Jahan in 1867

3 december 1984 is een van de rampzaligste dagen van de 20’ste eeuw, zelfs met inbegrip van de wereldoorlogen. Op die dag vond in de bestrijdingsmiddelenfabriek van de Amerikaanse multinational Union Carbide in het Indiase Bhopal een totaal uit de hand gelopen chemische reactie plaats waardoor een enorme hoeveelheid giftig gas vrijkwam, die zich verspreidde over de stad en in totaal mogelijk 600.000 slachtoffers eiste, waarvan meer dan 15.000 dodelijke.

Bhopal is een stad van ongeveer anderhalf miljoen mensen in het midden van India. Het is de hoofdstad van een van de grootste deelstaten van het land, Madhya Pradesh. Tot de onafhankelijkheid van India was Bhopal de hoofdstad van het gelijknamige prinsdom, bijna half zo groot als Nederland. Dit prinsdom werd, samen met zijn hoofdstad, gesticht door Dost Mohammed, een Pasjtoense legerleider.

Een van zijn afstammelingen van Dost Mohammed was Jahan. Zij was de dochter van Jahangir Muhammad Khan en Sikandar Begum, welke laatste het officieuze, niet erkende staatshoofd was. Dit was zo bepaald door haar moeder en Jahan’s grootmoeder Qudsia, die in 1819 besloten had dat niet de eerste zoon, maar de eerste dochter de opvolger moest zijn. Qudsia overleed in 1837, maar in plaats van Sikandar nam haar echtgenoot Jahangir Muhammad Khan, met wie ze in 1835 getrouwd was, de leiding over totdat die in 1844, slechts 26 jaar oud, overleed. En ook toen werd Sikandar gepasseerd, want hun 6-jarige dochter Jahan werd in dat jaar ingehuldigd.

Jahan was op 29 juli 1838 geboren in het dorpje Islamnagar in de buurt van Bhopal. In 1844 werd ze dus de Nawab Begum oftewel de vrouwelijke nawab, maar onder regentschap van haar moeder, die de touwtjes ferm in handen had en tenslotte in 1860 officieel de leiding kreeg, overigens op bevel van de Britten. Sikandar overleed in 1868 en dat betekende dat Jahan voor de tweede keer de leider van Bhopal werd, maar nu als zelfstandig heerseres.

Onder Jahan kwamen diverse hervormingen tot stand. Er kwam een vorm van inkomstenbelasting die ervoor zorgde dat de staat gemoderniseerd kon worden. Ook werden inkomsten gegenereerd uit de opiumteelt. Er kwamen een voor die tijd modern en goed betaald leger en politiemacht, er werd aandacht besteed aan irrigatie en de bouw van een van de grootste moskeeën in Azië werd begonnen, een gebedshuis wat overigens pas in 1985 voltooid werd. Ook het Taj-Mahal-paleis, gebouwd tussen 1871 en 1884 kwam onder haar regering tot stand, alsmede een door Jahan gefinancierde moskee in Woking in 1889, de oudste van Engeland.

Bhopal Mi 1 uit 1876

Na een regering van in totaal 49 jaar, waarvan 33 jaar als zelfstandig heerseres overleed Jahan op 16 juni 1901, 62 jaar oud. Ze was twee keer getrouwd geweest en werd opgevolgd door haar 43-jarige dochter Kaikhusrau Jahan Begum.

De eerste postzegels van Bhopal verschenen in 1876, vierkante zegels in zwart of rood met in een achthoekig kader de naam H.H. NAWAB SHAH JAHAN BEGAM en in het midden een kleurloos Urdu-inschrift in reliëfdruk van dezelfde naam en het islamitische jaartal 1289. In 1878 kwam er een vergelijkbaar type uit, niet achthoekig, maar ovaal. Deze ontwerpen wisselden zich af met steeds kleine wijzigingen en de laatste zegels met Jahan’s naam verschenen in 1903. De zegels waren meestal ongetand. Slechts delen van de oplagen werden geperforeerd en zijn aanzienlijk zeldzamer.

In 1908 werd de laatste frankeerzegel van Bhopal uitgegeven, hierna werden postzegels van Brits-Indië gebruikt. Wel verschenen er van 1908 tot 1949 dienstzegels.

Frankrijk kende tot 1876 maar twee verschillende ontwerpen, maar daar kwam verandering in. Daarover volgende keer.

 

Shah Naser ed-Din

Personen op postzegels van islamitische landen zijn tegenwoordig niet zeldzaam meer. Zolang er een aangetoond belang is voor de cultuur van een land zal niemand er om malen. Die tijden waren ooit anders en in de meeste moslimlanden werden allerlei symbolen gebruikt, maar vooral geen mensenportretten.

Perzië, dat pas in 1935 de modernere en algemenere naam Iran kreeg, brak als eerste met de traditie. De toenmalige heerser Naser ed-Din Kadjar was het eerste islamitische staatshoofd dat op de postzegel kwam. Het land was in 1865 begonnen met het uitgeven van postzegels en de eerste 18 tonen het Perzische symbool van de leeuw met het kromzwaard.

