Amadeo van Spanje (Luigi Montabone)

Chaos in Spanje, ik heb het er al vaker over gehad. Na een lange periode van meer dan 35 jaar was koningin Isabella II in 1868 van de troon gezet en in 1870 tekende ze formeel het document dat de abdicatie bevestigde. Maar wat moest het land nu? De regering was absoluut niet van plan van Spanje een republiek te maken, maar van het erfelijk koningschap wilden ze af. Dus werd het zoeken naar een soort van keurvorst: iemand van koninklijke bloede die na zijn dood (of het eerder verlopen van zijn houdbaarheidsdatum) ingeruild kon worden door een ander en dan bij voorkeur niet een van zijn kinderen.

Een van de eersten die gepolst werden was Leopold van Hohenzollern, een verwant van de Pruisische koning Wilhelm I, die enkele jaren later zou promoveren tot keizer van het Duitse Rijk. Zijn kanselier Otto von Bismarck vond het een goed plan, maar Napoleon III zag het als een bedreiging en drong erop aan dat Leopold teruggetrokken werd als kandidaat. Dit verzuurde de toch al wankele betrekkingen tussen Frankrijk en Duitsland zodanig dat er nog maar weinig voor nodig was om oorlog te veroorzaken.

Filippijnen Mi 41 (bron)

Het alternatief werd gevonden in Italië, dat weliswaar in 1861 de eenwording voltooid had, maar nog allesbehalve een belangrijke speler was op het Europese toneel. Bismarck en Napoleon III zouden er vrede mee gehad hebben, maar die hadden ondertussen heel wat anders aan hun hoofd, namelijk hun inderdaad uitgebroken onderlinge oorlog.

De kandidaat in kwestie was de 25-jarige tweede zoon van koning Victor Emanuel II, Amadeus Ferdinand Maria van Savoye. Deze was geboren op 30 mei 1845 in het koninklijk paleis in Turijn, sinds 1563 hoofdstad van het hertogdom Savoye en tot 1865 van heel Italïe. Hij was de jongere broer van kroonprins Umberto en de kans dat hij de troon van Italië zou erven was erg klein. Hij leefde dan ook het gebruikelijke leven van een koningszoon, beetje vechten, veel feesten, avontuurtjes, dat soort dingen. Hij was, om een soort backup te kunnen zijn voor zijn broer, in 1867 getrouwd met Maria Victoria dal Pozzo della Cisterna, weliswaar niet van koninklijken bloede, maar voldoende geaccepteerd in de familie. Het zou een vrij kort, maar relatief succesvol huwelijk worden.

In september 1870 werden de eerste contacten gelegd en Amadeus was niet bepaald genegen om het koningschap van Spanje te aanvaarden. Maar vaders wil is wet en Victor Emanuel droomde van de Italiaanse invloed in het westelijk deel van de het Middellandse Zeegebied, dus van weigeren kon geen sprake zijn. Wat Amadeus al verwacht had gebeurde: het werd een puinhoop.

Dat begon al voordat hij arriveerde bij zijn nieuwe onderdanen, waarvan er maar weinig waren die hem werkelijk steunden. De initiator van de revolutie van 1868 en tevens de grootste pleitbezorger van Amadeus als koning van Spanje, generaal Juan Prim, was kort voor zijn aankomst bij een nog altijd niet opgehelderde aanslag om het leven gekomen.

Spanje Mi 117

Hij schrok zich een hoedje toen hij in het enorme paleis in Madrid arriveerde en stond erop dat hij maar een beperkt deel ervan zou gebruiken en dat bovendien zijn gezin – er waren inmiddels twee kinderen geboren – bij hem zou blijven.

Amadeus was een harde werker en veel van zijn naaste medewerkers waren daarvan onder de indruk. Buiten die kleine kring werd er echter lacherig gedaan. De adel sprak over ‘de Italiaan’ en ‘koning Macaroni’, maar degenen die hem wel steunden bewonderden zijn ijver, zijn sobere levensstijl en zijn onbaatzuchtigheid. Toch ging dat uiteindelijk fout, want een deel van de problemen werd veroorzaakt door de Carlisten, die bij het verdwijnen van Isabella II van het toneel hun kans schoon zagen de eigen kandidaat maar weer eens met al te zachte dwang naar voren te brengen. Ook een harde kern van republikeinen liet zijn stem steeds vaker horen en vanaf Cuba kwamen er steeds meer geluiden dat daar de Spaanse invloed op het punt stond te breken.

In de loop van 1872 kwam de climax. In Baskenland en Catalonië grepen de Carlisten de macht, in de steden waren republikeinse rellen en uiteindelijk besloten de adviseurs van Amadeus dan maar dat hij het bevel moest geven erop te schieten. Dit ging de koning te ver en op 11 februari 1873 riep hij het parlement bijeen, verklaarde Spanje onregeerbaar en liep de zaal uit. Nog dezelfde avond werd Spanje een republiek. Die kon de problemen ook niet oplossen en eind 1874 werd Isabella’s zoon Alfonso van stal gehaald, die als Alfonso XII orde op zaken stelde.

