nederzetting die in 880 Ohrid bleek te heten. Op dat moment maakte het deel uit van het (eerste) Bulgaarse Rijk, dat in die dagen een groot deel van de Balkan besloeg. In 1018 werden de Bulgaren verslagen en Ohrid werd onderdeel van het Byzantijnse Rijk. 3 eeuwen later volgde verovering door de Ottomanen. Bulgaren wonen er nog steeds.

561

Na 1918 lag Ohrid in Joegoslavië en in de jaren 60 werd de toeristische potentie ontdekt wat Ohrid evenals Dubrovnik en Split tot een grote trekpleister maakte. De oude stad is gelukkig niet te zeer aangetast en met name de kerken zijn de moeite van het bezoeken waard. De 13’de-eeuwse Sint Johannes van Kaneo-kerk ligt hoog boven de stad met uitzicht op het Ohridmeer en is het bekendste punt, wat ook goed te zien is op de postzegels.

De 50 stotinki verscheen op 14 juli. de 5 waarschijnlijk eerder. Wat de eerste betreft een grote verandering vanwege de landsnaam Tzjarstvo Bulgaria, waarmee men maar wilde aangeven dat het oude Bulgaarse tsarenrijk weer terug van weggeweest was. De Bulgaarse koningen zouden tot het einde van het koninkrijk in 1946 de titel tsaar dragen.

Mei – Nicaragua

Zoals in het laatste deel van 1914 al gemeld gaf Nicaragua de volgende 25 jaar bijna alleen maar zegels uit met het regeringsgebouw in Managua en de kathedraal van Léon. In 1915 kwam het rijtje van 1914 uit met de opdruk OFICIAL om als dienstzegel te dienen. Anders dan later gebruikelijk werd er een compleet nieuwe oplage gemaakt met alle zegels in de kleur blauw.

Op 7 september was er ook de nog de 6 centavos met een opdruk ter waarde van 5 centavos de cordóba. De Cordóba was de in 1912 ingevoerde munteenheid van Nicaragua en deze wordt nog steeds gebruikt.

Augustus – Turkije

Ook in Turkije een opdruk om de kennelijk moeilijk verkoopbare 100 piaster met het Sultanahmet-brongebouw van 1914 aan de man te brengen. De nieuwe waarde was slechts 10 piaster.

15 oktober – België

In België kwam ondanks de oorlog er een nieuwe serie frankeerzegels in hogere waardes uit. Hierop voornamelijk bezienswaardigheden en de vier zegels met werelderfgoed laten alle iets zien uit de collectie Belfries in Belgium and France, waarin 56 plaatsen in België en Noord-Frankrijk opgenomen zijn met een belfort – een centrale klokkentoren, waarvan de klokken geluid worden bij brand of storm – of als zodanig gebruikte toren. Ook de eventueel bijbehorende gebouwen zijn opgenomen. De serie bestaat uit de volgende waardes:

  • 35 centimes: de lakenhal en belfort van Ieper
  • 40 centimes: de brug over de Maas en de citadel van Dinant
  • 50 centimes: bibliotheek van de universiteit van Leuven
  • 65 centimes: stadhuis en belfort van Dendermonde (deze verscheen eerst op 5 augustus 1920)
  • 1 franc: gezicht op Antwerpen vanaf de Schelde
  • 2 francs: allegorie op de bestrijding van de slavernij in Congo
  • 5 francs: presentatie van de vlag van het 7’de regiment in Veurne. Van deze zegel bestaan 2 versies, met de tekst 5 FRANKEN of met 5 FRANK. De eerste is aanzienlijk duurder en daarom bespreek ik de goedkope versie in het verhaal over 1919.
  • 10 francs: portretten van de eerste drie koningen: Leopold I, Leopold II en Albert I

505

Het 70 meter hoge belfort van Ieper maakt onderdeel uit van de beroemde middeleeuwse Lakenhalle, dat een van de grootste bouwwerken in gotische stijl is en tussen 1230 en 1304 gebouwd is. Het belfort met maar liefst 49 klokken verrees rond 1250 en gold als teken dat Ieper een van de rijkste Vlaamse steden was dankzij de lakenbereiding en -handel. De Lakenhalle is onderdeel van de route van de jaarlijks in mei gehouden Kattenstoet. Deze verwijst naar het eeuwenoude gebruik om tijdens de jaarmarkt drie levende katten uit het belfort te werpen. De traditie wordt in ere gehouden, gelukkig met speelgoedbeesten.

