Standbeeld van Stefanus in Boedapest (eigen foto, 2009)

Hoewel Hongarije in principe niet zo’n superreligieus land is als Polen zijn er wel twee heiligen die er te pas en te onpas worden aangeroepen dan wel vereerd. De ene is Elisabeth van Hongarije, dochter van de 12e-eeuwse koning Andreas II, die haar faam vooral dankt aan de wonderen die ze verrichte in Thüringen waar ze landgravin werd.

Mi 7 (1871)

De andere is koning Stefanus I (I. István), de eerste die de Hongaarse stammen verenigde binnen één koninkrijk, wat het begin werd van Hongarije als natie. Niet alleen zijn leven en werken zijn vermeldenswaardig, zijn kroon, de Stefanskroon, was en is het nationale symbool van Hongarije.

Mi 35 (1898), envelop met kroon

Stefanus werd ongeveer 975 geboren in Esztergom, een stadje niet ver van Boedapest aan de Donau, overheerst door een enorme kathedraal. Het was in die dagen de hoofdstad van het grootvorstendom. Hij was een zoon van grootvorst Géza. Een grootvorst in Hongarije was eigenlijk zoiets als de ‘voorzitter’ was van de ‘raad van stamhoofden’, wat hij deed in navolging van zijn vader, grootvader en overgrootvader, de legendarische Árpád de Hongaar, die als de stichter van Hongarije geldt.

Stefanus werd geboren als Vajk en kreeg de naam waaronder hij bekend zou worden bij zijn doop een aantal jaar later. Hongarije was toen nog maar net christelijk, dat wil zeggen dat de grootvorst gedoopt was, maar er verder nog geen sprake was van een christelijke cultuur in het land. Dat zou onder Stefanus veranderen, hij deed er alles aan het christendom in het hele land te vestigen en stichtte binnen de burcht van Esztergom de eerste basiliek.

Mi 124 (1913): Franz Joseph met de kroon

In 997 werd Stefanus grootvorst van Hongarije. De titel werd echter betwist door de hertog van Somogy, Koppány geheten. Na enkele jaren was het pleit beslecht en Koppány verslagen. Om zijn autoriteit jegens eventuele andere troonpretendenten voorgoed te vestigen klopte Stefanus aan bij keizer Otto III, een verwant van Gisela van Beieren, waar Stefanus in 996 mee getrouwd was, en stelde zo het koningschap veilig. In het jaar 1000 (of 1001) volgde de kroning, waarvoor paus Sylvester II de kroon geleverd zou hebben. Er was nog geen sprake van dé Stefanskroon.

Mi 156 (1914): Kroon met de mythische vogel Turul

Gedurende zijn koningschap moest Stefanus diverse oorlogen uitvechten om zijn heerschappij te blijven behouden en daarnaast alle heidenen tot het christendom te bekeren. In 1038, het jaar dat hij overleed, was hij grotendeels in beide doelen geslaagd, alleen was er geen opvolger. Alle kinderen die Gisela kreeg stierven jong. Weliswaar stelde Stefanus volgens de legende het koninkrijk in handen van de Maagd Maria (de Patrona Hungariae), maar kwam er toch een periode van anarchie en heidense opstanden. Uiteindelijk overleefde het christendom in Hongarije en hoe anders zou dat gevierd kunnen worden door een heiligverklaring van de eerste koning. Koning László I, die regeerde van 1077 tot 1095 en later ook zelf heiligverklaard, was degene die het hele proces in werking zette.

Mi 189 (1916): kroningszegel voor Karl I

Dit is ook de periode waarin de Stefanskroon werd ‘uitgevonden’. Een voorloper van deze kroon werd in Byzantium gemaakt voor koning Géza I, voorganger en broer van László I, maar de kroon in zijn huidige vorm is waarschijnlijk van een eeuw later. In die tijd stond het kruis nog recht op de kroon, maar een ongeval in de 17e eeuw maakte dat sindsdien het kruis er scheef opstaat. Waarschijnlijk is men bij het opruimen van de koningsregalia in een ijzeren kist vergeten de kroon ook in te ruimen. De kist stond echter niet stabiel en viel op het kruis van de kroon. Men heeft er nooit meer wat aan gedaan, wat de kroon andermaal speciaal maakt en herkenbaar als de Hongaarse. Dit ging zover dat op het in 1906 onthulde standbeeld van Stefanus nabij het beroemde Vissersbastion en de Matthiaskerk een scheef kruis op de kroon staat. *)

Mi 180 (1916): een van de laatste krantenzegels

Alle koningen van Hongarije, op een paar na, zijn vanaf László I met deze kroon gekroond. In al die tijd werd de koning ondergeschikt geacht aan de kroon: er werd een letterlijk een koning bij de kroon gezocht. Overigens had geen koning een zo groot hoofd dat hij hem meteen paste, er was altijd een constructie nodig om het 2,6 kilo zware apparaat niet over de monarch’s oren te laten zakken.

