1877 was het jaar van San Marino, waar de eerste serie van vijf zegels werd uitgegeven. Dat gebeurde op 1 augustus. De eerste diende voor het versturen van kranten en drukwerkjes en heeft daarom de lage waarde van 2 centesimi. Het ontwerp daarvoor was dan ook eenvoudig, een cijfer 2 binnen een gordel met tekst. Natuurlijk de landsnaam REP. DI S. MARINO, de waarde, wat voor een ding het was, een BOLLO POSTALE (letterlijk postzegel, anders dan de gebruikelijke term Francobollo, die Frankeerzegel betekent) en ten slotte de mededeling dat San Marino een vrijheidslievende enclave binnen Italië was dankzij de term LIBERTAS. Dit toen jonge land had de zelfstandigheid al in 1862 bevestigd, waar het voordien onder bescherming van de Kerkstaat stond. Na de eenwording van Italië bestond de Kerkstaat van 1861 tot 1870 alleen nog als een kleine rompstaat rondom Rome, alvorens het geheel opgeslokt werd. In 1929 kreeg het Vaticaan pas weer 44 hectare toegewezen waar de paus sindsdien staatshoofd is.

De gordel met bovengenoemde tekst was het enige dat de zegel van 2 centesimi gemeen had met de andere vier waardes. Deze tonen het wapen van San Marino en dat besprak ik hier al eerder. Deze zegels kregen de waardes van 10, 20, 30 en 40 centesimi mee, deze waren vergelijkbaar met het omliggende Italië, dat in 1862 de lire onderverdeeld in 100 centesimi had ingevoerd. Voor een naar verhouding prettige prijs kon ik ze op de kop tikken, de twee hoogste waardes zijn namelijk wat duurder.

Van de 20 centesimi werden de meeste zegels gedrukt, namelijk 220.000 stuks in vellen van 100, de kleinste oplage was voor de 30 centesimi, die op 33.000 bleef steken.

Er zouden tot 1894 in totaal 26 zegels van deze serie verschijnen, de oorspronkelijke waardes in andere kleuren en diverse nieuwe waardes tot 5 lire aan toe. Drie zegels van de eerste serie werden met nieuwe waardes overdrukt. Een jubileumserie van 5 verscheen in 1977 in diepdruk, waar de oorspronkelijke in boekdruk werden gemaakt, Dit was in grote delen van de postzegelwereld anno 1877 gebruikelijk.

Volgende keer gaan we verder in 1878 met Bolivia weer in de hoofdrol. Ook daar mag ik sinds kort een volledige serie van begroeten.

Met stempel van het Egyptisch postkantoor in Constantinopel

In 1872 was Egypte weer aan de beurt. Na de duidelijk uitgevoerde zegels van 1867 was er deze keer sprake van een lokaal geproduceerde versie, die minder goed was dan de eerste, in Italië aangemaakte zegels. Het ontwerp was goed, maar druk en tanding zijn een stuk slechter dan de eerste serie.

Wat de Egyptenaren zo gauw al dreef om een nieuw ontwerp te maken is niet duidelijk. De sfinx, die bij de eerste serie het gezicht op de piramide voor een groot deel ontneemt is een stuk tegen de klok in weggedraaid om zo meer van de achterliggende piramide te tonen. Misschien was dat wel de achterliggende gedachte: het beeld iets realistischer te maken. Verder werd er aandacht besteed aan een Italiaanse landsnaam: Poste Khedivie Egiziane. De waardeaanduiding is nu op alle zegels voluit geschreven, als PIASTRA of meervoud PIASTRE. Nieuw zijn de maantjes en sterren in de vier hoeken om het ovaal met de sfinx en de piramide.

Bijzondere fout in het stempel: het cliché toont de letters GEN (van Gennaio, januari) in spiegelbeeld!


Er zijn oplagen gedrukt in lithografie uit Alexandrië en in boekdruk uit Cairo. Uit de drukkerij van Penasson in Alexandrië kwamen de waardes van 20 Para en 1 Piaster, daarnaast werden deze en vijf andere waardes ook gedrukt bij Bulaq in Cairo. De totale serie bestaat dus uit 7 waardes: 5, 10 en 20 Para, 1, 2, 2 1/2 en 5 Piaster. In het algemeen zijn de zegels tot en met 2 Piaster goed te verkrijgen en ik heb er daar dus 4 van. De hoogste waardes zijn ook betaalbaar, maar moeilijker te vinden.

In het volgende deel spring ik naar 1877.

Je zou het niet zeggen als je de hiernaast afgebeelde eerste pagina van de collectie ziet. 39 zegels zitten er op en dat is helemaal niet slecht. Maar de moeilijkste jaren zitten op regel 2. Dat zijn moeilijk verkrijgbare uitgiftes van Bolivia en één Amerikaanse zegel. Omdat ik met eigen afbeeldingen werk dus geen plaatjes (meer)

1868

1868 kende maar 1 uitgifte en deze kwam uit Bolivia. Hierover schreef ik al eens in dit stukje.

