Werelderfgoed op postzegels: 1906 (II)

8 september 2014 was een dag die de filatelistische wereld nog lang zal heugen. Conservatieve verzamelaars uit meestal confessionele hoek konden het niet waarderen, de progressieve kant vond het wel mooi: het Finse velletje gewijd aan het werk van de kunstenaar Tom of Finland (1920-1991), die gespecialiseerd was in homo-erotische kunst, stoere mannen met leer en petten en zo. Was dat nou de eerste keer dat zoiets op een postzegel kwam? Vrouwelijk naakt was al lang bekend. In 1930 zette Spanje pontificaal de Naakte Maya van Francisco Goya op een postzegel en ook een land als Roemenië wist er rond 1970 wel raad mee. Mannelijk naakt was er in symbolische zin al wel in de 19’de eeuw, zie bijvoorbeeld mijn stukje over Paix et Commerce. Maar een stel naakt worstelende mannen, daarmee had Griekenland de primeur.

De serie van 14 zegels, uitgegeven op 25 maart (oude stijl) was gewijd aan de Olympische Spelen van 1906 in Athene. In 1900 en 1904 hadden Parijs en St. Louis Olympische Spelen gehouden, gekoppeld aan een Wereldtentoonstelling. De Grieken wilden gewoon weer terug naar de sport en organiseerden in 1906 een kortdurend sportevenement van slechts 12 dagen en het was de bedoeling dat naast de grote Spelen in ieder tussenjaar er kleine Spelen kwamen, maar in 1910 kreeg Griekenland de organisatie niet rond, mede door de oorlogsdreiging op de Balkan, waarna het plan verder geschrapt werd. Bovendien maakte Londen in 1908 er ook een puur sportfestijn van, zonder de toeters en bellen van een Wereldtentoonstelling.

Op alle zegels zien we afbeeldingen uit de klassieke Griekse mythologie. De worstelaars zijn dan ook niet zomaar worstelaars, maar mythologische figuren. De Michelcatalogus noemt ze Herakles en Antaios, maar dat lijkt me sterk. Antaios was immers een reus, die nimmer verslagen kon worden en de enige die het wel lukte was Herakles, die ontdekte dat Antaios alleen maar sterk was als hij in verbinding met Moeder Aarde stond. Door hem op te tillen verloor hij het contact en was dus hulpeloos. Dit zien we niet op deze zegel gebeuren.

De mannen vechten aan de voet van de Akropolis van Athene, reden waarom hij in de collectie thuis hoort. De Akropolis had al in 1300 v.Chr. een nederzetting, maar de beroemde bouwwerken zoals het Parthenon en het Erechteion werden opgericht in de 5’de eeuw v.Chr. Ze werden in 1987 als nummer 404 ingeschreven op de lijst.

Op 28 juli was het de beurt aan Haïti. Hier kwam een serie van 13 waarden uit voor gebruik op post naar het buitenland. De onderwerpen waren een aantal highlights van Port-au-Prince, een portret van regerend president Nord-Alexis (1820-1910) en het staatswapen. Op de 4 Centimes de Piastre komen we het enige werelderfgoed van Haïti tegen, namelijk slot Sans-Souci, in 1982 als nummer 180 ingeschreven.

Sans-Souci is nog niet heel oud. Het werd tussen 1810 en 1813, kort na de onafhankelijkheid van Haïti, gebouwd in opdracht van Henri Christophe. Hij was het tweede staatshoofd van het land en de enige die zich koning noemde als Henri I, voordat in 1820 een republikeinse staatsvorm gekozen werd, die in 1849 voor 10 jaar onderbroken werd door een keizerrijk. Sans-Souci was een van de vele bouwwerken die in zijn tijd verrezen, maar in dit geval moest het wel paleizen als Versailles, Schönbrunn en de naamgenoot in Potsdam naar de kroon steken. Het verrees op de plaats van een plantage waar Christophe eerder de scepter zwaaide. In 1820 pleegde hij er zelfmoord, waarna de republiek werd uitgeroepen. In 1842 werd het eens zo roemruchte paleis getroffen door een zware aardbeving en is sinds die tijd een ruïne.

Voor het laatste nieuwe onderwerp gaan we naar Bosnië-Hercegovina, dat sinds 1879 bezet was door Oostenrijk-Hongarije en in 1908 zelfs geannexeerd werd. Tot 1906 verschenen er postzegels met wapenschilden om aan te geven wie er de baas was, maar op 1 november kwam daar verandering in met een serie van 16 verschillende plaatjes van landschappen, stadsgezichten, postale vervoermiddelen als een pakezel, een postkoets en zelfs een postauto (als ik het wel heb de eerste auto ooit op een postzegel!), terwijl de hoogste waarde van 5 kronen gereserveerd was voor keizer Franz-Josef II.

Op de 2 en de 20 heller zien we twee verschillende afbeeldingen van Mostar. Op de 2 heller kijken we op de stad vanaf de zuidzijde en over de rivier de Neretva en zien daarmee het grootste deel van de oude moslimstad, op de 20 staan we een stuk dichter bij de brug.

De Stari Most in kwestie werd in 1566 voltooid en verving een ouder houten exemplaar. Vers op het netvlies van velen staan de beelden uit de herfst van 1993 toen de brug verwoest werd door…, ja door wie eigenlijk? De moslims (Bosniakken) gaven de Kroaten de schuld en andersom. De waarheid ligt ergens in het midden en dan iets aan de Kroatische kant volgens de laatste berichten. In 2001 startte de herbouw, in 2004 werd de brug feestelijk heropend en in 2005 volgde inschrijving op de Werelderfgoedlijst als nummer 946. Mostar is nu weer het vredige toeristenstadje van weleer al heerst er nog steeds een psychologische scheiding tussen de katholieke Kroaten en de islamitische Bosniërs, die elk in hun eigen deel van de stad wonen. Het jaarlijkse brugspringen, een heldhaftige toer die je vanaf 20 meter hoog in de koude Neretva brengt is in ieder geval weer in ere hersteld en is nog altijd het grootste evenement in Mostar.