1 Januari 1868 – Beroemde Argentijnen (2)

Belgrano, Alvear, Posadas en Saavedra

Ik vervolg met de 10 centavos en enkele hogere waardes:

10 centavos – Manuel Belgrano

Na José de San Martin is Belgrano een goede nummer 2 op Argentijnse postzegels. Belgrano werd op 3 juni 1770 geboren in Buenos Aires en was dus al iets ouder toen hij deel ging nemen in de onafhankelijkheidsstrijd in Argentinië. Zijn vader, Domingo Belgrano, kwam uit Ligurië, de landstreek rondom Genua aan de Middellandse Zeekust, wat Belgrano’s Italiaans klinkende naam verklaart. Domingo deed goede zaken in Buenos Aires, zodat hij het geld had om zijn beide zoons naar Europa te sturen om te studeren. Manuel ging rechten studeren en kreeg zelfs van paus Pius VI toestemming om door de kerk verboden boeken te bestuderen.

In 1794 keerde Belgrano terug naar zijn geboortestad en trad daar in dienst van het nieuw opgezette Handelsconsulaat, dat adviseerde over de economische ontwikkeling van Rio de la Plata. Hij zou er tot 1810 werken.

De eerste daden van verzet kwamen in 1806 toen de Britten kortstondig Buenos Aires bezetten. Hoewel Belgrano geen enkele militaire ervaring had, werd hij als sergeant opgenomen in een legereenheid en begon aardigheid te krijgen in het militaire stiel. De Britten moesten al gauw bakzeil halen.

Toen in 1808 de Fransen Spanje bezetten, schaarde Belgrano zich achter een groep die de soevereiniteit over wilde dragen aan prinses Carlota, de zus van de verbannen koning Ferdinand VII. Manuel werd de voornaamste correspondent met de in Rio de Janeiro wonende prinses, maar het voornaamste obstakel was dat ze getrouwd was met de toekomstige Portugese koning Joao VI, dus het feest ging niet door.

Na de Meirevolutie werd Belgrano in de eerste junta gevraagd, waarin hij een medestander werd van Mariano Moreno. Vanaf dat moment ging het ook zeer voortvarend met zijn militaire carrière. In de zomer van 1810 werd hij met een legereenheid naar Paraguay gezonden om daar de lokale bevolking voor de Argentijnse revolutie te winnen. In Paraguay had men echter andere ideeën: ze riepen er een separate onafhankelijkheid uit en Manuel moest zich terugtrekken naar Buenos Aires, waar hij betrokken raakte bij de inmiddels uitgebroken Argentijnse onafhankelijkheidsoorlog. Omdat bleek dat zowel de koningsgezinden als hun tegenstanders oorlog voerden onder dezelfde vlag, ontwierp Belgrano een nieuwe vlag met de lichtblauwe banden die we nu nog kennen. Aanvankelijk werd de vlag niet erkend, maar toen Manuel een belangrijke overwinning behaalde werd hij in 1813 uitgezonden naar Peru om onder ‘zijn’ vlag de Slag bij Salta te vechten. Het werd een groot succes, waarna de zegevierende Belgrano de vrije hand kreeg in alle activiteiten in Peru. Dat ging echter een stapje te ver en na enkele verliezen werd José de San Martín gestuurd om de leiding op zich te nemen, met Belgrano als zijn rechterhand.

Belgrano op de langlopende serie uit 1935

Vanaf 1814 was Belgrano betrokken bij de ontwikkeling van een nieuwe staatsvorm in Argentinië. Hij stelde dat die het meeste draagvlak zou hebben op het wereldtoneel als het een vorm van constitutionele monarchie zou zijn. In 1816 werd tenslotte de Argentijnse onafhankelijkheidsverklaring uitgesproken, zonder dat er een besluit over de regeringsvorm was gevallen.

In 1819 werd Belgrano opgeroepen om een leger te leiden tegen José Artigas, de rebellerende generaal uit Uruguay, maar zijn gezondheid liet te wensen over, want hij leed al enige tijd aan oedeem. Na een mislukte campagne keerde hij doodziek terug in Buenos Aires waar hij op 20 juni 1820 overleed, nog slechts 50 jaar oud.

Tot op de dag van vandaag wordt 20 juni gevierd als Vlaggendag als eerbetoon aan Belgrano. Ook werden meerdere schepen van de Argentijnse marine naar hem genoemd, het meest bekend de kruiser General Belgrano, die door Britse torpedo’s tot zinken werd gebracht in de Falklandoorlog van 1982.

30 centavos – Carlos Maria de Alvear

Een kleine 20 jaar jonger dan Manuel Belgrano was Carlos Maria de Alvear. Hij werd geboren op 25 oktober 1789 in Santo Ângelo in de provincie Rio Grande do Sul in het zuiden van het huidige Brazilië, maar toen nog in Spaanse handen. In 1804 reisde hij met zijn ouders, broers en zussen naar Spanje waar hij voor Cadiz gevangen werd genomen door de Engelsen. Dit viel in zo slechte aarde in Spanje, dat samen met bondgenoot Frankrijk de oorlog aan Engeland verklaard werd, waaruit de Slag bij Trafalgar volgde. In 1805 werd het gezin vrijgelaten en keerde terug naar Spanje, waar Carlos meevocht in de Napoleontische oorlogen. Hij leerde er ook José de San Martín kennen, waarmee hij een moeizame relatie ontwikkelde.