Het wapen van Bolivia laat, als één van twee landen ter wereld een stukje werelderfgoed zien, namelijk de Cerro Rico nabij Potosí, in 1987 ingeschreven onder nummer 420. Stad en berg worden hierbij genoemd, want dankzij de door de Spaanse kolonisator in de berg gevonden zilverader werd de stad zeer rijk en munten voor heel Spaans Zuid-Amerika werden er geslagen. Ten koste van dwangarbeid, dat dan weer wel

Als je nou dacht dat de mijnbouw ondertussen wel eens gestopt zou zijn, dan heb je het mis. Het leek in de jaren 90, toen ik Potosí bezocht, nog slechts een toeristische folklore om de mijn in te gaan en het oude ambacht van zilverwinning te bekijken, maar ondertussen… In 2014 besloot UNESCO de site zelfs in de gevarenzone te zetten. Bij verdergaande ontginning ontstaat een serieus risico voor instabiliteit en instorten van de mijn en mogelijk de hele berg. Dat kan natuurlijk de bedoeling niet zijn. Enfin, in 2017 is er gekeken hoe het ervoor stond en is een plan gemaakt dat in 5 tot 7 jaar ertoe moet leiden dat Potosí weer van de lijst gehaald wordt.

De eerste serie met het wapenschild van Bolivia verscheen in 1868: de Cerro Rico in een ovaal, begeleid door vier vaandels en een vrijheidsmuts en eronder 9 sterren voor de 9 provincies van de republiek. De verkrijgbare waardes waren 5, 10, 50, 100 en 500 centavos en afgezien van de hoogste waarde, waarvan er 5000 gedrukt zijn en die in de catalogus naar de 1000 € gaat, zijn ze qua prijs best bereikbaar en met een beetje mazzel zelfs onder de 10 euro. Alleen vind ze maar eens…

1869

In 1869 verscheen er maar één zegel met werelderfgoedwaarde, dat was in de Verenigde Staten. Hierover schreef ik deze al. Vanaf 27 maart verscheen een serie van 10 zegels met voor die dagen revolutionaire ontwerpen. Conservatieve hitsers waren in alle staten toen de serie uitkwam. Een postzegel moest in hun optiek immers een normaal formaat hebben en het portret van een president of anderszins belangrijk politiek persoon tonen. Hier ging het om ontaarde ontwerpen als de Pony Express, een Baldwin-locomotief, de stoomboot Adriatic en genreschilderijen van lieden als Vanderlyn en Trumbull die echt niet op een postzegel thuis hoorden. Enfin, je hebt het tweeluik dat ik over de serie schreef mogelijk gelezen.

De zegel waar ik op doel is de 24 cents, voorstellende ‘The declaration of independence’ van John Trumbull. Dit evenement vond op 4 juli 1776 plaats in de Independence Hall in Philadelphia en het schilderij is vele malen door diverse postadministraties gebruikt om de onafhankelijkheid van de USA (mee) te vieren, met name in 1976. Independence Hall, zoals het gebouw dankzij het gebeuren is gaan heten, werd tussen 1732 en 1753 voltooid naar een ontwerp van de uit Schotland geëmigreerde jurist Andrew Hamilton (1676-1741), die daarmee gevolg gaf aan de wens van de kolonisten in Pennsylvania om een eigen ‘State House’ te hebben. Het werd gebouwd door Edmund Wooley (1695-1771), een metselaar uit Engeland, die op jonge leeftijd in Philadelphia terecht gekomen was. Dit was toen al de zelfverklaarde hoofdstad van de 13 koloniën die later de Verenigde Staten van Amerika gingen vormen. Het gebouw, samen met het omliggende park, de originele Congress Hall, de in een aparte hal geplaatste Vrijheidsklok en een bezoekerscentrum, wordt beheerd door de National Park Service en is het hele jaar gratis te bezoeken. Reserveren is wel verplicht.

Van de primeur uit 1869, waarvan er 250.000 gedrukt werden, zijn er kennelijk niet veel meer over en je moet flink in de buidel tasten om er eentje te bemachtigen. Zeker als deze geen zogenaamd veiligheidsrooster heeft, een droogdruk van een 4 bij 4 roostertje in het zegel. Even sparen dus.

1871

In 1871 ging Bolivia op herhaling met zijn serie van 1868. Enige verschil: in plaats van 9 staan er nu 11 sterren onder het wapenensemble. De waarde van de serie is iets lager, want de oplage van de serie was groter. Maar van de 500 centavos daarentegen waren er maar 1000 en daarom is deze zegel alleen voor de rijkere verzamelaars weggelegd.

In 1872 kwam er een nieuwe en wat mij betreft spuuglelijke serie piramides uit in Egypte. Maar oordeel zelf de volgende keer.