Monte Titano 1903

In het jaar 1903 kwamen er weer 26 zegels bij, waarmee het totaal op 237 kwam. Toch waren er maar vijf landen bij betrokken, waarvan drie nieuwe en er was één nieuw erfgoed bij,

Om te beginnen gaan we naar Noord-Borneo waar de eerder met BRITISH PROTECTORATE overdrukte Kinabaluzegel, als extra opdruk POSTAGE DUE kreeg, zodat er, een beetje vreemd, BRITISH POSTAGE DUE PROTECTORATE stond. Werd hiermee de ware bedoeling van de Britten ontmaskerd? Nu, bij de 18 cents toch niet, de oorspronkelijke opdruk was in rood, de nieuwe in zwart. Overigens zijn deze portzegels lastig te vinden.

Een onder Nieuwzeelands bestuur gekomen Zuidzee-eiland gaf zijn eerste zegels uit. Dit was Aitutaki, dat formeel tot de Cook-eilanden hoort.  Let op de lokale waarde-aanduiding: deze luidt voor de 2 1/2 aldus: Rua Pene Ma Te Ava (Twee Penny En Een Half). Niue, dat in 1902 al begonnen was, volgde met opdrukken op nieuwere uitgiftes van Nieuw-Zeeland,

Uitzicht op Monte Titano (eigen foto 6-8-2007)

San Marino kwam met een opvolger van de wapenserie, nu met een tekening van Monte Titano zelf. Nog niet helemaal zoals het in werkelijkheid is, want de rookpluimen zijn gefantaseerd, maar evengoed is het al een stuk minder geromantiseerd dan de wapenschildjes. De serie bevatte 12 waardes, waarvan 11 met de Tre Penne en werd nog enkele keren herhaald met andere kleuren en/of waardes.

De laatste uitgifte die ik kort bespreek is de serie ‘Gezicht op Roseau’ die vanaf september op het Caribische eiland Dominica verscheen en wat ik vorige keer al kort aanstipte. Roseau is de hoofdplaats van het op een zondag in 1493 door Columbus ontdekte eiland. Zoals de naam Roseau doet vermoeden is ook Dominica lange tijd Frans geweest. Het ligt ook precies tussen twee nog wél Franse eilanden in: Guadeloupe en Martinique, maar is sinds 1763 Brits en sinds 1978 onafhankelijk. Het is het enige eiland waar nog zo’n 3000 van de oorspronkelijke bewoners (Cariben) wonen.

De serie Gezicht op Roseau geeft niet alleen een blik op de hoofdplaats, maar ook op het erachter liggende nationale park Morne Trois Pitons, dat met nummer 804 werd ingeschreven in 1997. De serie is 9 waardes groot en is er in vier varianten waarvan de eerste dus in 1903 verscheen. In 1907 kwam der serie uit met een nieuw watermerk en in 1908 met alle zegels in één kleur, waar de voorgangers twee kleuren hadden. In 1921 de zegels van 1908 met andermaal een nieuw watermerk. Alle zegels hebben een bovengemiddelde waarde, maar ik kan er toch een laten zien, de goedkope 1 penny van 1908 en een WAR TAX opdruk van later. In 1908 ga ik dus verder in op het Morne Trois Pitons Nationaal Park.

In 1904 komen we bij de belangrijkste Russische steden Moskou en Sint-Petersburg.

 

Voor de rest van 1902 volgden er nog drie uitgiftes van belang. De eerste daarvan was op 25 februari in de Dominicaanse Republiek. Hier kwam een serie van zeven uit voor de 400’ste verjaardag van de stichting van Santo Domingo, de oudste koloniale stad van het net door Columbus ontdekte Amerika. Op zes van de zegels staan de drie bekendste helden van de republiek, Francisco del Rosario Sanchez (1817-1865), Juan Pablo Duarte (1813-1876) en Ramón Matías Mella (1816-1864), die alle een rol gespeeld hebben bij de definitieve onafhankelijkheid in 1844, toen de Haïtianen het hele eiland Hispaniola onder controle hadden.

