Werelderfgoed op postzegels: 1908 (I)

In 1908 waren er nog eens twee zegels meer dan in 1907, maar uiteindelijk heb ik er slechts zeven met wél vier verschillende nieuwe onderwerpen, dus ga er maar eens goed voor zitten! Ik doe deze weer in tweeën

Het eerste deel is gewijd aan Oostenrijk, een nieuwkomer op de lijst die tot dan toe wapenschilden, Mercuriuskopjes (voor de krantenzegels) en – vooral – keizer Franz Joseph I had afgebeeld. Maar 1908 was een bijzonder jaar, want de keizer zat 60 jaar op de troon en was hard op weg om koningin Victoria met haar 64 jaar regering te passeren. Franz Joseph zou inderdaad tot zijn dood in 1916 de 68 vol maken.

In dezelfde art-nouveau-achtige stijl als de Bosnische frankeerzegels van 2 jaar eerder kwam een serie van 18 zegels uit, ontworpen door Koloman Moser (1868-1918), een van de grootste moderne kunstenaars van zijn tijd en in 1897 mede-oprichter van de Wiener Secession waar ook Gustav Klimt deel van uitmaakte. Moser verliet in 1905 de Wiener Secession, maakte nog korte tijd deel uit van de Wiener Werkstätte, maar werkte in 1908 als zelfstandig kunstenaar. Zijn partner bij deze serie was de schilder en graveur Ferdinand Schirnböck (1859-1930). Deze was jarenlang in Argentinië actief geweest en had daar ook meegewerkt aan twee frankeerseries. Na zijn terugkeer in Oostenrijk was hij verantwoordelijk voor de eerder genoemde en besproken Bosnische zegels en naderhand graveerde hij voor tal van landen, zoals Zweden, Montenegro en Luxemburg tot Thailand en Turkije aan toe. De laatste zegels, die drie jaar na zijn dood verschenen, kwamen uit het Vaticaan.

Verhouding middenpartij Schönbrunn ten opzichte van Gloriette op Google Earth

Op zes van de zegels zien we portretten van de voorgangers van Franz Joseph, tussen 1711 (Karl VI) en 1848 (Ferdinand I). De andere tonen portretten van de keizer zelf in 1848, 1878 en 1908 en een viertal statieportretten. Twee van de zegels zijn gewijd aan paleizen in en buiten Wenen.

Op de 2 kronen is dat het slot Schönbrunn, in 1996 als nummer 786 ingeschreven op de werelderfgoedlijst. Dit paleis werd gebouwd en voltooid in dezelfde periode als Versailles en ons eigen Paleis het Loo, in een tijd dat heersers als Lodewijk XIV, Leopold I en dus ook onze stadhouder Willem III graag wilden laten zien wat ze in huis hadden qua macht en rijkdom. In Oostenrijk was er een bijkomende reden: een ouder paleis, dat tussen 1638 en 1643 gebouwd was op dezelfde plek werd tijdens het beleg door de Ottomanen in 1683 verwoest en daarom moest er iets nieuws komen. In 1696 startte de bouw van het nieuwe paleis, waarvan de opdracht in 1686 al was gegeven aan bouwmeester Johann Bernhard Fischer von Erlach (1656-1723). Deze kwam aanvankelijk met een bouwplan dat Versailles in de schaduw moest stellen, maar dat was financieel niet haalbaar. In 1701 kwam een veel kleiner paleis klaar, dat in gebruik werd genomen door toekomstig keizer Joseph I (1678-1711). Na diens dood was het pas eerst zijn nicht Maria Theresia (1717-1780) die Schönbrunn tot haar officiële buitenverblijf maakte en het fors liet uitbreiden. Ook liet zij tussen 1775 en 1780 de Gloriette bouwen, een paviljoen voor de keizerlijke feesten en partijen, waar Franz Joseph graag zijn ontbijt gebruikte. Na de val van het Habsburgse keizerrijk heeft het paleis diverse functies gehad, onder andere zat de Britse bezettingsmacht er na de Tweede Wereldoorlog, maar tegenwoordig is het grootste deel ingericht als museum en een kleiner deel wordt gebruikt voor bewoning. Op de postzegel is een vooraanzicht te zien met boven het paleis de Gloriette, dat vanwege de afstand tot het paleis, zo’n 750 meter, niet erg in verhouding getekend is. Bovendien kun je vanaf grondniveau de Gloriette niet eens zien. Artistieke vrijheid dus.

Is Schönbrunn met zijn 1441 kamers en zalen al best wel groot, het officiële regeringspaleis van de keizer (en tegenwoordig de Oostenrijkse president) is de Hofburg en dat is het één na grootste in zijn soort in Europa, slechts voorbijgestreefd door de moderne barakken waar vanuit buurland Hongarije wordt bestuurd. De Hofburg in het centrum van Wenen (nr 1033, 2001) is niet zozeer een paleis, maar een complex aan gebouwen, waarvan de oorsprong al in de 13’de eeuw ligt. Ook de beroemde Spaanse Rijschool hoort bijvoorbeeld bij het ensemble.

Op de postzegel staan we op het grote binnenplein. In der Burg geheten. Rechts de zogenaamde Reichskanzleitrakt, tussen 1722 en 1726 gebouwd door Joseph Emanuel Johann Fischer von Erlach (1693-1742), zoon van de bouwer van Schönbrunn. Dit barokke gebouw verving een kleinere voorganger dat rechts op het schilderij van de Dordtse kunstenaar Samuel van Hoogstraten (1627-1678) te zien is (Van Hoogstraten was enkele jaren in Wenen werkzaam).

Gezicht op de Hofburg te Wenen, door Samuel van Hoogstraten, 1652 (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Frontaal op het schilderij en links op de postzegel zien we de Amalienburg, een van de oudste nog bestaande gebouwen van de Hofburg en gebouwd in de 16’de eeuw. Het kreeg pas zijn naam in 1711 toen de weduwe van keizer Joseph I, Amalia Wilhelmina van Brunswijk-Lüneburg (1673-1742), hier kwam wonen. Bijzonder aan het gebouw is dat er twee uurwerken boven elkaar op zitten, beneden een zonnewijzer en daarboven een mechanische klok.

Ten slotte is op de zegel nog het standbeeld voor keizer Franz I (1768-1835) te zien. Hij was de laatste keizer van het Heilige Roomse Rijk, dat in 1806 werd opgeheven. Franz was daarna ‘gewoon’ keizer van Oostenrijk. Het beeld werd in 1846 hier geplaatst en gemaakt door de Italiaan Pompeio Marchesi (1789-1858).

De serie zou twee jaar later, bij de 80’ste verjaardag van de keizer, in zijn geheel herhaald worden, maar dan in een groter formaat om het jaartal 1910 toe te laten.