Naser ed-Din Kadjar was de vierde heerser uit de Kadjaren-dynastie, welke in 1794 aan de macht kwam dankzij het Azerbaidziaanse stamhoofd Mohammad Khan, die de Zand-dynastie omverwierp. De Kadjaren waren de één na laatste dynastie van de lange lijst die Perzië bestuurd hebben sinds de stichting van het rijk in de 6de eeuw voor Christus door Cyrus de Grote. Diens overlijdensjaar 530 v.Chr. wordt als stichtingsdatum gezien en in 1970 werd het 2500-jarig bestaan van het rijk gevierd.

Naser werd op 16 juli 1831 geboren in Teheran als zoon van Mohammed Mirza, die drie jaar later zelf shah zou worden. Op 17-jarige leeftijd, na het overlijden van zijn vader aan jicht, kwam Naser op de Zonnetroon en zou maar liefst 48 jaar het land besturen, wat de langste regeringsperiode van de moderne tijd en de twee na langste van de hele 2509 jaar dat het rijk bestaan heeft.

Het werd een niet al te turbulente periode, want Naser was geen erg hervormingsgezinde shah. De vele stammen binnen de Perzische grenzen hadden grotendeels hun zelfverklaarde autonomie, zodat de wetten van de shah en zijn regering nauwelijks buiten Teheran en Isfahan golden. Daarnaast had hij een rechterhand, Amir Kabir geheten, die zo ambitieus was in zijn hervormingen dat deze al in 1851 in een coup door de elite werd afgezet en vervolgens geëxecuteerd. Naser, die hevig steunde op diezelfde elite, aangevoerd door zijn eigen moeder, trachtte er nog het beste van te maken, maar uiteindelijk gaf hij toe aan een dictatoriale regeringsstijl.

In 1856 riskeerde hij oorlog met de Britten over Afghanistan en met name Herat, waar Naser een oogje op laten vallen. Het Brits-Indische leger was oppermachtig, veroverde een flink stuk van Perzië en na vijf maanden werd de vrede getekend en de grenzen van voor de oorlog hersteld. De relaties met Engeland waren daarna opperbest en driemaal bezocht Naser het land en werd door koningin Victoria zelfs als eerste Perzische monarch in de Orde van de Kousenband verheven. Dat gebeurde in 1873 en is rijk gedocumenteerd dankzij het reisdagboek dat de shah bijhield. In 1889 maakte hij zijn laatste Europese reis en deed daarbij ook Nederland aan. Hij bezocht Amsterdam, Den Haag en Haarlem.

Mi 19 uit 1876

Na de pogingen tot hervormingen in de eerste jaren van zijn bewind gebeurde er de volgende 45 jaar vrijwel niets meer van betekenis. In de laatste jaren gaf Naser concessies uit aan degenen die daar wat voor over hadden. Zo werd de tabaksindustrie in 1890 aan een Britse majoor verkocht, eerder was een groot deel van de infrastructuur en de mijnbouw in handen gekomen van de Duits-Britse journalist en ondernemer Paul Reuter, beter bekend als de grondlegger van het persbureau.

Het gebrek aan democratisch bestuur en het weggeven van concessies aan buitenlanders brak Naser ten slotte op. Op 30 april 1896 werd hij benaderd door Mirza Reza Kermani, een aanhanger van de radicale moslimleider al-Afghani, die hem, naar verluid met een roestig en nauwelijks werkend pistool van dichtbij neerschoot. De kogel trof desondanks doel en de shah overleed de volgende dag aan zijn verwondingen. Hij werd opgevolgd door zijn 45-jaar oude zoon Mozaffar ed-Din. Deze wist de gevluchte Kermani aan de Ottomaanse grens op te pakken, waarna deze op 10 augustus in Teheran werd opgehangen.

Tussen 1876 en 1903 verschenen er 49 zegels met het portret van Naser ed-Din, in de laatste jaren, na zijn dood, met overdruk. Deze 49 waren de enige die er met zijn portret verschenen.

Volgende keer gaan we naar Bhopal in India.

 

 

Standbeeld voor Alfonso XII in El Retiro in Madrid

Al sinds 1868 verkeerde Spanje in chaos. Sinds het gedwongen vertrek van Isabella II was er weinig nog goed gegaan. Na veel gedoe werd Amadeus van Savoye als koning aangesteld, maar die wist zich geen raad met de Spanjaarden, al bedoelde hij het goed. Don Carlos speelde zijn oude rechten weer uit en had flinke delen van Catalonië en Baskenland veroverd. Wie oh wie moest het oplossen? De Spaanse regering kwam met hangende pootjes terecht bij Isabella’s zoon, Alfonso, met volgnummer XII de opvolger van een lange rij. *)

Alfpnso XII (onbekende fotograaf)

Spanje Mi 146 (1875, ebay)

Alfonso werd geboren op 28 november 1857 in het koninklijk paleis van Madrid, als eerste overlevende zoon van Isabella II en haar man Francisco de Asis de Borbón. Vijf eerdere zoons en dochters werden dood geboren of stierven binnen enkele dagen, alleen zijn oudere zus Maria Isabella overleefde en zou tot 1931 leven. Na Alfonso volgden nog vijf kinderen, waarvan er drie voor hun volwassenheid stierven. **)

Alfonso’s opleiding was, zoals gebruikelijk bij potentiële opvolgers, gedegen. Toen in 1868 de revolutie uitbrak ging hij met zijn ouders mee naar Parijs en vervolgde daar, maar ook in Genève en Wenen, zijn opleiding. In 1874 schreef hij zich in op de militaire academie van Sandhurst in Engeland. Hij was zodoende de eerste troonopvolger die buiten Spanje opgeleid werd.

