Werelderfgoed op postzegels: 1904

In 1904 werden er maar 9 zegels voor de collectie uitgegeven, dat is niet veel en ik heb er zelfs 5 van, dus een van de betere jaren uit deze periode.

Brazili├ź bracht de serie met het Zuiderkruis boven de Baai van Rio de Janeiro, de Vrijheidskop en de Mercuriuskop opnieuw uit maar dit keer wat ruimer bemeten zodat bij de meeste zegels het complete zegelbeeld te zien is. Van de drie Rio-zegels heb ik er een, namelijk de 10 Reis.

Noord-Borneo kwam voor de laatste keer met een Kinabalu-zegel uit de serie van 1897. Iedere zegel van de serie en dus ook de 18 cents kreeg een opdruk van 4 cents, maar in een andere vorm als die uit 1899. Uiteraard volgde de Labuanversie later in het jaar.

In het Britse Rijk werd een nieuw koloniaal watermerk ingevoerd. Ooit was men begonnen met watermerk ‘Kroon CC’. Deze werd rond 1880 vervangen door ‘Kroon CA enkelvoudig’. Drie jaar na het aantreden van koning Edward VII volgde een variant daarop: ‘Kroon CA meervoudig’. De Farthingzegel van Malta met de haven van Valletta ontkwam hier natuurlijk ook niet aan.

Op 18 december ten slotte kwam er een serie van vier toeslagzegels uit in Rusland. Toeslagzegels waren nieuw in de wereld van de postzegels en voor zover ik weet waren dit de eerste ter wereld. Ze werden gebruikt voor oorlogswezen want in februari van dit jaar was de Russisch-Japanse oorlog uitgebroken om de tegenstrijdige belangen van de twee landen in het uiterste oosten van het Russische Rijk uit te vechten. Japan wilde meer invloed in de regio: ze beschouwden Korea en het daar noordelijk van gelegen Mantsjoerije tot hun invloedssfeer en de verovering van deze gebieden zou grote invloed hebben voor de enige Russische haven in de regio die het hele jaar bereikbaar was, het toen en nu in China gelegen L├╝shunkou, vroeger bekend als Port Arthur. Deze haven was in 1898 voor 25 jaar van de Chinezen gepacht. Het was dan ook geen wonder dat Rusland hiervoor wilde vechten, maar de oorlog verliep rampzalig en de oorlogswezenzegels waren daar het eerste teken van. Ruim een maand na de uitgifte ging het verder bergafwaarts en in Sint-Petersburg leidde dit tot de bloedig neergeslagen Januarirevolutie van 1905. In september werd bij de Vrede van Portsmouth het pachtverdrag nietig verklaard en had Japan de gewenste invloed in de regio. In 1908 werd Korea zelfs ingelijfd, 24 jaar later werd Mantsjoerije een satellietstaat van Japan.

Alle vier de zegels werden verkocht tegen 3 kopeken meer dan de aangegeven waarde. De UPU stond dat toe, maar het mocht niet opzichtig op de postzegels staan. Op deze zegels zie je de postale waarde en ook het te betalen bedrag aangegeven. Ook op Nederlandse zegels voor het goede doel zie je dit: pas in 1949 werd voor het eerst de toeslag in het zegel vermeld, terwijl voor die tijd er een klein regeltje onder het zegelbeeld aangaf wat je extra moest betalen (en hoe lang de zegel geldig was voor gebruik).

De zegel van 3 kopeken toont het monument voor admiraal Vladimir Kornilov (1806-1854), die gesneuveld was in de Krim-oorlog. Op de plaats waar hij, nabij Sebastopol, dodelijk getroffen werd tijdens een Frans-Britse aanval op 5 oktober 1854 werd een monument opgericht, wat op die postzegel te zien is. Sebastopol hoort niet tot het werelderfgoed, dus hiervan niets in de collectie.

De zegel van 5 kopeken laat het monument voor Minin en Pozjarski zien, dat sinds jaar en dag aan de voet van de Basiliuskathedraal op het Rode Plein in Moskou staat. Kuzma Minin (?-1613) en Dimitri Pozjarski (1577-1642) waren helden van de oorlog tussen Moskou en Polen in 1611 en 1612. Minin was een vleeskoopman uit Nizjny Novgorod en was namens die stad verkozen om Moskou te helpen verdedigen tegen de Poolse bezetters, Pozjarski was een prins uit een gegoede familie die de leiding kreeg over de door Minin gerekruteerde milities. Ze slaagden daar goed in, de Polen werden het land uitgejaagd en daarmee eindigde de Tijd der Troebelen en kwam er een nieuwe familie aan de macht in Moskou, geleid door een zekere Michael Romanov.

Op de postzegel van 7 kopeken een andere beroemdheid en nazaat van Michael Romanov. Het is tsaar Peter de Grote (1672-1725), wiens ruiterstandbeeld in Sint-Petersburg we zien. Het werd tussen 1878 en 1890 gemaakt door een onbekende beeldhouwer en bevindt zich nabij het senaatsgebouw aan de Neva.

De laatste van de serie is de 10 kopeken en deze laat een ensemble van gebouwen zien van het Kremlin in Moskou. We zien als hoogste prominent in beeld de 81 meter hoge klokkentoren van Ivan de Grote (1440-1505), die in opdracht van zijn zoon Vassili kort na zijn dood gebouwd werd. Ernaast de Hemelvaartstoren, die zo’n 30 jaar later werd gebouwd. Veel van de ander bouwsels op de postzegel zijn niet te herkennen.

Zowel Moskou als Sint-Petersburg werden in 1990 op de werelderfgoedlijst gezet.