Puerto Rico Mi 1

Nadat Amadeus in Italië teruggekeerd was bleef de weerslag van zijn onsuccesvolle regeerperiode drukken op het gezin. In 1876 overleed Maria Victoria als gevolg van de in Spanje ondervonden stress. In 1888 zou Amadeus hertrouwen met zijn oomzeggende nicht Maria Letitia Bonaparte. Lang zou hij niet van dit huwelijk kunnen genieten, op 18 januari 1890 stierf hij als gevolg van longontsteking. Hij was 44 jaar oud. Zijn broer Umberto, inmiddels alweer 12 jaar koning, zat aan zijn sterfbed.

Een van zijn drie zonen, Luigi Amadeo, verwierf faam als bergbeklimmer, poolreiziger en ontwikkelingswerker in Italiaans Somalië. Zijn dood in 1933 werd groots herdacht, onder andere met postzegels in Eritrea en Somalië.

Alsof men wist wat er zou gebeuren verschenen de eerste zegels met het portret van Amadeus in mei 1872 op de Filippijnen, ver weg van het gewoel, maar daarom waarschijnlijk niet veel rustiger. Spanje volgde pas in oktober en had nog een uitgifte in 1873, evenals Cuba, dat met ingang van dat jaar losgetrokken was van Puerto Rico. Deze laatste kolonie gaf pas in juli 1873 zegels uit met portret van Amadeus, Cubaanse zegels met ‘geschreven’ opdruk om ze te kunnen identificeren als van het eiland.

Daar bleef het ook bij, zelfs Spanje wilde hem niet meer eren op een postzegel, wat in 2014 met zijn beschermheer Juan Prim wel gebeurde.

Volgende keer kersenbloesem uit Japan.

Het kasteel van Cēsis (bron)

Cēsis is een nu nogal onbeduidend maar zeker fraai stadje in Letland. Zo vind je er een grote kasteelruïne dus het heeft in vervlogen tijden een (veel) belangrijker rol gespeeld dan nu.

Cēsis was inderdaad een van de belangrijkste plaatsen van Lijfland, een voormalig hertogdom dat half in Estland en half in het huidige Letland lag. De stad ontstond in de vroege 13e eeuw rondom een door de Orde van de Zwaardbroeders, een kortstondige religieuze ridderorde, gebouwd kasteel, waarvan je nu nog de resten van kan zien. Ze kozen een strategische plaats bij de splitsing van de handelswegen tussen Riga en Pleskau (het nu Russische Pskov) en die tussen Riga en Dorpat (het Estische Tartu).

In de loop van de eeuwen werd Cēsis bezet door Duitsers, Zweden, Litouwers, Polen en Russen in willekeurige volgorde. De Zwaardbroeders waren Duitstalig en gingen in 1237 op in de Duitse Orde (anders bekend als de Teutoonse Ridders), die tot 1561 in het kasteel haar hoofdzetel had. De stad heette in het Duits Wenden.

De eerste, niet uitgegeven zegel van Wenden (bron)

Tot het einde van het Russische Keizerrijk bleef Cēsis een belangrijke rol vervullen, als knooppunt van handels-, maar inmiddels ook postwegen. Daarom kreeg het stadje (het heeft heden ten dage ruim 17.000 inwoners) ook het recht de post vanuit elders in het Rijk verder te verdelen in het Kreis Wenden, de naaste omgeving dus. Hiertoe werd een stadspostdienst in het leven geroepen die vanaf 1862 overging tot het uitgeven van postzegels in een waarde van 2 kopeken, het aanvullend tarief voor vervoer naar plaatsen in de nabije omgeving van de stad.

Wenden Mi 7 (ebay)

De eerste zegel is nooit aan de loketten verschenen, maar vanaf 1863 verschenen de eerste zegels die wel gebruikt werden: rechthoekjes met tekst ‘Briefmarke des WENDEN-schen Kreises’ of ‘Packenmarke des WENDEN-schen Kreises’, deze laatste had een tarief van 4 kopeken voor pakjes. In hetzelfde jaar een zegel in een ‘Russisch’ formaat (smal en opstaand) met een groene ovaal, in 1864 tijdelijk vervangen door het wapen van Lijfland.

In 1872 verscheen de eerste gepantserde arm, refererend aan het wapen van het Kreis Wenden, dat teruggreep op de Duitse Orde, niet alleen religieus, maar vooral ook strijdvaardig. Dit ontwerp kwam tot 1894 om de zoveel tijd terug, eerst zonder waardeaanduiding, daarna met en in een kader gelijk aan de koerserende Russische zegels. De laatste zegel van de Kreispost kwam er in 1901, met daarop de ruïne van het kasteel van de Duitse Orde. Dat zal ik te zijner tijd bespreken.

De volgende keer een biografietje van een ongewenste koning in Spanje.