De zegel van 50 centavos toont het fort van Santo Domingo, tegenwoordig Fortaleza Ozama geheten. Dit fort wordt gezien als eerste Europese fort in Amerika, waaromheen de stad is gebouwd. De bouw duurde van 1502 tot 1508 en stond onder leiding van Nicolás de Ovando (1460-1511), die in 1502 uit Spanje was gekomen om de Spaanse koloniën te leiden. Het fort ligt aan de monding van de rivier de Ozama, waar het zijn naam aan ontleent. Door die ligging werkte het uitstekend om stad en achterland te beschermen tegen andere ‘belangstellenden’ zoals piraten. Het fort heeft nog tot in de jaren 60 van de vorige eeuw een militaire functie gehad en ook was het eeuwenlang een gevangenis, met als eerste beroemde gevangene Columbus zelf. Tijdens zijn gouverneurschap kreeg hij het steeds vaker aan de stok met andere kolonisten en dat leidde ertoe dat de grote ontdekker op valse beschuldigingen opgesloten werd. Dankzij een bevel van het Spaanse koningspaar, Ferdinand en Isabella, kwam hij weer vrij, en als hij maar beloofde geen stap meer op Hispaniola te zetten kon hij in een landhuis in Andalusië van zijn pensioen gaan genieten. Columbus was daar niet tevreden mee, hij moest en zou nog eens terug naar Amerika, nog steeds in de hoop een doorgang naar Azië te vinden. In 1502 kreeg hij zijn zin. Tijdens de reis worden Honduras, Panama en Jamaica ontdekt, maar verder wordt het één grote ramp en op Hispaniola is hij definitief niet meer welkom… Als een van de weinig overlevenden bereikt Columbus Spanje weer in 1505, maar hij is te oud en te zwak om van zijn pensioen te genieten en sterft een jaar later.

Op 1 maart was er een laatste aanvullende waarde van de serie ‘Staande Hoop voor de Tafelbaai’ in Kaap de Goede Hoop. Dit was een 3 pence in de kleur roodlila. In 1904 zouden de laatste zegels van de kolonie verschijnen, portretten van de nieuwe koning Edward VII.

Op 15 december een nieuw gebied op de lijst: het West-Indische eiland Saint-Lucia, gelegen in de zuidelijke Bovenwindse eilanden, tussen Martinique in het noorden en Saint-Vincent in het zuiden. Het eiland vierde dat het in 1502 vierhonderd jaar eerder ontdekt was. Wie dat op zijn naam heeft is niet bekend, de datum van 13 december 1502 wordt aangehouden voor de landing van een groepje Franse schipbreukelingen, maar mogelijk dat Columbus er ook al was tijdens zijn eerste reis. In 1511 werd het voor de Spaanse kroon opgeëist, maar in de 17’de en 18’de eeuw was het een speelbal tussen Engeland en Frankrijk. Pas na de nederlaag van Napoleon in 1814 werd Saint-Lucia definitief Brits. Sinds 1979 is het eiland onafhankelijk.

Er staan drie vergelijkbare eilanden op de Werelderfgoedlijst om dezelfde reden. Het gaat om Dominica, Saint-Lucia en Réunion, niet toevallig eilanden met een Franse geschiedenis. Ze zijn alle drie behept met zogenaamde ‘pitons’, spitse bergpluggen – het Franse woord piton betekent plug – als resten van vulkanen. Die van Saint-Lucia bevinden zich voor de kust, een grote Gros Piton van 786 meter hoog en een niet veel kleinere Petit Piton van 739 meter hoog. Over niet te lange tijd komen de andere twee eilanden ook aan de beurt, Dominica zelfs al in 1903, maar daarover dus volgende keer.

Het jaar 1902 bracht 19 nieuwe zegels voor de collectie in 8 verschillende uitgiftes van 8 verschillende gebieden. De meeste kwamen ergens in de loop van het jaar uit, zonder vaste datum. Ik bespreek ze in twee delen.

De eerste die ik hier bespreek is Tasmanië. Zoals al kort besproken in 1899 gaf deze Britse kolonie, die niet lang daarna Australië mede vorm zou geven een serie met landschappen uit, gedrukt bij De la Rue in Londen. Drie van deze zegels werden heruitgegeven in 1901 en kwamen van de persen in Melbourne, niet meer in plaatdruk, maar als lithografieën. Hieronder was ook de zegel met Lake Marion.

