In de tweede helft van het jaar waren er nog 7 postzegels. Op 19 juli verscheen de Labuan-versie van de 4-cents opdrukken die eerder in Noord-Borneo verschenen. Dit waren 9 zegels en de 18 cents hoorde daar ook bij. In dit geval alleen de laatste versie, met ‘LABUAN’ over ‘STATE OF NORTH BORNEO’.

Er waren twee nieuwe gebieden die met erfgoeduitgiftes kwamen. De eerste was Mexico, hier kwam op 1 november een serie van 10 zegels uit. De eerste 7 toonden het wapenschild in verschillende kaders. De hoogste waarden waren voor toeristische plaatjes, waarmee Mexico een van de eerste was, zonder dat er iets te vieren was. Op de 50 centavos zien we de watervallen van Juanacátlan, een plaatsje vlakbij Guadalajara, ten noordwesten van Mexico-Stad en op de 1 peso de bekendste vulkaan van Mexico, de Popocatepetl. De vulkaan is geen werelderfgoed, maar een aantal kloosters in plaatsjes in de buurt wel, die komen later aan bod.

De 5 pesos is voor de verzameling wel interessant: hierop staat de kathedraal van Mexico-Stad. Het centrum van de hoofdstad van Mexico staat sinds 1987 op de lijst onder nummer 412. Daarnaast hoort de archeologische site Xochimilco op 28 kilometer ten zuiden van het centrum er ook bij.

Mexico-stad werd in de 16’de eeuw gesticht op de ruïnes van Tenochitlan, de oude hoofdstad van de Azteken. De stad moest hét visitekaartje worden van de kolonie Nieuw-Spanje en er verschenen dus paleizen en de grootste kathedraal van het hele continent. Zij werd samen met de belangrijkste regeringsgebouwen gebouwd aan de Plaza de la Constitución (in de volksmond El Zócalo geheten). De eerste steen van wat officieel de Catedral Metropolitana de la Asunción de la Santisima Virgen Maria a los cielos de la Ciudad de México heet werd gelegd in 1571 op de plek van een tijdelijke kerk, die op zijn beurt 40 jaar eerder was verschenen in plaats van de hoofdtempel van de Azteken. De voltooiing was pas in 1813, na ruim 240 jaar bouwen dus. De eerste bouwmeester was de uit het Baskenland geëmigreerde Claudio de Arciniega (1527-1593). Hij werkte op een enorme bouwplaat van 59 bij 128 meter en de kerk kreeg twee torens van 67 meter hoog (deze werden in 1791 pas voltooid). Als voorbeeld werd de Spaanse kathedraal van Jaén gekozen. De laatste restauratie werd na een brand in 1967 ingezet.

Op 11 oktober 1899 was de Tweede Boerenoorlog uitgebroken in Zuid-Afrika, als gevolg van een al jarenlang slepend conflict over Transvaal, een Boerenrepubliek die in de laatste jaren overspoeld was door niet-Boerse immigranten. Aan het begin van de oorlog waren de Boeren in het voordeel en namen delen van Natal en de Kaapprovincie in. Een belangrijk verkeersknooppunt in het noorden was het in 1885 door de Britten veroverde stadje Vryburg en in november 1899 werd de belegering door de Boeren ingezet om het terug in te nemen. Op 24 november verscheen er dan ook een serie van vier postzegels alleen voor Vryburg, vier waarde-opdrukjes op zegels van Kaap de Goede Hoop. Hier was ook de 1893 uitgegeven rode 1 penny, die (overigens foutief) overdrukt werd met 1 PENCE.

De laatste zegels van het jaar kwamen uit Tasmanië. Vóór het ontstaan van de staat Australië gaven West- en Zuid-Australië, Queensland, Victoria, New South Wales en Tasmanië ieder voor zich zegels uit. Op laatstgenoemd eiland was dat een serie van 8 met landschappen, waarvan er vier behoren tot de Tasmanian Wilderness (wel-181): op de 1/2 penny Lake Marion, op de 3 pence de Spring River nabij Port Davy, op de 4 Russell Falls en op de 5 pence Lake St. Clair. Vooralsnog niet in de collectie, maar in Australië is dat ruim goedgemaakt, dus te zijner tijd zal ik ze nader bespreken.