Eenmaal terug in Argentinië werd hij een op zich succesvol legerleider, maar hij was niet populair, zodat hij weggepromoveerd werd naar de positie van opperste directeur, wat niet veel opleverde: al na een paar maanden werd hij via een militaire coup afgezet. Korte tijd sloot hij zich aan bij Artigas, maar omdat deze zijn eigen plan trok, nam Alvear de wijk naar Rio de Janeiro. Pas in 1822 keerde hij terug, waar hij in genade werd ontvangen door Bernardino Rivadavia. Met hem kon Alvear goed overweg en hij werd op een diplomatieke missie gestuurd om voor de Argentijnse zaak te pleiten.

In 1826 werd Alvear tot minister van oorlog benoemd en kreeg de organisatie van het leger in handen, dat succesvol was in de oorlog tegen Brazilië een jaar later.

Toen in 1829 Juan Manuel de Rosas voor de eerste keer de leiding nam in Argentinië ging Alvear in de oppositie. Rosas mocht Alvear vanaf het begin al niet en om hem politiek op een zijspoor te zetten benoemde hij hem tot ambassadeur in de Verenigde Staten. Die functie bekleedde hij vanaf 1838 tot zijn dood in New York op 3 november 1852.

60 centavos – Gervasio Antonio de Posadas

Gervasio Antonio de Posadas was een oom van Carlos Maria de Alvear en diens voorganger als opperste directeur gedurende het jaar 1814. Hij werd geboren op 18 juni 1757 in Buenos Aires. Hij werd opgeleid als jurist en kwam pas na de Meirevolutie van 1810 in aanraking met de leiders ervan, zoals Cornelio Saavedra. Hij speelde geen rol van betekenis in de eerste junta’s maar nam op 19 augustus 1813 zitting in het Tweede Driemanschap, dat op 8 oktober 1812 was ingesteld. Na het opheffen van de driemanschappen in januari 1814 werd het ambt van Opperste Directeur ingesteld en Posadas was de eerste daarvan.

Aanvankelijk werd Posada als medestander van juntaleider Cornelio Saavedra gezien, maar was naderhand een verklaard tegenstander van hem en degene die zorgde dat Saavedra Argentinië moest ontvluchten.

In het begin van 1815 werd Posadas opgevolgd door zijn neef Alvear, maar het politieke tij keerde zich tegen oom en neef en de volgende 6 jaar sleet Posadas voornamelijk in de gevangenis.

Hij overleed op 2 juli 1833 in Buenos Aires.

90 centavos – Cornelio Saavedra

Cornelio Saavedra kan beschouwd worden als het eerste staatshoofd van Argentinië, als é;en van de leiders van de Meirevolutie. Hij was van geboorte geen Argentijn, maar kwam uit het dorpje Otuyo, dichtbij Potosí in het huidige Bolivia, waar hij op 15 september 1759 het levenslicht zag. Toen hij 8 was vertrok het grote gezin, met Cornelio als jongste, naar Buenos Aires.

Saavedra speelde een kleine rol in de succesvol afgeslagen Britse invasie van 1806, maar werd wel gekozen als regimentsleider bij de verdediging van Buenos Aires tegen een eventuele nieuwe aanval.

In het voorjaar van 1810 kwam het nieuw vanuit Spanje dat dat land bijna geheel was veroverd door Napoleon. Onmiddellijk werd stelling genomen tegen de laatste onderkoning Baltasar Hidalgo de Cisneros. Aanvankelijk werd besloten dat Cisneros kon aanblijven, maar dan als leider van een junta met Saavedra als een van zijn medestanders, maar het volk was het daar niet mee eens. Onder druk trad Cisneros af en droeg de leiding over aan Saavedra: de Primera Junta was geboren.

In deze junta zat ook Mariano Moreno en gaandeweg waren deze en Saavedra het steeds minder met elkaar eens, wat leidde tot de vorming van de Junta Grande, waar Moreno niet meer in zat, maar wel vertegenwoordigers van de provincies zitting namen. Deze was werkzaam vanaf 18 december 1810 en bleef dat tot 23 september 1811, toen de junta vervangen werd door een driemanschap. Saavedra was op 26 augustus afgetreden dankzij de toenemende oppositie van Moreno. Het feit dat hij hierop Buenos Aires verliet maakte hem in de ogen van de zittende regering een verrader, waarop hij naar het buitenland moest vluchten, dat was eerst Chili, maar toen een koningsgezinde coup daar slaagde, keerde hij terug en vestigde zich in San Jose in de provincie Mendoza, waar José de San Martin gouverneur was.

Uiteindelijk werd Saavedra weer in ere hersteld en kon terugkeren naar Buenos Aires. Hier overleed hij op 29 maart 1829. Omdat dit vanwege politieke problemen in 1829 niet mogelijk was kreeg Saavedra pas in het begin van 1830 de staatsbegrafenis die hij volgens de sterke man van die dagen, Juan Manuel de Rosas, verdiende.

Volgende keer deel drie van het drieluik, met aanvullende waardes uit 1877