Mi 563 en 564 (1938): 900ste overlijdensdag van Stefanus

De laatste die hem op het hoofd kreeg was Karl I, de laatste leider van Oostenrijk-Hongarije, in 1916. Nadat deze afgezet was in 1918 bleef de kroon in het nu voormalige koninklijk paleis. Miklós Horthy, die in 1920 regent werd van het heropgerichte koninkrijk tot zijn afzetting in 1944, waakte er goed over, maar bij de intocht van de communisten namen de Amerikanen in Oostenrijk het zekere voor het onzekere en stelden de kroon veilig. Vervolgens lag deze ruim 30 jaar in Fort Knox totdat Jimmy Carter besloot het sieraad terug te geven aan de Hongaren, die het altijd als hún symbool bleven beschouwen. Hongarije is nooit meer een koninkrijk geworden, maar sinds 2000 neemt hij een centrale plaats in het parlementsgebouw in. Het wapen van Hongarije voert ook de kroon.

Zodra Hongarije postzegels begon uit te geven komt de Stefanskroon erop voor. De koning, Franz Josef, stond weliswaar op de eerste serie frankeerzegels, maar deed een grote stap terug, met uitsluitend zijn portret nog op hoge waardes aan het eind van zijn leven. Karl, zijn opvolger, heeft zelfs maar 1 portret gekregen, wél met kroon.

In de jaren na 1920 werd de Stefanscultus grondig onderhouden, wat uiteraard na 1944 stopte. Pas eerst in 1986 werden eerst weer de oude koningen herdacht en in 2008 verschenen er een aantal velletjes die ingingen op de versierde details van de kroon.

De laatste van 1871 gaat over het koninkrijk Fiji.

 

 

*) Een ander verhaal heeft het over een rivaal van de 15e-eeuwse koning Matthias Corvinus, die in een poging de koning met zijn zwaard te vermoorden slechts de kroon raakte, waardoor het kruis scheef kwam te staan.

I

Het station San Juan de Dios ca 1870

In filatelieland is er nogal wat discussie over wat nu de eerste postzegel is geweest die uitgegeven werd om iets te vieren. Was het de 400ste verjaardag van de ontdekking van Amerika in 1892, het gouden regeringsjubileum van koningin Victoria in 1887 of was er nog iets eerder?

Een regelmatige, maar niet door iedereen erkende kandidaat verscheen in Peru in 1871. Ogenschijnlijk een eenvoudig zegeltje met in reliëfdruk het nationale wapenschild en erboven een locomotief met een wagonnetje. De tekst op het zegel is echter opzienbarend: niet de landsnaam Peru vinden we terug, maar de namen van drie plaatsen, namelijk Callao, Lima en Chorrillos.

Peru Mi 16

Tussen deze drie plaatsen werd tussen 1850 en 1860 namelijk een spoorlijn aangelegd, een van de eerste van Zuid-Amerika. De primeur was een lijntje uit 1848 ten behoeve van de suikerplantages in Brits Guyana, maar Peru had wel de eerste rechten van het Spaanstalige deel van het continent en bovendien was het de eerste lijn die met echte stoomlocomotieven werkte. Eind 1848 werd het eerste contract getekend en in 1850 werd het eerste spoorstation gebouwd, Estacion San Juan de Dios, het verdween in 1914 bij de aanleg van het Plaza San Martin in het centrum van de stad.

Op 17 mei 1851 om half 11 in de ochtend reed de eerste trein van Callao naar Lima, een ritje van 28 minuten, beginnend aan de punt van het schiereiland en grofweg de huidige Avenida Miguel Grau volgend. Er waren zes haltes op de lijn.

De 15 kilometer lange spoorlijn naar Chorrillos, dat in die tijd naam begon te maken als badplaats aan de zuidkant van Lima, werd uiteindelijk op 7 november 1858 geopend. Naast het station San Juan de Dios kwam een tweede station, Encarnación geheten, vervolgens ging de lijn via Miraflores (bekend van het Parque de Amor) en Barranco naar Chorrillos. Het was een goed lopende lijn, maar na de Chileens-Peruaanse oorlog in de jaren 80 van de 19e eeuw, die veel schade toebracht aan het stadje, kwam er de klad in.