Op 22 november 1914 werd het gebouw door de Duitsers in brand geschoten. Na de oorlog begon de restauratie die tot 1967 zou duren. Tegenwoordig zijn er twee musea in de Lakenhalle gevestigd waarvan het Flanders Fields museum het indrukwekkendst is. Aardig om te weten is dat het gerechtsgebouw van Calcutta (het huidige Kolkata in India) uit 1872 dat gebouw is naar het voorbeeld van de Lakenhalle.

506

Op de 65 centimes, een waarde die pas in 1920 betekenis kreeg in het postverkeer, vinden we het stadhuis van Dendermonde met zijn belfort, dat ook integraal opgenomen is in het gebouw. Oorspronkelijk was ook dit een lakenhal, waarvan de bouw startte in 1337 en waarvan het belfort de hoektoren werd. Na uitbreiding in de 15’de eeuw is het stadhuis geworden.

Het belfort is met iets meer dan 40 meter een stuk kleiner dan dat van Ieper, maar er hangen wel ook 49 klokken in. Dat is nog maar van recent, want net als de Ieperse versie raakten stadhuis en belfort zwaar beschadigd in de Eerste Wereldoorlog. De wederopbouw was in 1926 weliswaar gereed, maar zo mooi als eerder is het nooit geworden. Tegenwoordig is het een ruimte voor exposities, vergaderingen en trouwerijen.

Beide zegels kun je als een soort eerbetoon aan de verwoeste gebouwen beschouwen omdat ze na het onheil uitgegeven zijn. Ze werden niet in België gedrukt maar bij Waterlow & Sons in Londen, waar ze ook ontworpen werden.

507

De hogere waardes komen uit de drukkerij van Derarrois in Parijs. Op de 1 franc kijken we naar Antwerpen vanaf de overkant van de Schelde en wel op de manier zoals Amsterdam vele malen is afgebeeld in vroeger eeuwen, dus met schepen op de voorgrond. Centraal in het stadsbeeld staat de toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Antwerpen heeft geen belfort in de ware zin van het woord, maar de 14’de-eeuwse toren vervulde wel de zelfde functie als de traditionele aan een burgerlijk gebouw verbonden klokkentoren.

De bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal startte in 1352 onder leiding van stadssteenhouwer Jan Appelmans en na diens dood in 1411 voortgezet door zijn zoon Pieter. Op de Handschoenmarkt, voor het portaal van de kathedraal staat een beeld ter ere van de bouwers. De kerk werd uiteindelijk voltooid in 1521 en als kathedraal gewijd in 1559.

Oorspronkelijk zouden er twee torens komen, maar uiteindelijk werden het een hoge (van bijna 125 meter) en een kleinere toren. In de hoge toren werd in 1655 een klokkenspel geplaatst van de beroemde gebroeders Hemony uit Zutphen.

Beeldsnijwerk aan het portaal van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (eigen foto 27-8-2010)

7 november – Bulgarije

511

In Bulgarije kwam een herdruk van de zegel van het Rila-klooster uit 1911 uit in andere kleuren, blauw en zwart in plaats van olijfgroen en roodbruin.

1911 telde slechts 10 zegels. Dat is niet zoveel, maar er waren wel twee nieuwe landen met dus twee nieuwe onderwerpen. Ga mee naar Italië en Bulgarije.

Maar eerste even kort naar Tasmanië. In 1911 kwamen definitief de laatste zegels hier uit. Het waren nog een drietal waarden van de serie van 1898, waar ook de 4 pence met de Russell Falls bij was. Deze keer in boekdruk.

Zoals vorige keer gemeld kwam Zwitserland met een serie portvrijdomzegels, bedoeld voor instanties die wettelijk geen port hoefden te betalen, in dit geval organisaties voor het ‘algemeen nut’. De serie was dezelfde als de portzegels van 1910, dus met de alpenrozen en in een iets afwijkende kleur. De zegels hadden wel een frankeerwaarde, maar in het waardekadertje is die vergezeld van twee letters P. Welke organisatie het betrof is te zien aan een controlenummer van drie cijfers bovenaan de zegel. Zegels zonder controlenummer zijn aanzienlijk duurder. Het nummer van deze serie heeft altijd kleine cijfers, latere uitgiften hebben grotere cijfers.

