1 Januari 1868 – Beroemde Argentijnen (1)

González, Moreno en San Martín

Dat Latijns-Amerikaanse landen vooral in de eerste helft van de 20-ste eeuw een voorkeur hadden voor personen op postzegel is bekend. Het eerste land dat ermee begon was Argentinië in 1864 met het portret van de eerste president Rivadavia. Vanaf 1868 kreeg hij gezelschap van een zestal andere Argentijnen van naam. Vandaag de eerste drie.

1 centavo – Antonio González de Balcarce

Een van de iets minder bekende Argentijnen is González. Deze toekomstige militair werd geboren op 24 juni 1774 in Buenos Aires en sloot zich, nog geen 14 jaar oud, bij het leger aan. Tot aan de Meirevolutie in 1810 vocht hij voor de Spanjaarden, eerst in dienst van het koloniale leger tegen de Engelsen, die in 1806 een mislukte aanval op Argentinië waagden om de Spaanse koloniën uit de greep van Napoleon te houden. Daarna trok hij naar Spanje om juist tégen Napoleon te vechten en sloot zich ten slotte in Zuid-Amerika bij de onafhankelijkheidsbeweging aan. González was was een van de leidende figuren in de eerste gewonnen slag tegen de Spaansgezinde legers, die bij het Boliviaanse Suipacha werd uitgevochten.

Voordat in 1826 er voor het eerst een president werd gekozen (Rivadavia), werd het gebied van de Verenigde Provincies van Rio de la Plata, zoals Argentinië en een deel van Uruguay toen genoemd werden, geregeerd door ‘opperste directeuren’, die alle voor een korte periode aangesteld werden. Tussen 17 april en 12 juli 1816 was González de man die de touwtjes in handen had. In feite was die periode nog korter want al in mei kwam Juan Martin de Pueyrredón aan de macht, die González tot legerleider maakte. In die hoedanigheid was hij de rechterhand van José de San Martin in de campagnes die in 1818 in Chili werden gevoerd.

In Chili was het ook dat hij ziek werd en op 15 augustus 1819 overleed hij, slechts 45 jaar oud, na een moeizame reis terug naar Rio de la Plata in zijn geboortestad.

4 centavos – Mariano Moreno

Mariano Moreno kan als een van de architecten van de Argentijnse staat worden gezien. Hij hoort met San Martin en Belgrano tot de meest afgebeelde personen op de postzegels van het land.

Moreno werd op 23 september 1778 geboren in Buenos Aires, als oudste van 14 kinderen in een arm gezin. Zijn ouders konden maar net aan de studie van hun zoon betalen en hadden het geluk dichtbij de school te wonen, want de kosten van het internaat konden ze niet opbrengen. De investering betaalde zich uit, want Mariano toonde zich een briljant student, die zich in 1803 als jurist vestigde in wat nu Bolivia is en zich daar voor de rechten van de indianen inzette. Dit zette kwaad bloed bij de lokale elite, waarop hij in 1805 terugkeerde naar zijn geboortestad. Daar kwam hij gaandeweg in de kringen van de opstandelingen, die uiteindelijk de Meirevolutie ontketenden. Op 25 mei, toen de revolutie geslaagd leek, trad een junta in werking waarvan Cornelio Saavedra de voorzitter werd en Moreno zijn ‘minister’ van oorlog, waarbij. In eerste instantie was de junta vooral tegen het Spaanse bestuur van de kolonie gericht en wilde men een eigen regering onder leiding van de nog verbannen koning Ferdinand VII stichten. Niet iedereen was gelukkig met dat idee en Moreno moest alles op alles zetten om de junta te verdedigen tegen zijn tegenstanders. Het kon niet voorkomen dat de Argentijnse onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, die tot 1818 zou duren.

Mi 408 uit 1935

De junta van mei duurde niet lang. Al na enkele maanden ontbrandde een conflict tussen Saavedra en Moreno over hoe de staat er uit moest zien. Het markeerde het begin van de strijd tussen de federalisten, aanhangers van Saavedra en de centralisten (ook wel unitaristen), aanhangers van Moreno. De laatste verloor de eerste slag waarmee de eerste junta in december aan zijn eind kwam.

