Na de terugtrekking van Napoleon uit Egypte ontstond een machtsvacuüm in het land van de piramides. Dit werd in 1805 opgevuld door een eigenzinnige gouverneur van Macedonische afkomst: Muhammad Ali. Onder zijn leiding kreeg Egypte een min of meer zelfstandige status, nog slechts losjes bestuurd vanuit Constantinopel.

In 1834 voerde hij een van het moederland afwijkende munteenheid in: het Egyptisch pond, deze bestond uit 100 piasters die op hun beurt weer verdeeld waren in 40 paras. Zolang de prijzen laag waren en het pond nauwelijks circuleerde was die hoeveelheid kleingeld niet zo’n probleem, maar ruim 50 jaar later kwam er een kleine verandering: de 40 paras werden vervangen door 10 millièmes, letterlijk duizendsten van een pond. Tot 1982 werd de piaster verder zo’n beetje genegeerd, maar daarna verdwenen juist de millièmes uit het zicht.

De munten en postzegels moesten natuurlijk mee en in de laatste categorie verschenen in 1888 drie nieuwe zegels, een bruine 1, een groene 2 en een rode 5, welke laatste overeenkwamen met de oude waardes van 5 en 10 paras. Tevens was er een kleine typeverandering want de Arabische schrifttekens wisselden van plaats met de Latijnse, dus de tekst POSTES EGYPTIENNES ging van boven naar onder en ook de waardeschildjes wisselden van plaats. Een latere verandering – in 1902 – was de keuze van zogenaamd gestreken papier, waarbij het papier een coating krijgt waardoor het glanzend overkomt. Door de coating krult een postzegel meestal een beetje op.

Op 1 januari 1889 werd het arsenaal aangevuld door een lila of paarse zegel van 10 piaster. Het was de enige zegel van dat hele jaar, vandaar dat ik deze in een moeite door bespreek. Deze zegel verscheen in een afwijkend kader. Tot het einde van de levensduur van de serie in 1914 kwamen er geen nieuwe kaders meer.

Dat de inflatie intussen gestaag voortging blijkt wel uit het feit dat in 1924 de grote doorbraak bereikt werd, de eerste postzegel van een pond,met portret van koning Foead, de achterkleinzoon van Muhammad Ali.

Ook 1890 was geweid aan 9 bekende zegels uit 2 bekende series van 2 bekende landen. Daar kort aandacht aan de volgende keer.

In 1887 werd in Bolivia een nieuwe versie van de uit 1868 stammende serie ‘wapenschild met sterren’ uitgebracht. Het begon met 9 sterren in dat eerste jaar, in 1871 gevolgd door een serie met 11 sterren. Hoewel de geopolitieke situatie na de oorlog tegen Chili was veranderd bleven die 11 sterren er in 1887 op staan, maar veranderden waardes en kleuren: de waardes van 1 en 2 centavos waren nieuw, die van 5 en 10 veranderden van kleur. En als erfenis van de oorlog bleek er geen geld voor een goede perforatiemachine, dus deze zegels zijn vooralsnog de enige in mijn collectie die van een lijndoorsteek zijn voorzien, gemaakt met kleine mesjes in plaats van naalden. De allerlaatste versie van de serie kwam in 1890 uit, met 9 sterren, dezelfde kleuren en als vanouds getand. Daarover te zijner tijd.

De volgende keer gaat het over een muntwijziging in Egypte.

Het jaar 1884 telde 6 zegels uit twee verschillende landen. Ten eerste meldde Brazilië zich aan. Dit land heeft 22 sites op zijn enorme grondgebied, maar de eerste tientallen jaren ging het over maar één ding: de skyline van Rio de Janeiro met de Pão de Açúcar (de Suikerbroodberg) voorop. Dit typerende landschap kreeg in 2012 een inschrijving met nummer 1100.

Op 1 januari 1884 startte Brazilië een nieuwe serie frankeerzegels met portretten van keizer Pedro II, wat zegels met alleen een getalswaarde, het Zuiderkruis (deel van wapen en vlag van Brazilië) én dus het Suikerbrood. Deze laatste verscheen pas op 3 maart 1888 in de waarde van 1000 Reis en is prijzig. Het zal dus nog wel even duren voor deze in de collectie zit.

