Werelderfgoed op postzegels: 1898

Er waren maar weinig zegels om mee te tellen in 1898, maar ze kwamen wel uit een land dat zijn werelderfgoed al respecteerde, 80 jaar voordat er een lijst was: Nieuw-Zeeland. Het was gelijk een lokale revolutie, want vanaf 1855, toen de eerste zegels verschenen, waren de frankeerzegels, inmiddels 64 stuks, alle getooid met het portret van koningin Victoria. Tijd voor wat anders dus en in 1898 werd het vertrouwde koninginnekopje vervangen door een serie met verschillende afbeeldingen uit de natuur van het land. Het ging om vogels en landschappen. Naar goed Nieuwzeelands gebruik worden deze series ‘Pictorials’ genoemd. Tot 1970 verschenen er vijf van dit soort series, ‘First’ tot en met ‘Fifth Pictorials’ geheten. Als eerbetoon aan de eerste serie verscheen in 1998 bij het eeuwfeest een nieuwe versie in offsetdruk en uiteraard andere waardes.

Nieuw-Zeeland kent slechts drie inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst, en aan twee van de drie wordt aandacht besteed. Het gaat dan ten eerste om Te Wahipounamu in het zuidwesten van het Zuid-eiland. Te Wahipounamu staat in het Maori voor ‘de plaats waar Pounamu is’, en Pounamu betekent dan ‘groene stenen’, specifiek in Nieuw-Zeeland voorkomende vormen van jade, baveniet en serpentiniet. Het andere belangrijke park dat in de serie voorkomt is Tongariro, midden op het Noord-eiland. Op 8 van de 14 zegels vinden we landschappen uit deze parken.

De 1/2 cent toont Mount Cook, in het Maori Aoraki geheten. Van deze waarde bestaan drie versies, een in grijsviolet en twee andere in groen en in kleiner formaat, met of zonder watermerk. Ik heb vooralsnog alleen groene zegels, dus kom daar later op terug.

Van de 1 penny, zoals hierboven afgebeeld, is maar één versie, want in 1900 werd in Nieuw-Zeeland net als overal in het Britse Rijk de Penny Universal ingevoerd en daar hoorde een ander plaatje bij. Op deze zegel zien we het Taupomeer met op de achtergrond de vulkaan Ruapehu (‘lawaaiige kuil’), een van de drie vulkanen in het Tongariropark. Ruapehu is met 2791 meter de hoogste van die drie.

De 2 pence is er net als de 1/2 penny in drie versies. Van deze heb ik alleen de oorspronkelijke versie zoals afgebeeld, later veranderde de kleur in lila. Op deze zegel zien we Mount Pembroke (2014 m) en een stukje van de fjord Milford Sound, een geroemd natuurgebied en als zodanig op enkele tientallen postzegels verschenen. Het maakt deel uit van het grootste van de vier nationale parken van Te Wahipounamu, namelijk Fiordland. We kijken vanuit de fjord richting zee en zien de berg vanuit het zuidoosten. Een andere bekende berg aan de zuidkant van Milford Sound is Mitre Peak, die we later nog wel tegen zullen komen.

Op de 2 1/2 pence komen we het Wakatipumeer met op de achtergrond Mount Earnslaw tegen. Het meer zelf hoort niet tot een van de parken van Te Wahipounamu, maar Earnslaw wel. Deze reus van 2819 meter hoog bevindt zich in het nationale park Mt. Aspiring en speelde een rol in de Lord of the Rings-cyclus. Het is een voor zijn hoogte lastig te beklimmen berg, die pas voor het eerst in 1890 bedwongen werd. Van deze postzegel zijn er vier verschillende. In de eerste serie zien we er gelijk 2, eentje waar onderin de tekst ‘MT EARNSLAW’ staat en een met de verbeterde tekst ‘POSTAGE & REVENUE’, wat formeel op iedere zegel diende te staan. Bovendien stond er op de eerste zegel nog een storende fout: ‘LAKE WAKITIPU’, in plaats van ‘LAKE WAKATIPU’, wat tegelijk aangepast werd 1). Een derde versie, ook met verbeterde teksten, kwam uit de regeringsdrukkerij in Wellington en heeft een veel grovere tanding en ten slotte was er in 1902 een exemplaar met watermerk.

Op de 3 pence zien we de uitgestorven huia-vogel. Ten tijde van de uitgifte van de zegel waren er nog enkele exemplaren, maar na 1907 zijn er geen meer gezien. Op de 4 pence staan het White Terrace bij Rotomahana, samen met de Pink Terrace op de 9 pence bijzondere natuurwonderen, die zeker op de werelderfgoedlijst zouden staan als ze maar niet ten prooi waren gevallen aan de uitbraak van Mount Tarawera in 1886. Overigens zijn geologen wel sporen tegengekomen van deze ooit op natuurlijke wijze ontstane slakkenformaties.

Op de 5 pence staat de Otirakloof in het onherbergzame binnenland van het Zuid-eiland. Pas in 1865 werd de kloof ontsloten, tegenwoordig ligt er een moderne weg. Opmerkelijk is dat Ruapehu, die vulkaan van het Noord-eiland, in een uitsparing is opgenomen. Wat het idee van de ontwerper was weet ik niet, maar ook deze komt hopelijk wel in de collectie terecht.

Op de 6 pence vinden we de kiwi of ook wel snipstruis geheten, een alleen in Nieuw-Zeeland te vinden loopvogeltje. Vroeger werd het, net als de vrucht van dezelfde naam, gezien als een lekkernij, maar waar de vruchten ruim voorhanden zijn, is de kiwi-vogel nu beschermd en mag niet meer gevangen worden.

De 8 pence laat, binnen de bochten van het alomtegenwoordige cijfer, een oorlogsboot van de Maori zien en een kroon in de bovenste curve. Op de 1 shilling zien we een kea en een kaka samen op een tak. Beide vogels zijn papegaai-achtigen en komen voornamelijk voor in het Mt. Cookpark.

Op de 2 shillings staat de Milford Sound weer centraal en op de hoogste waarde van 5 shillings Mount Cook. Deze zegels liggen voorlopig ver buiten bereik van de portemonnee.

Was er verder nog wat te beleven in 1898? Jawel: in Kaap de Goede Hoop kwam een nieuwe versie van De Hoop voor de Tafelberg uit. Dit keer in de nieuwe waarde van een halve penny en in de kleur lichtgroen.

 

1) Overigens werden beide inschriften, de goede zowel als de foute, opgenomen in de eeuwfeestserie van 1998, in de waarde van 80 cents!