1876 – Nawab Begum Jahan van Bhopal

Jahan in 1867

3 december 1984 is een van de rampzaligste dagen van de 20’ste eeuw, zelfs met inbegrip van de wereldoorlogen. Op die dag vond in de bestrijdingsmiddelenfabriek van de Amerikaanse multinational Union Carbide in het Indiase Bhopal een totaal uit de hand gelopen chemische reactie plaats waardoor een enorme hoeveelheid giftig gas vrijkwam, die zich verspreidde over de stad en in totaal mogelijk 600.000 slachtoffers eiste, waarvan meer dan 15.000 dodelijke.

Bhopal is een stad van ongeveer anderhalf miljoen mensen in het midden van India. Het is de hoofdstad van een van de grootste deelstaten van het land, Madhya Pradesh. Tot de onafhankelijkheid van India was Bhopal de hoofdstad van het gelijknamige prinsdom, bijna half zo groot als Nederland. Dit prinsdom werd, samen met zijn hoofdstad, gesticht door Dost Mohammed, een Pasjtoense legerleider.

Een van zijn afstammelingen van Dost Mohammed was Jahan. Zij was de dochter van Jahangir Muhammad Khan en Sikandar Begum, welke laatste het officieuze, niet erkende staatshoofd was. Dit was zo bepaald door haar moeder en Jahan’s grootmoeder Qudsia, die in 1819 besloten had dat niet de eerste zoon, maar de eerste dochter de opvolger moest zijn. Qudsia overleed in 1837, maar in plaats van Sikandar nam haar echtgenoot Jahangir Muhammad Khan, met wie ze in 1835 getrouwd was, de leiding over totdat die in 1844, slechts 26 jaar oud, overleed. En ook toen werd Sikandar gepasseerd, want hun 6-jarige dochter Jahan werd in dat jaar ingehuldigd.

Jahan was op 29 juli 1838 geboren in het dorpje Islamnagar in de buurt van Bhopal. In 1844 werd ze dus de Nawab Begum oftewel de vrouwelijke nawab, maar onder regentschap van haar moeder, die de touwtjes ferm in handen had en tenslotte in 1860 officieel de leiding kreeg, overigens op bevel van de Britten. Sikandar overleed in 1868 en dat betekende dat Jahan voor de tweede keer de leider van Bhopal werd, maar nu als zelfstandig heerseres.

Onder Jahan kwamen diverse hervormingen tot stand. Er kwam een vorm van inkomstenbelasting die ervoor zorgde dat de staat gemoderniseerd kon worden. Ook werden inkomsten gegenereerd uit de opiumteelt. Er kwamen een voor die tijd modern en goed betaald leger en politiemacht, er werd aandacht besteed aan irrigatie en de bouw van een van de grootste moskeeën in Azië werd begonnen, een gebedshuis wat overigens pas in 1985 voltooid werd. Ook het Taj-Mahal-paleis, gebouwd tussen 1871 en 1884 kwam onder haar regering tot stand, alsmede een door Jahan gefinancierde moskee in Woking in 1889, de oudste van Engeland.

Bhopal Mi 1 uit 1876

Na een regering van in totaal 49 jaar, waarvan 33 jaar als zelfstandig heerseres overleed Jahan op 16 juni 1901, 62 jaar oud. Ze was twee keer getrouwd geweest en werd opgevolgd door haar 43-jarige dochter Kaikhusrau Jahan Begum.

De eerste postzegels van Bhopal verschenen in 1876, vierkante zegels in zwart of rood met in een achthoekig kader de naam H.H. NAWAB SHAH JAHAN BEGAM en in het midden een kleurloos Urdu-inschrift in reliëfdruk van dezelfde naam en het islamitische jaartal 1289. In 1878 kwam er een vergelijkbaar type uit, niet achthoekig, maar ovaal. Deze ontwerpen wisselden zich af met steeds kleine wijzigingen en de laatste zegels met Jahan’s naam verschenen in 1903. De zegels waren meestal ongetand. Slechts delen van de oplagen werden geperforeerd en zijn aanzienlijk zeldzamer.

In 1908 werd de laatste frankeerzegel van Bhopal uitgegeven, hierna werden postzegels van Brits-Indië gebruikt. Wel verschenen er van 1908 tot 1949 dienstzegels.

Frankrijk kende tot 1876 maar twee verschillende ontwerpen, maar daar kwam verandering in. Daarover volgende keer.