De andere zegels waren weer aanvullingen op de uitgiften van 1879, 1881 en 1882 van Egypte. In februari begon het met een opdruk van 20 paras op overschotten van de groene 5 piastres van 1879. Waarom wilden men deze kwijt? Dat zal waarschijnlijk te maken hebben gehad met de invoering van de zogenaamde UPU-kleuren.

In 1874 was officieel in Bern de Wereldpostunie opgericht, vanwege de Franse voertaal beter bekend als de Union Postale Universelle, afgekort UPU. Dit was een gedachtespinsel van de Duitse postmeester-generaal Heinrich von Stephan. Nu het Duitse Rijk in 1871 eengeworden was werd het tijd om niet alleen politiek, maar ook op andere vlakken een grotere rol op het wereldtoneel te gaan spelen. Een van de zaken die in Duitse ogen geregeld moesten worden was het postvervoer. Intern werd al een stap gezet met de invoering van de Rijksmark in 1875, zodat de wisselkoersen een stuk eenvoudiger zouden gaan. 

Aanvankelijk was het idee om, op basis van een leidende Rijksmark, een eenheidstarief voor postverkeer in Europa te creëren, op het oog niet heel ingewikkeld, want het geld was nog overal ongeveer hetzelfde waard. Maar uiteindelijk waren de verschillen toch te groot om het van de grond te krijgen.

Een idee dat in het begin van de jaren 80 in zwang kwam waren eenheidskleuren, zodat iedere postbeambte in iedere lidstaat van de UPU kon zien of een poststuk juist gefrankeerd was, zowel van de binnenlandse post als van de buitenlandse. Zo moest een groene zegel doorgaan voor binnenlands tarief van een briefkaart (deze waren in 1870 ingevoerd), een rode voor een standaardbrief binnenland en een blauwe voor hetzelfde maar dan naar het buitenland.

Voor zover ik heb kunnen nagaan pasten de eerste UPU-leden in 1883 deze eenheidskleuren toe en Egypte, zelf een van de eerst toegetreden leden, was er ook vlot bij met de uitgifte van 15 december 1884, waarbij een 10 para in groen, een 20 para in rood en een 1 piaster in blauw uitkwam, samen met een 5 piaster in grijs om verwarring tussen de nieuwe 10 para en het groene exemplaar van 5 piaster uit 1879 uit te sluiten. Dit was lang voor 1896, toen het de officiële koers van de UPU werd, die door de meeste landen strikt werd aangehouden tot de Tweede Wereldoorlog. Daarna nam het aantal meerkleurige zegels toe en verviel de behoefte aan deze opgelegde uniformiteit.

Het volgende jaar waarnaar ik kijk is 1887, met één uitgifte van een bekend land met een bekende serie: Bolivia.

Egypte bracht in januari 1881 een aanvulling van de serie van 1879 uit in de waarde van 10 para lilaroze. Op een of andere manier voldeed de lila versie van de in 1879 uitgegeven zegel niet erg en was er een nieuwe nodig…, die andermaal niet bleek te voldoen. Je ziet ze maar weinig en een afbeelding op internet overtuigde me tenslotte dat hij ook werkelijk bestond. In de tussentijd kreeg ik wel enkele exemplaren van 10 piaster opgestuurd, die in werkelijkheid uit 1889 zijn, maar qua kleur een heel klein beetje op de bedoelde zegel lijken. Ik was tot voor kort zelfs van mening dat dit de juiste zegel uit 1881 was, maar dat de catalogus abuis was…

Zoals gezegd de lilaroze zegel zie je niet veel en voldeed kennelijk ook niet helemaal want al op 25 januari 1882 volgde een nieuwe zegel van 10 para, nu in het grijs. Deze is de eerste die wat makkelijker te krijgen is, al werd deze grijze zegel al in 1884 vervangen door een groene, maar dat had een andere reden, namelijk het invoeren van de zogenaamde UPU-kleuren. Daarover de volgende keer.


