1911 telde slechts 10 zegels. Dat is niet zoveel, maar er waren wel twee nieuwe landen met dus twee nieuwe onderwerpen. Ga mee naar Italië en Bulgarije.

Maar eerste even kort naar Tasmanië. In 1911 kwamen definitief de laatste zegels hier uit. Het waren nog een drietal waarden van de serie van 1898, waar ook de 4 pence met de Russell Falls bij was. Deze keer in boekdruk.

Zoals vorige keer gemeld kwam Zwitserland met een serie portvrijdomzegels, bedoeld voor instanties die wettelijk geen port hoefden te betalen, in dit geval organisaties voor het ‘algemeen nut’. De serie was dezelfde als de portzegels van 1910, dus met de alpenrozen en in een iets afwijkende kleur. De zegels hadden wel een frankeerwaarde, maar in het waardekadertje is die vergezeld van twee letters P. Welke organisatie het betrof is te zien aan een controlenummer van drie cijfers bovenaan de zegel. Zegels zonder controlenummer zijn aanzienlijk duurder. Het nummer van deze serie heeft altijd kleine cijfers, latere uitgiften hebben grotere cijfers.

De Mexicaanse onafhankelijkheidsserie van 1910 werd in 1911 als dienstzegels heruitgegeven met opdruk OFICIAL, waaronder ook de Granaditas van 5 pesos. Deze zullen we voorlopig niet in de verzameling aantreffen wegens de prijs en de verkrijgbaarheid.

Bulgarije gaf op 14 februari een serie van 12 frankeerzegels uit met verschillende onderwerpen. Naast portretten van tsaar Ferdinand waren dat ook landschappen. Op de zegel van 30 stotinki zie je de binnenhof van het Rila-klooster, gelegen in het Rilagebergte zo’n 120 kilometer ten zuiden van Sofia. Het Rilaklooster is gesticht in de eerste helft van de 10’de eeuw door de  volgelingen van de kluizenaar Ivan van Rila (876-946), die in de orthodoxe kerk zijn feestdag heeft op 19 oktober. Rond zijn 25’ste verjaardag verliet hij zijn bestaan als herder om zijn leven aan God te wijden. Eenmaal monnik geworden, trok hij naar het Rila-gebergte waar hij de rest van zijn leven biddend in een grot sleet en wonderen verrichtte voor de lokale bevolking. Hiermee verkreeg hij een schare volgelingen die hun kampen in de buurt van de kluizenaarsgrot stichtten. Uit deze nederzettinkjes ontstond wat later een eerste klooster.

Het huidige klooster begon zijn bestaan in de 14’de eeuw, delen ervan zoals de Hreljatoren, genoemd naar de toenmalige bouwheer, en een kapel daarnaast, werden gebouwd tussen 1334 en 1340. Het complex breidde zich gaandeweg uit en in 1469 konden de resten van Ivan van Rila, die in Sofia rustten, overgebracht worden. In 1833 viel het klooster ten prooi aan brand, maar werd in de volgende 30 jaar herbouwd. In 1983 kwam het als nummer 216 op de Werelderfgoedlijst. Het fungeert nog steeds als klooster, maar er is ook een museum en het is nu een van de toeristische trekpleisters van Bulgarije.

Italië vierde zijn 50’ste verjaardag op 1 mei met een serie van vier toeslagzegels om de festiviteiten te ondersteunen. Op de zegels allemaal symbolische afbeeldingen, maar om de 5 centesimi gaat het hier. Te zien is hier een ruiter met paard. Het lijkt me meer iemand die het paard probeert te temmen, want hoe moet je opstijgen met een zwaard in je linkerhand. En waar laat je dat in al je blootheid. Enfin, daar gaat het verder niet om, wel om het gebouw op de achtergrond. Dit is het Senatorenpaleis in Rome, wat nu dienstdoet als stadhuis. Het staat aan het imposante Piazza del Campidoglio, het hart van een van de zeven heuvels waarop Rome gebouwd is. Direct achter het stadhuis ligt het Forum Romanum, dus we zijn hier in het werkelijk oude Rome.

Een senaatsgebouw was er al voor onze huidige tijdrekening, maar zoals dat wel vaker ging in de Middeleeuwen verviel dit gaandeweg. Een deel van het gebouw werd gebruikt als Tabularium, eigenlijk een eerste vorm van een stadsarchief, waar de belangrijkste documenten werden bewaard. Dit deel werd in de 12’de eeuw door de aanzienlijke familie Corsi van het stof ontdaan en omgebouwd tot hun eigen stadspaleis. Lag de hoofdingang ooit aan de kant van het Forum, nu kwam deze aan de andere kant.

