Don Carlos ca. 1890 (Nadar, detail)

Bestaat het Carlisme nog? Het antwoord daarop is ja. De huidige troonpretendent is prins Carlos Javier, de in 1970 geboren zoon van prinses Irene en Carlos Hugo van Bourbon-Parma, die in 2010 overleed. Carlos is dus een volle neef van onze koning en woont in Nederland waar hij een Nederlandse vrouw en Nederlandse kinderen heeft. Volgens de letter van de Carlistische gebruiken is hij sinds 2010 de koning van Spanje, maar of daar nog werk gemaakt van wordt, ik denk het niet. In 2016 verklaarde hij de twee jaar oudere koning Felipe niets in de weg te leggen, maar wel gewoon de troonpretendent te zijn.

Dat was in de 19e eeuw wel anders. Toen waren de Carlistenoorlogen aan de orde van de dag. De eerste brak uit in 1833 bij het overlijden van koning Ferdinand VII. Zijn broer Carlos rekende er vast op dat hij de nieuwe koning zou worden, want Ferdinand had in zijn eerste drie huwelijken geen kinderen en pas in zijn laatste huwelijk in 1829 kwamen er twee dochters. De koning besloot de monarchie in het eigen gezin te houden en schafte pardoes de Salische wetgeving af, die voorschreef dat de koning een man was. Isabella, in 1830 geboren, werd dus koningin van Spanje en oom Carlos stond met lege handen. Na een onhandig gevoerde oorlog moest hij in 1840 opgeven en trok zich terug in Engeland dan wel Frankrijk.

Carlos’ zoon, wederom Carlos, met volgnummer VI, probeerde het in 1846 ook, maar zijn aanhangers voerden tot 1849 een vergeefse strijd, waarbij de pretendent niet tot Spanje werd toegelaten en dus niet de leiding kon nemen. In 1861 werd hij opgevolgd door zijn broer Juan. Deze had weer een zoon Carlos, die als Carlos VII in 1868 de volgend zelfverklaarde koning van Spanje werd. Hij voerde de meest succesvolle van de drie Carlistenoorlogen.

Carlos María de los Dolores (etc.) de Bourbon werd op 30 maart 1848 geboren in Ljubljana, waar zijn vader op doortocht was met zijn vrouw Maria-Beatrix van Oostenrijk-Este. Het boterde niet erg tussen de echtelieden, dus Juan verliet na enkele jaren het gezin en Carlos Jr. werd door zijn moeder in Modena opgevoed.

In 1861 overleed oom Carlos, de leider van de Tweede Carlistenoorlog en formeel was Juan nu het hoofd van de familie en de nieuwe Carlistenleider. Die had daar helemaal geen zin in, waarop zijn moeder Maria Terezia van Braganza, besloot dat op enige termijn haar kleinzoon de nieuwe leider zou zijn. In 1868 werd Carlos dus als Carlos VII geïnstalleerd als ‘koning van Spanje’. Tevens werd hij partijleider van de Carlistische Partij, een groep aanhangers die vooral in Frankrijk en Zwitserland woonden.

Hij leek het tij mee te hebben: Isabella II werd in 1868 immers afgezet. Aanvankelijk probeerde Carlos met haar in Parijs te onderhandelen over de overdracht van de kroon, maar zij hoopte dat haar zoon Alfonso geaccepteerd zou worden als opvolger. De onderhandelingen mislukten dus en bovendien beslisten de voorlopige machthebbers dat er vooral geen Bourbon op de troon moest komen. Na veel vijven en zessen werd Amadeus van Savoye verkozen als staatshoofd en deze trad in 1872 aan. Dit leidde na korte tijd tot een chaotische toestand in Spanje. Carlos verliet het diplomatieke pad en besloot Spanje gewapenderhand binnen te vallen. De eerste campagne mislukte nog, maar in 1873 slaagde de tweede wel en binnen enkele maanden had hij zich meester gemaakt van delen van Catalonië, Baskenland en Navarra, waar hij een eigen staat stichtte met hemzelf als koning.

Carlistenpost Mi 1 (1873)

Heel lang zou het niet duren. Toen eind 1874 Alfonso XII aan de macht was gekomen maakte deze korte metten met de opstanden in het land. Met de Carlisten had hij het nog het langste te stellen: in februari 1876 werden de troepen van Don Carlos definitief verslagen en was de Derde Carlistenoorlog over. Carlos ging weer in ballingschap in Frankrijk, maar bleef de Carlistische zaak over de hele wereld propageren. In 1878 vocht hij nog korte tijd met de Roemenen mee in de oorlog tegen de Turken.

