Werelderfgoed op postzegels: eerste helft 1894

Labuan 1894. Het stempel werd gebruikt om restbestanden mee af te stempelen en hierdoor is de zegel maar weinig waard ten opzichte van een echt gestempelde

Na een aantal wat saaie jaren met steeds herhalende uitgiftes werd 1894 een beter jaar. Dat begon al in de eerste maanden met een uitgifte van Noord-Borneo. Sinds 1963 is dit de Maleise deelstaat Sabah, maar tot die tijd was het een Britse kolonie die sinds 1882 vanuit Jesselton, het huidige Kota Kinabalu, door de North Borneo Company bestuurd werd. In 1883 verschenen de eerste postzegels met het wapenschild van de compagnie. Deze serie werd uitgemolken tot 1894.

Maleisië heeft slechts vier inschrijvingen op de werelderfgoedlijst, waarvan er twee op het Maleise deel van Kalimantan (Borneo) liggen. Een daarvan werd afgebeeld in een serie van 9 zegels met 8 verschillende onderwerpen, een gegeven dat uniek was in die dagen, waarin hooguit een paar verschillende onderwerpen in een serie gingen, al had een land als de VS al aan de traditie getornd door in 1892 een grote serie voor de 400-jarige ontdekking van Amerika door Columbus uit te geven, met ook allemaal verschillende plaatjes, waarvan er overigens geen een in de verzameling past.

De eerste zegel uit de serie van Noord-Borneo, van 1 cent, toonde een Dajak-hoofdman, de 2 cents een Sambarhert, de 3 een sagopalm, de 5 een argusfazant, de 6 een Maleise prauw, de 8 en de 24 cents het wapenschild en de 12 cents een zeekrokodil. De 18 cents trekt echter mijn aandacht, want daarop staat Mount Kinabalu, alias Gunung Kinabalu, de op één na hoogste berg van Zuid-Oost-Azië en met bijna 4100 meter verreweg de hoogste van de Indonesisch/Maleise archipel. Het is dan ook een geliefd oord voor bergtoeristen en religieuze fanatiekelingen. De postzegel geeft er bijna een romantisch beeld van, de berg is te zien vanaf de kust, waarvoor inlanders in een prauw rondvaren. Een nevelsliert trekt voor de reusachtige formatie langs. Kunstenaar helaas niet bekend…

De Kinabalu ligt in een nationaal park, dat in 1964 is opgericht is en 754 km² groot en dat als zodanig in 2000 is opgenomen op de werelderfgoedlijst onder nummer 1012. De reden daarvan ligt in de hoge biodiversiteit van het park, meer dan 4500 planten- en diersoorten bevolken het. De berg is makkelijk en zonder gereedschap beklimbaar en heeft een vrijwel vlakke top. Alléén mag je hem niet beklimmen, een gids moet mee. In 1851 was het de hoogste regeringsklerk van Labuan, de Engelsman Hugh Low (1824-1905), later nog resident in Perak, die de eerste beklimming voltooide met een bewoner uit een nabijgelegen kampong. De hoogste subtop van Kinabalu heet sindsdien Low’s Peak.

Een beetje afzijdig van Sabah en al bijna voor de kust van oliestaat Brunei ligt Labuan. Al voordat de Britten voet aan de grond kregen in Noord-Borneo waren ze al geland op dit eiland en in 1848 werd het, op voorspraak van radja James Brooke van Sarawak, een kroonkolonie, waar in 1879 de eerste postzegels met het portret van koningin Victoria verschenen. In 1890 werd Labuan overgedragen aan de North Borneo Company, die het tot 1905 bestuurde, toen het eiland een deel van de Straits Settlements werd, een groep Britse handelsposten die grotendeels op het Maleise schiereiland gevestigd waren.

In mei 1894 kwamen de zegels van Noord-Borneo dus ook uit op Labuan, voorzien van een opdruk met de landsnaam en dat betrof dus ook de 18 cents. Opmerkelijk was dat de kaders een andere kleur hadden dan de oorspronkelijke zegels. Zo is de overdrukte zegel in olijfbruin met zwart middenstuk, terwijl de zegel van Noord-Borneo is uitgevoerd in groen en zwart. Overigens is een echt gestempelde zegel het 200-voudige waard van het exemplaar hierboven. Zegels met in de hoek een stempel bestaande uit dikke strepen zijn altijd goedkoop, maar niet altijd makkelijk te krijgen en dat geldt ook voor het originele zegel van Noord-Borneo

Nieuwe ontwerpen uit Bolivia

Een andere nieuwe uitgifte van voorjaar 1894 was de vorige keer al aangekondigde nieuwe serie landswapens in Bolivia. Men koos voor een ovaal ontwerp waarin de sterren, de vaandels en de condor nog steeds prominent aanwezig waren. De waardeschilden waren nu groter en verplaatst naar de boven- en onderzijde, zodat de tekst Correos de Bolivia en de in tekst gespelde waarde naar de zijkanten konden. Dit ten opzichte van de vage steendrukjes van het jaar ervoor aanmerkelijk frissere plaatje kwam uit een tweetal drukkerijen. Eén type uit de Britse drukkerij van Bradbury en Wilkinson, een toentertijd nieuwe speler op de postzegelmarkt, een ander type uit de weinig bekende Parijse drukkerij van Eudes & Chassepot. De laatste leverde de postzegels op dikker papier en in een iets afwijkende tanding. Verder is opvallend dat de gerenommeerde Engelse drukkerij veel minder zegels afleverde dan de onbekende Franse concurrent. De grootste oplage, van 2,7 miljoen (1,5 daarvan uit Frankrijk) was voor de 5 centavos. Op de foto zijn de 1, 50 en 100 centavos uit Engeland afkomstig, de andere uit Frankrijk.

De tweede helft van het jaar was voor nieuwe uitgiftes van Brazilië en San Marino.