Werelderfgoed op postzegels: 1867

Egypte trapte af, zonder te weten dat 111 jaar later er een lijst ontstond, waarop ieder cultureel of natuurlijk monument een plaats kon krijgen: de Werelderfgoedlijst van UNESCO, een van de kerndelen van de Verenigde Naties en opgericht in 1946 met Parijs als hoofdzetel.

Egypte heeft zonder meer een van de oudste erfgoederen in bezit. Ooit waren de piramides onderdeel van de 8 Wereldwonderen van de Oude Wereld en zijn deze de laatst overgeblevenen van deze bijzondere voortbrengselen van de menselijke geest. Inmiddels zijn er oudere vormen van beschaving gevonden, zoals de neolithische tempels op een eiland als Malta, die waarschijnlijk zo’n 5.500 jaar oud zijn, veel ouder nog dan een Stonehenge en ook een stukje ouder dan het Egyptisch wereldwonder.

De omschrijving van Werelderfgoednummer 86 luidt, verkort: ‘Memphis and its Necropolis – the Pyramid Fields from Giza to Dahshur’. Wanneer je op de kaart kijkt blijken dit vooral de drie piramides van Gizeh te zijn en een stuk zuidelijker, bij Saqqara, de piramide van Djoser. Wanneer je het gebied nauwkeuriger bekijkt komen er nog een paar andere plaatsen tussendoor en ten zuiden van Djosers piramide in aanmerking, zoals de knikpiramide van Snofroe (ca 2600 v.Chr en de oudste van allemaal), de Rode piramide en de tamelijk primitieve piramide van Amenemhat III (ca. 1800 v.Chr), die bij Dahshur te vinden zijn. die echter nooit op een postzegel verschenen zijn. Zelfs Egypte bleek hierin behoorlijk eenkennig: de piramides van Gizeh waren hét visitekaartje, dat ‘ding’ van Djoser werd pas eerst in de jaren 70 afgebeeld. Net als andere – piramideloze – grafvelden die aan de rand van de Nijlvallei te vinden zijn.

De eerste serie bevat 6 zegels. Gemiddeld gezien zijn ze redelijk verkrijgbaar in goede kwaliteit. Alleen aan de 5 piaster hangt een groter prijskaartje. Ik heb er tot nu toe drie aan de verzameling toe kunnen voegen. Wat heel fascinerend is, ik noemde dat in eerdere stukken al, is het menselijke portret van de sfinx zoals dat door de ontwerper, een zekere F. Hoff, is getekend. Wat ik ook heel opmerkelijk vind zijn de zuilen links en rechts op de zegel. Links lijkt me een papyruszuil, een veelgebruikt zuilentype in de Egyptische architectuur, waarvan in Karnak nog mooie voorbeelden te zien zijn. Aan de rechterkant zie je een obelisk, wat eigenlijk hoort tot de vroegste vormen van geschiedschrijving ter wereld: na de dood van een farao werden deze opgericht om zijn leven in hiëroglyfen op te tekenen. De grote ‘obeliskenfabriek’ was bij Aswan, waar de roze zandsteen uitstekend geschikt was om dergelijke objecten uit te houwen. Eigenlijk verwijzen deze postzegels dus naar een belangrijk deel van de oud-Egyptische cultuur.

Over de inschriften: de landsnaam (boven) en de volledige waardeaanduiding (onder) staan er alleen in het Arabisch in. De letters P en E geven niet zoiets aan als Postes Egyptiennes, maar zijn een afkorting van P(iastr)E,  de munteenheid dus. Franstalige inschriften kwamen pas in 1879 in zwang. Opmerkelijk is ook dat de waardeaanduiding alleen in modern-Arabische cijfers gesteld zijn. Ook dat veranderde in 1879, toen de cijfers ‘tweetalig’ werden.

 

Volgende keer: het jaar 1868

Ook interessant: deze 2-delige Zwitserse documentaire van begin dit jaar