De St. Edward’s Crown uit 1661

Bijna 4 jaar geleden, in augustus 2015, ben ik begonnen met een reeks die hier in deze vorm gaat eindigen. De eerste keer ging het over koningin Victoria, toen een pril monarchje, dat net 3 jaar op de Britse troon zat. 40 Jaar later zat ze er nog steeds en dat zou de volgende 21 jaar ook zo blijven.

In de loop van de 40 jaar tussen 1840 en 1880 kwam ik maar weinig regalia tegen. Alleen in Denemarken en Hongarije. Ook het Britse Rijk zelf was en is er niet scheutig mee, maar er was één uitzondering: de kroonkolonie Victoria in Australië. Zoals verwacht mag worden was het overgrote deel van deze naar het staatshoofd genoemde kolonie getooid met plaatjes van de koningin, maar in 1879 werd er een uitzondering gemaakt, al was het dan op postaal gebruikte fiscaalzegels: hierop zien we op enkele waarden een kroon, en wel de Saint Edward’s Crown, sinds eeuwen het voornaamste troonattribuut van het Engelse koningshuis.

Mi 19 (Stamp Mall)

Het is op zich wel opmerkelijk dat juist de kolonie Victoria hiervoor koos. Hat was immers de koningin zelve die er in 1837 vanaf gezien had om met de 2,2 kg zware kroon gekroond te worden. Ook Edward VII zou dat niet doen. Te zwaar, vonden ze. Ook andere koningen kozen niet altijd voor deze grote kroon. Eigenlijk zijn er maar 6 geweest die hem wel gebruikten sinds de eerste keer in 1661, namelijk de eerste 3 (Karel II, Jacobus II en ‘onze’ Willem III) en de laatste 3 (George V, George VI en Elisabeth II).

Mi 36. nogal prijzig, maar in dit geval fiscaal gebruikt.

De Saint-Edward’s crown die je persoonlijk bij een bezoek aan de Tower of London kunt bewonderen is een massief gouden (22 karaats) kroon met twee elkaar kruisende beugels. Naast al het goud zijn er 444 edelstenen en halfedelstenen in verwerkt, merendeels aquamarijnen, maar ook topazen, toermalijnen, robijnen, amethisten, saffieren en wat losse steentjes.

Zoals gezegd, de kroon stamt uit 1661 en is de opvolger van de originele kroon van Edward de Belijder, de naamgever en laatste koning uit het huis van Wessex voordat Willem de Veroveraar in 1066 het land veroverde en zijn eigen dynastie stichtte. Met het vervallen van Wessex kreeg de Normandische hertog ook de kroon mee. Bijna 600 jaar duurde dat, want na het afzetten en onthoofden van Karel I in 1649 onder het bewind van Oliver Cromwell verviel ook de kroon en men besloot deze te vernietigen, althans om te smelten voor noodzakelijker geachte dingen. Toen in 1660 Karel II het koninkrijk herstelde had hij dus geen kroon en werd het huidige exemplaar gemaakt onder leiding van de Koninklijke Goudsmid Robert Vyner.

Naast OP postzegels is de kroon duizenden malen verschenen IN postzegels, want tot ver in de 20’ste eeuw gebruikten het Verenigd Koninkrijk en al zijn gebieden watermerken waarvan de kroon centraal stond.

Een van de drie hoge waardes (die nooit postaal gebruikt zijn) met de sterren die later de vlag van Australië gingen sieren.

Dit was dus de laatste Zegelgek ‘oude stijl’, waarmee ik een periode van 40 jaar heb afgesloten. Natuurlijk blijf ik schrijven, maar ik ga vanaf nu in op Werelderfgoed op postzegels, waar ik inmiddels al een bescheiden verzamelingetje heb.

De quetzal op Mi 15 uit 1879 (stampboards.com)

In Nederland kent men de poelifinario en de kroet, in Guatemala de quetzal. Zo is het altijd al geweest en zo zal het altijd blijven, tenminste als laatstgenoemde niet uitsterft, maar dat schijnt nog niet aan de orde te zijn.

De quetzal, in het Latijn Pharomachrus mocinno, is een kleurrijke vogel die voornamelijk in Guatemala en Honduras voorkomt en minder in het zuiden van Mexico, Nicaragua en Costa Rica. Met name het eerstgenoemde land heeft er zijn hele staatshuishouding aan opgehangen, want niet alleen het huidige wapen en de huidige vlag laten het beestje zien, ook betaalt men er in Quetzals. Dan moet het wel een bijzondere vogel zijn, zou je denken en inderdaad, de Maya’s en Azteken kenden hem een goddelijke status toe en dat in verband met de ‘slangengod’ Quetzalcoatl, god van de wijsheid en de wind, waar hij zijn naam aan te danken heeft. Nu wordt de godheid in geel, rood, groen en blauw uitgebeeld, de vrouwtjesquetzal heeft ook stukjes zwart, terwijl het mannetje de kleuren van de Italiaanse vlag heeft en geel bij beide niet in het verenkleed terug te vinden is.

Quetzal (facebook/Aztecs)

Guatemala had, sinds de introductie van de postzegels in 1871 alleen nog het toenmalige wapenschild en wat vrijheidskopjes uitgegeven. In 1879 startte men met een nieuwe traditie. Er verschenen zegel van een kwart en een hele real en na het afschaffen van de oude Spaanse munteenheid in 1881 zegels van 1, 2, 5, 10 en 20 centavos. Toen het nieuwe staatswapen werd ingevoerd kwam daar uiteraard ook de quetzal op voor als wapendrager.

In 1928 werd de Quetzal ook de nationale munteenheid. Inmiddels was de vogel niet meer weg te denken van de frankeerzegels en in 1954 werden zelfs de ontwerpen van 1879 weer van stal gehaald en nog eens herhaald in 1984 en 1987.

In de laatste Zegelgek ‘oude stijl’ ga ik terug naar het begin en het belangrijkste element van de kroning van de Britse monarch.