Eind februari 1811 scheepte Mariano Moreno zich in op de Britse schoener Fame voor een diplomatieke missie naar Londen. Al na enkele dagen werd hij ziek en bij gebrek aan een arts gaf de kapitein hem, in plaats van een haven op te zoeken, medicijnen. De verkeerde, zo bleek, want al gauw verslechterde de toestand van Moreno, die op 4 maart aan boord overleed. Hij was slechts 33 jaar oud. Er werd gelijk gespeculeerd over de rol die zijn politieke tegenstander Saavedra gespeeld zou hebben.

15 centavos – José Francisco de San Martín

José de San Martin kan met gemak bij de Grote Vier van bevrijders van Zuid-Amerika geschaard worden, samen met Bolivar en Sucre in het noorden en noordwesten en O’Higgins in Chili (waar San Martin ook een grote rol speelde). Hij is met afstand de meest afgebeelde persoon op Argentijnse postzegels.

Hij werd (waarschijnlijk) geboren op 25 februari 1778 in Yapeyú aan de Uruguay-rivier, waar deze nu de grensrivier is met Brazilië. Zijn vader was een Spaanse soldaat. Toen José 3 jaar was verhuisde het gezin naar Buenos Aires, twee jaar later naar Madrid en ten slotte naar Málaga.

Eenmaal 13 jaar oud ging hij in het Spaanse leger en nam deel aan expedities in Noord-Afrika. Hij vocht tot 1811 in Spanje tegen de Franse overheersing en keerde pas daarna terug naar Argentinië, waar hij dienst trad van de onafhankelijkheidsbeweging. Na eerst betrokken geweest te zijn in de strijd tegen de koningsgezinden in wat nu Uruguay is, werd hij leider van het Noordelijke Leger, dat tot dan toe niet veel succes had gehad. Om beter te presteren vroeg San Martín om gouverneur te mogen worden van de provincie Cuyo, aan de oostkant van de Andes, om van daar uit de Chileense opstandelingen te kunnen ondersteunen. In de jaren 1814 en 1815 werden de voorbereidingen getroffen voor de oversteek van de Andes om Chili te bevrijden van de koningsgezinden. In de slag bij Chacabuco op 12 februari 1817, werden deze tenslotte voor het eerst verslagen. Na de slag bij Maipú op 5 april 1818 was de strijd zo goed als gestreden. Reden voor de Argentijnse regering om San Martin terug te roepen om te helpen de contrarevolutie in de Rio de la Plata te verslaan, maar de generaal weigerde en vroeg toestemming om Peru op de daar nog talrijke koningsgezinden te veroveren.

Mi 1175 uit 1970

In Peru voerde San Martín vanwege het kleine leger dat hij had een guerilla-oorlog maar wist in de zomer van 1821 Lima te veroveren. Op 28 juli werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. Bij gebrek aan capabele leiders werd San Martín tegen wil en dank het voorlopige staatshoofd. Het was nu even afwachten hoe het in Ecuador af zou lopen met de acties van Bolivar en Sucre, maar op 26 juli 1822 kwamen de twee grootste veldheren van Zuid-Amerika bij elkaar in Guayaquil om de toekomst van het werelddeel te bespreken.

Na deze conferentie legde San Martín zijn positie in Peru neer en keerde terug naar Buenos Aires, de stad die nog altijd verscheurd werd door de strijd tussen unitaristen en federalisten, waarin hij neutraal wilde blijven. Na het overlijden van zijn vrouw in 1823 besloot hij dan ook Argentinië te verlaten en vestigde zich in Brussel, waar zijn dochter Mercedes haar opleiding kon afmaken. Nog enkele keren bood hij zijn diensten aan Argentinië aan, maar gezien zijn inmiddels gevorderde leeftijd werd dat geweigerd.

Uiteindelijk woonde San Martín in Parijs en de laatste twee jaar van zijn leven in Boulogne-sur-Mer, waar hij op 17 augustus 1850 overleed. Hij werd daar in de basiliek begraven. Pas in 1880 keerde zijn stoffelijke overschot terug in Argentinië, waar hij een mausoleum heeft in de Metropolitane Kathedraal in Buenos Aires.

Wordt vervolgd!