Werelderfgoed op postzegels: 1897

In 1897 tel ik 16 postzegels die voor de collectie geschikt zijn, uit vijf landen (waarvan twee al lang opgeheven). Allemaal kwamen ze in de eerste helft van het jaar uit, op een na.

Allereerst waren er Noord-Borneo en Labuan. Hier kwam een gewijzigde versie van de eerste plaatjesserie uit, dit keer met toevoegingen van de landsnaam in Chinees en Jawi (wat een afgeleide vorm van het Arabisch is). Dit gaf een behoorlijke herschikking van het kader. Op alle zegels komt de tekst ‘Postage & Revenue’ voor, dus dat betekent dat ze zowel postaal als fiscaal gebruikt mochten worden, wat voor Britse gebieden gebruikelijk was. Behalve de 18 en de 24 cents dan. De laatste had helemaal geen inschrift Postage & Revenue en het zegel met Kinabalu als onderwerp het vreemde ‘Postal Revenue,’ zoals op mijn exemplaar te zien is. In beide gevallen werd dit gecorrigeerd met een nieuwe oplage en het juiste inschrift. Verder werd de hele serie weer overdrukt om als portzegel te dienen, deze zijn redelijk slecht te vinden en soms onbetaalbaar.

Op Labuan maakten ze er een nog groter potje van. Alle twee de Kinabalu-zegels (ook nu weer in andere kleuren) werden overdrukt met de naam van het eiland, maar de opdruk stond onderaan zodat de geschreven waarde-aanduiding ‘EIGHTEEN CENTS’ niet meer te lezen was. Er volgde dus nog een derde waarbij de letters ‘LABUAN’ naar boven verhuisden en over ‘STATE OF NORTH-BORNEO’ vielen.

Vijf van de acht eerste zegels van Soedan. Merk de vaak slordige opdrukken op.

Een nieuw land was het zojuist gepacificeerde Soedan. Tot het eind van de jaren 90 heerste hier de Mahdi Mohammed Ahmad ibn Abd Allah, die zoals het in moderne termen heet, van Soedan, dat tot dan toe onder Egypte viel, zijn eigen islamitische staat wilde maken. In 1885 had dit geleid tot de moord op de door de Britten voor Egypte aangestelde gouverneur-generaal Charles George Gordon. Geen wonder dat Victoria en Mohammed geen vrienden waren en de laatste werd in 1898 dan ook definitief verslagen. Het jaar ervoor was de tijd echter al rijp voor een postzegeluitgifte. Men koost ervoor de piramide-zegels van Egypte te voorzien van de opdruk SOUDAN in Engels en Arabisch. De waardes tot 1 piaster heb ik inmiddels de andere piasterwaardes zijn moeilijk tot erg lastig, maar wie weet.

Bolivia was de volgende. Hier verscheen, afwijkend van de traditie, in maart en april een serie portretten van beroemde Zuid-Amerikanen. De meeste ervan zijn alleen lokaal beroemd, maar Sucre, waarnaar de wettelijke hoofdstad van Bolivia genoemd is, en Bolivár, die het hele land zijn naam gaf, ontbreken niet. De hoogste waarde van 2 Bolivianos heeft echter het wapen van Bolivia in een kader van de landskleuren rood-geel-groen. Omgeven met op maar liefst drie plaatsen de 9 sterren. Voorlopig nog even onbereikbaar voor de portemonnee.

De laatste zegel die ik bespreek is die op 31 december uitkwam om te vieren dat in Lima een nieuw postkantoor werd geopend. Normaal niet zo’n interessant wapenfeit, ware het niet dat het gebouw op 50 voetstappen of daaromtrent afligt van het Plaza Mayor, het centrale, oudste en belangrijkste plein van de stad, daarmee ruimschoots binnen de grenzen van Werelderfgoedinschrijving nummer 500 vallend.

Het gebouw werd ontworpen en gebouwd in opdracht van president Remigio Morales, die van 1890 tot zijn dood in 1894 Peru leidde. In 1892 werd begonnen met de bouw en vijf jaar – en evenveel presidenten – later werd het opgeleverd in een merkwaardige roze steensoort, die ook van binnen in de galerijen en op de binnenplaats is toegepast. Als architecten worden genoemd Emilio Pazo en Máximo Doig. van beiden is geen informatie meer te vinden. Met name in de jaren 20 van de vorige eeuw werd het gebouw uitgebreid om het toenemend postbedrijf te kunnen bedienen. Tegenwoordig maakt het postkantoor nog maar een klein deel van het complex uit. Er is nu ook een postmuseum en een permanente expositie over de Peruaanse gastronomie. In de galerijen zijn winkeltjes gevestigd.