Het jaar 1879 was het eerste waarin er twee uitgiftes waren, maar het betrof er wel twee van hetzelfde land: Egypte.

Het zouden de laatste zegels zijn onder her bewind van Isma’il Pasha. Onder zijn bewind, begonnen in 1863 als wali (gouverneur) onder het Ottomaanse Rijk, en gepromoveerd tot khedive (onderkoning) kwamen de eerste postzegels tot stand, naast vele andere nieuwe instellingen en hervormingen. Isma’il ging er prat op het land het modernste van Afrika te maken en zelfs moderner dan diverse landen in Europa. Daarnaast voerde hij een heilloze en kostbare oorlog tegen Ethiopië en alles bij elkaar had hij zoveel leningen uitstaan in Europa, met name in Engeland en Frankrijk, dat de staatsschuld huizenhoog opliep. Dat leidde ertoe dat hij de Egyptische aandelen in de Suezkanaal Compagnie aan de Britten moest verkopen, wat kwaad bloed zette bij zijn eigen onderdanen. Op 26 juni 1879 zette kolonel Ahmed ‘Urabi Isma’il af en verving hem door zijn zoon Tewfik Pasha. Niet dat het tij daarmee gekeerd kon worden, want Tewfik had geen enkele ambitie om het naderende Frans-Britse onheil te weerstaan en de facto leider ‘Urabi deed nog wel alles om Egypte te verdedigen, maar kon in september 1882 niet voorkomen dat de Britten het land bezetten. Pas in 1936 werden de laatste troepen teruggetrokken en in 1954 verdween de Britse invloed geheel na de afzetting van koning Faroek.

Terug naar 1879 en toen Isma’il nog in het zadel zat: op 1 januari werden zegels van 2 1/2 paras van de serie 1872 opgeruimd door ze vet te overdrukken met waardes van 5 en 10. Niet de allerfraaiste opdrukken eerlijk gezegd. De grote cijfers, zeker van de 10 paras, nemen een flink deel van het zegelbeeld in beslag. De verkrijgbaarheid van de zegels is ondanks de iets hogere prijzen goed en ze zitten ook al een tijdje in de collectie, de 5 paras zelfs ongebruikt, maar er is vrijwel geen verschil

Op 1 april bracht de Egyptische regering een nieuwe serie naar de postkantoren, zes maal dezelfde opstelling van sfinx en piramide, sterk verfijnd ten opzichte van 1872, maar nu in zes verschillende kaders,. De druk werd verzorgd door De la Rue. De waardes waren vertrouwd: 5, 10 en 20 paras, 1, 2 en 5 piaster. Het plaatje bleef tot 1914 en de invoering van een nieuwe serie in zwang. In de tussentijd kwamen er vooral nieuwe waardes uit, mede door het in 1888 vervangen van de para door de millième. Ook kwamen er opdrukken: een waarde-opdruk, alsmede dienstzegels en eigen zegels voor Soedan in 1897, als tijdelijk lapmiddel voor de eindeloze serie kameelruiters die een jaar later begon.

Nieuw verder in deze reeks is het gebruik van het Frans naast de Arabische tekst, die de Italiaanse landsnaam van de voorgaande zegels verving. Vanaf dit moment tot aan de introductie van de nieuwe frankeerserie in 1914 bleef dit zo: toen werd definitief overgeschakeld op het Engels als tweede taal en dat was 105 jaar later nog steeds het geval.

Van deze serie heb ik er tot nu toe vier, de zegels van 10 paras en 5 piaster zijn wat moeilijker. De eerste waarde had waarschijnlijk nog voorraad van de opdrukken, werd bovendien zowel in 1882 en nog eens in 1884 door een zegel in andere kleur vervangen. Deze laat ik de volgende keren zien. Ook de 5 piaster kreeg in 1884 een beter voor smalle beurzen verkrijgbare zegel in een andere kleur.

Volgende keer een kort stukje over enkele aanvullingen.