Zoals al duidelijk werd bij de geschiedenis van het station heeft de spoorlijn niet heel lang bestaan. Van de lijn naar Callao is niets meer terug te vinden, van die naar Chorrillos nog een klein stukje van 600 meter, tussen twee musea in het stadje, die beide weinig met het spoorbedrijf te maken hebben.

In 1912 werd in Lima, een stukje noordelijker nu, aan de rivier de Rimac, het nieuwe station Desamparados gebouwd voor de in 1893 geopende spoorlijn naar La Oroya. Dit monumentale gebouw werd al spoedig het hoofdstation van Lima. Tegenwoordig rijden er nog maar sporadisch personentreinen vanaf deze plek, hooguit twee keer in de maand. Het grootste gedeelte van het stationsgebouw is sinds 2009 ingericht als expositieruimte ter ere van de Peruaanse literatuur.

Volgende keer reizen we naar Boedapest.

 

De Hawaiians van 1871

In eerdere afleveringen van Zegelgek kwamen Kamehameha III, IV en V aan de orde. De laatste was in 1871 de regerende monarch sinds 1863 toen hij zijn broer opvolgde. In 1872 kwam er een einde aan het huis van Kamehameha en moesten verkiezingen uitmaken wie de volgende koning van Hawaii zou worden. In 1871 verschenen er drie postzegels met portretten van leden van het koninklijk huis. Deze werden in 1875 aangevuld met twee nieuwe waardes (2 en 12 cents) en portretten van de ‘nieuwe’ generatie.

1 cent – Prinses Victoria Kamamalu

Hawaii Mi 19

De eerste in lijn van troonopvolging van de ongetrouwde en kinderloze Kamehameha V was prinses Victoria Kamamalu, de jongste zus van het gezin. Zij was geboren in Honolulu op 1 november 1838. Ze kreeg met Kamamalu de naam van haar tante, die getrouwd was met Kamehameha II. Victoria was geen officiële naam, maar kreeg ze als roepnaam mee omdat de familie zich graag wenste te spiegelen aan het Britse koningshuis, waar een jaar eerder koningin Victoria aan de macht was gekomen.

Naast het koningschap was er nog een tweede titel in Hawaii die van belang was, namelijk die van Kuhina Nui, wat een soort van functiemengeling van plaatsvervanger en premier was. Vaak had de vrouw van de regerende koning deze titel, maar ook prinsen en prinsessen konden deze titel krijgen. Bij de geboorte van Victoria was haar moeder Kina`u de Kuhina Nui van dienst en zij besloot dat Victoria haar opvolger zou zijn. Helaas stierf ze al in 1839 wat betekende dat de titel naar haar tante ging. In 1855 was Victoria oud genoeg om zelf Kuhina Nui te zijn.

Haar eerste echte optreden was in 1863 toen koning Kamehameha IV overleed. Omdat het een dag duurde voordat Kamehameha V geïnstalleerd kon worden werd Victoria als interim-staatshoofd benoemd voor die ene dag. Daarna was ze de eerste in lijn van troonsopvolging. Daarvan zou het echter niet komen, want in februari 1866 kreeg Victoria een onbekende ziekte waaraan zij op 29 mei van dat jaar overleed. Ze was nog ongetrouwd en had (dus) geen kinderen.

2 cents – Koning Kalakaua

Hawaii Mi 20

Toen koning Kamehameha V op 11 december 1872 overleed werden er verkiezingen gehouden over wie de opvolger zou zijn. Het ging tussen een oudneef van Kamehameha I, William Lunalilo geheten en David Kalakaua, lid van een aan de Kamehameha’s gelinkte familie. Lunalilo werd met algemene stemmen tot koning verkozen, maar de 38-jarige monarch had maar een korte regering voor de boeg. Hij stond bekend als alcoholist en liep in de zomer van 1873 tuberculose op. Op 13 februari van het volgende jaar werd Kalakaua alsnog koning.

David Kalakaua werd op 16 november 1836 geboren vlakbij Honolulu. Vanwege zijn afkomst kon hij een goede opleiding genieten en trouwen binnen een andere adellijke familie: zijn vrouw werd koningin Kapiolani, nazate van de stamhoofden van het eiland Kaua’i.

David joeg aanvankelijk een juridische carrière na, maar vanwege zijn banden met de Kamehameha’s werd het een militaire en politieke loopbaan. Hierdoor werd hij als kanshebber gezien in de verkiezing als opvolger van Kamehameha V.