Carlistenpost Mi 5 voor Catalonie (1874, bron)

Don Carlos overleed op 18 juli 1909, 61 jaar oud, in het Noord-Italiaanse Varese.

Onderdeel van de Carlistische staat was natuurlijk een – overigens nauwelijks functionerende – postdienst en in de periode van 1 juli 1873 tot 1 maart 1875 verschenen er zes ongetande postzegels met het portret van Don Carlos. Vier van de zes dragen het inschrift ‘ESPAÑA’, eentje daarnaast de stadsnaam VALENCIA en een andere alleen de landsnaam CATALUÑA. Drie van de zegels dragen het motto ‘DIOS PATRIA REY’ (God, vaderland en koning). De laatste zegels van 1875 vertonen sterke gelijkenis met de Franse Cereszegels.

De Catalaanse zegel werd gedrukt bij een kleine Catalaanse drukkerij in het stadje Santa Maria de Besora, aan de zuidelijke voet van de Pyreneeën. Deze is de makkelijkste om aan te komen, maar werd vooral fiscaal gebruikt. Echt gestempelde en gelopen zegels zijn zeldzaam, maar ongebruikt kun je ze al voor een paar euro kopen.

Volgende keer gaan we 1874 in met een reisje naar India.

Seward als minister van buitenlandse zaken

Ooit was Zegelgek in Seward. Het stadje in Alaska dient als uitvalsbasis voor toeristische uitstapjes in de ervoor liggende baai om allerlei wild te observeren.

Het plaatsje dankt zijn naam aan William Henry Seward, minister van Buitenlandse Zaken onder Abraham Lincoln en Andrew Johnson. Hij werd geboren in het plaatsje Florida in de staat New York, op 16 mei 1801. Zijn vader was een boer en slavenhouder voordat de slavernij in de staat in 1827 werd afgeschaft.

Hij was een buitengewoon intelligente student, die al op 21-jarige leeftijd een juristenpraktijk in het stadje Auburn had, overgenomen van de gepensioneerde rechter Elijah Miller, wiens dochter Frances hij in 1824 zou trouwen. In deze periode kwam hij ook in aanraking met de politiek en in 1828 maakte hij zich sterk voor de herverkiezing van John Quincy Adams, maar Andrew Jackson won. Hij bleef Adams steunen in zijn oppositie tegen Jackson, die ze maar een corrupte vrijmetselaar vonden. De krachten waren echter nog niet voldoende gebundeld, want Jackson won in 1832 een tweede termijn, waarna, in 1834 de oppositie beter geregeld werd met de oprichting van de Whig-partij. Toch wonnen in 1836 de Democraten in de persoon van Martin van Buren.

Een economische crisis speelde de Whigs echter in de kaart en in 1839 wist Seward het gouverneurschap van de staat New York in de wacht te slepen. Deze positie behield hij tot 1842, daarna keerde hij terug naar zijn praktijk tot 1849, het jaar dat hij gekozen werd voor een openvallende zetel in de Senaat. Als senator nam hij al meteen een standpunt in tegen de slavernij en veroordeelde het door Henry Clay opgestelde compromis als teveel op de hand van de zuidelijke slavenstaten. Ook de in 1854 opgestelde Kansas-Nebraska Bill, die stelde dat in nieuwe staten ten noorden van N 36° 30 slavernij verboden zou zijn en ten zuiden daarvan ze er zelf over mochten beslissen, kon niet de goedkeuring van Seward wegdragen. Als een daad van verzet namen de Sewards zelfs gevluchte slaven in hun huis op.

In 1854 werd de Republikeinse Partij opgericht. Deze nam een aanzienlijk sterker standpunt in voor wat betreft de slavernij en Seward voelde zich er dan ook toe aangetrokken. Zijn tweede termijn als senator was als vertegenwoordiger van de Republikeinen.

Een nieuw hoogtepunt in de politieke carrière van Seward was zijn mogelijke nominatie voor het presidentschap in 1860. Vele partijgenoten waren er van overtuigd dat hij alles in zich had om president te worden en het was dan ook een onaangename verrassing dat de voormalige gouverneur van Illinois, Abraham Lincoln, in de vierde stemronde Seward versloeg. Nadat hij de teleurstelling verbeten had herpakte hij zich en omdat het voor Lincoln nog allerminst een gelopen race was, besloot Seward zich volledig in te zetten voor de campagne. Toen in november Lincoln gekozen werd nam hij Seward als dank op in zijn kabinet als Secretary of State. Seward deed er vervolgens alles aan om een burgeroorlog te voorkomen, maar dit mislukte.