Ex-koning Cakobau aan het eind van zijn leven (foto Francis H. Dufty)

Al een aantal maal ben ik op Hawaii geweest, een rond 1800 onder Kamehameha I verenigd koninkrijk. Dergelijke ontwikkelingen waren zuidelijker in de Grote Oceaan echter ook gaande. Diverse koninkrijken werden gesticht, meestal door het samengaan van een aantal stammen onder een overeengekomen of in ieder geval charismatische leider. Voorbeelden zijn Tonga, Samoa en Fiji.

Fiji is een klein eilandenrijk in het zuidwesten van de Pacific. Het ligt ongeveer 2000 kilometer recht boven Nieuw-Zeeland midden tussen onder andere het Franse Wallis en Futuna, Vanuatu (de vroegere Frans-Britse Nieuwe Hebriden) en Tonga. Fiji bestaat uit 322 eilanden met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer de helft van Nederland. Het hoofdeiland, dat daar ruim de helft van inneemt is Viti Levu, waar de hoofdstad Suva ligt.

Ook Fiji werd in de loop van de 19e eeuw samengesmeed tot één koninkrijk. Degene die dit voor elkaar kreeg was Seru Cakobau, de in ongeveer 1815 geboren krijgsheer (vunivalu) van het kleine eilandje Bau voor de kust van Viti Levu. Sinds 1852 was hij aan de macht, hoewel hij al in 1837 zijn vader Tanoa Visawaqa aan de macht geholpen had.

Daarna ging het snel en dat kwam mede door zijn overgang naar het christendom in 1854. Hij werd gedoopt door de methodistische missionaris James Calvert, die hem tevens het kannibalisme liet afzweren. Hij nam de christelijke naam Ebenezer (‘Epenisa’) aan en heette voortaan Seru Epenisa Cakobau. Niet dat Cakobau een vroom christen werd, m7aar het stond hem verder wel goed en in het vervolg van zijn carrière had hij er voordeel van

Cakobau was een machtig man, die met steun van buitenlandse immigranten al gauw besloot dat het kleine Bau het belangrijkste van de nabije omgeving was. Krijgsheren op de andere eilanden waren dat niet met hem eens natuurlijk, maar veel konden ze ook niet inbrengen en schoorvoetend accepteerden ze een voor een zijn macht. Hier kwam zijn nieuwe geloof goed te pas: wanneer een andere warlord verslagen was, liet hij met grote christelijke barmhartigheid de gevangenen weer vrij, anders dan ze te koken en op te eten, zoals eerder de praktijk…

Fiji Mi I, de eerste officieuze uitgifte van de eilanden. (Bron)

In 1871 waren de 322 eilanden verenigd onder Cakobau. Zijn koningschap zou echter niet lang duren. Hij had weliswaar de bescherming van de Verenigde Staten verworven, maar dat was niet zonder prijs. In de jaren 40 wilden de Amerikanen hun invloed verder vergroten in de regio en stelden een consul aan, John Brown Williams (1810-1860) geheten, die zich op het eiland Nukulau vestigde, tegen de zin van Cakobau. Hij viel dan ook de woning en opslagplaatsen van Williams aan en verwoestte die. De VS waren woedend en dreigden met een blokkade, waarna in 1854 Cakobau inbond. Zijn overgang naar het christendom was dan ook een manier om het goed te maken. Toen hij echter koning werd kwam de regering van Ulysses S. Grant met aanvullende eisen en een schadeclaim van 44.000 dollar. Zo veel geld telde de schatkist echter niet, mede door interne economische en andere problemen, zodat Cakobau zijn heil zocht bij de Britten voor bescherming. De kersverse regering van Benjamin Disraeli schoot te hulp en nam9 Fiji op in het Britse Rijk. Cakobau stond hierbij formeel zijn titel af aan koningin Victoria en al haar nazaten. Tot 1987 was koningin Elisabeth II dan ook koningin van Fiji. Tot 1970 was Fiji een kolonie, daarna kreeg het de dominionstatus. Een staatsgreep maakte in 1987 een einde aan het Britse bestuur en een republiek werd gevormd. Pas in 2012 werd overigens Elisabeth formeel ontheven van haar rol als staatshoofd.

Fiji Mi 1 (Ebay)

Een jaar voordat Cakobau koning werd van Fiji kwamen de eerste postzegels. Dit waren uiterst eenvoudige zegeltjes die van de persen van de Fiji Times kwamen, in waardes van 1 penny, 6 pence en 1 shilling op twee verschillende soorten papier.

Echte postzegels kwamen in december 1871 aan de loketten, deze waren voor het eerst getand en gaven het monogram CR (Cakobau Rex) met een kroon. De waardes waren 1 penny, 3 en 6 pence. Omdat de munteenheid in het begin nog niet vaststond kwamen er al na een maand opdrukken in dollarcents (2, 6 en 12 respectievelijk). Tot 1879 volgden nog diverse opdrukken van waardes en de afkorting VR (Victoria Regina). Pas daarna verschenen weer nieuwe zegels, eerst met het monogram, daarna met het portret van Victoria.

In 1883 overleed Cakobau, ongeveer 68 jaar oud.

Volgende keer is Zegelgek in Letland.