 

Het jaar 1878 was voor een nieuwe serie van 4 zegels van Bolivia, welke op 1 november van dat jaar uitkwamen. Veel van de elementen van de eerste wapenseries kwamen weer terug. Het aantal sterren is hier nog steeds 11, maar veranderingen zijn op komst: in het voorjaar van 1879 zou de zogenaamde Salpeteroorlog uitbreken tussen Chili enerzijds en Bolivia en Peru anderzijds. De aanleiding was de gebroken belofte van Bolivia om geen hogere belasting te heffen bij Chilenen en Chileense bedrijven in de Atacamawoestijn dan in 1874 afgesproken. Peru werd in de oorlog getrokken door een in 1873 geheim verdrag van wederzijdse bijstand met Bolivia.

De Chilenen hadden de zaken goed voor elkaar en al kort na het begin van het gewapende conflict werden de Bolivianen uit de oorlog gestoten, vooral omdat de Chilenen met hun enorme kustlijn gespecialiseerd waren in maritieme zaken en de Bolivianen beter geoefend waren in de bergen. Peru hield het wat langer vol, wat ook niet anders kon omdat de Chilenen voor de hoofdstad Lima lagen en die dus verdedigd moest worden. In 1884 werd de vrede getekend. Zowel Bolivia als Peru verloren een mineraalrijke provincie aan de Chilenen, waarbij Bolivia zelfs geheel van de oceaan afgesloten werd. Alleen mocht tegen betaling nog van het havenstadje Arica gebruik gemaakt worden en mochten de Bolivianen een spoorweg ernaartoe over Chileens grondgebied aanleggen.

Maar goed, het was nog geen oorlog en Bolivia kon nog een paar fraaie zegels in de waardes van 5 centavos in blauw, 10 in oranje, 20 in groen en 50 in karmijnrood maken, alle in iets van elkaar verschillende kaders, afhankelijk van wat de belettering en becijfering toelieten. De 50 bijvoorbeeld heeft parelranden, die de andere drie niet hebben.

Dit keer een nieuw element op de zegels: het wetboek met daarop de tekst LA LEY. Kennelijk een aandenken aan de toenmalige president Hilarión Daza, die door een militaire staatsgreep in 1876 aan de macht was gekomen en wel even de orde zou herstellen. Al eind 1879 werd hij afgezet wegens de Boliviaanse mislukking in de oorlog en ging in ballingschap in Frankrijk. Eenmaal teruggekomen in 1894, met het plan zich voor het parlement te verantwoorden voor wat er gebeurd was, werd hij bij aankomst op het station van Uyuni doodgeschoten.

Wat blijft zijn de zeer goed gegraveerde plaatjes, die uit de doos van de American Bank Note Company komen, tot in de jaren 90 van de 19’de eeuw bleef dit bedrijf de hofleverancier van de Boliviaanse zegels.

1877 was het jaar van San Marino, waar de eerste serie van vijf zegels werd uitgegeven. Dat gebeurde op 1 augustus. De eerste diende voor het versturen van kranten en drukwerkjes en heeft daarom de lage waarde van 2 centesimi. Het ontwerp daarvoor was dan ook eenvoudig, een cijfer 2 binnen een gordel met tekst. Natuurlijk de landsnaam REP. DI S. MARINO, de waarde, wat voor een ding het was, een BOLLO POSTALE (letterlijk postzegel, anders dan de gebruikelijke term Francobollo, die Frankeerzegel betekent) en ten slotte de mededeling dat San Marino een vrijheidslievende enclave binnen Italië was dankzij de term LIBERTAS. Dit toen jonge land had de zelfstandigheid al in 1862 bevestigd, waar het voordien onder bescherming van de Kerkstaat stond. Na de eenwording van Italië bestond de Kerkstaat van 1861 tot 1870 alleen nog als een kleine rompstaat rondom Rome, alvorens het geheel opgeslokt werd. In 1929 kreeg het Vaticaan pas weer 44 hectare toegewezen waar de paus sindsdien staatshoofd is.