Toen de burgeroorlog eenmaal begonnen was, werd het Sewards voornaamste taak om eventuele buitenlandse belangen buiten de deur te houden, landen als Engeland en Frankrijk zouden maar al te gewillig een graantje mee willen pikken door wapens aan de ene of de andere partij te leveren.

In 1864 werd Lincoln herkozen en na zijn eedaflegging liep de oorlog snel af. Op 14 april 1865 vond de moordaanslag op de president plaats. Naast Lincoln zouden ook vicepresident Andrew Johnson en William Seward omgebracht moeten worden. Alleen John Wilkes Booth slaagde in zijn onderneming. Lewis Powell, die aangewezen was om Seward thuis te vermoorden, slaagde maar gedeeltelijk in zijn opzet. Hij verwondde de minister en enkele van zijn huisgenoten, maar sloeg toen op de vlucht om de volgende dag opgepakt te worden. Frances Seward overleed als gevolg van de ondervonden stress nog voor de terechtstelling van Powell in juli.

USA Dienst Mi 67 (bron)

Ook onder de nieuwe president Andrew Johnson bleef Seward minister van buitenlandse zaken. Nu kreeg hij enkele belangrijke dossiers op zijn bureau. Het eerste was Mexico, waar Britten, Spanjaarden en Fransen van de Burgeroorlog gebruik gemaakt hadden om hun belangen daar uit te spelen. In 1864 waren de Fransen zelfs zo ver gegaan om de Oostenrijkse aartshertog Maximiliaan als keizer op de troon te zetten. Toen de Amerikanen de handen vrij hadden wilden ze de Fransen zo snel mogelijk uit Mexico hebben en na enige druk trok Napoleon III inderdaad zijn troepen terug, Maximiliaan als prooi voor de Mexicaanse republikeinen onder leiding van Benito Juarez overlatend.

Het andere grote dossier, dat waar Seward het meest bekend van is geworden, is de aankoop van Alaska. Dit had een en ander te maken met de expansiedrift van de Verenigde Staten in de loop van de 19e eeuw. Westwaarts was geen probleem, en dat ging gestaag door, naar het zuiden was de rek er wel zo’n beetje uit, maar het noorden was nog tamelijk onontgonnen gebied. Weliswaar zouden de Britten nooit toestaan dat een van hun koloniën in Canada aangetast zouden worden, maar in het verre noordwesten lag nog een stukje land dat alleen maar door Inuit en een stelletje Russische pelsjagers bewoond werd: Alaska. Eigenlijk was dit nauwelijks rendabel voor de Russen en bovendien was de regering in Sint Petersburg bang voor toekomstige Britse bases in Canada, die bij een eventuele oorlog de Russen in grote problemen zouden kunnen brengen. Er was dus wel te praten over verkoop en de tsaar stuurde zijn minister Eduard de Stoeckl naar Amerika om te onderhandelen. Na veel loven en bieden werd de koop in maart 1867 gesloten en waren de Verenigde Staten voor $7,2 miljoen eigenaar geworden van Alaska. Aanvankelijk konden ze er net zo min wat mee als de Russen, maar de vondsten van goud en olie maakten het gebied tot een van de melkkoeien van Washington.

Seycellen Mi 377 uit 1976

In 1868 voerde Seward nog campagne voor Ulysses Grant, maar deze bleek niet meer geïnteresseerd in een vervolg van zijn ministerschap. Seward trok zich terug uit de politiek en ondernam in 1870 en 1871 nog een reis om de wereld, waarbij onder andere Japan, India en Europa bezocht werden.

Na een ziekbed van een paar maanden overleed William H. Seward op 10 oktober 1872 in zijn huis in Auburn. Al in 1873 werd hij geëerd met vier postzegels en omdat er genoeg frankeerzegels waren werden het dienstzegels. Deze werden in dat jaar voor alle denkbare ministeries uitgegeven in de tekening van de lopende frankeerzegels, maar dan in één kleur en met inschrift van het betreffende departement. Uiteraard werd Seward afgebeeld op de zegels van de ‘Department of State’ met hoofdkleur groen en wel in waardes van $2, $5, $10 en $20. Dat dit dure zegels zijn mag duidelijk zijn.

