Umberto in 1882 (Studio Vianelli, Venetië)

Oude koningen gaan dood, maar Victor Emanuel II, de eerste koning van het verenigde Italië was helemaal niet zo oud, hij werd slechts 57. Hij werd opgevolgd door de oudste van zijn twee overlevende zonen: Umberto. Zijn andere zoon heb ik hier al eens besproken. Dat was namelijk Amadeus.

Umberto werd geboren op 14 maart 1844, de dag dat zijn vader 24 werd, in het Palazzo Moncalieri nabij Turijn, sinds 1997, samen met andere residenties van de hertogen van Savoye, toegevoegd aan de UNESCO-werelderfgoedlijst. Als oudste zoon van toen nog kroonprins van het koninkrijk Sardinië kreeg hij de opvoeding en het onderwijs dat paste bij een toekomstig troonopvolger. In 1849 werd hij, bij het aftreden van zijn doodzieke grootvader Charles Albert, de kroonprins. Op zijn 14’de verjaardag begon zijn militaire carrière en al een jaar later was hij betrokken bij de Italiaanse onafhankelijkheidsoorlog die in 1861 leidde tot de eenwording van de collectie van koninkrijkjes en (groot)hertogdommen die er voor die tijd waren. Toen het zover was begon Umberto aan een reis door Europa en bezocht onder andere Londen en Lissabon, waar hij getuige was bij het huwelijk van zijn zus Maria Pia met koning Luis I

Mi 38 uit 1879

Umberto stond bekend als een rokkenjager, maar wilde hij als koning serieus genomen worden dan zou hij met een vrouw van koninklijken bloede moeten trouwen. De voorkeur ging om politieke redenen uit naar de Habsburgse prinses Matilde, maar deze kwam door een tragisch ongeval om het leven: ze probeerde een sigaret te verstoppen voor haar vader die haar het roken verboden had, maar haar jurk vatte vlam. Toen de huwbare prinsessen boven de Alpen op waren viel de keus op Umberto’s volle nicht, de 7 jaar jongere Margherita van Savoye, naar wie later de meest basale pizza vernoemd werd. Op 22 april 1868 vond de bruiloft plaats en daarop vestigde het paar zich in Napels, waar na anderhalf jaar een zoon geboren werd: Victor Emanuel III, de controversiële opvolger van zijn vader.

In 1878 overleed Victor Emanuel II na een kort ziekbed en Umberto, 34 jaar oud, nam de troon over. Umberto nam zich voor niet te gaan regeren ‘bij de gratie Gods’, maar een waar constitutioneel monarch te zijn. Dit maakte hem inderdaad geliefd bij het volk, maar een kleine groep republikeinse anarchisten vonden het lang niet ver genoeg gaan en al direct in 1878 waren er twee tijdig verijdelde aanslagen op de nieuwe koning.

Mi 66. een overdrukte pakketzegel uit 1891

Net als de meeste van zijn ambtsgenoten in Europa streefde ook Umberto een koloniaal rijk na. In 1882 werd de Eritrese havenstad Assab veroverd en drie jaar begon een campagne om heel Eritrea te veroveren en later ook Somalië. Dit moedigde de anarchisten aan om de oppositie tegen de koning verder op te voeren, maar voor het volk kon hij niet meer stuk, zeker toen hij persoonlijk kwam helpen bij natuur- en andere rampen. Zo was hij er bij een uitbraak van de Etna in 1879, bij overstromingen in het land van Venetië in 1882 en bij een cholera-epidemie in Napels in 1884.

Mi 70 uit 1895

Gebeurtenissen in 1898 zouden uiteindelijk leiden tot een geslaagde aanslag op zijn leven. In Milaan waren in het voorjaar van 1898 rellen uitgebroken tegen het verhogen van de graanprijzen en op 7 mei besloot generaal Bava-Beccaris het vuur te openen op de menigte. De opstand werd neergeslagen, Umberto was er blij mee en decoreerde Bava. Hiermee tekende hij in feite zijn doodvonnis, maar pas twee jaar later, toen Italië zich net als een aantal andere koloniale mogendheden ging bemoeien met de Bokseropstand in China, barstte de bom: op 29 juli 1900 bezocht Umberto Monza om een sportwedstrijd te bezoeken. Een naar Amerika geëmigreerde anarchist, Gaetano Bresci, wist dit ook en hij arriveerde tijdig genoeg terug in zijn vaderland om met een meegesmokkeld pistool de koning te benaderen. De laatste was kansloos. Bresci werd direct opgepakt en tot levenslange gevangenis veroordeeld, maar een jaar later werd hij dood aangetroffen in zijn cel. Was het zelfmoord of wreekten zijn bewakers zich op hem? In ieder geval vereerden andere anarchisten Bresci als een held en de Poolse Amerikaan Leon Czolgosz liet zich door hem inspireren toen hij op 6 september 1901 in Buffalo het vuur opende op de Amerikaanse president William McKinley.