Dat hij troonopvolger zou zijn was nog wel even de vraag. De voorlopige regering heeft zijn naam nauwelijks overwogen en zocht naar een koning uit een ander huis dan van de Bourbons. Leopold van Hohenzollern was een kandidaat, maar onder druk van Frankrijk trok deze zich terug. Amadeus van Savoye was echter wel beschikbaar en een neutrale kandidaat. Na diens aftreden volgde een republikeinse staatsvorm, maar ook dit werkte niet. Alfonso zag het met lede ogen aan, wist zich gesteund door een groeiend aantal aanhangers, en kwam op 1 december 1874 met het door de Bourbon-gezinde politicus Antonio Cánovas del Castillo geschreven Manifest van Sandhurst, waarin de 17-jarige prins verklaarde de natie te willen dienen. Dit werd op 29 december gevolgd door een staatsgreep onder leiding van generaal Arsenio Martines Campos, waarmee Alfonso daadwerkelijk koning van Spanje werd.

Spanje Mi 157 (1876)

Spanje, verplichte toeslagzegel Mi 7 (1876)

De eerste jaren werden gebruikt om aan de chaos een einde te maken. In 1876 werd een nieuwe grondwet geïntroduceerd waarin onder andere de Cortes meer zeggenschap kreeg. Ook in dat jaar wist Alfonso de Carlisten onder de duim te krijgen en vrede met ze te sluiten. Hieraan en aan het beëindigen van de diverse opstanden van de afgelopen jaren, dankt hij zijn bijnaam De Vredestichter. Toch kreeg hij tweemaal te maken met mislukte moordaanslagen door anarchisten.

In 1885 kreeg Valencia te maken met een cholera-epidemie. Alfonso ging, tegen het advies van de regering in, poolshoogte nemen en verleende persoonlijk hulp in de stad. Toen hij, op last van de regering, teruggekeerd was in Madrid, werd hij met gejuich ontvangen, maar in de tussentijd had de koning iets veel ergers onder de leden gekregen. Op 25 november 1885, drie dagen voor zijn verjaardag, overleed de nog maar 27-jarige koning aan tuberculose.

Puerto Rico Mi 60 (1882)

Alfonso was twee keer getrouwd. Het eerste huwelijk in 1878 met Mercedes van Orléans duurde slechts vijf maanden, toen de koningin, net 18 jaar geworden, ziek werd en overleed. Eind 1879 trouwde hij met de 21-jarige Maria Christina van Oostenrijk. In 1880 en 1882 werden twee dochters geboren. Omdat Alfonso overleed tijdens de derde zwangerschap, werd zijn postuum (in mei 1886) geboren zoon Alfonso XIII de troonopvolger.

In de periode 1875 tot 1885 werd Alfonso XII op vrijwel alle postzegels van Spanje, Cuba, Puerto Rico en de Filippijnen afgebeeld. Net als in vroeger dagen werd een lopende frankeerserie al na enkele jaren vervangen, waarschijnlijk om fraude tegen te gaan. Een ander verschijnsel was de invoering van verplichte toeslagzegels met zijn portret. Deze toeslagzegels waren de eerste ter wereld en dienden de financiering van de binnenlandse oorlogsinspanningen. In 1898 gingen ze onder Alfonso XIII op herhaling voor de bekostiging van de Spaans-Amerikaanse oorlog.

Na 1885 verscheen Alfonso XII nog drie keer op een Spaanse postzegel, in 1961 zijn standbeeld in Madrid (foto boven), in 1978 zijn portret in de portrettenserie van Bourbonkoningen en in 1981 bij de 100ste verjaardag van de Spaanse advocatenbond.

Volgende keer gaan we 1876 in en maken kennis met de shah van Perzië.

 

 

*) Alfonso was een veelvoorkomende koningsnaam in het koninkrijk Asturië en later Castilië en/of León. Alfonso I leefde in het begin van de 8ste eeuw, Alfonso XI, tot 1874 de laatste koning van die naam, overleed in 1350.

**) Over een aantal van de kinderen van Isabella en Francisco bestaat twijfel of de laatste inderdaad de verwekker was. Hij zou immers homoseksueel zijn. De meer waarschijnlijke vader van Alfonso was dan ook Enrique Puigmoltó (1827-1900), een succesvol legerofficier en favoriet van Isabella.