De Mexicaanse onafhankelijkheidsserie van 1910 werd in 1911 als dienstzegels heruitgegeven met opdruk OFICIAL, waaronder ook de Granaditas van 5 pesos. Deze zullen we voorlopig niet in de verzameling aantreffen wegens de prijs en de verkrijgbaarheid.

Bulgarije gaf op 14 februari een serie van 12 frankeerzegels uit met verschillende onderwerpen. Naast portretten van tsaar Ferdinand waren dat ook landschappen. Op de zegel van 30 stotinki zie je de binnenhof van het Rila-klooster, gelegen in het Rilagebergte zo’n 120 kilometer ten zuiden van Sofia. Het Rilaklooster is gesticht in de eerste helft van de 10’de eeuw door de  volgelingen van de kluizenaar Ivan van Rila (876-946), die in de orthodoxe kerk zijn feestdag heeft op 19 oktober. Rond zijn 25’ste verjaardag verliet hij zijn bestaan als herder om zijn leven aan God te wijden. Eenmaal monnik geworden, trok hij naar het Rila-gebergte waar hij de rest van zijn leven biddend in een grot sleet en wonderen verrichtte voor de lokale bevolking. Hiermee verkreeg hij een schare volgelingen die hun kampen in de buurt van de kluizenaarsgrot stichtten. Uit deze nederzettinkjes ontstond wat later een eerste klooster.

Het huidige klooster begon zijn bestaan in de 14’de eeuw, delen ervan zoals de Hreljatoren, genoemd naar de toenmalige bouwheer, en een kapel daarnaast, werden gebouwd tussen 1334 en 1340. Het complex breidde zich gaandeweg uit en in 1469 konden de resten van Ivan van Rila, die in Sofia rustten, overgebracht worden. In 1833 viel het klooster ten prooi aan brand, maar werd in de volgende 30 jaar herbouwd. In 1983 kwam het als nummer 216 op de Werelderfgoedlijst. Het fungeert nog steeds als klooster, maar er is ook een museum en het is nu een van de toeristische trekpleisters van Bulgarije.

Italië vierde zijn 50’ste verjaardag op 1 mei met een serie van vier toeslagzegels om de festiviteiten te ondersteunen. Op de zegels allemaal symbolische afbeeldingen, maar om de 5 centesimi gaat het hier. Te zien is hier een ruiter met paard. Het lijkt me meer iemand die het paard probeert te temmen, want hoe moet je opstijgen met een zwaard in je linkerhand. En waar laat je dat in al je blootheid. Enfin, daar gaat het verder niet om, wel om het gebouw op de achtergrond. Dit is het Senatorenpaleis in Rome, wat nu dienstdoet als stadhuis. Het staat aan het imposante Piazza del Campidoglio, het hart van een van de zeven heuvels waarop Rome gebouwd is. Direct achter het stadhuis ligt het Forum Romanum, dus we zijn hier in het werkelijk oude Rome.

Een senaatsgebouw was er al voor onze huidige tijdrekening, maar zoals dat wel vaker ging in de Middeleeuwen verviel dit gaandeweg. Een deel van het gebouw werd gebruikt als Tabularium, eigenlijk een eerste vorm van een stadsarchief, waar de belangrijkste documenten werden bewaard. Dit deel werd in de 12’de eeuw door de aanzienlijke familie Corsi van het stof ontdaan en omgebouwd tot hun eigen stadspaleis. Lag de hoofdingang ooit aan de kant van het Forum, nu kwam deze aan de andere kant.

In de tweede helft van de 16’de eeuw volgde een aanzienlijke verbouwing, die het paleis zijn huidige aanzicht gaf. De ontwerper van al dit moois was Michelangelo, onder wiens toezicht de dubbele trap ontstond en de inrichting van het plein, waaraan in deze tijd ook het Palazzo Conservatori en het Palazzo Nuovo (beide vormen nu het Capitolijns Museum) verrezen.

Nadat Rome definitief tot Italië was gaan horen na de verovering van het restant van de Kerkstaat in 1870 werd het Senatorenpaleis ingericht als stadhuis en dat is het tot de dag van vandaag.

Het andere bouwwerk, links van het paard, is de Mole Antonelliana, een opvallend gebouw in Turijn uit 1863, ooit bedoeld als synagoge, maar nu de behuizing van een filmmuseum. Turijn was vóór 1871 de hoofdstad van het in 1861 verenigde Italië en als waardering daarvoor is de Mole ook te zien op het euromuntje van 2 cent. In Turijn zijn alleen de drie koninklijke paleizen werelderfgoed. Daarover later.