In de periode van 1878 tot 1900 verschenen er in Italië 45 frankeerzegels, waarvan 32 met het portret van Umberto I, altijd herkenbaar aan de enorme snor die hij cultiveerde. Daarnaast verscheen hij op een serie van 6 pakketzegels in 1884 en op 12 zegels van het nieuw verworven Eritrea, opdrukken op Italiaanse zegels. Daar bleef het bij.

Alle zegels met Umberto’s portret werden ontworpen door schilder en graveur Lodovico Bigola (1822-1905) en Enrico Repettati, die ook verantwoordelijk was voor de eerste zegels van San Marino.

Volgende keer kijken we naar een vogel met een merkwaardige naam.

Benito Juárez tijdens zijn presidentschap

De meest vereerde oud-president van Mexico is zonder twijfel Benito Juárez. In sommige opzichten is hij controversieel, maar verder staat hij op een tamelijk eenzame tweede plaats achter Hidalgo. Ook op postzegels.

Benito Juárez Garcia werd geboren op 21 maart 1806 in het dorpje San Pablo Gueletao in de Sierra Madre de Oaxaca in het zuiden van Mexico. Zijn ouders waren eenvoudige boeren van Zapoteekse afkomst en stierven toen Benito slechts drie jaar was, waarna hij door zijn grootouder van vaders zijde werd opgevoed en na hun overlijden door een oom. Op 12-jarige leeftijd trok hij naar Oazaca in de hoop daar een vak te leren, maar boze tongen beweren dat hij een schaap verloren had en op de vlucht was voor de straf die hij verwachtte…

Juarez (Mexico Mi 108)

In Oaxaca kwam hij in contact met een Franciscaner monnik die hem aannam als leerling-boekbinder. Benito ging ook naar school en later naar een seminarie, niet zozeer om priester te worden, maar vooral om andere vakken te leren die hem in de toekomst te pas zouden komen. In 1827 studeerde hij met prima cijfers af en besloot een juridische carrière na te streven, een studie die hij in 1834 afsloot. In die tijd richtte hij zich ook op bestuurstaken binnen de school en kwam zo in aanraking met de politiek. De volgende jaren steeg Juárez’ politieke ster en in 1847 was hij federaal afgevaardigde en vestigde zich in Mexico-stad, maar moest gauw terugkeren naar Oaxaca waar hij gekozen was als gouverneur.

Juárez was een liberaal politicus. Toen hij het aan de stok kreeg met dictator Antonio López de Santa Ana, zette laatstgenoemde hem in 1852 het land uit, waarna hij enige tijd in een sigarenfabriek in New Orleans werkte. Nadat de rol van Santa Ana uitgespeeld was keerde Juárez terug en werd minister van justitie. In die tijd werden liberale hervormingen doorgevoerd en in 1857 kwam er zelfs een liberale grondwet, wat leidde tot een burgeroorlog met de conservatieven. In deze onrustige tijd werd Juárez voor de eerste keer president van Mexico. Onder zijn leiding werden de conservatieven verslagen en in 1861 werd zijn presidentschap bevestigd. De burgeroorlog had de schatkist echter geplunderd en daarom nam Juárez de radicale stap voorlopig even niets af te lossen op Europese leningen. Hiermee riep hij de woede van de Fransen over zich af en in het voorjaar van 1862 stuurde Napoleon III een legertje naar Mexico. Met hulp van de conservatieven werden de liberalen van Juárez verslagen. Het presidentschap werd afgeschaft en Mexico werd (weer) keizerrijk, met de Habsburgse prins Maximiliaan aan het roer. Benito moest vluchten en trachtte hulp te zoeken in de Verenigde Staten om de Oostenrijkse indringer het land uit te zetten.

Mexico Mi 566: monument voor Benito Juárez in het Alamedapark in Mexico Stad (de la Barra, 1909/10)

Het was eerst 1865 toen de Amerikanen de gevraagde hulp gaven, voor die tijd woedde de burgeroorlog er immers nog. Aan het eind van 1866 trokken de Franse troepen zich inderdaad terug en Maximiliaan werd vogelvrij verklaard. Nadat zijn laatste medestanders verslagen waren werd de keizer ter dood gebracht voor het vuurpeloton. Benito Juárez was wederom president.

