Egypte trapte af, zonder te weten dat 111 jaar later er een lijst ontstond, waarop ieder cultureel of natuurlijk monument een plaats kon krijgen: de Werelderfgoedlijst van UNESCO, een van de kerndelen van de Verenigde Naties en opgericht in 1946 met Parijs als hoofdzetel.

Egypte heeft zonder meer een van de oudste erfgoederen in bezit. Ooit waren de piramides onderdeel van de 8 Wereldwonderen van de Oude Wereld en zijn deze de laatst overgeblevenen van deze bijzondere voortbrengselen van de menselijke geest. Inmiddels zijn er oudere vormen van beschaving gevonden, zoals de neolithische tempels op een eiland als Malta, die waarschijnlijk zo’n 5.500 jaar oud zijn, veel ouder nog dan een Stonehenge en ook een stukje ouder dan het Egyptisch wereldwonder.

De omschrijving van Werelderfgoednummer 86 luidt, verkort: ‘Memphis and its Necropolis – the Pyramid Fields from Giza to Dahshur’. Wanneer je op de kaart kijkt blijken dit vooral de drie piramides van Gizeh te zijn en een stuk zuidelijker, bij Saqqara, de piramide van Djoser. Wanneer je het gebied nauwkeuriger bekijkt komen er nog een paar andere plaatsen tussendoor en ten zuiden van Djosers piramide in aanmerking, zoals de knikpiramide van Snofroe (ca 2600 v.Chr en de oudste van allemaal), de Rode piramide en de tamelijk primitieve piramide van Amenemhat III (ca. 1800 v.Chr), die bij Dahshur te vinden zijn. die echter nooit op een postzegel verschenen zijn. Zelfs Egypte bleek hierin behoorlijk eenkennig: de piramides van Gizeh waren hét visitekaartje, dat ‘ding’ van Djoser werd pas eerst in de jaren 70 afgebeeld. Net als andere – piramideloze – grafvelden die aan de rand van de Nijlvallei te vinden zijn.

De eerste serie bevat 6 zegels. Gemiddeld gezien zijn ze redelijk verkrijgbaar in goede kwaliteit. Alleen aan de 5 piaster hangt een groter prijskaartje. Ik heb er tot nu toe drie aan de verzameling toe kunnen voegen. Wat heel fascinerend is, ik noemde dat in eerdere stukken al, is het menselijke portret van de sfinx zoals dat door de ontwerper, een zekere F. Hoff, is getekend. Wat ik ook heel opmerkelijk vind zijn de zuilen links en rechts op de zegel. Links lijkt me een papyruszuil, een veelgebruikt zuilentype in de Egyptische architectuur, waarvan in Karnak nog mooie voorbeelden te zien zijn. Aan de rechterkant zie je een obelisk, wat eigenlijk hoort tot de vroegste vormen van geschiedschrijving ter wereld: na de dood van een farao werden deze opgericht om zijn leven in hiëroglyfen op te tekenen. De grote ‘obeliskenfabriek’ was bij Aswan, waar de roze zandsteen uitstekend geschikt was om dergelijke objecten uit te houwen. Eigenlijk verwijzen deze postzegels dus naar een belangrijk deel van de oud-Egyptische cultuur.

Over de inschriften: de landsnaam (boven) en de volledige waardeaanduiding (onder) staan er alleen in het Arabisch in. De letters P en E geven niet zoiets aan als Postes Egyptiennes, maar zijn een afkorting van P(iastr)E,  de munteenheid dus. Franstalige inschriften kwamen pas in 1879 in zwang. Opmerkelijk is ook dat de waardeaanduiding alleen in modern-Arabische cijfers gesteld zijn. Ook dat veranderde in 1879, toen de cijfers ‘tweetalig’ werden.

 

Volgende keer: het jaar 1868

Ook interessant: deze 2-delige Zwitserse documentaire van begin dit jaar

 

Er zijn inmiddels, sinds 5 juli 2019, 1121 Werelderfgoederen. Vorige week werd de lijst in Bakoe uitgebreid met 29 nieuwe plaatsen en ‘collecties’ waarvan de opvallendste Babylon en een grote groep Franse eilanden in het zuiden van de Indische Oceaan zijn. Babylon stond al zo ongeveer 35 jaar op de lijst van genomineerden en is dan eindelijk verkozen. Het eiland Kerguelen en de Crozet-eilanden vormen het hoofdbestanddeel van het nieuwe stukje Frankrijk op de lijst, maar ook het eiland Amsterdam hoort erbij. Deze sub-antarctische eilanden liggen qua zuiderbreedte ongeveer op dezelfde hoogte als dat Parijs aan de noordkant van de evenaar ligt. Er zijn heel wat zegels aan gewijd, door Frankrijk en zeker de Franse gebieden in Antarctica (al liggen ze daar nog vrij ver vandaan).

Maar goed, ander onderwerp. Zoals oplettende lezertjes al konden opmerken ben ik doende een postzegelverzameling van zegels met daarop Werelderfgoed aan te leggen. Er zijn ettelijke duizenden zegels uitgegeven waarop in ieder geval iets staat. Een voorlopige lijst telt alleen al 6000 zegels en die is nog lang niet compleet. Tot en met 1929, het jaar waarin ik nu ben met de inventarisatie, tel ik er alleen al meer dan 2100, dat betekent dat ongeveer iedere 28’ste postzegel wel iets met werelderfgoed toont. Trekken we dat door naar de ongeveer 750.000 postzegels die wereldwijd uitgegeven zijn, dan zijn ca. 26.500 daarvan voor mij verzamelwaardig. Poeh hé!

Nu was het tot aan de Tweede Wereldoorlog nog erg gebruikelijk om als je iets te laten zien had, dat er dan vaak meerdere postzegels aan gewijd werden. Een land als San Marino placht bijvoorbeeld zo’n beetje iedere uitgebrachte zegel van Monte Titano of stadsgezichten van de hoofdstad te voorzien. Ook een welbekende is het Hradčany, burchtheuvel, kerkelijk en regeringscentrum van Praag, waarvoor niemand minder dan Jugendstilkunstenaar Alfons Mucha in de eerste jaren van de republiek een ontwerp aanleverde dat door en door uitgemolken werd. Ook de Donau met het parlementsgebouw in Boedapest is sterk vertegenwoordigd, vooral omdat die zegels in allerlei door Hongarije al of niet terecht veroverde gebieden overdrukt werden.

Na de Tweede Wereldoorlog nam het aantal verschillende onderwerpen sterk toe en dus verwacht ik dat die 1 op de 28 wel ‘verdund’ gaan worden.

Ruim anderhalf jaar geleden schreef ik over de Piramides en de Sfinx van Gizeh. De eerste zegels daarvan verschenen op 1 augustus 1867. Volgende keer neem ik de zegels nog eens onder de loep.