In de tweede helft van de 16’de eeuw volgde een aanzienlijke verbouwing, die het paleis zijn huidige aanzicht gaf. De ontwerper van al dit moois was Michelangelo, onder wiens toezicht de dubbele trap ontstond en de inrichting van het plein, waaraan in deze tijd ook het Palazzo Conservatori en het Palazzo Nuovo (beide vormen nu het Capitolijns Museum) verrezen.

Nadat Rome definitief tot Italië was gaan horen na de verovering van het restant van de Kerkstaat in 1870 werd het Senatorenpaleis ingericht als stadhuis en dat is het tot de dag van vandaag.

Het andere bouwwerk, links van het paard, is de Mole Antonelliana, een opvallend gebouw in Turijn uit 1863, ooit bedoeld als synagoge, maar nu de behuizing van een filmmuseum. Turijn was vóór 1871 de hoofdstad van het in 1861 verenigde Italië en als waardering daarvoor is de Mole ook te zien op het euromuntje van 2 cent. In Turijn zijn alleen de drie koninklijke paleizen werelderfgoed. Daarover later.

 

 

 

Het jaar 1905 is niet spannend, één nieuw onderwerp en maar twee zegels om te laten zien.

Net als in de andere Australische koloniën die de nieuwe staat Australië zouden vormen werden op Tasmanië de lopende frankeerzegels uitgegeven met watermerk ‘gekroonde A’. Anders dan de uitgifte van 1902 betrof het hier niet alleen de halve penny met Lake Marion, maar ook de zegels van 3 en 4 pence die nu voor het eerst ook in steendruk verschenen. De 3 komt ook in boekdruk voor.

Ook Brazilië ging op herhaling met de lopende zegels, ditmaal voorzien van watermerk ‘CORREIO FEDERAL’ of ‘IMPOSTO DE CONSUMO’. Van dit watermerk zijn per zegel maar hooguit twee letters te zien.

Cuba bracht de zegels van 1899, waaronder het standbeeld van Columbus, opnieuw uit. Deze zijn herkenbaar aan een licht gewijzigde tekening. Zo heeft het plaatje met het woord CENTAVO geen rechte hoeken meer, maar uitgeholde.

Het nieuwe onderwerp werd het stokpaardje van de toenmalige British South Africa Company, in 1889 opgericht door Cecil Rhodes. In het begin besloeg deze het gebied van het huidige Zambia en Zimbabwe en een stukje Botswana en het gaf onder eigen naam postzegels uit, voordat het in Noord- en Zuid-Rhodesië uiteen zou vallen, die vanaf 1924 eigen postzegels uit zouden geven.

Tot 1905 gaf de BSAC alleen wapenschilden van de compagnie uit, maar de verandering was er wel een van formaat: de in 1855 door David Livingstone ‘ontdekte’ Victoria Watervallen staan er op. In allerlei vormen werden deze tot ongeveer 1940 postaal uitgemolken. Deze eerste serie, aan de loketten vanaf 13 juli 1905, bevatte 6 zegels en werden officieel uitgegeven voor de opening van Victoria Falls Bridge, die op 12 september plaats zou vinden. De serie had de waardes 1 penny, 2 1/2 en 5 pence, 1 shilling, 2 shillings 6 pence en 5 shillings. Het spreekt voor zich dat ze niet goedkoop zijn, zeker de vier hoogste waardes.

De laatste uitgifte was op 1 september en kwam uit San Marino. De Monte Titanozegel van 20 centesimi uit 1903 werd overdrukt met het jaartal 1905 en de nieuwe waarde van 15 centesimi.

 

Het jaar 1902 bracht 19 nieuwe zegels voor de collectie in 8 verschillende uitgiftes van 8 verschillende gebieden. De meeste kwamen ergens in de loop van het jaar uit, zonder vaste datum. Ik bespreek ze in twee delen.

De eerste die ik hier bespreek is Tasmanië. Zoals al kort besproken in 1899 gaf deze Britse kolonie, die niet lang daarna Australië mede vorm zou geven een serie met landschappen uit, gedrukt bij De la Rue in Londen. Drie van deze zegels werden heruitgegeven in 1901 en kwamen van de persen in Melbourne, niet meer in plaatdruk, maar als lithografieën. Hieronder was ook de zegel met Lake Marion.