Ook in 1874, na de dood van Lunalilo, was Kalakaua kandidaat voor opvolging. Nu nam hij het op tegen koningin Emma, de weduwe van Kamehameha IV, maar won nu met ruime cijfers. Hoewel de uitslag duidelijk was waren de aanhangers van Emma niet tevreden. Vanwege de onrust zou het tot 1883 duren voor de kroning plaatsvond.

Onder Kalakaua, die 17 jaar zou regeren, veranderde er veel op Hawaii, met name in de relatie met de Verenigde Staten, die uit waren op een gunstige handelsrelatie met de eilanden en ook een oogje hadden op een natuurlijke haven, Pearl Harbor, die zij in 1887 als militaire voorpost wisten te verwerven.

Kalakaua was een reislustige koning. In 1881 ondernam hij een reis om de wereld, die hem onder andere in Zuidoost-Azië en diverse landen in Europa bracht.

De jaren 80 van de 19e eeuw stond ook in het teken van de koloniale expansie van de toenmalige grootmachten. Engeland, Frankrijk en Duitsland hadden alle drie hun zinnen gezet op delen van Polynesië. Kalakaua tekende, om deze expansie tegen te gaan, met de koning van Samoa een verdrag tot vorming van een Polynesische federatie, die echter nooit van de grond kwam.

Binnenslands kwam Kalakaua in 1887 in de problemen. Hij had in 1886 een opiumwet aangenomen gekregen die hem en zijn directe aanhangers, waaronder zijn grootste vertrouweling Walter Gibson, grote voordelen gaven. De oppositie tegen de wet was echter niet mals en men dwong een nieuwe grondwet af die de bevoegdheden van de koning sterk inperkte. Tevens betekende dit de val van Gibson. Toen de rook was opgetrokken bleek dat door diens malversaties de bodem van de schatkist in zicht was gekomen.

Eind 1890 werd Kalakaua ziek, maar hij stond er toch op om naar de VS te reizen om nog enkele diplomatieke zaken te regelen. Bij aankomst in San Francisco bleek echter dat de koning te ziek was om nog verder te reizen. Hij zou op 20 januari 1891 in het Palace Hotel – het bestaat nog steeds, hoewel herbouwd na de aardbeving van 1906 – overlijden, volgens de autopsie aan een nierziekte. Koningin Kapiolani zou hem 8 jaar overleven, het paar had nooit kinderen. Als koning werd hij opgevolgd door zijn zus Lydia Lili`uokalani, de laatste monarch van Hawaii

6 cents – Koning Kamehameha V

De in 1871 nog levende koning besprak ik reeds bij zijn postzegel van 1866.

12 cents – Prins Leleiohoku II

Hawaii Mi 22

William Pitt Leleiohoku werd op 10 januari 1854 geboren als jongste broer van David Kalakaua. Aanvankelijk heette hij Kalaho’olewa wat ‘dag van de begrafenis’ betekent. Het was inderdaad de dag – in 1855 – dat Kamehameha III ter aarde besteld werd.

Aangezien Kalakaua geen kinderen had werd Leleiohoku in 1874 tot troonopvolger benoemd, maar zijn overlijden op 9 april 1877 aan acuut reuma maakte een eind aan die ambities.

Leleiohoku was een muzikale jongen die diverse Hawaiiaanse volksliedjes componeerde. Het bekendst is Kaua I ka Huahua’i (Hawaiian War Chant). Hij werd hierin alleen overtroffen door zijn zus, de latere koningin Lydia Lili`uokalani, die het beroemde Aloha ‘Oe zou schrijven.

18 cents – Minister Kekuanaoa

Hawaii Mi 23

Voordat ik in 1882 pas weer terugkom op Hawaii bespreek ik Kekuanaoa. Geboren in 1791 werd hij de gouverneur van O’ahu, het hoofdeiland. Belangrijker was dat hij de vader was van zowel Kamehameha IV, Kamehameha V als Victoria Kamamalu. Deze laatste volgde hij in 1863 op als Kuhina Nui, toen zij kroonprinses werd. Hij was de laatste drager van die titel, want deze werd afgeschaft in 1864. Kekuanaoa, die als christelijke naam Matthew had, overleed op 24 november 1868 en werd als gouverneur opgevolgd door de Amerikaan John Owen Dominis, die in 1862 getrouwd was met prinses Lydia Lili`uokalani, die de laatste monarch van Hawaii zou worden.

Volgende keer kijken we naar de eerste spoorlijn van Zuid-Amerika.