 

 

In 1899 nam het aantal uitgiften alweer toe tot 23, ik heb er slechts drie van, maar omdat er twee nieuwe onderwerpen bij zitten splits ik het jaar toch op.

Het jaar begon in Cuba met het standbeeld van Columbus in de hoofdstad Havana. Het bevindt zich in de binnentuin van het Palacio de los Capitanes Generales, een gebouw uit 1776 in het hartje van het oude centrum van de stad. Aanvankelijk stond er een kerk, maar de toenmalige gouverneur van Cuba, Felipe de Fondesviela y Ondeano, vond dat het centrum wat meer grandeur uit mocht stralen met een Plaza de Armas zoals in meer Latijns-Amerikaanse koloniale steden en een mooi nieuw regeringscentrum. Een regeringsgebouw waardig werden de stenen uit Málaga gehaald, het ijzerwerk uit Bilbao en marmer uit Genua.

Tot de overdracht in 1898 was het de residentie van de Spaanse gouverneurs en daarna tot 1902 van de Amerikaanse. Tot 1920 was het presidentieel paleis en daarna tot 1967 waren er overheidskantoren. Sinds 1968 is het stadsmuseum.

Het witmarmeren beeldje van Columbus op de binnenplaats werd er in 1862 neergezet en diende in 1899 als onderwerp van de eerste postzegel van het nieuwe Cuba, na het wegtrekken van de Spaanse overheersers. De Amerikaanse invloed van het ontwerp is duidelijk zichtbaar. In 1905 zou er een kleine wijziging in de tekening uitgebracht worden.

Noord-Borneo bracht een serie waardeopdrukken uit op de lopende plaatjeszegels. Er waren namelijk nog geen zegels van 4 cents, dus bedacht men dat iedere bekende zegel een opdruk in precies die waarde moest krijgen. Ook de 18 cents kon dat lot niet ontlopen.

De Dominicaanse Republiek deed voor het eerst mee. Na bijna 35 jaar wapenzegels uitgegeven te hebben werd er nu aandacht besteed aan de oprichting van een Columbus-mausoleum in de kathedraal van Santo Domingo. Er werden 9 zegels uitgegeven die gewijd waren aan de eerste ontdekkingsreizen in het Caribisch gebied. Op de 5 centavos vinden we het grafmonument in de kathedraal. Daarboven staat de Española die waakt over het gebeente van de grote ontdekkingsreiziger. Zij staat op de 10 centavos. Op de 1 peso zien we Columbus in het klooster van Salamanca, waar hij zijn plannen uiteenzet voor een publiek van geleerden, dat was al in 1486, en ze zagen niets in het plan. Ten slotte op de hoogste waarde van 2 pesos het complete grafmonument. Overigens werden vanaf de jaren 30 plannen gemaakt om Columbus een nieuw mausoleum te geven. Het ontwerp daarvan is op veel Latijns-Amerikaanse postzegels te zien, maar door politieke wanorde en een tekort aan financiën begon de bouw in 1986 pas, om net op tijd voor de 500’ste herdenkingsdag geopend te worden. Het grafmonument is erheen verplaatst, dus niet meer te zien in de kathedraal. Voor wat de zegels betreft, alleen de Peso-waarden zijn wat duurder, maar even goed kom ik de goedkope ook niet tegen.

In Bolivia kwam er op 18 april een serie van vijf uit met opdrukken E.F. 1899 in een kastje. E.F. moet gelezen worden als Emisión Fiscal. Het waren dus feitelijk belastingzegels of frankeerzegels die als zodanig gebruikt konden worden. Ik denk vergelijkbaar met de Postage & Revenue in de Britse gebieden. De zegels zijn niet perse duur, maar wel moeilijk te krijgen.