De gordel met bovengenoemde tekst was het enige dat de zegel van 2 centesimi gemeen had met de andere vier waardes. Deze tonen het wapen van San Marino en dat besprak ik hier al eerder. Deze zegels kregen de waardes van 10, 20, 30 en 40 centesimi mee, deze waren vergelijkbaar met het omliggende Italië, dat in 1862 de lire onderverdeeld in 100 centesimi had ingevoerd. Voor een naar verhouding prettige prijs kon ik ze op de kop tikken, de twee hoogste waardes zijn namelijk wat duurder.

Van de 20 centesimi werden de meeste zegels gedrukt, namelijk 220.000 stuks in vellen van 100, de kleinste oplage was voor de 30 centesimi, die op 33.000 bleef steken.

Er zouden tot 1894 in totaal 26 zegels van deze serie verschijnen, de oorspronkelijke waardes in andere kleuren en diverse nieuwe waardes tot 5 lire aan toe. Drie zegels van de eerste serie werden met nieuwe waardes overdrukt. Een jubileumserie van 5 verscheen in 1977 in diepdruk, waar de oorspronkelijke in boekdruk werden gemaakt, Dit was in grote delen van de postzegelwereld anno 1877 gebruikelijk.

Volgende keer gaan we verder in 1878 met Bolivia weer in de hoofdrol. Ook daar mag ik sinds kort een volledige serie van begroeten.

Met stempel van het Egyptisch postkantoor in Constantinopel

In 1872 was Egypte weer aan de beurt. Na de duidelijk uitgevoerde zegels van 1867 was er deze keer sprake van een lokaal geproduceerde versie, die minder goed was dan de eerste, in Italië aangemaakte zegels. Het ontwerp was goed, maar druk en tanding zijn een stuk slechter dan de eerste serie.

Wat de Egyptenaren zo gauw al dreef om een nieuw ontwerp te maken is niet duidelijk. De sfinx, die bij de eerste serie het gezicht op de piramide voor een groot deel ontneemt is een stuk tegen de klok in weggedraaid om zo meer van de achterliggende piramide te tonen. Misschien was dat wel de achterliggende gedachte: het beeld iets realistischer te maken. Verder werd er aandacht besteed aan een Italiaanse landsnaam: Poste Khedivie Egiziane. De waardeaanduiding is nu op alle zegels voluit geschreven, als PIASTRA of meervoud PIASTRE. Nieuw zijn de maantjes en sterren in de vier hoeken om het ovaal met de sfinx en de piramide.

Bijzondere fout in het stempel: het cliché toont de letters GEN (van Gennaio, januari) in spiegelbeeld!


Er zijn oplagen gedrukt in lithografie uit Alexandrië en in boekdruk uit Cairo. Uit de drukkerij van Penasson in Alexandrië kwamen de waardes van 20 Para en 1 Piaster, daarnaast werden deze en vijf andere waardes ook gedrukt bij Bulaq in Cairo. De totale serie bestaat dus uit 7 waardes: 5, 10 en 20 Para, 1, 2, 2 1/2 en 5 Piaster. In het algemeen zijn de zegels tot en met 2 Piaster goed te verkrijgen en ik heb er daar dus 4 van. De hoogste waardes zijn ook betaalbaar, maar moeilijker te vinden.

In het volgende deel spring ik naar 1877.

Je zou het niet zeggen als je de hiernaast afgebeelde eerste pagina van de collectie ziet. 39 zegels zitten er op en dat is helemaal niet slecht. Maar de moeilijkste jaren zitten op regel 2. Dat zijn moeilijk verkrijgbare uitgiftes van Bolivia en één Amerikaanse zegel. Omdat ik met eigen afbeeldingen werk dus geen plaatjes (meer)

1868

1868 kende maar 1 uitgifte en deze kwam uit Bolivia. Hierover schreef ik al eens in dit stukje.

