Japanse plaat met rietganzen (Bairei Kono, 1884)

Vogels op postzegels zijn populair om te verzamelen. Veel van de zogenaamde plaatjeslanden hebben dan ook talloze grote series met onze gevederde vrienden uitgegeven en vogels komen thematisch gezien het meest voor en worden het meest verzameld. Men schat dat er zo’n 30 tot 35 duizend vogelpostzegels zijn. Vliegtuigen, schepen, vlinders, bloemen en locomotieven volgen op bescheiden afstand.

Vóór 1875 waren vogels op postzegels schaars en bovendien alleen maar symbolisch of heraldisch van aard. De wapenadelaar en de wapencondor zagen we en ook de griffioen, een welbekende fabelvogel en de zwarte zwaan van West-Australië.

Maar toen kwam Japan met een lumineus idee: laten we gewoon eens vogels van alledag op de postzegel zetten. Zo ontstond een serietje van 3 in de waardes 12, 15 en 45 sen. Overigens komen vervalsingen in grote aantallen voor. Hoed u voor namaak! Op zich zijn de vervalsingen goed te herkennen, maar de vervalsers waren vaak wel zo kien om een (ook vals) stempel erop te zetten dat de onvolkomenheden van hun werk afdekte…

Wie de zegels gemaakt heeft is niet bekend, al lijkt de rietgans op de hier afgebeelde zegel van 12 sen wel een gespiegelde versie van het werk van vogeltekenaar Kono hierboven.

12 sen – De rietgans

Japan, Mi 25

Opmerkelijk genoeg zijn alle drie de afgebeelde vogels niet alleen in Japan, maar ook in grote delen van de rest van de wereld en in het bijzonder het noordelijk halfrond grote bekenden. De rietgans (correcter in dit geval de taigarietgans) bijvoorbeeld is een vogel die vooral in het noorden van het Euraziatische vasteland broedt, Scandinavië, het noorden van Rusland en Siberië dus. Ook in Japan komen ze voor en dan gaat het om de soort Anser fabilis middendorffii (Middendorff’s gans of Oost-Siberische taigagans), de meest oostelijke variant, die in Oost-Siberië tot in Kamchatka broedt en overwintert in China, Korea en Japan.

Deze rietganzen komen na die eerste uit Japan alleen nog op enkele postzegels van Taiwan voor. Maar van alle andere ganzen kunnen verzamelaars heel wat tegenkomen, de grauwe gans (Anser anser) het meest.

Wel vreemd dat deze veel voorkomende vogel in Japan er nooit meer op een postzegel kwam. Hoe zit dat met….

15 sen – De kwikstaart

Japan Mi 26

Een bekende verschijning langs de Nederlandse plattelandswegen is de kwikstaart. Je ziet ze wel eens speels opvliegen van een asfaltweg, de beestjes houden namelijk van steenachtige ondergrond en asfalt voldoet prima wat dat betreft. De meest voorkomende soort in Nederland is de Motacilla alba oftewel de Witte kwikstaart, maar er zijn van het Motacilla-geslacht tenminste 13 ondersoorten die over heel Eurazië en Afrika verspreid zijn en doorgaans niet zeldzaam. Meer nog dan kwikstaarten zijn er piepers van het geslacht Anthus, deze zijn familie van de kwikstaarten.

De meest bekende kwikstaart in Japan en Korea is de Japanse kwikstaart (Motacilla grandis). Grandis geeft al aan dat voor een kwikstaart hij vrij groot is, meestal zo’n 20 tot 22 centimeter (onze witte kwikstaart meet 16 tot 19 cm). Anders dan onze asfaltrocker leven de Japanse kwikstaarten in vochtige omgevingen.

Japan heeft verder nooit deze veelvoorkomende soort afgebeeld. En geen enkel ander land trouwens ook. Witte kwikstaarten daarentegen komen regelmatig voor. Hoe zit dat dan met …

45 sen – De havik

Japan Mi 27

Vogelbescherming 1974, NVPH 1043

Ook de havik mag zich een welbekende roofvogel wanen, wereldwijd gezien en merendeels op het noordelijk halfrond. Haviken gaan, net als sperwers en shikra’s gebukt onder de latijnse naam Accipiter. De echte haviken hebben als tweede naam ‘gentilis’ en daar zijn dan weer tien ondersoorten van. De Japanse havik heet dan ook volledig Accipiter gentilis fujiyamae, naar Japans heilige berg Fuji. Tussen 1984 en 2006 kreeg deze havikensoort een beschermde status in Japan, aangezien het getelde aantal onder de 400 was gekomen. Tegenwoordig leven er naar schatting 6000 haviken in het land.

De havik komt regelmatig op postzegels voor. Ook Nederland wijdde in 1974 een postzegel aan deze roofvogel. Maar Japan? Na 1875 schitterde de havik door afwezigheid op alle bijna 9500 postzegels die het land heeft uitgegeven.

Volgende keer maar eens kijken of de rust in Spanje alweer is weergekeerd.

 

De SS Suevia, in gebruik van 1874 tot 1894, een van de schepen waarop de postzegel gebruikt werd.

Al eens eerder had ik het over de handel en wandel in het Caribisch gebied. Lees deze en deze er maar eens op na! Het bleef echter niet beperkt tot de Britten, Fransen, Denen, Spanjaarden en Nederlanders die ik in het eerste stukje noemde, want de Duitsers spraken ook een woordje mee, zeker na de eenwording in 1871.