Tasmanië heeft twee inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst. Dit zijn een vijftal voormalige strafkolonies uit de begintijd van Australië, toen de Britse overheid ter heropvoeding schepen vol doorgaans kleinere criminelen als inbrekers en valsemunters naar de nieuw veroverde kolonieën stuurde. Aanvankelijk waren deze in de buurt van Sydney, maar toen dat groeide en naar Britse maatstaven civiliseerde werden ze verplaatst naar Tasmanië.

De andere inschrijving betreft het grootste deel van het westen van het eiland: de Tasmanian Wilderness, bestaande uit 7 nationale parken. Lake Marion ligt in het zuiden van het Cradle Mountain-Lake St Clair NP, dat 1612 km² telt en in 1922 is opgericht. Lake Marion is een tamelijk klein meer dat aan de voet ligt van de ruige Guardians, die goed in de achtergrond te zien zijn op de zegel. Er zijn geen vaste paden naar het meer en het is dus terrein voor de echte hikers die met kaart, kompas en gps hun weg vinden en in de vrije natuur kamperen (kampeerpas verplicht). Een verslag met foto’s vind je hier.

Een nieuw land op de kaart is Colombia, met 9 inschrijvingen op de lijst. De oudste daarvan is de stad Cartagena in het noorden. In 1902 verscheen een serie van maar liefst 26 zegels met 8 verschillende afbeeldingen, met afbeeldingen van de Rio Magdalena, de kanonneerboot Cartagena, de kade van Savanilla, portretten van Simon Bolivar en de recent overleden generaal Pinzon en tenslotte het landswapen. De drie zegels van 20 centavos in de kleuren donkerblauw, violet of rood tonen de Popaberg, die boven de koloniale havenstad Cartagena uittorent. Alle zegels van de serie munten uit in slechte lithografische druk, zeer grove tanding dan wel ongetand en hun slechte verkrijgzaamheid en hoge prijzen, al is de 20 violet nog een positieve uitzondering. Nog niet gezien echter.

Nieuw Zeeland kwam met een laatste versie van de First Pictorials. Deze waren met of soms zonder watermerk, in verschillende tandingen, maar meestal iets met 14. Een aardig uitzoekwerkje, maar wat duidelijk is dat de half penny met Mount Cook genoeg voorkomt om in de collectie te hebben.

Mount Cook vormt het hart van het Mt. Cook National Park en is, zoals te verwachten, genoemd naar James Cook, de belangrijkste ontdekkingsreiziger van de 18’de eeuw. Het is ook met 3724 meter de hoogste berg van Nieuw-Zeeland. Zoals al eerder verteld noemen de Maori hem Aoraki oftewel ‘de berg die wolken eet.’ Eigenlijk is er sprake van drie toppen, de Low Peak, de Middle Peak en de High Peak. Tussen de hoogste en de middelste piek zit maar een hoogteverschil van zeven meter.

Het is pas aan het einde van de 19’de eeuw gelukt om de berg te bedwingen. In 1884 probeerde de Ierse dominee William S. Green (1847-1919) het in gezelschap van een Zwitserse hotelhouder en een eveneens Helvetische berggids. Onderzoek heeft aangetoond dat ze waarschijnlijk op 50 meter van de top zijn gestrand. Met kerstmis 1894 was er echter wel een geslaagde poging van een Nieuwzeelands trio onder leiding van Tom Fyfe (1870-1947). Edmund Hillary maakte zijn eerste beklimming in 1948, vijf jaar voor hij de Mount Everest succesvol beklom. Met 80 getelde slachtoffers is Mount Cook overigens wel de dodelijkste berg van Nieuw-Zeeland!

Oudere oplagen van de serie werden in 1902 gebruikt als eerste zegels van de Zuidzee-eilanden Niue en Penrhyn die respectievelijk 2000 en 3500 kilometer van Nieuw-Zeeland liggen, maar in 1901 onder Nieuwzeelands bestuur werden gesteld. Voor Niue werden de 1/2 penny Mt Cook en de 2 1/2 pence Lake Wakatipu en voor Penhryn beide groene zegels van 1/2 penny en ook de 2 1/2. Voor beide eilanden werd de 1 penny ook overdrukt. Naast de eilandnaam hebben ze ook een waardeopdruk die gelijk is aan de nominale waarde maar dan met de dialectnaam ‘peni’ voor ‘penny’.