De druk van de vorige keer besproken zegels van Nieuw-Zeeland verplaatste van Waterlow in Londen naar de regeringsdrukkerij in Wellington. Er zijn wat verschillen te zien, maar de grootste verandering is de tanding: de nieuwe oplage heeft de grove tanding 11, de zegels van 1898 hebben meestal 14, maar varieert van 12 tot 16. De zegel van 4 pence droeg nu de afbeelding en kleur van de 1 penny van het vorige jaar.

Er waren maar weinig zegels om mee te tellen in 1898, maar ze kwamen wel uit een land dat zijn werelderfgoed al respecteerde, 80 jaar voordat er een lijst was: Nieuw-Zeeland. Het was gelijk een lokale revolutie, want vanaf 1855, toen de eerste zegels verschenen, waren de frankeerzegels, inmiddels 64 stuks, alle getooid met het portret van koningin Victoria. Tijd voor wat anders dus en in 1898 werd het vertrouwde koninginnekopje vervangen door een serie met verschillende afbeeldingen uit de natuur van het land. Het ging om vogels en landschappen. Naar goed Nieuwzeelands gebruik worden deze series ‘Pictorials’ genoemd. Tot 1970 verschenen er vijf van dit soort series, ‘First’ tot en met ‘Fifth Pictorials’ geheten. Als eerbetoon aan de eerste serie verscheen in 1998 bij het eeuwfeest een nieuwe versie in offsetdruk en uiteraard andere waardes.

Nieuw-Zeeland kent slechts drie inschrijvingen op de Werelderfgoedlijst, en aan twee van de drie wordt aandacht besteed. Het gaat dan ten eerste om Te Wahipounamu in het zuidwesten van het Zuid-eiland. Te Wahipounamu staat in het Maori voor ‘de plaats waar Pounamu is’, en Pounamu betekent dan ‘groene stenen’, specifiek in Nieuw-Zeeland voorkomende vormen van jade, baveniet en serpentiniet. Het andere belangrijke park dat in de serie voorkomt is Tongariro, midden op het Noord-eiland. Op 8 van de 14 zegels vinden we landschappen uit deze parken.

De 1/2 cent toont Mount Cook, in het Maori Aoraki geheten. Van deze waarde bestaan drie versies, een in grijsviolet en twee andere in groen en in kleiner formaat, met of zonder watermerk. Ik heb vooralsnog alleen groene zegels, dus kom daar later op terug.

Van de 1 penny, zoals hierboven afgebeeld, is maar één versie, want in 1900 werd in Nieuw-Zeeland net als overal in het Britse Rijk de Penny Universal ingevoerd en daar hoorde een ander plaatje bij. Op deze zegel zien we het Taupomeer met op de achtergrond de vulkaan Ruapehu (‘lawaaiige kuil’), een van de drie vulkanen in het Tongariropark. Ruapehu is met 2791 meter de hoogste van die drie.

De 2 pence is er net als de 1/2 penny in drie versies. Van deze heb ik alleen de oorspronkelijke versie zoals afgebeeld, later veranderde de kleur in lila. Op deze zegel zien we Mount Pembroke (2014 m) en een stukje van de fjord Milford Sound, een geroemd natuurgebied en als zodanig op enkele tientallen postzegels verschenen. Het maakt deel uit van het grootste van de vier nationale parken van Te Wahipounamu, namelijk Fiordland. We kijken vanuit de fjord richting zee en zien de berg vanuit het zuidoosten. Een andere bekende berg aan de zuidkant van Milford Sound is Mitre Peak, die we later nog wel tegen zullen komen.