Heel lang kon hij er niet van genieten. op 18 juli 1872 overleed hij plotseling aan een hartaanval in het presidentieel paleis in Mexico-stad. Hij was 66 jaar oud.

Cuba Mi 4840 bij de 200ste geboortedag van Juárez

In de loop van de tijd zijn zowel zijn geboortedorp, het district (Ixtlán), de staat en zijn gelijknamige hoofdstad (Oaxaca) en het omliggende gebergte voorzien van de toevoeging ‘de Juárez’, om hem te eren. Daarnaast was in 1883 zijn roem ook in Italië al bekend, toen de socialistische smid van het dorpje Predappio besloot zijn nieuwgeboren zoon Benito te noemen. Dat deze een totaal andere richting in zou slaan dan zijn naamgever en zijn ouders was toen nog lang niet te voorzien….

Ondanks dat Benito Juárez als een soort van Vader des Vaderlands wordt gezien (zijn geboortedag wordt als nationale feestdag gevierd), zijn er niet heel veel postzegels met zijn portret. Het begon in 1879 met een serie van 8, waarvan tot 1882 een aantal verschillende uitvoeringen verschenen. Daarna was het meer bij geboorte- of sterfdagen dat hij nog een zegel krijgt. Ook het Cuba van Castro zette Juárez enkele malen op de postzegel.

De nieuwe baas van Italië komt volgende keer aan bod.

Oscar II in zijn laatste jaren

Het laatste nieuws uit Noorwegen dateert alweer van 1856, toen het postzegels uitgaf met het portret van koning Oscar I. 1859 overleed die en hij werd opgevolgd door Karl XV die na een regeringsperiode van 13 jaar op slechts 46-jarige leeftijd overleed. Zijn jongere broer Oscar nam het stokje over in Zweden en Noorwegen, maar het duurde tot 1878 voor er een postzegel met zijn portret verscheen en dan alleen maar in hogere waardes. Het was immers geen doorgewinterd gebruik om het staatshoofd af te beelden op postzegels in Scandinavië. Noorwegen was na de dood van Oscar I weer teruggevallen op de wapenschildjes en kwam in 1872 met de ikonische posthoornserie. Pas in 1950 verscheen de eerste serie koningsportretten met Haakon VII in lagere waardes dan 1 Kroon. In Zweden was die omslag weliswaar al in 1885, maar daar was Oscar II sowieso de eerste koning die op een postzegel verscheen.

Oscar Fredrik Bernadotte werd op 21 januari 1829 geboren op het kasteel van Stockholm, een van oorsprong 13’de eeuws slot, dat na een brand in 1697 vrijwel vanaf de grond werd opgebouwd in een moderne barokstijl. Hij had twee oudere broers, de reeds genoemde Karl XV en de in 1852 aan tyfus gestorven Gustav. Al vanaf 1854 was het duidelijk dat Oscar hoog in de lijn van troonopvolging stond, omdat Karl’s tweede kind Karl Oscar slechts 15 maanden leefde en zijn eerste kind een meisje was, waar het ook in Scandinavië nog de heersende gedachte was dat geen vrouw ooit op de troon zou komen. *)

Noorwegen Mi 32 uit 1878

Oscar werd op het koninklijk paleis opgevoed en opgeleid. Op 16-jarige leeftijd was zijn leertijd voorbij en kwam hij bij de marine. Enige oorlog zag hij nooit, maar hij schopte het wel tot generaal-majoor en was een begaafd theoreticus, die enkele boeken over gangbare krijgskunst schreef. Daarnaast verwerkte hij zijn ervaringen in de marine in gedichten, wat volstrekt uniek was.

In 1857 trouwde hij met prinses Sofia van Nassau-Weilburg, ver verwant aan het Nederlandse koningshuis, daarmee volgde hij min of meer het spoor van zijn broer die met Louise van Oranje Nassau getrouwd was. Met Sofia kreeg hij 4 zonen die stuk voor stuk hoge leeftijden bereikten. De troonopvolging was dus wat er ook zou gebeuren voorlopig geregeld.