Op 21 mei 1847 werd daar de eerste aanzet voor gegeven met de oprichting van de Hamburg-Amerikanische Packetfahrt-Actien-Gesellschaft, kortweg HAPAG. Net als vele bedrijven die er al waren en nog zouden komen werd deze onderneming gesticht om ook een graantje mee te pikken van het toenemende Atlantische post-, pakket- en personenvervoer. De stichters waren een groep Hamburgse kooplieden die de handen ineensloegen en aandelen uitgaven, die alleen aan Hamburgers (sic) verkocht konden worden. De eerste directeur van de HAPAG werd Adolph Godeffroy (1814-1893), nazaat van uit Frankrijk gevluchte hugenoten. Adolph handelde namens het familiebedrijf in koffie en suiker en had daarvoor in 1837 een handelsnederzetting bij Havanna opgezet.

De eerste schepen van de HAPAG waren zeilschepen. Stoomschepen kwamen weliswaar in de mode, maar de Hamburgse ondernemers hadden daar nog geen groot vertrouwen in en lieten in 1855 pas eerst een stoomschip bouwen op een werf in het Schotse Greenock. Goederenvervoer was toen nog nauwelijks aan de orde, de schepen vervoerden voornamelijk emigranten richting Amerika. Met de Amerikaanse Burgeroorlog overzee en de oorlogen tegen Denemarken en Frankrijk op het Europese vasteland liep het aantal emigranten echter terug en dat deed de HAPAG bijna de das om. In 1871 werd het roer dan ook omgegooid en probeerde het bedrijf zich te mengen in het handelsverkeer in het Caribisch gebied. Niet met heel veel succes overigens: de HAPAG wist ternauwernood de concurrentiestrijd met onder andere de vanuit Bremen opererende Norddeutsche Lloyd te overleven. In 1886 keerde het tij echter weer met de aanstelling van Albert Ballin (1857-1918) als directeur van de personenvervoertak van HAPAG. Onder zijn leiding werd de vloot weer uitgebouwd en het bedrijf weer winstgevend. Ballin stelde dat de passagiersdienst alleen maar winstgevend kon zijn als de schepen snel en van alle gemakken voorzien waren en dat had hij goed gezien. In 1891 verscheen het eerste luxe cruiseschip van de rederij op de Middellandse Zee en in 1900 omspande de HAPAG met zijn passagiersdiensten de hele wereld. In die jaren was het bedrijf het grootste in zijn soort ter wereld en bleef groeien. Met de schepen Imperator, Vaterland en Bismarck had de rederij in 1914 de drie grootste schepen in dienst die tot dan toe gebouwd waren. 175 schepen voeren op 73 lijndiensten tussen 400 havens en er waren 22.500 mensen in dienst.

Dit alles kwam tot stilstand tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar vanaf 1919 werd de HAPAG weer opgebouwd door Wilhelm Cuno (1876-1933), die de overleden Ballin was opgevolgd. Cuno was niet alleen zakenman, maar ook politicus. Hij was in 1922 en 1923 rijkskanselier. De rederij kwam weer tot bloei, maar wel met kleinere schepen. Ook werden enkele kleinere rederijen opgekocht en ging de HAPAG samenwerken met de Norddeutsche Lloyd in de Deutschen Aero Lloyd waaruit in 1926 de Lufthansa ontstond. Tijdens de crisisjaren moest het bedrijf veel van het teruggewonnen terrein prijsgeven maar kon blijven varen. Een van de paradepaardjes bleef het schip Albert Ballin, maar omdat deze jood was, moest het schip hernoemd worden en ging vanaf 1936 onder de naam Hansa verder. Na de oorlog werd het door de Russen gevorderd en voer nog tot 1982.

Gestempelde HAPAG zegel, kort geleden bij Corinphila onder de hamer gekomen.

Na de Tweede Wereldoorlog moest andermaal de wederopbouw van de rederij opgenomen worden, maar vanaf 1947 kon er weer gevaren worden. Het passagiersvervoer raakte echter ten einde en in 1960 werd de laatste vaart uitgevoerd. Vanaf dat jaar deed de HAPAG alleen nog in vracht. In 1970 volgde ten slotte de fusie met de Norddeutsche Lloyd tot de Hapag-Lloyd AG en is sindsdien een wereldspeler in het containervervoer.

In 1875 gaf de HAPAG met toestemming van de Rijksposterijen een postzegel uit van 10 cents (alias 40 pfennig of 5 pence), om de kosten te voldoen van vervoer van brieven vanuit het Caribisch gebied naar Europa. Het was toen immers nog niet gebruikelijk dat de diverse eilanden daar eigen postwaardes voor hadden (Curaçao was een van de eerste in 1873!). De zegels van de HAPAG werden verstrekt op het kantoor op St. Thomas, een van de Maagdeneilanden, voor vervoer met een van hun schepen. De zegels werden ontworpen en gedrukt in Hamburg bij de door Charles Fuchs (1803-1874) opgerichte steendrukkerij, in een oplage van 120.000 stuks.*) Het gebruik was maar van korte duur, want in 1880 kwam het hele Caribische postgebied onder de vlag van de Wereldpostvereniging en dat betekende dat de lokale postwaarden gebruikt moesten gaan worden. De HAPAG had toen zijn postzegelproductie al gestaakt.

Een lesje in ornithologie staat voor de volgende keer op het programma.

 

*) Fuchs was naast lithograaf ook een van de eerste Duitse fotografen!