Daarna was er nog een zegel in 1909 met zijn portret, maar vervolgens is er nooit meer een verschenen in de VS, wel in een paar andere landen, met als meest serieuze daarvan die van de Seycellen in 1976.

De volgende keer kijken we naar dé rebellenleider van het Spanje van 1873.

 

Bloesem van de Japanse sierkers in het Amsterdamse Bos (bron)

Op 20 april 1871 gaf Japan pas zijn eerste postzegels uit. Dat was een van de eerste resultaten nadat in 1868 het oude systeem van de shogunaten werd opgeheven. In de ruim 7 eeuwen voor 1868 werd Japan nog slechts in naam door de keizer geregeerd en in de praktijk betekende dit dat de shoguns de macht hadden. Deze kenden, net als de keizers, erfelijke opvolging en sinds 1642 stond het land onder leiding van de Tokugawa-dynastie. Onder deze familie werd het land volledig afgesloten van de buitenwereld en alleen een handjevol Europeanen, met name Nederlanders, mochten handeldrijven vanaf het kunstmatige eilandje Deshima voor de kust van Nagasaki.

Japan Mi 9 (ebay)

In 1853 maakte de Amerikaanse marinecommandeur Matthew Perry een einde aan dit systeem. De VS vonden het immers niet bepaald eerlijk dat zij geen handel konden drijven met Japan. De Japanners haalden bakzeil en het land werd opengesteld voor ieder die het wilde. In 1860 werd een handelsverdrag met de regering van James Buchanan gesloten.

De openstelling van het land voedde onder de Japanners de angst dat westerse imperialisten het land zouden koloniseren. De invloedrijkeren onder hen besloten in 1868 tot een staatsgreep waarbij het shogunaat werd opgeheven en de in 1867 aangetreden keizer Meiji weer de volledige macht terugkreeg.

In de jaren die volgden begon Japan rap aan de modernisering van de verouderde overheidsorganen zoals het postsysteem en dat leidde in 1871 dan tot de eerste postzegels, vier stuks in de kleuren bruin, blauw, oranje en groen, met daarin in zwart ingedrukt de waarde. Ze waren ongetand, maar in 1872 kwamen ze ook getand uit en bovendien in de nieuwe munteenheid Yen, bestaande uit 100 Sen.

Duitsland Mi 2574 uit 2006

Later in het jaar verscheen een nieuw ontwerp, niet meer met draken, maar met kersenbloesem, bekroond door een gestileerde chrysant, het ‘embleem’ van de Japanse keizer. De zeven zegels waren éénkleurig en ook was de waarde-aanduiding ook voor niet Japanners te lezen. Overigens hadden deze zegels nog geen landsnaam, de chrysant moest maar even voldoende zijn. Dit zou in 1876 ook veranderen.

Kersenbloesem is typisch iets van de oosterse cultuur, maar in de allereerste plaats daarvan komt Japan en op gepaste afstand Taiwan en Korea, waar Japan lang grotere of kleinere invloed uitoefende.

Japan Mi 758 uit 1961

Het gaat hier in bijna alle gevallen om een sierkers, de Prunus serrulata, een boom die niet voor de vruchten, maar voor de bloesem gekweekt wordt. In het oude Japan was de kersenbloesem (‘sakura’) het symbool voor de vergankelijke schoonheid. Vooral in de krijgskunst werd dit gebruikt, een samoerai moest immers moedig zijn in het gevecht, maar ook in schoonheid kunnen sterven. Dit ging zover dat in de Tweede Wereldoorlog de (kamikaze)piloten kersenbloesem op hun vliegtuigen schilderden alvorens ze zich op de vijand stortten. Na die zwarte tijd heeft de sakura wel een militair tintje behouden en is nog steeds symbool van het Japanse leger, dat echter alleen nog deel uitmaakt van vredes- en hulpmissies en dat pas sinds 1995.

USA Mi 909

Kersenbloesem op postzegels komt, met name in Japan, vaak voor. In andere landen gaat het vaak om de welbekende kersenboom, maar ook de sierkers, en dan in het bijzonder om relaties met Japan aan te geven. Bekende zegels zijn de Amerikaanse plaatjes van de stad Washington, dat in 1912 een gift van de Japanse regering kreeg in de vorm van kersenbomen.

De volgende keer bekijk ik de Amerikaanse buitenlandse politiek.