Na het overlijden van Karl XV werd Oscar op 12 mei 1873 gekroond tot koning van Zweden en Noorwegen. Al gauw begon hij korte metten te maken met het zijns inziens te liberale beleid van zijn broer en voorganger, maar heel lang kon hij zijn conservatisme niet volhouden. Overal in Europa ontwikkelden zich immers parlementaire democratieën en uitbreiding van het kiesrecht en ook Zweden moest eraan geloven. Overigens duurde het, net als in Nederland, tot de vroege jaren 20 voor iedere volwassen persoon mocht stemmen en gekozen worden.

Het grootste hete hangijzer van Oscars regering was de relatie met Noorwegen. Volgens het unieverdrag van 1814 was hij koning van Zweden én koning van Noorwegen, om duidelijk te maken dat het twee verschillende landen waren met eigen parlementen, ieder een eigen grondwet en wat dies meer zij. Ook was er een soort van overkoepelende ‘uniegrondwet’, maar de Noren negeerden die in principe en vierden alleen 17 mei als grondwetsdag. Een ander probleem was de vlag. Noorwegen had in 1814 een eigen vlag gekregen, de huidige rode met ‘blauw-in-wit’ kruis. Zweden stond er echter op dat een deel ingeruimd werd voor de Zweedse kleuren blauw en geel. Als compromis kwam er een mengelmoesje van gezamenlijke kleuren in de linkerbovenhoek van de Noorse vlag, zodat deze al gauw de bijnaam van ‘haringsalade’ had.

Zweden Mi 46 uit 1896

Een ander en veel groter probleem was de positie van de unie op het wereldtoneel. Zweden was volgens de uniegrondwet alleen verantwoordelijk voor de buitenlandse politiek, maar Noorwegen, dat in de eerste jaren van de unie te kampen had met grote armoede en schulden, was sterk gaan opbloeien en in de tweede helft van de 19’de eeuw groeide de economie aanzienlijk sneller dan die van Zweden, wat de Noren tot de sterkste handelspartner van de twee landen maakte. Noorwegen eiste dan ook eigen verantwoordelijkheid in buitenlandse aangelegenheden en in 1891 leidde dit bijna tot een serieuze oorlog. Echter bleek het Noorse leger geen partij voor het Zweedse, dus werd aangestuurd op een politieke oplossing, maar om de nieuwe eisen kracht bij te zetten bestelde Noorwegen wel alvast een aantal gloednieuwe oorlogsschepen in Duitsland, zodat een eventuele militaire dreiging gepareerd kon worden.

In de eerste jaren van de 20’ste eeuw bleek het onmogelijk om de patstelling te doorbreken, mede doordat zowel in Zweden als in Noorwegen de politieke meningen verdeeld waren over hoe het verder moest met de unie. Daarnaast hield Oscar II alles tegen. Hij had officieel tweemaal het vetorecht en in het begin van 1905 had hij beide opgebruikt. Dat was de aanleiding van een onafhankelijkheidsverklaring die op 7 juni in de Storting werd voorgelezen. Oscar reageerde als door een wesp gestoken, maar kon weinig meer doen dan te eisen dat er op zijn minst een referendum gehouden zou worden over een eventuele afscheiding. De Riksdag stelde een reeks eisen op waar het referendum aan moest voldoen en op 13 augustus gingen de Noren naar de stembus, waar op bijna 370.000 geldige stemmen slechts 184 nee’s geteld werden. Nu moesten de Zweden wel onderhandelen en uiteindelijk werd op 26 oktober het scheidingsverdrag getekend, maar niet nadat er nog eens serieus met oorlog gedreigd was. Er restte alleen nog een tweede referendum over wie koning zou worden, een van de vier zonen van Oscar II of de Deense prins Karl. Karl won en werd ingehuldigd als Haakon VII.

In een terugblik op de ontwikkelingen schreef Oscar II dat de scheiding met Noorwegen hem een ‘diepe wond in zijn hart’ gegeven had. Of het daaraan lag of aan zijn inmiddels gevorderde leeftijd met bijkomende kwalen is niet helemaal meer te achterhalen, maar op 8 december 1907 stierf hij, 78 jaar oud. Hij werd opgevolgd door Gustav V.

De groeiende impopulariteit van Oscar II heeft gemaakt dat hij op 3 Noorse postzegels is afgebeeld, hogere waardes van 1, 1,50 en 2 Kronen, overigens in 1978 wel in herdruk uitgebracht vanwege het eeuwfeest van de uitgifte. Zweden kwam tussen 1885 en 1911 tot 13 zegels.

Ook in 1879 krijgen we het weer druk in Midden-Amerika, om te beginnen in Mexico.

 

 

*) Prinses Louise zou later trouwen met de toekomstige koning Frederik VIII van Denemarken.