Nog drie zegels zijn te bespreken, maar dat laat ik voor de volgende keer.

 

 

In de tweede helft van het jaar waren er nog 7 postzegels. Op 19 juli verscheen de Labuan-versie van de 4-cents opdrukken die eerder in Noord-Borneo verschenen. Dit waren 9 zegels en de 18 cents hoorde daar ook bij. In dit geval alleen de laatste versie, met ‘LABUAN’ over ‘STATE OF NORTH BORNEO’.

Er waren twee nieuwe gebieden die met erfgoeduitgiftes kwamen. De eerste was Mexico, hier kwam op 1 november een serie van 10 zegels uit. De eerste 7 toonden het wapenschild in verschillende kaders. De hoogste waarden waren voor toeristische plaatjes, waarmee Mexico een van de eerste was, zonder dat er iets te vieren was. Op de 50 centavos zien we de watervallen van Juanacátlan, een plaatsje vlakbij Guadalajara, ten noordwesten van Mexico-Stad en op de 1 peso de bekendste vulkaan van Mexico, de Popocatepetl. De vulkaan is geen werelderfgoed, maar een aantal kloosters in plaatsjes in de buurt wel, die komen later aan bod.

De 5 pesos is voor de verzameling wel interessant: hierop staat de kathedraal van Mexico-Stad. Het centrum van de hoofdstad van Mexico staat sinds 1987 op de lijst onder nummer 412. Daarnaast hoort de archeologische site Xochimilco op 28 kilometer ten zuiden van het centrum er ook bij.

Mexico-stad werd in de 16’de eeuw gesticht op de ruïnes van Tenochitlan, de oude hoofdstad van de Azteken. De stad moest hét visitekaartje worden van de kolonie Nieuw-Spanje en er verschenen dus paleizen en de grootste kathedraal van het hele continent. Zij werd samen met de belangrijkste regeringsgebouwen gebouwd aan de Plaza de la Constitución (in de volksmond El Zócalo geheten). De eerste steen van wat officieel de Catedral Metropolitana de la Asunción de la Santisima Virgen Maria a los cielos de la Ciudad de México heet werd gelegd in 1571 op de plek van een tijdelijke kerk, die op zijn beurt 40 jaar eerder was verschenen in plaats van de hoofdtempel van de Azteken. De voltooiing was pas in 1813, na ruim 240 jaar bouwen dus. De eerste bouwmeester was de uit het Baskenland geëmigreerde Claudio de Arciniega (1527-1593). Hij werkte op een enorme bouwplaat van 59 bij 128 meter en de kerk kreeg twee torens van 67 meter hoog (deze werden in 1791 pas voltooid). Als voorbeeld werd de Spaanse kathedraal van Jaén gekozen. De laatste restauratie werd na een brand in 1967 ingezet.

Op 11 oktober 1899 was de Tweede Boerenoorlog uitgebroken in Zuid-Afrika, als gevolg van een al jarenlang slepend conflict over Transvaal, een Boerenrepubliek die in de laatste jaren overspoeld was door niet-Boerse immigranten. Aan het begin van de oorlog waren de Boeren in het voordeel en namen delen van Natal en de Kaapprovincie in. Een belangrijk verkeersknooppunt in het noorden was het in 1885 door de Britten veroverde stadje Vryburg en in november 1899 werd de belegering door de Boeren ingezet om het terug in te nemen. Op 24 november verscheen er dan ook een serie van vier postzegels alleen voor Vryburg, vier waarde-opdrukjes op zegels van Kaap de Goede Hoop. Hier was ook de 1893 uitgegeven rode 1 penny, die (overigens foutief) overdrukt werd met 1 PENCE.

De laatste zegels van het jaar kwamen uit Tasmanië. Vóór het ontstaan van de staat Australië gaven West- en Zuid-Australië, Queensland, Victoria, New South Wales en Tasmanië ieder voor zich zegels uit. Op laatstgenoemd eiland was dat een serie van 8 met landschappen, waarvan er vier behoren tot de Tasmanian Wilderness (wel-181): op de 1/2 penny Lake Marion, op de 3 pence de Spring River nabij Port Davy, op de 4 Russell Falls en op de 5 pence Lake St. Clair. Vooralsnog niet in de collectie, maar in Australië is dat ruim goedgemaakt, dus te zijner tijd zal ik ze nader bespreken.