Het jaar 1879 was het eerste waarin er twee uitgiftes waren, maar het betrof er wel twee van hetzelfde land: Egypte.

Het zouden de laatste zegels zijn onder her bewind van Isma’il Pasha. Onder zijn bewind, begonnen in 1863 als wali (gouverneur) onder het Ottomaanse Rijk, en gepromoveerd tot khedive (onderkoning) kwamen de eerste postzegels tot stand, naast vele andere nieuwe instellingen en hervormingen. Isma’il ging er prat op het land het modernste van Afrika te maken en zelfs moderner dan diverse landen in Europa. Daarnaast voerde hij een heilloze en kostbare oorlog tegen Ethiopië en alles bij elkaar had hij zoveel leningen uitstaan in Europa, met name in Engeland en Frankrijk, dat de staatsschuld huizenhoog opliep. Dat leidde ertoe dat hij de Egyptische aandelen in de Suezkanaal Compagnie aan de Britten moest verkopen, wat kwaad bloed zette bij zijn eigen onderdanen. Op 26 juni 1879 zette kolonel Ahmed ‘Urabi Isma’il af en verving hem door zijn zoon Tewfik Pasha. Niet dat het tij daarmee gekeerd kon worden, want Tewfik had geen enkele ambitie om het naderende Frans-Britse onheil te weerstaan en de facto leider ‘Urabi deed nog wel alles om Egypte te verdedigen, maar kon in september 1882 niet voorkomen dat de Britten het land bezetten. Pas in 1936 werden de laatste troepen teruggetrokken en in 1954 verdween de Britse invloed geheel na de afzetting van koning Faroek.

Terug naar 1879 en toen Isma’il nog in het zadel zat: op 1 januari werden zegels van 2 1/2 paras van de serie 1872 opgeruimd door ze vet te overdrukken met waardes van 5 en 10. Niet de allerfraaiste opdrukken eerlijk gezegd. De grote cijfers, zeker van de 10 paras, nemen een flink deel van het zegelbeeld in beslag. De verkrijgbaarheid van de zegels is ondanks de iets hogere prijzen goed en ze zitten ook al een tijdje in de collectie, de 5 paras zelfs ongebruikt, maar er is vrijwel geen verschil

Op 1 april bracht de Egyptische regering een nieuwe serie naar de postkantoren, zes maal dezelfde opstelling van sfinx en piramide, sterk verfijnd ten opzichte van 1872, maar nu in zes verschillende kaders,. De druk werd verzorgd door De la Rue. De waardes waren vertrouwd: 5, 10 en 20 paras, 1, 2 en 5 piaster. Het plaatje bleef tot 1914 en de invoering van een nieuwe serie in zwang. In de tussentijd kwamen er vooral nieuwe waardes uit, mede door het in 1888 vervangen van de para door de millième. Ook kwamen er opdrukken: een waarde-opdruk, alsmede dienstzegels en eigen zegels voor Soedan in 1897, als tijdelijk lapmiddel voor de eindeloze serie kameelruiters die een jaar later begon.

Nieuw verder in deze reeks is het gebruik van het Frans naast de Arabische tekst, die de Italiaanse landsnaam van de voorgaande zegels verving. Vanaf dit moment tot aan de introductie van de nieuwe frankeerserie in 1914 bleef dit zo: toen werd definitief overgeschakeld op het Engels als tweede taal en dat was 105 jaar later nog steeds het geval.

Van deze serie heb ik er tot nu toe vier, de zegels van 10 paras en 5 piaster zijn wat moeilijker. De eerste waarde had waarschijnlijk nog voorraad van de opdrukken, werd bovendien zowel in 1882 en nog eens in 1884 door een zegel in andere kleur vervangen. Deze laat ik de volgende keren zien. Ook de 5 piaster kreeg in 1884 een beter voor smalle beurzen verkrijgbare zegel in een andere kleur.

Volgende keer een kort stukje over enkele aanvullingen.

 

Het jaar 1878 was voor een nieuwe serie van 4 zegels van Bolivia, welke op 1 november van dat jaar uitkwamen. Veel van de elementen van de eerste wapenseries kwamen weer terug. Het aantal sterren is hier nog steeds 11, maar veranderingen zijn op komst: in het voorjaar van 1879 zou de zogenaamde Salpeteroorlog uitbreken tussen Chili enerzijds en Bolivia en Peru anderzijds. De aanleiding was de gebroken belofte van Bolivia om geen hogere belasting te heffen bij Chilenen en Chileense bedrijven in de Atacamawoestijn dan in 1874 afgesproken. Peru werd in de oorlog getrokken door een in 1873 geheim verdrag van wederzijdse bijstand met Bolivia.

De Chilenen hadden de zaken goed voor elkaar en al kort na het begin van het gewapende conflict werden de Bolivianen uit de oorlog gestoten, vooral omdat de Chilenen met hun enorme kustlijn gespecialiseerd waren in maritieme zaken en de Bolivianen beter geoefend waren in de bergen. Peru hield het wat langer vol, wat ook niet anders kon omdat de Chilenen voor de hoofdstad Lima lagen en die dus verdedigd moest worden. In 1884 werd de vrede getekend. Zowel Bolivia als Peru verloren een mineraalrijke provincie aan de Chilenen, waarbij Bolivia zelfs geheel van de oceaan afgesloten werd. Alleen mocht tegen betaling nog van het havenstadje Arica gebruik gemaakt worden en mochten de Bolivianen een spoorweg ernaartoe over Chileens grondgebied aanleggen.

Maar goed, het was nog geen oorlog en Bolivia kon nog een paar fraaie zegels in de waardes van 5 centavos in blauw, 10 in oranje, 20 in groen en 50 in karmijnrood maken, alle in iets van elkaar verschillende kaders, afhankelijk van wat de belettering en becijfering toelieten. De 50 bijvoorbeeld heeft parelranden, die de andere drie niet hebben.

Dit keer een nieuw element op de zegels: het wetboek met daarop de tekst LA LEY. Kennelijk een aandenken aan de toenmalige president Hilarión Daza, die door een militaire staatsgreep in 1876 aan de macht was gekomen en wel even de orde zou herstellen. Al eind 1879 werd hij afgezet wegens de Boliviaanse mislukking in de oorlog en ging in ballingschap in Frankrijk. Eenmaal teruggekomen in 1894, met het plan zich voor het parlement te verantwoorden voor wat er gebeurd was, werd hij bij aankomst op het station van Uyuni doodgeschoten.

Wat blijft zijn de zeer goed gegraveerde plaatjes, die uit de doos van de American Bank Note Company komen, tot in de jaren 90 van de 19’de eeuw bleef dit bedrijf de hofleverancier van de Boliviaanse zegels.