Het wapen van Bolivia laat, als één van twee landen ter wereld een stukje werelderfgoed zien, namelijk de Cerro Rico nabij Potosí, in 1987 ingeschreven onder nummer 420. Stad en berg worden hierbij genoemd, want dankzij de door de Spaanse kolonisator in de berg gevonden zilverader werd de stad zeer rijk en munten voor heel Spaans Zuid-Amerika werden er geslagen. Ten koste van dwangarbeid, dat dan weer wel

Als je nou dacht dat de mijnbouw ondertussen wel eens gestopt zou zijn, dan heb je het mis. Het leek in de jaren 90, toen ik Potosí bezocht, nog slechts een toeristische folklore om de mijn in te gaan en het oude ambacht van zilverwinning te bekijken, maar ondertussen… In 2014 besloot UNESCO de site zelfs in de gevarenzone te zetten. Bij verdergaande ontginning ontstaat een serieus risico voor instabiliteit en instorten van de mijn en mogelijk de hele berg. Dat kan natuurlijk de bedoeling niet zijn. Enfin, in 2017 is er gekeken hoe het ervoor stond en is een plan gemaakt dat in 5 tot 7 jaar ertoe moet leiden dat Potosí weer van de lijst gehaald wordt.

De eerste serie met het wapenschild van Bolivia verscheen in 1868: de Cerro Rico in een ovaal, begeleid door vier vaandels en een vrijheidsmuts en eronder 9 sterren voor de 9 provincies van de republiek. De verkrijgbare waardes waren 5, 10, 50, 100 en 500 centavos en afgezien van de hoogste waarde, waarvan er 5000 gedrukt zijn en die in de catalogus naar de 1000 € gaat, zijn ze qua prijs best bereikbaar en met een beetje mazzel zelfs onder de 10 euro. Alleen vind ze maar eens…

1869

In 1869 verscheen er maar één zegel met werelderfgoedwaarde, dat was in de Verenigde Staten. Hierover schreef ik deze al. Vanaf 27 maart verscheen een serie van 10 zegels met voor die dagen revolutionaire ontwerpen. Conservatieve hitsers waren in alle staten toen de serie uitkwam. Een postzegel moest in hun optiek immers een normaal formaat hebben en het portret van een president of anderszins belangrijk politiek persoon tonen. Hier ging het om ontaarde ontwerpen als de Pony Express, een Baldwin-locomotief, de stoomboot Adriatic en genreschilderijen van lieden als Vanderlyn en Trumbull die echt niet op een postzegel thuis hoorden. Enfin, je hebt het tweeluik dat ik over de serie schreef mogelijk gelezen.

De zegel waar ik op doel is de 24 cents, voorstellende ‘The declaration of independence’ van John Trumbull. Dit evenement vond op 4 juli 1776 plaats in de Independence Hall in Philadelphia en het schilderij is vele malen door diverse postadministraties gebruikt om de onafhankelijkheid van de USA (mee) te vieren, met name in 1976. Independence Hall, zoals het gebouw dankzij het gebeuren is gaan heten, werd tussen 1732 en 1753 voltooid naar een ontwerp van de uit Schotland geëmigreerde jurist Andrew Hamilton (1676-1741), die daarmee gevolg gaf aan de wens van de kolonisten in Pennsylvania om een eigen ‘State House’ te hebben. Het werd gebouwd door Edmund Wooley (1695-1771), een metselaar uit Engeland, die op jonge leeftijd in Philadelphia terecht gekomen was. Dit was toen al de zelfverklaarde hoofdstad van de 13 koloniën die later de Verenigde Staten van Amerika gingen vormen. Het gebouw, samen met het omliggende park, de originele Congress Hall, de in een aparte hal geplaatste Vrijheidsklok en een bezoekerscentrum, wordt beheerd door de National Park Service en is het hele jaar gratis te bezoeken. Reserveren is wel verplicht.

Van de primeur uit 1869, waarvan er 250.000 gedrukt werden, zijn er kennelijk niet veel meer over en je moet flink in de buidel tasten om er eentje te bemachtigen. Zeker als deze geen zogenaamd veiligheidsrooster heeft, een droogdruk van een 4 bij 4 roostertje in het zegel. Even sparen dus.

1871

In 1871 ging Bolivia op herhaling met zijn serie van 1868. Enige verschil: in plaats van 9 staan er nu 11 sterren onder het wapenensemble. De waarde van de serie is iets lager, want de oplage van de serie was groter. Maar van de 500 centavos daarentegen waren er maar 1000 en daarom is deze zegel alleen voor de rijkere verzamelaars weggelegd.