Tasmanië heeft twee inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst. Dit zijn een vijftal voormalige strafkolonies uit de begintijd van Australië, toen de Britse overheid ter heropvoeding schepen vol doorgaans kleinere criminelen als inbrekers en valsemunters naar de nieuw veroverde kolonieën stuurde. Aanvankelijk waren deze in de buurt van Sydney, maar toen dat groeide en naar Britse maatstaven civiliseerde werden ze verplaatst naar Tasmanië.

De andere inschrijving betreft het grootste deel van het westen van het eiland: de Tasmanian Wilderness, bestaande uit 7 nationale parken. Lake Marion ligt in het zuiden van het Cradle Mountain-Lake St Clair NP, dat 1612 km² telt en in 1922 is opgericht. Lake Marion is een tamelijk klein meer dat aan de voet ligt van de ruige Guardians, die goed in de achtergrond te zien zijn op de zegel. Er zijn geen vaste paden naar het meer en het is dus terrein voor de echte hikers die met kaart, kompas en gps hun weg vinden en in de vrije natuur kamperen (kampeerpas verplicht). Een verslag met foto’s vind je hier.

Een nieuw land op de kaart is Colombia, met 9 inschrijvingen op de lijst. De oudste daarvan is de stad Cartagena in het noorden. In 1902 verscheen een serie van maar liefst 26 zegels met 8 verschillende afbeeldingen, met afbeeldingen van de Rio Magdalena, de kanonneerboot Cartagena, de kade van Savanilla, portretten van Simon Bolivar en de recent overleden generaal Pinzon en tenslotte het landswapen. De drie zegels van 20 centavos in de kleuren donkerblauw, violet of rood tonen de Popaberg, die boven de koloniale havenstad Cartagena uittorent. Alle zegels van de serie munten uit in slechte lithografische druk, zeer grove tanding dan wel ongetand en hun slechte verkrijgzaamheid en hoge prijzen, al is de 20 violet nog een positieve uitzondering. Nog niet gezien echter.

Nieuw Zeeland kwam met een laatste versie van de First Pictorials. Deze waren met of soms zonder watermerk, in verschillende tandingen, maar meestal iets met 14. Een aardig uitzoekwerkje, maar wat duidelijk is dat de half penny met Mount Cook genoeg voorkomt om in de collectie te hebben.

Mount Cook vormt het hart van het Mt. Cook National Park en is, zoals te verwachten, genoemd naar James Cook, de belangrijkste ontdekkingsreiziger van de 18’de eeuw. Het is ook met 3724 meter de hoogste berg van Nieuw-Zeeland. Zoals al eerder verteld noemen de Maori hem Aoraki oftewel ‘de berg die wolken eet.’ Eigenlijk is er sprake van drie toppen, de Low Peak, de Middle Peak en de High Peak. Tussen de hoogste en de middelste piek zit maar een hoogteverschil van zeven meter.

Het is pas aan het einde van de 19’de eeuw gelukt om de berg te bedwingen. In 1884 probeerde de Ierse dominee William S. Green (1847-1919) het in gezelschap van een Zwitserse hotelhouder en een eveneens Helvetische berggids. Onderzoek heeft aangetoond dat ze waarschijnlijk op 50 meter van de top zijn gestrand. Met kerstmis 1894 was er echter wel een geslaagde poging van een Nieuwzeelands trio onder leiding van Tom Fyfe (1870-1947). Edmund Hillary maakte zijn eerste beklimming in 1948, vijf jaar voor hij de Mount Everest succesvol beklom. Met 80 getelde slachtoffers is Mount Cook overigens wel de dodelijkste berg van Nieuw-Zeeland!

Oudere oplagen van de serie werden in 1902 gebruikt als eerste zegels van de Zuidzee-eilanden Niue en Penrhyn die respectievelijk 2000 en 3500 kilometer van Nieuw-Zeeland liggen, maar in 1901 onder Nieuwzeelands bestuur werden gesteld. Voor Niue werden de 1/2 penny Mt Cook en de 2 1/2 pence Lake Wakatipu en voor Penhryn beide groene zegels van 1/2 penny en ook de 2 1/2. Voor beide eilanden werd de 1 penny ook overdrukt. Naast de eilandnaam hebben ze ook een waardeopdruk die gelijk is aan de nominale waarde maar dan met de dialectnaam ‘peni’ voor ‘penny’.

Nog drie zegels zijn te bespreken, maar dat laat ik voor de volgende keer.