Op de 2 1/2 pence komen we het Wakatipumeer met op de achtergrond Mount Earnslaw tegen. Het meer zelf hoort niet tot een van de parken van Te Wahipounamu, maar Earnslaw wel. Deze reus van 2819 meter hoog bevindt zich in het nationale park Mt. Aspiring en speelde een rol in de Lord of the Rings-cyclus. Het is een voor zijn hoogte lastig te beklimmen berg, die pas voor het eerst in 1890 bedwongen werd. Van deze postzegel zijn er vier verschillende. In de eerste serie zien we er gelijk 2, eentje waar onderin de tekst ‘MT EARNSLAW’ staat en een met de verbeterde tekst ‘POSTAGE & REVENUE’, wat formeel op iedere zegel diende te staan. Bovendien stond er op de eerste zegel nog een storende fout: ‘LAKE WAKITIPU’, in plaats van ‘LAKE WAKATIPU’, wat tegelijk aangepast werd 1). Een derde versie, ook met verbeterde teksten, kwam uit de regeringsdrukkerij in Wellington en heeft een veel grovere tanding en ten slotte was er in 1902 een exemplaar met watermerk.

Op de 3 pence zien we de uitgestorven huia-vogel. Ten tijde van de uitgifte van de zegel waren er nog enkele exemplaren, maar na 1907 zijn er geen meer gezien. Op de 4 pence staan het White Terrace bij Rotomahana, samen met de Pink Terrace op de 9 pence bijzondere natuurwonderen, die zeker op de werelderfgoedlijst zouden staan als ze maar niet ten prooi waren gevallen aan de uitbraak van Mount Tarawera in 1886. Overigens zijn geologen wel sporen tegengekomen van deze ooit op natuurlijke wijze ontstane slakkenformaties.

Op de 5 pence staat de Otirakloof in het onherbergzame binnenland van het Zuid-eiland. Pas in 1865 werd de kloof ontsloten, tegenwoordig ligt er een moderne weg. Opmerkelijk is dat Ruapehu, die vulkaan van het Noord-eiland, in een uitsparing is opgenomen. Wat het idee van de ontwerper was weet ik niet, maar ook deze komt hopelijk wel in de collectie terecht.

Op de 6 pence vinden we de kiwi of ook wel snipstruis geheten, een alleen in Nieuw-Zeeland te vinden loopvogeltje. Vroeger werd het, net als de vrucht van dezelfde naam, gezien als een lekkernij, maar waar de vruchten ruim voorhanden zijn, is de kiwi-vogel nu beschermd en mag niet meer gevangen worden.

De 8 pence laat, binnen de bochten van het alomtegenwoordige cijfer, een oorlogsboot van de Maori zien en een kroon in de bovenste curve. Op de 1 shilling zien we een kea en een kaka samen op een tak. Beide vogels zijn papegaai-achtigen en komen voornamelijk voor in het Mt. Cookpark.

Op de 2 shillings staat de Milford Sound weer centraal en op de hoogste waarde van 5 shillings Mount Cook. Deze zegels liggen voorlopig ver buiten bereik van de portemonnee.

Was er verder nog wat te beleven in 1898? Jawel: in Kaap de Goede Hoop kwam een nieuwe versie van De Hoop voor de Tafelberg uit. Dit keer in de nieuwe waarde van een halve penny en in de kleur lichtgroen.

 

1) Overigens werden beide inschriften, de goede zowel als de foute, opgenomen in de eeuwfeestserie van 1998, in de waarde van 80 cents!

In 1897 tel ik 16 postzegels die voor de collectie geschikt zijn, uit vijf landen (waarvan twee al lang opgeheven). Allemaal kwamen ze in de eerste helft van het jaar uit, op een na.