In 1872 kwam er een nieuwe en wat mij betreft spuuglelijke serie piramides uit in Egypte. Maar oordeel zelf de volgende keer.

Egypte trapte af, zonder te weten dat 111 jaar later er een lijst ontstond, waarop ieder cultureel of natuurlijk monument een plaats kon krijgen: de Werelderfgoedlijst van UNESCO, een van de kerndelen van de Verenigde Naties en opgericht in 1946 met Parijs als hoofdzetel.

Egypte heeft zonder meer een van de oudste erfgoederen in bezit. Ooit waren de piramides onderdeel van de 8 Wereldwonderen van de Oude Wereld en zijn deze de laatst overgeblevenen van deze bijzondere voortbrengselen van de menselijke geest. Inmiddels zijn er oudere vormen van beschaving gevonden, zoals de neolithische tempels op een eiland als Malta, die waarschijnlijk zo’n 5.500 jaar oud zijn, veel ouder nog dan een Stonehenge en ook een stukje ouder dan het Egyptisch wereldwonder.

De omschrijving van Werelderfgoednummer 86 luidt, verkort: ‘Memphis and its Necropolis – the Pyramid Fields from Giza to Dahshur’. Wanneer je op de kaart kijkt blijken dit vooral de drie piramides van Gizeh te zijn en een stuk zuidelijker, bij Saqqara, de piramide van Djoser. Wanneer je het gebied nauwkeuriger bekijkt komen er nog een paar andere plaatsen tussendoor en ten zuiden van Djosers piramide in aanmerking, zoals de knikpiramide van Snofroe (ca 2600 v.Chr en de oudste van allemaal), de Rode piramide en de tamelijk primitieve piramide van Amenemhat III (ca. 1800 v.Chr), die bij Dahshur te vinden zijn. die echter nooit op een postzegel verschenen zijn. Zelfs Egypte bleek hierin behoorlijk eenkennig: de piramides van Gizeh waren hét visitekaartje, dat ‘ding’ van Djoser werd pas eerst in de jaren 70 afgebeeld. Net als andere – piramideloze – grafvelden die aan de rand van de Nijlvallei te vinden zijn.

De eerste serie bevat 6 zegels. Gemiddeld gezien zijn ze redelijk verkrijgbaar in goede kwaliteit. Alleen aan de 5 piaster hangt een groter prijskaartje. Ik heb er tot nu toe drie aan de verzameling toe kunnen voegen. Wat heel fascinerend is, ik noemde dat in eerdere stukken al, is het menselijke portret van de sfinx zoals dat door de ontwerper, een zekere F. Hoff, is getekend. Wat ik ook heel opmerkelijk vind zijn de zuilen links en rechts op de zegel. Links lijkt me een papyruszuil, een veelgebruikt zuilentype in de Egyptische architectuur, waarvan in Karnak nog mooie voorbeelden te zien zijn. Aan de rechterkant zie je een obelisk, wat eigenlijk hoort tot de vroegste vormen van geschiedschrijving ter wereld: na de dood van een farao werden deze opgericht om zijn leven in hiëroglyfen op te tekenen. De grote ‘obeliskenfabriek’ was bij Aswan, waar de roze zandsteen uitstekend geschikt was om dergelijke objecten uit te houwen. Eigenlijk verwijzen deze postzegels dus naar een belangrijk deel van de oud-Egyptische cultuur.

Over de inschriften: de landsnaam (boven) en de volledige waardeaanduiding (onder) staan er alleen in het Arabisch in. De letters P en E geven niet zoiets aan als Postes Egyptiennes, maar zijn een afkorting van P(iastr)E,  de munteenheid dus. Franstalige inschriften kwamen pas in 1879 in zwang. Opmerkelijk is ook dat de waardeaanduiding alleen in modern-Arabische cijfers gesteld zijn. Ook dat veranderde in 1879, toen de cijfers ‘tweetalig’ werden.

 

Volgende keer: het jaar 1868

Ook interessant: deze 2-delige Zwitserse documentaire van begin dit jaar