Allereerst waren er Noord-Borneo en Labuan. Hier kwam een gewijzigde versie van de eerste plaatjesserie uit, dit keer met toevoegingen van de landsnaam in Chinees en Jawi (wat een afgeleide vorm van het Arabisch is). Dit gaf een behoorlijke herschikking van het kader. Op alle zegels komt de tekst ‘Postage & Revenue’ voor, dus dat betekent dat ze zowel postaal als fiscaal gebruikt mochten worden, wat voor Britse gebieden gebruikelijk was. Behalve de 18 en de 24 cents dan. De laatste had helemaal geen inschrift Postage & Revenue en het zegel met Kinabalu als onderwerp het vreemde ‘Postal Revenue,’ zoals op mijn exemplaar te zien is. In beide gevallen werd dit gecorrigeerd met een nieuwe oplage en het juiste inschrift. Verder werd de hele serie weer overdrukt om als portzegel te dienen, deze zijn redelijk slecht te vinden en soms onbetaalbaar.

Op Labuan maakten ze er een nog groter potje van. Alle twee de Kinabalu-zegels (ook nu weer in andere kleuren) werden overdrukt met de naam van het eiland, maar de opdruk stond onderaan zodat de geschreven waarde-aanduiding ‘EIGHTEEN CENTS’ niet meer te lezen was. Er volgde dus nog een derde waarbij de letters ‘LABUAN’ naar boven verhuisden en over ‘STATE OF NORTH-BORNEO’ vielen.

Vijf van de acht eerste zegels van Soedan. Merk de vaak slordige opdrukken op.

Een nieuw land was het zojuist gepacificeerde Soedan. Tot het eind van de jaren 90 heerste hier de Mahdi Mohammed Ahmad ibn Abd Allah, die zoals het in moderne termen heet, van Soedan, dat tot dan toe onder Egypte viel, zijn eigen islamitische staat wilde maken. In 1885 had dit geleid tot de moord op de door de Britten voor Egypte aangestelde gouverneur-generaal Charles George Gordon. Geen wonder dat Victoria en Mohammed geen vrienden waren en de laatste werd in 1898 dan ook definitief verslagen. Het jaar ervoor was de tijd echter al rijp voor een postzegeluitgifte. Men koost ervoor de piramide-zegels van Egypte te voorzien van de opdruk SOUDAN in Engels en Arabisch. De waardes tot 1 piaster heb ik inmiddels de andere piasterwaardes zijn moeilijk tot erg lastig, maar wie weet.

Bolivia was de volgende. Hier verscheen, afwijkend van de traditie, in maart en april een serie portretten van beroemde Zuid-Amerikanen. De meeste ervan zijn alleen lokaal beroemd, maar Sucre, waarnaar de wettelijke hoofdstad van Bolivia genoemd is, en Bolivár, die het hele land zijn naam gaf, ontbreken niet. De hoogste waarde van 2 Bolivianos heeft echter het wapen van Bolivia in een kader van de landskleuren rood-geel-groen. Omgeven met op maar liefst drie plaatsen de 9 sterren. Voorlopig nog even onbereikbaar voor de portemonnee.

De laatste zegel die ik bespreek is die op 31 december uitkwam om te vieren dat in Lima een nieuw postkantoor werd geopend. Normaal niet zo’n interessant wapenfeit, ware het niet dat het gebouw op 50 voetstappen of daaromtrent afligt van het Plaza Mayor, het centrale, oudste en belangrijkste plein van de stad, daarmee ruimschoots binnen de grenzen van Werelderfgoedinschrijving nummer 500 vallend.

Het gebouw werd ontworpen en gebouwd in opdracht van president Remigio Morales, die van 1890 tot zijn dood in 1894 Peru leidde. In 1892 werd begonnen met de bouw en vijf jaar – en evenveel presidenten – later werd het opgeleverd in een merkwaardige roze steensoort, die ook van binnen in de galerijen en op de binnenplaats is toegepast. Als architecten worden genoemd Emilio Pazo en Máximo Doig. van beiden is geen informatie meer te vinden. Met name in de jaren 20 van de vorige eeuw werd het gebouw uitgebreid om het toenemend postbedrijf te kunnen bedienen. Tegenwoordig maakt het postkantoor nog maar een klein deel van het complex uit. Er is nu ook een postmuseum en een permanente expositie over de Peruaanse gastronomie. In de galerijen zijn winkeltjes gevestigd.